Toggle navigation

Bij een cliëntoverleg integrale jeugdhulp komen ouders, kinderen, jongeren - en als ze dat wensen ook  hun sociaal netwerk -, samen met de hulpverleners om, in complexere situaties, de ondersteuning en hulpverlening aan een gezin op elkaar af te stemmen en de continuïteit ervan te bewaken. Een externe voorzitter, onafhankelijk van de jeugdhulpaanbieders, zit het overleg voor.

De hulpvraag of -behoefte van het gezin staat centraal en hulpverleners en cliënt worden als gelijkwaardige partners maximaal betrokken bij het overleg. De vertrouwenspersoon van de minderjarige kan hem op dit overleg bijstaan en voor zijn belangen opkomen, en ook ouders kunnen een steunfiguur meenemen. Het cliëntoverleg leidt tot een tastbaar resultaat: het werkplan. Daarin wordt concreet vermeld wie wat doet: wat nemen cliënt, zijn context en zijn netwerk op, en waarvoor is professionele hulp nodig?

Cliëntoverleg is sinds 2008 gestaag gegroeid. 2015 doorbreekt de gelijkmatige (aan)groei die cliëntoverleg kenmerkt. Het aantal overlegmomenten stijgt dan sterk van 252 in 2014 naar 379 in 2015. Hulpverleners en cliënten vragen voornamelijk een eerste overleg aan (70%). Vervolgoverleg (i.f.v. opvolging, evaluatie, bijsturing …) is ook mogelijk. Dit is goed voor 30% van de aanvragen.

Tabel: Aantal cliëntoverleg per regio
Regio Aantal %
Antwerpen 119 31,4
Brussel 4 1,1
Limburg 37 9,8
Oost-Vlaanderen 87 23,0
Vlaams-Brabant 54 14,2
West-Vlaanderen 78 20,6
Totaal 379  

Onderstaande tabellen geven de cijfers van volledig geregistreerde dossiers. In functie van betrouwbaarheid zijn enkel volledige registraties opgenomen. Het gaat hier dus niet over het totaal aantal aanvragen maar wel over het aantal volledig geregistreerde dossiers. In totaal zijn er 336 dossiers verwerkt in deze rapportage.

Tabel: Cliënt- en oudersaanwezigheid
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal* %
Aanwezigheid jongere 58 1 9 12 11 17 108 32,1
Aanwezigheid ouders 82 3 14 51 27 62 239 71,1

Hoewel cliëntoverleg een langere traditie kent dan bemiddeling, vragen cliënten dit overleg zelf minder rechtstreeks aan. Aanvragen komen dus voornamelijk van hulpverleners, zowel binnen als buiten de integrale jeugdhulp. Hoewel hulpverleners hun cliënt bij de aanvraag en de voorbereiding van het cliëntoverleg betrekken, blijken in de meeste regio’s ouders, kinderen en jongeren niet systematisch mee rond de tafel te zitten.

De participatie van ouders en minderjarigen aan het cliëntoverleg is nochtans essentieel in het concept van cliëntoverleg. De participatiegraad van jongeren bedraagt 31% en deze van ouders 70%, met duidelijke verschillen tussen de regio’s. Er is dus nog werk aan de realisatie van deze doelstelling. 

Tabel: Uitkomst cliëntoverleg
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal* %
Aantal werkplannen 68 3 11 33 23 72 210 62,5
Aantal hulpcoördinatoren 68 3 11 33 23 65 203 60,4

Vaststellingen:

  • Bijna twee derde (63%) van het cliëntoverleg resulteert in een werkplan, waarbij nagenoeg altijd een hulpcoördinator wordt aangesteld (97%);
  • Het aantal cliëntoverleg per regio t.o.v. het aantal opgemaakte werkplannen toont grote verschillen tussen de regio’s. In West-Vlaanderen resulteert bijna elk cliëntoverleg in een werkplan.