Toggle navigation

Het vertrouwenscentrum kindermishandeling (VK) heeft naast haar reguliere werking (zie hoofdstuk rechtstreeks toegankelijke hulp) ook een opdracht als gemandateerde voorziening. Vanuit dat mandaat onderzoekt het VK of het in verontrustende situaties, waarbij een vermoeden van kindermishandeling aan de orde is, maatschappelijk noodzakelijk (mano) is om tussen te komen en hulp op te starten of verder te zetten. Indien nodig kan het VK een dossier doorverwijzen naar het Openbaar Ministerie wanneer gerechtelijke jeugdhulp zich opdringt.

Tabel: Aantal unieke opgestarte mano-procedures per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
ongeboren           1 1 0,12%
0-5 jarigen 56 50 64 65 13 54 302 36,21%
6-11 jarigen 56 51 62 91 26 28 314 37,65%
12-17 jarigen 48 45 41 50 8 24 216 25,90%
18-21 jarigen 1           1 0,12%
Totaal 161 146 167 206 47 107 834 100%
% 19,3 17,5 20,0 24,7 5,6 12,8 100,0  

Bovenstaande tabel toont het aantal uniek opgestarte procedures ‘maatschappelijke noodzaak’ (mano) voor kinderen en jongeren in 2015. De aanmeldingen die niet-ontvankelijk verklaard worden, zijn niet mee opgenomen in deze tabel.

In totaal gaat het om 834 opgestarte mano-procedures bij het VK, waarbij 826 unieke kinderen betrokken zijn. Bij 8 kinderen is er dus sprake van 2 opgestarte mano-procedures, bv. omwille van een verhuisdossier tussen twee VK of omdat er effectief twee mano-procedures doorlopen zijn voor dat kind in hetzelfde jaar, wat eerder uitzonderlijk is. Bijna 3/4e van de aanmeldingen (73,86%) betreft kinderen jonger dan 12 jaar.

Tabel: Overzicht aanmelders per regio
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams- Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Parket 69 111 91 109 19 33 432 51,20%
Cliëntsyst. 3 1         4 0,48%
Interne doorverw. VK 19 19 50 26 18 32 164 19,66%
K&G 17 1 3 7   12 40 4,80%
CAW 2     6   2 10 1,20%
CLB 16 2 16 23 7 19 83 9,95%
CGG   1   4   4 9 1,08%
VAPH 2   1       3 0,36%
JWZ 14 2 1 22 3 2 44 5,28%
Andere … 19 9 5 9   3 45 5,40%
Totaal 161 146 167 206 47 107 834 100%

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de aanmelders bij het VK voor een procedure mano in 2015.  Per aangemeld kind wordt één aanmelder geteld. Een aanmelder die gelijktijdig 2 kinderen aanmeldt, wordt 2 keer geteld, nl. per kind 1 keer. Soms gebeurt het dat een nieuwe melder zich aandient voor een kind dat reeds een procedure mano heeft lopen. Die zogenaamde 2de/bijkomende melder wordt niet meegeteld. In 2015 gaat het om 17 geregistreerde, bijkomende melders.

In de helft van de gevallen (51,80%) komt de aanmelding vanuit het jeugdparket. Situaties die initieel aangemeld zijn binnen de reguliere werking van het VK, kunnen intern doorverwezen worden voor een onderzoek mano. Dit gebeurt in 2015 in 164 (19,66%) gevallen. Onder de categorie ‘andere’ vallen actoren uit de gezondheidszorg, het OCMW, kinderdagverblijven enz.

Tabel: Overzicht resultaten van het onderzoek mano
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
OCM 7 27 15 43 5 9 104 12,81%
ICM 50 44 55 87 14 41 286 35,22%
Parketmelding 74 52 76 51 25 42 320 39,41%
Geen mano 22 18 20 24 3 15 102 12,56%
Totaal 153 141 166 205 47 107 812 100%

Van de 834 opgestarte procedures in 2015 zijn er momenteel nog 22 procedures in onderzoek, wat het totaalcijfer van 812 verklaart. De tabel toont de conclusies bij afloop van het onderzoek, en dus niet de mogelijke verschuivingen tijdens het casemanagement (bv. schakeling tussen observerend (OCM) en interveniërend casemanagement (ICM), of alsnog een doorverwijzing naar het Parket):

  • Ongeveer de helft blijft bij het VK in casemanagement (48,03%);
  • Ongeveer 40% eindigt in een doorverwijzing naar het jeugdparket;
  • 12,56% blijkt na afloop van het onderzoek geen maatschappelijke noodzaak te zijn.
Tabel: Overzicht resultaten onderzoek mano, per type aanmelder
Resultaat → OCM ICM Parketmelding Geen mano Totaal
Melder ↓          
Parket 68 142 143 67 420
  16,19% 33,81% 34,05% 15,95% 100%
Cliëntsyst.   1 3   4
    25,00% 75,00%   100%
Interne doorverwijzing VK 11 56 90 7 164
  6,71% 34,15% 54,88% 4,27% 100%
K&G 3 26 9 2 40
  7,50% 65,00% 22,50% 5,00% 100%
CAW   1 7 2 10
    10,00% 70,00% 20,00% 100%
CLB 7 29 34 11 81
  8,64% 35,80% 41,98% 13,58% 100%
CGG 2 2 3 2 9
  22,22% 22,22% 33,33% 22,22% 100%
VAPH   3     3
    100,00%     100%
JWZ 6 13 15 5 39
  15,38% 33,33% 38,46% 12,82% 100%
Andere … 7 13 16 6 42
  16,67% 30,95% 38,10% 14,29% 100%
Totaal 104 286 320 102 812

Van de 420 aanmeldingen door het Parket keren er 143 dossiers terug naar het Parket na afloop van het onderzoek, goed voor 34,05%.

Tabel: Belangrijkste problematiek volgens melder
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Percentage
Emotionele mishandeling 72 18 49 26 61 23 249 33,5%
Lichamelijke mishandeling 23 12 17 34 41 14 141 19,0%
Emotionele verwaarlozing 18 5 11 31 23 15 103 13,9%
Risicosituatie 16 4 16 11 20 19 86 11,6%
Lichamelijke verwaarlozing 9 3 14 18 8 18 70 9,4%
Seksueel misbruik 9 2 10 6 19 13 59 7,9%
Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 8   4 4 2   18 2,4%
Onbekende/andere problematiek 5   3   3 3 14 1,9%
Verwerkingsproblematiek 1   1     1 3 0,4%
Totaal: 161 44 125 130 177 106 743 100,0%

Emotioneel geweld (mishandeling & verwaarlozing) wordt met 47,37% het vaakst gemeld.  Lichamelijk geweld (met 18,98% voor lichamelijke mishandeling en 9,42% voor lichamelijke verwaarlozing) staat respectievelijk op de 2e en 4e plaats. In 11,57% is er sprake van  een  risicosituatie in hoofde van de aanmelder. In 59 gevallen (7,94%) is er een vermoeden van seksueel misbruik.

Tabel: Belangrijkste gediagnosticeerde problematiek volgens VK
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal Percentage
Emotionele mishandeling 70 23 54 19 68 19 253 34,05%
Emotionele verwaarlozing 20 9 14 42 45 27 157 21,13%
Risicosituatie 22 4 24 17 24 24 115 15,48%
Lichamelijke mishandeling 23 4 11 18 27 10 93 12,52%
Lichamelijke verwaarlozing 2 3 7 16 2 15 45 6,06%
Onbekende/andere problematiek 11 1 7 11 5 7 42 5,65%
Seksueel misbruik 6   5 1 5 4 21 2,83%
Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 6   2 5     13 1,75%
Verwerkingsproblematiek 1   1 1 1   4 0,54%
Totaal: 161 44 125 130 177 106 743 100,00%

Op een totaal van 834 aangemelde en opgestarte procedures, kan het VK in 91 gevallen geen diagnose stellen. Dit is vooral geval als de procedure vroegtijdig stop gezet wordt en doorverwezen is naar het Parket wegens geen medewerking van de cliënt. 

Emotioneel geweld (mishandeling en verwaarlozing) wordt het vaakst gediagnosticeerd, nl. 55,18%. Lichamelijk geweld - met 12,52% voor lichamelijke mishandeling en 6,06% voor lichamelijke verwaarlozing - staat respectievelijk op de 4e en 5e plaats. In hoofde van het VK is er in 15,48% van de gevallen sprake van een risicosituatie na onderzoek, goed voor een 3e plaats. In 21 gevallen (2,83%) blijkt er na onderzoek effectief sprake van seksueel misbruik.

Tabel: Vergelijking tussen gemelde en gediagnosticeerde problematiek
Gemelde problematiek Aantal gemelde problematiek Gediagnosticeerd probleem Aantal bevestigde diagnostiek %
Lichamelijke mishandeling 141 Lichamelijke mishandeling 75 53,19%
Lichamelijke verwaarlozing 70 Lichamelijke verwaarlozing 35 50,00%
Emotionele mishandeling 249 Emotionele mishandeling 194 77,91%
Emotionele verwaarlozing 103 Emotionele verwaarlozing 82 79,61%
Seksueel misbruik 59 Seksueel misbruik 17 28,81%
Risicosituatie 86 Risicosituatie 53 61,63%
Onbekende/andere problematiek 14 Onbekende/andere problematiek 7 50,00%
Verwerkingsproblematiek 3 Verwerkingsproblematiek 2 66,67%
Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 18 Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 10 55,56%
Totaal: 743   475 63,93%

Emotioneel geweld (mishandeling en verwaarlozing) wordt het vaakst bevestigd door het VK: respectievelijk in 78% en 80% van de gevallen. Seksueel misbruik wordt slechts in 17 van de 59 gemelde situaties bevestigd. In de overige gevallen diagnosticeert het VK als volgt: risicosituatie (18), emotioneel geweld (17) of onbekende/andere problematiek (7).