Toggle navigation

Crisisnetwerken

De crisisnetwerken in Vlaanderen zijn het referentiepunt voor eenieder die worstelt met een crisissituatie waarin hij/zij ondersteuning nodig heeft. De crisismeldpunten beluisteren de vraag en zoeken samen met de aanmelder naar een gepaste oplossing. Vaak is de aanmelder geholpen met een consult. Dat kan bestaan uit:

  • handvatten om het gesprek met de cliënt aan te gaan of om mogelijkheden in de context te verkennen;
  • een verwijzing naar een instantie die beter geplaatst is om met de vraag aan de slag te gaan.

Indien nodig kan het crisismeldpunt een mobiel of residentieel aanbod inzetten, gaande van een kortdurende interventie, een begeleiding of een verblijf van maximaal 7 dagen. Wanneer na afloop van residentiële crisishulp een terugkeer naar huis onmogelijk is, kan een versnelde indicatiestelling en toewijzing (VIST) aangevraagd worden bij de intersectorale toegangspoort (ITP).

In 2015 evolueert het aantal crisismeldpunten van 8 naar 6. In 2 regio’s bestonden nog meerdere crisismeldpunten, opgedeeld naar subregio of leeftijd. Alle regio’s is gevraagd om te evolueren naar één meldpunt per regio. Het crisismeldpunt in de Kempen en het meldpunt -12 in Vlaams-Brabant zijn daarop opgegaan in één meldpunt voor de hele regio en alle leeftijden. Er is expliciet gewaakt over een goede overdracht om de opgebouwde expertise niet verloren te laten gaan.

Een ad-hoc werkgroep denkt na over de toekomst van de crisisnetwerken in Vlaanderen. Dit leidt tot een toekomstnota met een aantal acties om de crisisnetwerken nog duidelijker op de kaart te zetten als professionele ondersteuning in het omgaan met crisis.

In 2016 wordt toegewerkt naar een integratie van de programma’s crisiszorg van de nieuw opgerichte netwerken GGZ met de reeds bestaande crisisnetwerken in de jeugdhulp.

Eén aanmelding kan gaan over meerdere minderjarigen. Een minderjarige die meerdere keren wordt aangemeld, wordt ook meerdere keren geteld. Een minderjarige die in 2015 meermaals crisisjeugdhulp krijgt, wordt dus elke keer voor deze hulp meegeteld.

In 2015 zijn er 6.527 aanmeldingen voor 7.679 minderjarigen bij de crisisnetwerken. Onderstaande tabel geeft het aantal aanmeldingen en aantal minderjarigen weer bij de crisisnetwerken in 2015.

Tabel: Aantal aanmeldingen en minderjarigen bij de crisisnetwerken, naar regio
Regio / netwerk / hulpprogramma 2015 % 2015 %
  Aantal aanmeldingen   Aantal minderjarigen  
         
Regio Antwerpen 2.207 33,8 2.678 34,9
Mechelen-Rupel 274 4,2 315 4,1
Kempen 474 7,3 568 7,4
Antwerpen 1.459 22,4 1.795 23,4
Brussel 325 5,0 381 5,0
Regio Limburg 850 13,0 1.018 13,3
Regio Oost-Vlaanderen 1.178 18,0 1.313 17,1
Regio Vlaams-Brabant 891 13,7 973 12,7
Leuven 507 7,8 555 7,2
Halle-Vilvoorde 384 5,9 418 5,4
Regio West-Vlaanderen 1.076 16,5 1.316 17,1
Totaal 6.527   7.679  

Ook in 2015 stijgt het aantal aanmeldingen bij de crisisnetwerken. Ten opzichte van 2014 neemt de instroom toe met 20%. De stijging situeert zich vooral in Vlaams-Brabant, Brussel, Oost-Vlaanderen en Limburg. West-Vlaanderen blijft nagenoeg stabiel en in Antwerpen stijgt de instroom in verhouding minder sterk. 

Tabel: Aantal aanmeldingen en minderjarigen naar leeftijd en regio
  Antwerpen Vlaams-Brabant Brussel Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Totaal %
0-3 j. 324 136 42 81 151 222 956 12,5
4-8 j. 350 127 61 130 168 200 1.036 13,6
9-12 j. 437 137 77 153 151 167 1.122 14,7
13-17 j. 1.445 537 172 545 810 662 4.171 54,7
18-21 j. 18 6 19 20 3 16 82 1,1
+21 j. 11 1 5 4 0 5 26 0,3
Onbekend 74 21 4 74 23 34 230 3,0
Totaal 2.659 965 380 1.007 1.306 1.306 7.623  
% 34,9 12,7 5,0 13,2 17,1 17,1    

De meeste jongeren die worden aangemeld, zijn 12 jaar of ouder. De verhoudingen verschillen evenwel naar regio. In sommige regio’s benadert de verhouding een 50/50 verdeling, in andere gaat het eerder naar een 30/70-quotiënt.

Tabel: Aantal aanmeldingen naar aanmelder en regio
  Antwerpen   Vlaams -Brabant   Netwerk-Brussel   Netwerk-Limburg   Netwerk-Oost-Vlaanderen   Netwerk-West-Vlaanderen   Vlaanderen  
  aanmeldingen minderjarigen aanmeldingen minderjarigen aanmeldingen minderjarigen aanmeldingen minderjarigen aanmeldingen minderjarigen aanmeldingen minderjarigen aanmeldingen minderjarigen
Jeugdrechtbanken (SDJ en jeugdrechters) 548 693 164 199 21 26 127 165 273 313 209 256 1.342 1.652
Kind of jongere 230 260 72 74 22 22 84 95 165 176 43 45 616 672
AWW  110 151 57 59 52 65 37 57 63 72 123 158 442 562
OCJ 140 187 36 39 11 12 93 111 28 31 119 150 427 530
Jongerenwelzijn 135 154 66 71 12 13 42 51 66 71 80 100 401 460
Medisch 90 106 30 31 4 5 43 47 60 66 40 55 267 310
Geestelijke gezondheidszorg 92 107 92 95 6 6 86 104 53 54 42 43 371 409
Kind en Gezin 111 149 68 76 19 27 43 58 69 84 84 124 394 518
Onderwijs  32 37 10 10 7 7 16 17 22 24 19 22 106 117
CLB 302 324 137 141 26 28 154 171 127 132 150 167 896 963
Parket 25 25 5 6 5 6 5 5 30 35 5 5 75 82
Politie 210 266 84 97 6 6 59 63 122 139 78 90 559 661
VAPH 45 50 15 15 1 1 12 12 21 22 16 20 110 120
Voogdij 11 13 2 2 17 18 1 1 3 3 6 6 40 43
Andere 117 142 37 40 105 127 42 52 70 81 60 69 431 511
Totaal 2.198 2.664 875 955 314 369 844 1.009 1.172 1.303 1.074 1.310 6.477 7.610

De grootste aanmelders zijn politie, gerechtelijke actoren (SDJ), OCJ,  CLB en de cliënt zelf. Hoewel de toegankelijkheid van de crisisnetwerken voor de cliënt beperkt is door het decreet (enkel wanneer hulpverlening niet bereikbaar is) en daarom niet actief bekendgemaakt wordt, heeft ook de cliënt toch de weg gevonden naar de crisismeldpunten.

Tabel: Aantal aanmeldingen naar inzet crisishulp en regio
  Antwerpen Brussel Vlaams-Brabant Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Totaal %
Interventie 139 35 157 95 145 70 641 8,1
Begeleiding 200 39 104 141 159 146 789 10,0
Opvang 509 69 152 148 249 319 1.446 18,3
Consult meldpunt 1.430 68 529 573 729 654 3.983 50,5
Relevant aanbod volzet 261 17 167 55 96 80 676 8,6
Relevant aanbod ontbreekt 87 16 56 57 75 64 355 4,5
Totaal 2.626 244 1.165 1.069 1.453 1.333 7.890  
% 33,3 3,1 14,8 13,5 18,4 16,9    
Tabel : Aantal minderjarigen naar inzet crisishulp en regio
ingezet aanbod sector Antwerpen Brussel Vlaams-Brabant Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen  Totaal
Interventie CAW 150 38 14 94 99 14 409
  BJB 3 0 131 19 53 60 266
  K&G 0 0 17 0 0 0 17
  VAPH 0 0 2 0 0 0 2
  PSY 0 0 0 1 5 0 6
  andere 0 0 0 0 0 4 4
   TOTAAL 153 38 164 114 157 78 704
Begeleiding CAW 0 1 0 0 1 2 4
  BJB 210 56 107 173 151 152 849
  K&G 0 1 1 0 0 11 13
  VAPH 0 0 2 0 10 0 12
  PSY 0 0 0 0 0 0 0
   TOTAAL 210 58 110 173 162 165 878
Opvang CAW 0 0 5 3 24 9 41
  BJB 377 82 29 78 167 257 990
  K&G 138 2 81 63 38 76 398
  VAPH 83 5 58 18 48 23 235
  PSY 0 0 1 0 2   3
  TOTAAL 598 89 174 162 279 365 1.667

Bij de meeste crisisvragen kan de aanmelder verder met het consult van het crisismeldpunt. Anders kan de aanmelder opnieuw contact opnemen met het meldpunt. Dit wordt dan een nieuwe aanmelding en vaak wordt dan wel een vorm van crisishulp ingezet.

Indien een aanbod uit het netwerk (interventie, begeleiding of opvang) nodig maar niet beschikbaar is, wordt dit geregistreerd als ‘relevant aanbod volzet’. Het crisismeldpunt biedt in die gevallen een zeer uitgebreid consult en zoekt mee naar mogelijkheden en alternatieven. Men gaat daarbij uiterst creatief te werk, bv. door het aanspreken van bepaalde kloostergemeenschappen die voor korte tijd kinderen, jongeren of ouders kunnen opvangen en door het maximaal zoeken in de context of er toch voor korte tijd iemand is die iets kan betekenen. Omdat crisisnetwerken niet werken met wachtlijsten, kan niet ‘gewacht worden’ op een vrijkomende crisisplaats. Voor sommige gezinnen wordt dan ook na enkele dagen opnieuw aangemeld met dezelfde vraag (bv. crisishulp aan huis). 

In 2015 breidt het aanbod begeleiding en interventie uit met 42 begeleidingen op jaarbasis. In Antwerpen zijn 2 extra verblijfsmodules vanuit VAPH toegevoegd aan het crisisnetwerk.  De crisismeldpunten breiden uit met 9 VTE, wat in theorie ook de interventiecapaciteit doet stijgen. In de praktijk is deze uitbreiding minder voelbaar in interventiecapaciteit omdat de instroom nog zo sterk toeneemt dat de crisismeldpunten vooral daarop moeten inzetten. In alle regio’s zijn gesprekken opgestart om voorzieningen warm te maken om een engagement op te nemen in het crisisnetwerk. Dit leidt tot een extra (mogelijk) aanbod. 

Vanaf 1 maart 2016 neemt de intersectorale toegangspoort (ITP) de rol op van tweede lijn voor het crisisnetwerk. Indien het relevant aanbod volzet is, kan het meldpunt hiervan een melding doen aan de ITP en kan de ITP het aanbod in de regio aanspreken om na te gaan of er toch nog mogelijkheid is om crisishulp te realiseren binnen het NRTJ-aanbod. Afhankelijk van de situatie zal de jeugdhulpregie meer aanklampend te werk gaan, steeds met de intentie om een goede match te vinden tussen de vraag en de mogelijkheden van het aanbod. Dat wil maximaal waarborgen dat alle mogelijkheden uitgeput worden om voor elke crisisvraag een antwoord te vinden.

Soms wordt een situatie aangemeld waarvoor het crisisnetwerk geen aanbod kan doen omdat geen enkele partner in het netwerk beschikt over de nodige expertise. Dan wordt geregistreerd dat het relevant aanbod ontbreekt in het netwerk. Deze registratie is ingevoerd in 2015 om een duidelijker beeld te krijgen van de tekorten in het crisisnetwerk. 1/3 van de vragen waarvoor geen aanbod kan worden ingezet, blijken vragen waarvoor de crisisnetwerken geen geschikte partner kunnen zijn omdat zij niet over de juiste expertise beschikken. Het gaat dan over situaties die geslotenheid, psychiatrische expertise, drughulpverlening of ondersteuning aan moeders met kinderen vragen.

Tabel: Aantal VIST-CJ naar regio
Regio Aantal VIST
Antwerpen 24
Limburg 36
Oost-Vlaanderen 43
Vlaams-Brabant 33
West-Vlaanderen 19
Totaal 155

Voor 155 minderjarigen wordt een versnelde indicatiestelling en toewijzing (VIST) aangevraagd in 2015. Dit is meer dan in 2014, toen ging het over 1 jongere per maand per regio. Hierbij moet wel genuanceerd worden dat voor zeer jonge niet-begeleide buitenlandse minderjarigen vaker een VIST wordt aangevraagd omdat daar vaak weinig andere mogelijkheden zijn om de jongere op te vangen of om de tijd te overbruggen om de reguliere procedures te doorlopen, omdat er geen context is in België.

Diensten crisishulp aan huis

De diensten crisishulp aan huis (cah) zijn erkend voor de module contextbegeleiding in functie van crisis (crisishulp aan huis). Deze crisisinterventie kan enkel op doorverwijzing van een crisismeldpunt. De module omvat een kortdurende, intensieve en mobiele begeleiding van gezinnen met minderjarige kinderen die zich in een crisissituatie bevinden. De problemen escaleren zodanig dat de gebruikelijke oplossingsstrategieën van het gezin niet meer voldoen, waardoor een perspectiefloze leefsituatie ontstaat. Er moet dringend iets gebeuren om een meer ingrijpende maatregel voor de minderjarige te voorkomen.

Tabel: Erkende capaciteit in modules cah
  31/12/15
Diensten voor crisishulp aan huis (RTJ) 582

De erkende capaciteit voor de cah wordt uitgedrukt in inzetbare modules.

Bezetting
Tabel: Bezetting cah
Typemodule Bezetting
Crisishulp aan huis (Cah) 107%

De bezettingsgraad is een percentage dat aangeeft in welke mate de totaal beschikbare capaciteit - van een module - daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode. De gemiddelde bezetting van crisishulp aan huis is 107%.

De opstart van de intersectorale toegangspoort en de verschuiving van een deel van het aanbod van niet-rechtstreeks naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp lijken geen impact te hebben op de bezetting van de voorzieningen.

Aantal dossiers
Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke jongeren cah
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 619 602 630
Unieke jongeren 605 589 616

In 2015 worden in totaal 630 dossiers door cah geregistreerd:

  • 619 dossiers zijn opgestart in 2015;
  • 602 dossiers zijn afgesloten in 2015;
  • 591 dossiers zijn zowel opgestart als afgesloten in 2015, waardoor deze zowel bij de opgestarte als bij de afgesloten dossiers worden geteld.

Het aantal dossiers ingevoerd door cah vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (21.099 dossiers), toont dat cah 3% vertegenwoordigt. 

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in dezelfde periode voor een cliënt. Een cliënt kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is te kijken naar het aantal unieke cliënten (op basis van rijksregisternummer) die worden geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen in Binc zijn er in totaal 17.599 unieke cliënten (ten opzichte van 21.099 dossiers). Voor cah is dit een totaal van 616 unieke cliënten (ten opzichte van 630 dossiers).

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod cah
Combinatie met: CIG %
JWZ 39 16,8
AWW 5 2,2
CGG 6 2,6
CLB 4 1,7
VAPH 11 4,7
K&G 18 7,8
crisishulpprogramma 1 0,4
onbekend 0 0,0
niet van toepassing 165 71,1
geen eindregistratie beschikbaar 0 0,0
Totaal 232 100,0

Voor het merendeel van de afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp. Vindt er doorheen het traject van de minderjarige wel een combinatie met ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn. Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal afgesloten dossiers.

Tabel: Aantal unieke minderjarigen in cah – crisismeldpunt (aanmelder) (opgestarte dossiers)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5j 37 19 17 38 6 117 19,7
6-11j 38 24 21 29 9 121 20,4
12-17j 126 43 64 70 51 354 59,7
onbekend 1 0 0 0 0 1 0,2
Totaal 202 86 102 137 66 593 100,0
% 34,1 14,5 17,2 23,1 11,1 100,0  

Alle aanmeldingen bij cah gebeuren rechtstreeks via het crisismeldpunt. Het grootste deel van de minderjarigen is tussen 12 en 17 jaar. De provincie Antwerpen telt het meeste aantal minderjarigen voor dit organisatietype. Deze tabel betreft het aantal unieke cliënten van de opgestarte dossiers.

Tabel: Begeleidingsduur in cah – crisismeldpunt (aanmelder) (van afgesloten dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal %
0-28 484 82,50%
29-60 99 16,90%
61-120 4 0,70%
121-180 0 0,00%
181-365 0 0,00%
366-730 0 0,00%
>730 0 0,00%

De maximum voorziene begeleidingstijd voor cah is 28 dagen. 82,5% van de dossier wordt binnen deze termijn afgesloten. De gemiddelde begeleidingsduur bedraagt 23 dagen. De tabel betreft het aantal opgestarte dossiers.

Tabel: Vervolghulpverlening aangewezen bij cah – crisismeldpunt (aanmelder) (afgesloten dossiers) en realisatie
  Wel gerealiseerd Niet gerealiseerd Deels gerealiseerd Op wachtlijst Onbekend nvt Totaal %
Onbekend         8   8 1,0
Geen vervolghulp            55 55 6,7
JWZ 92 53 61 129 50   385 46,6
Buiten JWZ 93 51 83 93 59   379 45,8
Totaal 185 104 144 222 117 55 827 100,0
% 22,4 12,6 17,4 26,8 14,1 6,7 100,0  

De som van alle cijfers geeft niet het aantal afgesloten dossiers, daar voor een jongere zowel vervolghulp binnen als buiten Jongerenwelzijn kan aangeduid zijn (voor de categorie "buiten JWZ" kunnen meerdere categorieën aangeduid worden).

Tabel: Vervolghulpverlening per sector cah
Sector %
VAPH 2,1
GGZ 25,6
K&G 5,6
AWW 4,7
CLB 13,4
Andere 21,1
Onbekend 27,5
Totaal 100,0

Bij het afsluiten van dossiers binnen een dienst cah, wordt ongeveer even vaak vervolghulp binnen als buiten Jongerenwelzijn als wenselijk geregistreerd. Wanneer vervolghulp buiten Jongerenwelzijn nodig wordt geacht, betreft het voornamelijk geestelijke gezondheidszorg. Er kunnen meerdere mogelijkheden per dossier geregistreerd worden.

Daarnaast wordt geregistreerd of vervolghulp al of niet gerealiseerd is, deels gerealiseerd is (dan zijn meerdere antwoordmogelijkheden in de vervolghulp aangeduid, en is een deel wel en een deel niet gerealiseerd), of wanneer de minderjarige op de wachtlijst terecht komt van de nodige vervolghulp.

Voor deze dossiers wordt volgens de registratie de vervolghulp zowel binnen als buiten Jongerenwelzijn voor slechts een kwart effectief gerealiseerd.

In de loop van 2015 wordt voor de dossiers aangemeld via het crisismeldpunt de registratie van de vervolghulpverlening optioneel, om de registratielast voor deze dossiers te beperken. Dit maakt dat een deel van de registratie onbekend is.

Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra

Algemeen (crisisaanbod en NRTJ)

Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) zijn erkend voor de modules handelingsgerichte diagnostiek, verblijf in het kader van diagnostiek met gemiddeld een tot drie nachten en verblijf met gemiddeld vier tot zeven nachten.

De handelingsgerichte en dialooggestuurde diagnostiek van een OOOC is een interdisciplinair besluitvormingsproces, waarbij - op een wetenschappelijk verantwoorde manier - informatie wordt verzameld over de aangemelde problematische leefsituatie om een antwoord te krijgen op volgende vragen:

  • Wat is er aan de hand? Wat is de aard van de problemen die door jongeren en de gezinscontext worden aangemeld?
  • Waarom is dit aan de hand? Waarom doen deze problemen zich op dit moment voor?
  • Wat kan er gedaan worden om de gesignaleerde problemen te verminderen of te verhelpen, om tot een meer kansen biedende opvoedingssituatie te komen? Welke stappen hebben jongeren en de gezinscontext reeds ondernomen om tot een verandering in de situatie te komen? Welke ondersteuning hebben zij hierbij nodig?

Aan de hand van diagnostiek gaat een OOOC op zoek naar wat gedaan kan worden en komt zo tot een handelingsgericht advies.

Daarnaast hebben verschillende OOOC een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt. Voor het aanbod van de OOOC in de crisisnetwerken worden er permanent (verzekerd aanbod) of tijdelijk (mogelijk aanbod) niet-rechtstreekse modules diagnostiek en/of verblijf ingezet. Het crisisaanbod van de OOOC zit dus vervat in hun diagnostiek- en verblijfsmodules.

Tabel: Erkende capaciteit in modules OOOC
Erkende capaciteit in modules 31/12/15
Onthaal- oriëntatie- en observatiecentra verblijf in het kader van diagnostiek (NRTJ) 256
Onthaal- oriëntatie- en observatiecentra diagnostiek in het kader van een problematische leefsituatie (NRTJ) 354

De erkende capaciteit voor de OOOC’s wordt uitgedrukt in inzetbare modules.

Bezetting
Tabel: Bezetting per typemodule OOOC
Typemodule Bezetting
Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) 90%
Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 89%
Verblijf 91%

De bezettingsgraad is een percentage dat aangeeft in welke mate de totaal beschikbare capaciteit - van een module - daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

Van de OOOC is dit 90%, waarbij de gemiddelde bezetting van de typemodules diagnostiek en verblijf ongeveer gelijk is. Dit is een iets hogere gemiddelde bezetting ten opzichte van 2014 (OOOC: 88%, diagnostiek: 89%, verblijf: 86%).

De opstart van de intersectorale toegangspoort en de verschuiving van een deel van het aanbod van niet-rechtstreeks naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp lijken geen impact te hebben op de bezetting van de voorzieningen.

Aantal dossiers
Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke jongeren OOOC
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 1.467 1.322 1.712
Unieke jongeren 1.305 1.195 1.538

In 2015 worden in totaal 1.712 dossiers door de OOOC geregistreerd:

  • 1.467 dossiers zijn opgestart in 2015;
  • 1.322 dossiers zijn vóór 2015 opgestart en in 2015 afgesloten;
  • 1.077 dossiers worden zowel opgestart als afgesloten in 2015, waardoor deze zowel bij de opgestarte als bij de afgesloten dossiers geteld zijn.

Het aantal dossiers ingevoerd door de OOOC vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (21.099 dossiers), toont dat de OOOC 8% vertegenwoordigen. 

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde periode voor een cliënt. Een cliënt kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is ook eens te kijken naar het aantal unieke cliënten (op basis van rijksregisternummer) die worden geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen in Binc zijn er in totaal 17.599 unieke cliënten (ten opzichte van 21.099 dossiers). Voor de OOOC is dit een totaal van 1.538 unieke cliënten (ten opzichte van 1.712 dossiers).

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod OOOC
Combinatie met: OOOC %
JWZ 222 16,8
AWW 7 0,5
CGG 23 1,7
CLB 50 3,8
VAPH 16 1,2
K&G 19 1,4
crisishulpprogramma 49 3,7
onbekend 2 0,2
niet van toepassing 884 66,9
geen eindregistratie beschikbaar 96 7,3
Totaal 1322 100,0

Voor het merendeel van de afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp. Vindt er doorheen het traject van de minderjarige wel een combinatie met ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn. Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal afgesloten dossiers.

Specifieke gegevens over cliënten die instromen in een OOOC op verwijzing van het crisismeldpunt
Tabel: Aantal unieke minderjarigen in OOOC - crisismeldpunt (opgestarte dossiers), per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5j 9 0 7 5 10 31 6,0
6-11j 26 0 24 2 14 66 12,8
12-17j 152 70 119 25 44 410 79,8
onbekend 7 0 0 0 0 7 1,4
Totaal 194 70 150 32 68 514 100,0
% 37,7 13,6 29,2 6,2 13,2 100,0  

In de OOOC zijn de meeste minderjarigen die via het crisismeldpunt worden aangemeld tussen 12 en 18 jaar. Antwerpen telt het meeste aantal jongeren voor dit organisatietype met aanmelding vanuit het crisismeldpunt. De tabel betreft het aantal unieke cliënten van de opgestarte dossiers.

Tabel: Overzicht aanmelders voor OOOC – crisismeldpunt (aanmelder) (opgestarte dossiers)
Aanmelder Aantal %
Jongere/gezin 1 0,20%
Pleeggezin 0 0%
VAPH 1 0,20%
K&G 1 0,20%
CGG 1 0,20%
CAW 2 0,40%
CLB 12 2,10%
VK 1 0,20%
School 1 0,20%
Politie/parket 2 0,40%
Huisarts 0 0%
Prive-psycholoog/psychiater 1 0,20%
Crisismeldpunt 443 77,90%
Jeugdrechtbank 84 14,80%
Andere 7 1,20%
Totaal 569 100%

78% van de rechtstreekse aanmeldingen is afkomstig van het crisismeldpunt, een kleine 15% van de jeugdrechtbank. In principe kunnen rechtstreekse aanmeldingen bij een OOOC enkel via het crisismeldpunt. Mogelijk zijn hier per vergissing de aanmelders bij het crisismeldpunt geregistreerd. De tabel betreft het aantal opgestarte dossiers.

Tabel: Begeleidingsduur in OOOC – crisismeldpunt (aanmelder) (van afgesloten dossiers)
Begeleidingsduur (in dagen) Aantal %
0-28 335 68,60%
29-60 47 9,60%
61-120 47 9,60%
121-180 41 8,40%
181-365 17 3,50%
366-730 1 0,20%
>730 0 0%

69% van de afgesloten begeleidingen met een start vanuit het crisismeldpunt van een OOOC duurt maximum 28 dagen. De gemiddelde begeleidingsduur van de rechtstreeks aangemelde dossiers bij een OOOC is 40 dagen.

Tabel: Vervolghulpverlening aangewezen bij OOOC – crisismeldpunt (aanmelder) (afgesloten dossiers) en realisatie
  Wel gerealiseerd Niet gerealiseerd Deels gerealiseerd Op wachtlijst Onbekend Nvt Totaal %
Onbekend         81   81 13,6
Geen vervolghulp            71 71 11,9
JWZ 127 37 30 42 37   273 45,7
Buiten JWZ 67 28 28 29 20   172 28,8
Totaal 194 65 58 71 138 71 597 100,0
% 32,5 10,9 9,7 11,9 23,1 11,9 100,0  

De som van alle cijfers geeft niet het aantal afgesloten dossiers, daar voor een jongere zowel vervolghulp binnen als buiten Jongerenwelzijn kan aangeduid zijn (voor de categorie "buiten JWZ" kunnen meerdere categorieën aangeduid worden).

Tabel: Vervolghulpverlening per sector OOOC
Sector %
VAPH 4,6
GGZ 26,7
K&G 2,3
AWW 4,1
CLB 12,9
Andere 19,4
Onbekend 30,0
Totaal 100,0

Bij het afsluiten van dossiers binnen een OOOC met aanmelding vanuit het crisismeldpunt, wordt vooral vervolghulp binnen Jongerenwelzijn als wenselijk geregistreerd. Wanneer vervolghulp buiten Jongerenwelzijn nodig wordt geacht, betreft het voornamelijk geestelijke gezondheidszorg. Er kunnen meerdere antwoordmogelijkheden per dossier geregistreerd worden.

Daarnaast wordt geregistreerd of vervolghulp al of niet gerealiseerd is, deels gerealiseerd is (dan zijn meerdere antwoordmogelijkheden in de vervolghulp aangeduid, en is een deel wel en een deel niet gerealiseerd), of wanneer de minderjarige op de wachtlijst terecht komt van de nodige vervolghulp.

Voor deze dossiers is de vervolghulp binnen Jongerenwelzijn voor iets minder dan de helft en de vervolghulp buiten Jongerenwelzijn voor ruim een derde effectief gerealiseerd.

In de loop van 2015 wordt voor dossiers met een specifieke aanmelding - zoals crisis - de registratie van de vervolghulpverlening optioneel, om de registratielast voor deze dossiers te beperken. Dit maakt dat een deel van de registratie onbekend is.