Toggle navigation

Centra voor leerlingenbegeleiding

De centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) bereiken jaarlijks 6 op de 10 kinderen en jongeren tussen 2,5 jaar en 18 jaar. Jongeren en hun ouders kunnen er terecht tot de leerling het leerplichtonderwijs verlaat.

De CLB zijn lokaal ingebed, waardoor er steeds één in de buurt is. Tegelijk heeft elke school een contract met een CLB, waardoor de CLB-medewerkers ook via dit kanaal een vlotte toegang kennen. De goede contacten met de scholen stelt de CLB in staat om contextgericht te werken en problemen te voorkomen of escalatie te vermijden.

De opdracht van de CLB in het kader van welzijn kent een belangrijke evolutie sinds het nieuwe decreet Integrale jeugdhulp. Met dat decreet verankert Vlaanderen een verregaande samenwerking tussen alle sectoren die betrokken zijn bij de jeugdhulp. Zo wil men erover waken dat kinderen en jongeren steeds ergens terecht kunnen met hun hulpvraag en dat er geen breuken zijn in de hulpverlening.

Het actieterrein van de leerlingenbegeleiding is evenwel veel ruimer dan de integrale jeugdhulp. Niet alleen is er een ruime samenwerking met tal van welzijnsactoren buiten de integrale jeugdhulp. Ook buiten het welzijnsdomein heeft het CLB belangrijke opdrachten.

Sinds 2011 werken alle 72 CLB met eenzelfde elektronisch leerlingendossier, LARS, dat alle relevante gegevens m.b.t. de CLB-begeleiding van een leerling bijhoudt. Onderstaande cijfers hebben betrekking op het schooljaar 2014-2015.

Tabel: Aantal unieke leerlingen, medisch en vraaggestuurd, per leeftijd en per provincie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant-
 Brussel
Vraaggestuurd 87.818 40.224 81.267 70.974 51.711
0-5 jarigen 14.512 6.237 12.708 10.885 9.698
6-11 jarigen 40.078 16.539 32.579 29.072 25.120
12-17 jarigen 31.915 16.415 34.452 30.335 17.060
18-21 jarigen 5.062 2.911 5.022 3.948 2.028
Overig 170 132 90 100 74
Medisch 146.299 64.883 117.198 88.344 98.410
0-5 jarigen 43.404 18.540 33.940 24.791 29.581
6-11 jarigen 62.202 26.927 50.392 37.507 42.720
12-17 jarigen 40.544 19.657 32.736 26.466 26.394
18-21 jarigen 609 226 447 324 153
Overig 45 20 40 22 3
Eindtotaal 194.933 88.434 164.445 129.182 125.691

Het weergeven van unieke leerlingen betekent dat een leerling die meerdere keren beroep doet op het CLB voor eenzelfde actie of onderwerp, slechts één keer in de statistieken terecht komt. In het werkjaar 2014-2015 doen 695.192 unieke leerlingen voor één of meerdere activiteiten één of meerdere keren beroep op het CLB.

De CLB begeleiden iedere leerling op school gedurende zijn onderwijsloopbaan. Daarbij staat de leerling altijd centraal. De keuzes omtrent de begeleiding worden dus altijd samen met én in het belang van de leerling genomen. Zijn welbevinden vormt daarbij de constante drijfveer.

De CLB-begeleiding bestaat uit twee vormen:

  • medische begeleiding: de gezondheid van de leerling wordt op systematische momenten opgevolgd. Tijdens het schooljaar 2014-2015 zijn er vier verschillende soorten medische consulten:
    • De algemene, bijzondere en gerichte consulten vinden plaats op vastgelegde tijdstippen tijdens de onderwijsloopbaan van de leerling, en richten zich op de ontwikkeling en evolutie van algemene of specifieke gezondheidskenmerken.
    • De selectieve consulten vinden plaats in het kader van opvolging van een vorig medisch consult, op vraag van de leerling of ouders, of op initiatief van het CLB.

1ste kleuter = gericht consult

2de kleuter = algemeen consult

1ste lager = gericht consult

3de lager = gericht consult

5de lager = algemeen consult

1ste secundair = algemeen consult

3de secundair = algemeen consult

  • vraaggestuurde begeleiding: een leerling, zijn ouders of de school neemt contact op met het CLB i.v.m. een zorgvraag over het schools functioneren van een leerling. De CLB-werking bestaat uit een logische aaneenschakeling van ‘kernactiviteiten’ die decretaal bepaald zijn: onthaal, vraagverheldering, het verstrekken van informatie en advies, kortdurende begeleiding, diagnostiek en samenwerken met het netwerk.

Binnen de vraaggestuurde werking vertrekt het CLB altijd van een zorgvraag inzake het welbevinden van één of meerdere leerlingen, nu of in de toekomst. Het vrijwaren of versterken van het leerproces of de onderwijsloopbaan vormt hierbij steeds het uitgangspunt.

Een zorgvraag heeft betrekking op onderstaande begeleidingsdomeinen:

  • Preventieve gezondheidszorg: met een belangrijke plaats voor de periodieke medische onderzoeken (bv. inentingen, groeistoornissen, druggebruik, overgewicht …);
  • Onderwijsloopbaan: dit omvat onderwijsloopbaanbegeleiding en de toeleiding van jongeren naar verdere studies en de arbeidsmarkt (bv. vragen naar studiekeuze, attesten, diploma’s …). Ook hier is er heel wat in beweging en bekijken de CLB de samenwerking met de arbeidsmarktactoren om tot een betere samenwerking en afstemming te komen;
  • Leren en studeren. Heel wat jongeren kampen met leermoeilijkheden of –stoornissen, bv. problemen met lezen, schrijven, leren of het maken van huiswerk. Door een tijdige diagnose en gerichte ondersteuning van leerlingen, ouders en leerkrachten zorgen de CLB er mee voor dat de onderwijs- of leersituatie van het kind of de jongere gevrijwaard blijft;
  • Psychosociaal functioneren: ook al hanteren de CLB een holistisch mensbeeld en zijn de verschillende domeinen onlosmakelijk met elkaar verbonden, toch overlapt het domein psychosociaal functioneren (stress, faalangst, pestproblemen, gewelddadig gedrag, spijbelen …) het meeste met integrale jeugdhulp. De cijfers hieronder focussen dan ook vooral hierop. Het volledige cijferrapport van de CLB-sector is te vinden in het sectorale verslag. 
Tabel: Aantal leerlingen en procentuele verhouding per domein
  Leren en studeren Onderwijsloopbaan-begeleiding (OLB) Preventieve gezondheidszorg (PGZ) Psychosociaal functioneren (PSF)
Aantal leerlingen  171.248 153.386 61.584 105.893
Aandeel ten opzichte van de schoolpopulatie  15,02% 13,45% 5,40% 9,29%
  • Het begeleidingsdomein waar het grootste aantal leerlingen beroep op doet bij het CLB, is leren en studeren met meer dan 15% van de leerlingen (ongeveer 1 leerling op 6); 
  • Vervolgens komt het domein onderwijsloopbaanbegeleiding in zicht, waarvoor 13% van de leerlingen (meer dan 1 leerling op 10) beroep doet op het CLB;
  • Het begeleidingsdomein psychosociaal functioneren wordt bevraagd voor 10% van de leerlingen;
  • Binnen het domein van de preventieve gezondheidszorg is voor meer dan 5% van de leerlingen een zorgvraag gesteld.

Een belangrijke opdracht van het CLB in het kader van de integrale jeugdhulp, is de functie brede instap. In CLB-terminologie sluit dit aan bij de in de regelgeving bepaalde kernactiviteit onthaal en vraagverheldering. De kernactiviteit onthaal omschrijft het breed onthaal en de vraagverheldering voor kinderen en jongeren, hun ouders, opvoedingsverantwoordelijken en school.

Tabel: Aantal unieke leerlingen met de functie onthaal
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen
0-5 jarigen 12.797 5.293 11.036 7.046 1.601 9.713
6-11 jarigen 33.228 12.596 26.173 16.930 4.061 24.222
12-17 jarigen 27.057 13.482 31.194 11.565 2.948 28.141
18-21 jarigen 4.428 2.615 4.499 1.318 426 3.591
Overig 155 104 75 39 24 83
Eindtotaal 76.337 33.404 71.506 36.200 8.986 64.104

Voor heel wat leerlingen onderneemt het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) zelf actie, om te voorkomen dat zwaardere hulp nodig wordt.

Onderstaande tabel toont het aantal unieke leerlingen waarvoor het CLB in de loop van het schooljaar 2014-2015 de kernactiviteit kortdurende begeleiding ingezet heeft.

Tabel: Aantal unieke leerlingen in kortdurende begeleiding
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen
0-5 jarigen 1.001 563 788 512 230 455
6-11 jarigen 4.186 2.092 3.114 1.913 711 2.238
12-17 jarigen 6.288 3.513 5.890 2.838 669 4.418
18-21 jarigen 1.028 548 788 356 112 575
Overig 34 28 11 20 3 13
Eindtotaal 12.266 6.599 10.393 5.516 1.691 7.572

Kortdurende begeleiding door een CLB staat gelijk aan professionele, multidisciplinaire ondersteuning; om samen met de leerling te zoeken naar antwoorden en oplossingen voor een problematische situatie.

De kernactiviteit ‘kortdurende begeleiding’ van het CLB omvat een aanbod dat door de CLB’s zelf wordt ingezet op een continuüm van kernactiviteiten na bvb. onthaal en vraagverheldering.

Er is rechtstreeks contact met de leerling (face to face, e-mail, telefoon …) of groep van leerlingen (vb. ADHD-groepjes, sociale vaardigheidstraining …). Het aanbod bestaat in principe uit twee tot acht sessies.

De kortdurende begeleiding toont een stijgende trend tot de leeftijd van 14 jaar, waarna het aantal zich stabiliseert. Vanaf de leeftijd van 18 jaar neemt de functie sterk af.

Tijdens een kortdurende begeleiding gaat de CLB-medewerker aan de slag met de leerling en/of zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijken. Hierbij wordt samen gezocht naar oplossingen op maat. Voor sommige leerlingen volstaan een aantal gesprekken met een CLB-medewerker, in andere gevallen zijn er gesprekken samen met de ouders. Een CLB-medewerker kan ook bemiddelend optreden, bv. bij interactieproblemen in het gezin. Het CLB verstrekt geen therapie en voor specifieke probleemgebonden hulverlening/begeleiding wordt doorverwezen naar een externe netwerkpartner of nauw samengewerkt met het netwerk.

Het CLB werkt waar nodig samen met netwerkpartners, zodat de leerling wordt doorverwezen naar de meest gepaste hulpverlening. Onderstaande tabel toont een toename van deze samenwerking.

Tabel: Aantal samenwerkingen met het netwerk, per schooljaar
Schooljaar 2011 - 2012 2012 - 2013 2013 – 2014 2014 - 2015
Aantal leerlingen 49.568 47.621 49.829 52.238

De groei van de samenwerking met netwerkpartners bevestigt de belangrijke rol die de CLB opnemen bij de toeleiding naar probleemgebonden hupverlening en het zorgaanbod.

Tabel: Aantal unieke leerlingen per domein en samenwerken met het netwerk
Domein/onderwerp Aantal leerlingen
Leren en studeren 19.115
Onderwijsloopbaanbegeleiding 17.543
Psychosociaal functioneren 21.235

CLB verwijzen het vaakst door in het kader van een vraag rond het psychosociaal functioneren (PSF), op de voet gevolgd door leren en studeren en onderwijsloopbaan. Voor PSF hebben de doorverwijzingen vooral te maken met problemen thuis en sociale ontwikkeling. Binnen leren en studeren gebeurt dit dan weer in het kader van leren en cognitie (taal-, spraak- en algemene ontwikkeling) en werkhouding en aandacht (concentratiestoornissen). Binnen de onderwijsloopbaan wordt samengewerkt met partners rond leerplicht en buitengewoon en inclusief onderwijs.

Typerend voor de CLB is dat zij niet enkel samenwerken met actoren binnen onderwijs, maar ook daarbuiten. In de meeste gevallen gaat het over een gezondheidszorgpartner, bv. een centrum voor geestelijke gezondheidszorg (CGG) of een revalidatiecentrum. Maar er wordt eveneens samengewerkt met actoren binnen de gerechtelijke context (bv. de politie).

CLB werken ook samen met domeinoverstijgende actoren, bv. het Kinderrechtencommissariaat, door het brede toepassingsgebied van de draaischijffunctie en de cruciale positie van de CLB (nl. op het kruispunt tussen onderwijs en welzijn).

Een groot deel van de doorverwijzingen gebeurt binnen de integrale jeugdhulp.

Centra algemeen welzijnswerk

Het centrum algemeen welzijnswerk (CAW) helpt mensen met al hun vragen en problemen rond welzijn: een moeilijke relatie; persoonlijke problemen; financiële, administratieve, juridische of materiële problemen; problemen in gezin, familie of buurt ... Het CAW biedt ook hulp aan slachtoffers van geweld en misbruik, aan mensen die betrokken zijn bij verkeersongevallen en misdrijven, en aan (ex-)gedetineerden en hun naasten. Jongeren kunnen dan weer met al hun vragen en problemen terecht bij het Jongerenadviescentrum (JAC), een aanbod van het CAW specifiek voor hen. Net zoals in een CAW gaan hulpverleners daar concreet aan de slag met de jongere.

Het JAC wil jongeren die het moeilijk hebben:

  • steunen zodat ze zelf (terug) verder kunnen;
  • rust bieden wanneer ze die kwijt zijn;
  • hun mogelijkheden versterken;
  • informeren over hun rechten en hen bijstaan in het benutten ervan.

De CAW’s werken steeds vanuit een integrale benadering  van de problematiek, werken sterk contextgericht en beogen de draagkracht, de autonomie en de zelfstandigheid van de gebruiker te vergroten. Hiervoor ondersteunen ze de aanwezige krachten van de gebruiker en zijn leefomgeving op een actieve wijze.

Binnen de integrale jeugdhulp vervult het CAW de rol van brede instap. Het heeft de decretale opdracht van laagdrempelig en breed onthaal voor iedereen, dus ook voor alle jongeren en kinderen in Vlaanderen. Daardoor kunnen deze, en hun ouders, terecht bij een CAW met elke welzijnsvraag.

De tabellen hieronder steunen op het elektronisch cliëntdossier en de daaraan gekoppelde registratie die sectoraal gebundeld wordt. De cijfers hebben betrekking op unieke cliënten en niet op een cliëntsysteem of cliëntdossier. Ze tonen de cijfergegevens van alle cliënten tot 25 jaar die de CAW in 2015 hebben geholpen. 

Onthaal is een proces van vraagverheldering. Samen met de cliënt/gebruiker worden de hulpvraag ontrafeld en de problemen geïnventariseerd en systematisch in kaart gebracht. Dat geeft inzicht in de aard van de problemen en staat toe alle mogelijke oplossingen te verkennen. Die vraagverheldering is een antwoord op de hulpvraag of een stap naar directe hulp of begeleiding. Directe hulp wordt veelal binnen het onthaal van het CAW zelf gegeven, waardoor geen doorverwijzing volgt.

Tabel:  Aantal cliënten CAW op onthaal, per provincie en per leeftijdscategorie
Leeftijd Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant- Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0 - 11 351 199 141 145 418 1.254 5,3
12-17 1.769 856 1.592 1.209 1.405 6.831 29,0
18 - 25 3.916 1.736 4.365 2.689 2.798 15.504 65,7
Totaal   6.036 2.791 6.098 4.043 4.621 23.589 100,0
% 25,6 11,8 25,9 17,1 19,6 100  

Wat betreft de cliënten t.e.m. 25 jaar op onthaal, is de meerderheid tussen de 18 en 25 jaar (66%). 5% is jonger dan 12 jaar en 29% is tussen 12 en 17 jaar. In 2015 helpen de CAW  in totaal 23.589 cliënten jonger dan 26 jaar.

Tabel: Aantal webformulieren ‘mail een hulpverlener’ via de websites www.caw.be en www.jac.be
Mails via website JAC Mails via website CAW
0-11 jarigen 12 25 of jonger 851
12-17 jarigen 1.045 ouder dan 25 2.615
18-25 jarigen 1.003 leeftijd onbekend 655
ouder dan 25  84    
leeftijd onbekend 316    
Totaal  2.460   4.121

Nieuwe media zijn enerzijds chat en anderzijds e-mails via de website (via het webformulier ‘mail een hulpverlener’ op de verschillende websites, algemeen en regionaal). Het aanduiden van de leeftijd is geen verplicht veld bij de webformulieren, daarom is de leeftijd niet altijd gekend.

Voor de cijferanalyse van de e-mails op de JAC-sites is er een opdeling in leeftijdsgroepen. Voor die vanop de CAW-sites wordt voor jongeren geen onderscheid gemaakt volgens leeftijd. Daarom kunnen hiervoor enkel de categorieën ’25 of jonger’ en ‘ouder dan 25’ worden getoond. Zowel de cijfers voor de JAC-  als voor de CAW-sites geven een veld ‘ouder dan 25’ mee. Dit geeft een beeld van het totaal aantal e-mailvragen via de website en het aandeel jongeren hierin.

Tabel: Aantal hulpverlenende chatgesprekken met jongeren via de websites www.caw.be en www.jac.be
CAW+JAC (2de tot en met 4de kwartaal 2015)  
0-11 jaar 90
12-17 jaar 2.069
18-25 jaar 1.687
onbekend 923
Totaal  4.769

De cijfers van de chatgesprekken gelden vanaf het tweede kwartaal van 2015. Omwille van technische redenen (koppelen van chatprogramma aan cliëntdossier en registratiesysteem) ontbreken de cijfers van het eerste kwartaal. In totaal zijn er 3.846 chatcliënten tussen 0 en 25 jaar. Van 923 cliënten is de leeftijd onbekend (699 bij JAC, 224 bij CAW). Aangezien het merendeel van de cliënten van wie de leeftijd onbekend is, zich aanmeldt via de chatroom van het JAC, gaat het waarschijnlijk over jongeren onder de 25 jaar.

Tabel: Aantal cliënten ‘doorverwezen door’, per provincie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant- Brussel West-Vlaanderen   %
Algemeen welzijnswerk 181 41 128 90 92 532 5%
Jongerenwelzijn 134 43 110 79 120 486 5%
Diensten personen met een handicap en chronische ziekten 21 9 31 18 41 120 1%
Kind en gezin 23 15 33 13 108 192 2%
Geestelijke gezondheidszorg 108 44 76 78 72 378 4%
Niet-professioneel 846 179 827 537 625 3.014 29%
Sociale dienst OCMW 403 198 299 127 220 1.247 12%
Onderwijs 285 98 244 255 349 1.231 12%
Politionele diensten 246 124 356 194 290 1.210 12%
Justitie 88 128 139 61 64 480 5%
Andere  362 152 411 308 319 1.552 15%
Totaal  2.697 1.031 2.654 1.760 2.300 10.442 100%

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de categorieën/organisaties die cliënten doorverwijzen naar het CAW. Jongeren tot en met 25 jaar worden het vaakst verwezen vanuit niet-professionele instanties (29%), bv. zelfhulpgroepen, jeugdadviseurs, vrijwilligerswerk … Verder wordt vaak doorverwezen vanuit OCMW (12%), onderwijs (12%) en politionele diensten (12%). Algemeen welzijnswerk, Jongerenwelzijn en justitie volgen met elk 5%.

Tabel: Aantal cliënten ‘doorverwezen naar’, per provincie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Algemeen welzijnswerk 115 16 80 82 76 369 8%
Jongerenwelzijn 32 13 32 31 46 154 4%
Diensten personen met een handicap en chronische ziekten 22 6 20 3 10 61 1%
Kind en gezin 13 11 16 16 14 70 2%
Geestelijke gezondheidszorg 161 92 256 155 126 790 18%
Sociale dienst OCMW 275 74 186 94 130 759 17%
Onderwijs 100 20 88 61 44 313 7%
Justitie 47 40 74 47 54 262 6%
Medische sector algemeen 61 35 81 51 38 266 6%
Niet-professioneel 25 14 60 8 19 126 3%
Andere 272 147 323 252 216 1.210 28%
Totaal 1.123 468 1.216 800 773 4.380 100%

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de categorieën/organisaties waarheen het CAW cliënten doorverwijst. De meeste doorverwijzingen gebeuren naar de geestelijke gezondheidszorg (18%) en OCMW (17%). Uiteraard worden niet alle cliënten doorverwezen naar andere organisaties. Ze kunnen ook geholpen zijn binnen het onthaal van het CAW of doorverwezen worden naar verdere begeleiding binnen het CAW.

Onderstaande tabel toont of cliënten geholpen zijn binnen het onthaal en dus geen verdere begeleiding nodig hadden (afgerond), ofwel of er intern (binnen het CAW) of extern doorverwezen is naar verdere begeleiding. ‘Afgebroken’ is bv. het geval wanneer een cliënt niet beschikbaar is, wanneer de cliënt zelf de hulpverlening stopzet, wanneer vraag en aanbod niet compatibel zijn, of wanneer er een capaciteitstekort is.

Tabel: Manier van afsluiten onthaal
Manier van afsluiten onthaal Aantal
Afgerond (hulpverlener en cliënt zijn akkoord) 9.575
Afgerond met interne doorverwijzing voor begeleiding 3.146
Afgerond met externe doorverwijzing voor begeleiding 549
Afgebroken  2.349
MISSING OF ONBEKEND 7.970
totaal  23.589

Van alle cliënten worden er 3.146 intern en 549 extern verwezen voor begeleiding. Bij 9.575 cliënten wordt de hulpverlening op onthaal afgerond zonder nood aan verdere begeleiding en bij 2.349 wordt de onthaalhulpverlening afgebroken. De tabel ‘verwezen naar’ staat los van deze tabel, want bevat zowel doorverwijzingen van cliënten bij wie het onthaal afgerond, afgebroken of onbekend (missing) is.

Kind & Gezin

Preventieve gezinsondersteuning

Kind en Gezin informeert en ondersteunt gezinnen op vlak van gezondheid, voeding, verzorging, veiligheid, ontwikkeling en opvoeding van kinderen. De dienstverlening is een recht voor elk kind tot 3 jaar, gebeurt op vrijwillige basis en is gratis.

Er bestaat een grote diversiteit aan gezinnen. Daarom houdt Kind en Gezin zoveel mogelijk rekening met hun noden en verwachtingen:

  • De medische preventie ligt voor elk kind vast via consulten: deze zijn zo gepland dat ze aansluiten bij belangrijke veranderingen in de ontwikkeling van het kind en/of bij de aangewezen leeftijden voor vaccinaties;
  • De overige dienstverlening gebeurt meer op maat: ouders kunnen aansluiten bij een waaier van activiteiten. Sommige ouders verkiezen een extra huisbezoek of een inloopmoment, andere ouders willen contact via sociale media, en nog anderen houden ervan om in groep samen te komen rond een thema;
  • Om nog beter aan te sluiten op de noden worden er, in samenspraak met de ouders, lokale activiteiten uitgewerkt. Ouders zijn vrij om hieraan deel te nemen.

Kind en Gezin werkt - samen met heel wat andere organisaties - een aanbod uit voor ouders met jonge kinderen, bijvoorbeeld via de Huizen van Het Kind.

Binnen integrale jeugdhulp nemen de regioteams van Kind en Gezin de functie van brede instap op (met focus op 0-3 jarigen). Ouders kunnen contact opnemen bij vragen of behoefte aan ondersteuning. Het regioteam maakt hiervoor graag tijd vrij en verwijst indien nodig door naar gespecialiseerde diensten, zowel binnen als buiten de jeugdhulp.

De preventieve zorg verwijst door naar voorzieningen binnen de integrale jeugdhulp en naar een breed spectrum van zorgverleners en diensten, bv. de behandelende arts, opvoedingswinkel, initiatieven rond ontmoeting, OCMW, sociale organisaties, kinderopvangvoorzieningen, diensten voor gezinszorg … Zo zijn in 2015 422 pasgeborenen verwezen naar een referentiecentrum gehoordiagnostiek, op basis van de resultaten van de gehoortest.

Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op gegevens uit Mirage, het dossier- en registratiesysteem van de regioteamleden van Kind en Gezin.
Onderstaande tabel geeft weer hoeveel unieke kinderen gebruik maken van de dienstverlening van Kind en Gezin in 2015.

Tabel: Aantal kinderen met minstens één fysiek contact in 2015, per provincie.
Aantal unieke kinderen in de preventieve zorg van K&G
Provincie Aantal cliënten %
Antwerpen 56.571 30,1
Limburg 24.172 12,8
Oost-Vlaanderen 42.843 22,8
Vlaams-Brabant-Brussel 34.650 18,4
West-Vlaanderen 30.003 15,9
Totaal 188.239  

Opmerkingen:

  • Fysiek contact betekent elk contact van het type huisbezoek, consult, gehoortest en opvoedingsondersteuning;
  • Het gaat enkel om kind-contacten, dus niet om contacten met zwangere vrouwen;
  • 1.486 kinderen hebben een contact in 2 (of meer) provincies en worden dan ook geteld in de cijfers voor verschillende provincies. Het werkelijke aantal unieke kinderen met minstens één fysiek contact in 2015 ligt daarom iets lager, nl. 186.771.

De volgende tabel toont het aantal doorverwijzingen vanuit de preventieve zorg van Kind en Gezin naar probleemgebonden rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen de integrale jeugdhulp. In 2015 maakt de registratie geen onderscheid tussen niet-gerealiseerde en gerealiseerde verwijzingen. Eenzelfde kind kan verschillende keren doorverwezen zijn, of doorverwezen zijn naar verschillende voorzieningen. Het gaat hier dus niet over het aantal verschillende gezinnen dat wordt doorverwezen, wel over het aantal doorverwijzingen.

Tabel: Aantal verwijzingen naar vervolghulp RTJ in 2015, per provincie.
Aantal verwijzingen vanuit preventieve zorg K&G naar    
Vervolghulp RTJ in 2015                
Provincie K&G CAW CLB CGG VAPH JWZ Totaal %
Antwerpen 27 16 2 20 1 2 68 21,4
Limburg 22 9 2 9   1 43 13,5
Oost-Vlaanderen 23 27 4 6 3 5 68 21.4
Vlaams-Brabant-Brussel 18 13 4 6   1 42 13,2
West-Vlaanderen 41 38 1 7   10 97 30,5
Totaal 131 103 13 48 4 19 318  
% 41,2 32,4 4,1 15,1 1,3 6,0    

Opmerkingen:

  •  De sector Kind en Gezin omvat de verwijzingen naar de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) en naar de reguliere werking van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK). Dat laatste zijn enkel de meldingen met actieve tussenkomst. (Anonieme) advies- en/of coaching-vragen worden niet meegerekend. Verwijzingen naar de inloopteams van Kind en Gezin worden evenmin meegeteld.
  • De registraties voor de sectoren CLB (centra voor leerlingenbegeleiding) en CAW (centra algemeen welzijnswerk) maken geen onderscheid in typemodules brede instap en vervolghulp RTJ. Deze cijfers omvatten dus alle verwijzingen naar beide sectoren.
  • De registraties voor de sectoren CAW, CLB, CGG (centra voor geestelijke gezondheid) en VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) maken geen onderscheid tussen verwijzingen naar jeugdhulp of ander (regulier) aanbod. De cijfers omvatten dan ook alle verwijzingen naar de voornoemde sectoren, ook wanneer het een doorverwijzing is van de ouder (en niet het kind).
  • De verwijzingen worden geteld in de provincie waar de cliënt zijn domicilieadres heeft (op 31 december 2015). Dat is niet noodzakelijk de provincie van waaruit doorverwezen is.
  • Soms zijn regioteams betrokken bij zorgcoördinatie die aanstuurt op doorverwijzing, maar zijn ze niet de doorverwijzer zelf – dit zit dan niet in bovenstaande cijfers vervat.

Het registreren van verwijzingen in Mirage is tot eind 2015 erg omslachtig. Daardoor is mogelijk sprake van een onder-registratie en kan het aantal verwijzingen naar vervolghulp RTJ in de praktijk hoger liggen. Kind en Gezin heeft in het laatste kwartaal van 2015 een nieuwe verwijsmodule in gebruik genomen waardoor de kwaliteit van de cijfers vanaf 2016 zou moeten verbeteren.

Kind en Gezin wil in 2016 ook werk maken van een inhoudelijke analyse van de verwijzingen naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp, onder meer om provinciale verschillen te kunnen verklaren en drempels tot doorverwijzing in kaart te brengen.

Inloopteams

De inloopteams zijn gevestigd in 15 kansarme buurten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en werken buurtgericht. Ze vervullen opdrachten ten aanzien van (aanstaande) gezinnen met jonge kinderen in een maatschappelijk kwetsbare positie.

Inloopteams ondersteunen gezinnen bij het opnemen van hun ouderschap. Ze doen dit door tijd en ruimte te maken voor positieve ouder-kind interacties:

  • Rechtstreeks: door samenspel voor ouders en kinderen, uitwisseling rond opvoeding en ouderschap, informatiesessies rond voeding, slapen, opvoeding …, warme toeleiding naar reeds bestaande activiteiten van partners …;
  • Onrechtstreeks: door hulp te bieden bij administratieve zaken, het versterken van vaardigheden van mensen (bv. oefenen van de Nederlandse taal), (warme) doorverwijzing naar en/of afstemming met partners die instaan voor werk, huisvesting, onderwijs …

Binnen integrale jeugdhulp nemen de inloopteams - vanuit hun laagdrempelige functie en hun bereik van een kwetsbare groep van gezinnen - de functie van brede instap op.

Onderstaande cijfers zijn aangeleverd door de inloopteams zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben.

Voor de interpretatie van de cijfers is het belangrijk te weten dat de 15 inloopteams:

  • werken in bepaalde kansarme buurten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en dus niet heel Vlaanderen dekken;
  • een groot aantal anonieme contacten hebben (meer dan 1.000 anonieme contacten voor alle inloopteams samen) die niet in onderstaande gegevens vervat zijn omdat niet geweten is over hoeveel ‘unieke’ gezinnen het gaat;
  • niet op kindniveau maar wel op gezinsniveau registreren.

Onderstaande tabel toont het aantal unieke contacten in 2015.

Tabel: Aantal gezinnen met minstens één contactmoment in 2015
AANTAL UNIEKE GEZINNEN BIJ 15 INLOOPTEAMS IN 2015    
Provincie Aantal cliënten %
Antwerpen (4 inloopteams) 1.495 27,7
Limburg (1 inloopteam) 96 1,8
Oost-Vlaanderen (5 inloopteams) 1.774 32,9
Vlaams-Brabant - Brussel (3 inloopteam) 1.254 23,2
West-Vlaanderen (2 inloopteams) 779 14,4
Totaal 5.398  

De volgende tabel toont het aantal doorverwijzingen vanuit de inloopteams naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ) binnen integrale jeugdhulp. Eenzelfde gezin kan meerdere keren doorverwezen zijn, of doorverwezen zijn naar verschillende voorzieningen. Het gaat hier dus niet over het aantal unieke gezinnen dat wordt doorverwezen, wel over het aantal doorverwijzingen.

Tabel: Aantal verwijzingen vanuit 15 inloopteams naar RTJ in 2015.
Provincie K&G CAW CLB CGG VAPH JWZ Totaal %
Antwerpen (4 inloopteams) 16 10 11 7 3 3 50 14,7
Limburg (1 inloopteam) 2 0 0 0 0 0 2 0,6
Oost-Vlaanderen (5 inloopteams) 69 55 18 6 8 22 178 52,4
Vlaams-Brabant-Brussel (3 inloopteam) 8 18 8 3 4 9 50 14,7
West-Vlaanderen (2 inloopteams) 35 9 11 2 0 3 60 17,6
Totaal 130 92 48 18 15 37 340  
% 38,2 27,1 14,1 5,3 4,4 10,9    

Opmerkingen:

  • De sector Kind en Gezin omvat de doorverwijzingen naar de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) en naar de reguliere werking van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK). Verwijzingen naar de preventieve zorg van Kind en Gezin zijn niet meegerekend.
  • De registraties voor de sectoren CLB (centra voor leerlingenbegeleiding) en CAW (centra algemeen welzijnswerk) maken geen onderscheid tussen typemodules brede instap en vervolghulp RTJ.
  • Soms zijn inloopteams betrokken bij zorgcoördinatie die aanstuurt op doorverwijzing, maar zijn ze niet de doorverwijzer zelf – dit zit dan niet in bovenstaande cijfers vervat.

In 2015 bereiken de 15 inloopteams in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 5.398 verschillende gezinnen in een maatschappelijk kwetsbare positie. Daarnaast hebben ze vanuit hun laagdrempelige werking ook meer dan 1.000 anonieme contacten, waarvan niet geweten is over hoeveel verschillende gezinnen het gaat. Ze verzorgen ook ongeveer 340 doorverwijzingen naar integrale jeugdhulp.