Toggle navigation

Kind & Gezin

Functie: Verblijf, NRTJ

Een CKG is een voorziening die hulp biedt aan gezinnen, in al hun diversiteit, met kinderen van 0 tot en met 12 jaar of in het basisonderwijs. Het biedt een tijdelijk hulpaanbod bij opvoedingsproblemen als de situatie nog omkeerbaar is, zodat ouders de opvoeding verder op eigen kracht kunnen aanpakken. De CKG worden erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin. Momenteel zijn er 18 erkende en gesubsidieerde CKG in Vlaanderen.

Onder de functie verblijf (niet-rechtstreeks toegankelijk luik) kunnen de CKG 1 typemodule lang residentiële opvang inzetten voor kinderen uit gezinnen met meerdere problemen. Deze module kan naargelang de inschatting van de situatie perspectiefzoekend of –biedend zijn:

  • Perspectiefzoekend: als het perspectief voor het kind bij aanvang niet duidelijk is. Tijdens de opvang moet worden gezocht naar een lange termijn oplossing en is begeleiding van de thuissituatie nodig. Deze opvang kan maximaal één jaar duren (dag en nacht, tot 7/7).
  • Perspectiefbiedend: als het vanuit het oogpunt van het kind duidelijk is dat het na zes maanden niet terug naar huis kan en er behoefte is aan een stabiel leefklimaat buiten het gezin. Deze opvang wordt in het CKG enkel aangeboden aan kinderen tot maximaal zes jaar.

De cijfers in het jaarverslag komen van de CKG zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben.

Met het lange residentiële aanbod vangen de CKG in 2015 in totaal 631 kinderen op. Bijna drie kwart van de kinderen is jonger dan zes jaar (73%). 166 kinderen zijn tussen zes en elf jaar (26%) en vijf kinderen zijn twaalf jaar (of in het basisonderwijs, 1%).

Tabel: Aantal unieke cliënten in lang residentieel aanbod, per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant- Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jarigen 223 55 102 42 44 466 73,2
6-11 jarigen 89 15 39 15 8 166 26,1
12-17 jarigen 3 0 1 1 0 5 0,8
18-21 jarigen             0,0
Totaal 315 70 142 58 52 631  
% 49,5 11,0 22,3 9,1 8,2    

De gemiddelde verblijfsduur in het lang residentieel aanbod bedraagt 271 dagen.

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur per afgeronde typemodules lang residentiële opvang (uitgedrukt in dagen)
Typemodule Sector
Lange opvang 271

De CKG hebben in 2015 een capaciteit van 338 lange residentiële opvangplaatsen (zowel perspectiefzoekende als –biedende opvang). Dit slaat op het aantal plaatsen dat ze bij de start van het jaar plannen in te zetten voor dit aanbod. Met 104,6% realiseren de CKG een overbezetting o.b.v. het aantal dagen dat een kind lang residentieel wordt opgevangen.

Vlaams agentschap voor personen met een handicap

Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ) bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) bestaat uit:

  • ondersteuning door de multifunctionele centra (MFC);
  • hoogfrequente, intensieve begeleiding vanuit de thuisbegeleidingsdiensten;
  • het Persoonlijke Assistentiebudget (PAB);
  • Individuele Materiele Bijstand (IMB: hulpmiddelen en aanpassingen);
  • verblijfs- en vervoerskosten in het gewoon onderwijs;
  • doventolken.

Multifunctionele centra

De vroegere internaten, semi-internaten, observatie- en behandelcentra en een aantal kortverblijven zijn sinds 2012 gradueel omgevormd tot multifunctionele centra (MFC). Deze hebben als opdracht om vraaggestuurde en flexibele ondersteuning te bieden aan minderjarigen met een handicap tot en met 21 jaar (maximaal verlengbaar t.e.m. 25 jaar). Zij bieden hiervoor diverse functies aan: verblijf, dagopvang (schoolvervangend en schoolaanvullend) en begeleiding. Een aantal MFC biedt daarnaast ook diagnostiek en behandeling. Het gaat hier steeds om niet-rechtstreeks toegankelijke ondersteuning. Een MFC kan enkel modules aanbieden die voorzien zijn in de jeugdhulpbeslissing.

MFC zijn - zoals de meeste diensten voor minderjarigen binnen het VAPH - gespecialiseerd in één of meerdere groepen van handicaps (bv. autisme, motorische handicap, meervoudige beperking …).

Er zijn in totaal 82 erkende MFC.

Tabel: Aantal MFC per provincie
  Aantal
Antwerpen 21
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 3
Limburg 11
Oost-Vlaanderen 17
Vlaams-Brabant 13
West-Vlaanderen 17
TOTAAL 82

Onderstaande tabel toont het aantal unieke cliënten dat gebruik maakt van ondersteuning door een MFC in 2015.

Tabel: Aantal ondersteunde cliënten door een MFC, per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 212 112 126 62 181 693 6,1
6-11 jaar 842 418 755 446 781 3242 28,7
12-17 jaar 1126 789 1237 767 1002 4921 43,5
18-21 jaar 433 323 495 267 522 2040 18,0
22-25 jaar 72 60 92 52 130 406 3,6
TOTAAL 2685 1702 2705 1594 2616 11302  
  23,8 15,1 23,9 14,1 23,1    

In 2015 maken 11.302 cliënten gebruik van ondersteuning van een MFC. De capaciteit hiervan wordt niet meer uitgedrukt in plaatsen maar in personeelspunten. Als de vroeger erkende capaciteit (9.121 plaatsen) wordt vergeleken met het huidige aantal cliënten, blijkt dat nu meer cliënten door de MFC worden bediend.

Multifunctionele centra hebben de opdracht om flexibele, vraaggestuurde trajecten aan te bieden. Dit vertaalt zich o.a. in kortere ondersteuningstrajecten of samenwerking met andere diensten (bv. thuisbegeleidingsdiensten of diensten uit andere sectoren) waardoor meer cliënten dan voordien kunnen worden ondersteund. Bij de gebruikers is de grootste groep tussen de 6 en 17 jaar. Onder bepaalde voorwaarden kunnen minderjarigen ook langer gebruik maken van de ondersteuning van een MFC. Deze groep is eerder beperkt.

Onderstaande tabellen tonen het aantal cliënten dat gebruik maakt van ondersteuning door een MFC in 2015, opgedeeld naar ondersteuningsfunctie. Ze geven het aantal personen weer dat minstens één keer van een bepaalde functie gebruik heeft gemaakt. Vaak maken personen gebruik van een combinatie van functies (bv. dagopvang en verblijf en begeleiding). 

Het verschil tussen de cijfers van de unieke cliënten en de opdeling per leeftijd en provincie is te verklaren omdat een aantal cliënten gecombineerde trajecten doet over twee of meerdere provincies of in de loop van het jaar volledig overstapt naar een MFC in een andere provincie.

Tabel: Aantal ondersteunde cliënten door een MFC, functie verblijf, per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 47 30 54 21 71 223 3,1
6-11 jaar 400 258 420 291 443 1.812 24,9
12-17 jaar 801 586 926 645 673 3.631 49,8
18-21 jaar 286 221 352 204 301 1.364 18,7
22-25 jaar 35 41 70 21 89 256 3,5
TOTAAL 1.569 1.136 1.822 1.182 1.577 7.286  
% 21,5 15,6 25,0 16,2 21,6    

Verblijf in een MFC betekent nachtopvang met ondersteuning in de avond- en ochtenduren. 7.286 gebruikers  (64%) maken minimaal één keer gebruik van verblijf in een MFC. Het gaat hier zowel over cliënten die zeer sporadisch gebruik maken van verblijf (bv. via kortdurend verblijf) als personen die zeer intensief worden opgevangen.

Uit de cijfers blijkt dat ondersteuning door een VAPH-voorziening niet gelijk staat met residentiële ondersteuning: een aanzienlijk aantal krijgt enkel dagopvang en/of begeleiding. Bij gebruikers van 22 tot 25 jaar maakt 63% gebruik van verblijf. Bij jonge kinderen (0-5 jaar) is dit eerder beperkt (32%).

Tabel: Aantal ondersteunde cliënten door een MFC, functie schoolaanvullende dagopvang, per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 105 82 80 45 123 435 4,6
6-11 jaar 689 365 660 398 724 2.836 30,0
12-17 jaar 906 679 1.126 692 930 4.333 45,8
18-21 jaar 322 256 391 192 443 1.604 16,9
22-25 jaar 40 31 60 23 104 258 2,7
TOTAAL 2.062 1.413 2.317 1.350 2.324 9.466  
% 21,8 14,9 24,5 14,3 24,6    
Tabel: Aantal ondersteunde cliënten door een MFC, functie schoolvervangende dagopvang, per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 106 53 61 32 65 317 7,8
6-11 jaar 210 123 165 185 145 828 20,3
12-17 jaar 401 356 589 339 320 2.005 49,2
18-21 jaar 166 159 203 112 132 772 18,9
22-25 jaar 22 43 43 14 33 155 3,8
TOTAAL 905 734 1.061 682 695 4.077  
% 22,2 18,0 26,0 16,7 17,0    

Dagopvang is ondersteuning overdag voor een aangepaste opvang of dagbesteding. Deze functie bestaat uit modules met volgende activiteiten:

  • Schoolaanvullende dagopvang (84%): handicapspecifieke opvang overdag zonder schoolvervangend karakter, gericht op het stimuleren van de ontwikkelingskansen en –mogelijkheden van het kind of de jongere. 
  • Schoolvervangende dagopvang (dagbesteding): opvang waarbij er binnen de schooluren een alternatief programma wordt aangeboden. Deze opvang gebeurt zoveel mogelijk in samenwerking en afstemming met een onderwijsinstelling. 36% van de gebruikers maakt gebruik van deze vorm. Dit hoge aantal heeft een aantal mogelijke verklaringen:
    • Een aantal gebruikers gaat nooit naar school (vrijstelling van leerplicht);
    • Een aantal gebruikers is geschorst of kan om een andere reden tijdelijk niet naar school;
    • Alle werkingen met een geïntegreerd aanbod worden als schoolvervangende dagopvang geregistreerd (bv. verregaande samenwerking tussen school en MFC, waar bv. ook begeleiders mee participeren in de lessen).

Combinaties tussen schoolaanvullende en schoolvervangende dagopvang zijn mogelijk.

Tabel: Aantal ondersteunde cliënten door een MFC, functie begeleiding, per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 57 28 68 18 75 246 4,6
6-11 jaar 293 201 413 237 375 1.519 28,1
12-17 jaar 436 443 594 443 530 2.446 45,3
18-21 jaar 146 159 254 152 283 994 18,4
22-25 jaar 30 17 45 41 60 193 3,6
TOTAAL 962 848 1.374 891 1.323 5.398  
  17,8 15,7 25,5 16,5 24,5    

Met begeleiding wordt psychosociale ondersteuning of ADL-assistentie* bedoeld. Deze begeleiding kent twee vormen:

  • Ambulant: het kind/of de jongere verplaatst zich, al dan niet met zijn netwerk, voor de ondersteuning naar de hulpverlener, nl. op de vestigingsplaats of campus van de voorziening. Ambulante begeleiding is enkel mogelijk als de cliënt diezelfde dag geen gebruik maakt van (semi-)residentiële ondersteuning vanuit het VAPH;
  • Mobiel: de hulpverlener verplaatst zich voor de ondersteuning naar het kind of de jongere en zijn netwerk. Deze vindt dus plaats in de thuiscontext of in het secundair opvoedingsmilieu.

Bijna de helft van alle gebruikers van een MFC (47,8%) krijgt een vorm van ambulante of mobiele begeleiding. Dit is een hoog aantal, aangezien een heel aantal voorzieningen nog maar pas is omgevormd tot een MFC en in het verleden vooral residentieel werkte. Ook de begeleiding door een andere dienst (bv. thuisbegeleidingsdienst) is niet in deze cijfers opgenomen.

Jongeren van 12 tot en met 17 jaar maken het meeste gebruik van deze ondersteuning. De begeleiding vindt niet altijd plaats in het thuismilieu maar bv. ook op school, in een voorziening van andere sectoren, in het ruimere netwerk …

Het relatief lage cijfer van ambulante of mobiele begeleiding bij gebruikers van 22 tot 25 jaar is opvallend. Deze groep maakt veelal gebruik van verblijf, hoewel begeleiding net voor deze jongeren zeer cruciaal kan zijn als overgang naar het thuismilieu of een andere ondersteuning.

*Activiteiten Dagelijks Leven (ADL): alle activiteiten die iedereen moet volbrengen om de dag door te komen. ADL-assistentie kan bestaan uit hulp bij het wassen en aankleden, eten, toiletbezoek, douchen of baden, verplaatsingen binnenshuis (bv. in en uit bed) …

Thuisbegeleiding

Thuisbegeleiding door thuisbegeleidingsdiensten kan zowel rechtstreeks toegankelijk zijn als niet-rechtstreeks toegankelijk (hoogfrequente, intensieve begeleiding vanuit de thuisbegeleidingsdiensten). De cijfers hieronder geven het niet-rechtstreeks toegankelijk deel weer.

Tabel: Aantal unieke cliënten niet-rechtstreeks toegankelijke thuisbegeleiding, per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 143 80 210 139 158 730 17,3
6-11 jaar 392 133 330 259 237 1.351 32,1
12-17 jaar 368 147 310 119 316 1.260 29,9
18-21 jaar 166 68 83 52 151 520 12,3
22-25 jaar 76 62 64 50 98 350 8,3
TOTAAL 1.145 490 997 619 960 4.211  
  27,2 11,6 23,7 14,7 22,8    

Ongeveer 42% van de cliënten van een thuisbegeleidingsdienst maakt gebruik van hun aanbod aan niet-rechtstreeks toegankelijke ondersteuning. Vaak gaat het om meer intensieve zorgtrajecten (in 2015 kan men binnen rechtstreeks toegankelijke ondersteuning 48 begeleidingen krijgen gedurende de eerste twee jaar). Ook als een combinatie nodig is met niet-rechtstreeks toegankelijke ondersteuning door een multifunctioneel centrum, is een jeugdhulpbeslissing nodig. Rechtstreeks toegankelijke hulp is immers niet mogelijk in combinatie met niet-rechtstreeks toegankelijke hulp.

Het aantal gebruikers in de leeftijdsgroep van 0 tot 5 jaar is beduidend kleiner, waarschijnlijk door het feit dat de handicap (nog) niet vastgesteld kon worden, maar er wel een vermoeden van handicap is.

Persoonlijk-assistentiebudget

Doorheen de jaren is een gevarieerd aanbod van diensten voor minderjarige en meerderjarige personen met een handicap ontwikkeld. Een grote groep personen en ouders van kinderen en jongeren met een handicap verkiest om geen of slechts minimaal gebruik te maken van het aanbod van de voorzieningen en organiseert de ondersteuning thuis. Voor hen is het Persoonlijke-Assistentiebudget (PAB) ontwikkeld.

Een PAB is een budget vanuit de Vlaamse overheid om assistentie thuis, op school of op het werk te organiseren en financieren. Het dient voor de aanwerving van persoonlijke assistenten. Deze bieden bijstand en begeleiding van de persoon met een handicap, met het oog op de organisatie van zijn dagelijks leven en bevordering van zijn sociale integratie, zoals:

  • huishoudelijke activiteiten die behoren tot het dagelijks leven bv. bereiden van maaltijden …;
  • lichamelijke activiteiten;
  • dagactiviteiten;
  • verplaatsingen.

Het gaat dus over zowel praktische en inhoudelijke als organisatorische hulp en ondersteuning. Daarnaast is ook assistentie mogelijk op vlak van:

  • school en werk: beperkt tot louter praktische hulp en ondersteuning bij handelingen van het dagelijks leven, bv. boekentas uitladen;
  • agogische, pedagogische en orthopedagogische begeleiding - specifiek inspelend op de beperkingen - en ondersteuning van de persoon met een handicap en zijn ouders.

Zowel de meerderjarige persoon met een handicap zelf, als de wettelijke vertegenwoordiger als hij (verlengd) minderjarig is, kunnen optreden als budgethouder. Voor minderjarigen zijn meestal de ouders budgethouder in het kader van het PAB en tekenen zij de PAB-documenten. De budgethouder bepaalt waar, wanneer, hoe en door wie de assistentie wordt gegeven.

De aanvraag van een PAB voor minderjarigen gebeurt bij de intersectorale toegangspoort (ITP) en geldt tot de leeftijd van 21 jaar.  Vanaf 18 jaar kan voortaan een Persoonsvolgend Budget (PVB) worden aangevraagd bij het VAPH.  De periode tussen 18-21 jaar wordt beschouwd als een overgangsperiode waarin de budgethouder de tijd heeft om de procedure bij het VAPH te doorlopen voor de continuering van zijn budget als meerderjarige.

De bepaling van het PAB-budget gebeurt door het team indicatiestelling van de ITP. Of er ook effectief een PAB toegekend wordt, hangt af van de prioritering door de Intersectorale Regionale Prioriteitencommissie (IRPC) die rekening moet houden met de beschikbare middelen voor PAB.

Tabel: Aantal actieve budgethouders PAB op 31/12/2015, per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant en Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 3 3 2 4 2 14 1,9
6-11 jaar 43 23 34 28 34 162 21,4
12-17 jaar 93 65 86 61 44 349 46,2
18-21 jaar 68 40 45 48 30 231 30,6
totaal 207 131 167 141 110 756  
  27,4 17,3 22,1 18,7 14,6    

Op 31 december 2015 zijn er in totaal 756 actieve PAB-budgethouders t.e.m. 21 jaar. Het totaal aantal actieve PAB-budgethouders bedraagt dan 2.788 personen (meerderjarigen en minderjarigen).

Het hoogste aantal PAB-gebruikers bevindt zich in de groep van 12 tot 17 jaar (349 personen). Bijna 77% van de PAB-gebruikers zit in de hogere leeftijdscategorieën, nl. van 12 tot 17 jaar en van 18 tot 21 jaar. 

Het laagste aantal PAB-gebruikers zijn kinderen van 0 tot en met 5 jaar (slechts 14 minderjarigen). De jongste PAB-gebruiker is 3 jaar.  Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de aanvraagprocedure van het PAB een objectivering omvat van de aard en de ernst van de handicap aan de hand van een PAB-inschalingsverslag.  Voor zeer jonge kinderen is het inschatten van de aard en de ernst van de handicap vaak nog niet evident. 

Personen die een PAB-aanvraag indienen, moeten deze vervolledigen met een PAB-inschaling. De PAB-inschaling werd tot 1 maart 2014 - zowel voor meerderjarigen als voor minderjarigen - voorgelegd aan de PAB-Deskundigencommissie. Sinds 1 maart 2014 gebeurt de PAB-inschaling van minderjarigen door het team indicatiestelling van de intersectorale toegangspoort. De aard en de ernst van de handicap in het inschalingsverslag bepalen de beslissing inzake budgetcategorie en budgethoogte door de Deskundigencommissie of door het team indicatiestelling. 

Het PAB in 2015 schommelt tussen 9.643,38 euro en 45.002,46 euro op jaarbasis. De bedragen worden 1 keer per jaar aan de index aangepast. 

Tabel: Budgetcategorieën PAB  in 2015
  Niet-geïndexeerd budget 2001   Budget op jaarbasis  
      2015  
Categorie I: 7.436,81 EUR 9.643,38 EUR  
  9.915,74 EUR 12.857,85 EUR  
         
Categorie II: 12.394,68 EUR 16.072,31 EUR  
  14.873,61 EUR 19.286,77 EUR  
  17.352,55 EUR 22.501,23 EUR  
         
Categorie III: 19.831,48 EUR 25.715,69 EUR  
  22.310,42 EUR 28.930,15 EUR  
         
Categorie  IV: 24.789,35 EUR 32.144,61 EUR  
  27.268,29 EUR 35.359,08 EUR  
  29.747,22 EUR 38.573,54 EUR  
         
Categorie V: 32.226,16 EUR 41.788,00 EUR  
  34.705,09 EUR 45.002,46 EUR  
         

De budgetcategorieën vermelden zowel de niet-geïndexeerde budgetten als de budgetten van 2015. Er is nog differentiatie mogelijk binnen een budgetcategorie. Zo kunnen de basisbedragen per budgetcategorie verhoogd of verlaagd worden met een ‘budgetschijf’, afhankelijk van verzwarende factoren (bv. alleenwonend) of verlichtende factoren (bv. er is nog een PAB-gebruiker in het gezin waardoor er overlappende assistentietaken zijn bv. maaltijden bereiden).

Tabel: Aantal actieve budgethouders PAB, opgedeeld naar budgetcategorie (op 31/12/2015)
budgetcategorie aantal PAB-houders
budgetcategorie I 0
budgetcategorie II 11
budgetcategorie II 51
budgetcategorie IV 134
budgetcategorie V 560
Totaal 756

Voor het PAB zijn er 5 budgetcategorieën. In budgetcategorie 1 zitten kinderen en jongeren met nog heel wat mogelijkheden op vlak van zelfredzaamheid. Hoe hoger de budgetcategorie, hoe beperkter deze mogelijkheden. Kinderen en jongeren in budgetcategorie 5 zijn bijna volledig afhankelijk op vlak van zelfredzaamheid. 

De meeste kinderen en jongeren met een PAB bevinden zich in de hoogste en op één na hoogste budgetcategorieën en hebben dus een zeer hoge ondersteuningsnood. Tot 2012 werden PAB’s toegekend via ministeriële prioriteitenbesluiten. Personen met de hoogste ondersteuningsnood kregen lange tijd voorrang, vandaar de ruime vertegenwoordiging van de hoogste budgetcategorie in deze cijfers. Sinds 2012 worden PAB toegekend op basis van criteria van dringendheid van de vraag.

Individuele Materiële Bijstand

Personen met een handicap  kunnen bij het VAPH terecht voor financiële tegemoetkomingen voor hulpmiddelen en aanpassingen, ook wel Individuele Materiële Bijstand (IMB) genoemd. Dit geldt voor een uiteenlopend gamma aan hulpmiddelen en aanpassingen, bv. woningaanpassingen (aanpassing van het sanitair en leefruimtes, wegwerken van drempels, verbreden van deuren …), tilsystemen, autoaanpassingen, fietsoplossingen, communicatiehulpmiddelen enz.

De intersectorale toegangspoort (ITP) beslist over de erkenning als persoon met een handicap, als de minderjarige nog niet eerder een aanvraag indiende. Daarnaast beslist de ITP over de algemene nood aan hulpmiddelen of ondersteuning, als de minderjarige nog niet bij het VAPH gekend was vóór het opstarten van de aanvraag bij de toegangspoort en dus een eerste aanvraag voor IMB indient. Het VAPH beslist over aanvragen voor specifieke tegemoetkomingen in het kader van IMB.

Tabel: Aantal minderjarigen met een positieve beslissing IMB
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 97 49 78 35 60 319 15,1
6-11 jaar 251 154 215 121 185 926 44,0
12-17 jaar 237 123 201 129 171 861 40,9
Totaal 585 326 494 285 416 2.106  
% 27,8 15,5 23,5 13,5 19,8    

De tabel hierboven geeft per leeftijdscategorie weer hoeveel minderjarigen in 2015 een goedkeuring krijgen voor een tegemoetkoming voor een hulpmiddel of een aanpassing. Deze cijfers bevatten geen goedkeuringen voor doventolkuren in de leefsituatie, noch voor vervoers- en verblijfskosten voor het volgen van gewoon onderwijs.

De verhouding van het aantal goedkeuringen tussen de provincies onderling ligt enigszins in de lijn met de bevolkingscijfers van de provincies. Enkel het aantal goedkeuringen voor de provincie Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valt lager uit.

De groep van 0 tot 5 jaar telt het laagste aantal goedkeuringen. Dat kan deels zijn omdat handicapspecifieke hulpmiddelen en aanpassingen voor kleine kinderen nog minder noodzakelijk zijn. Ouders tillen kleine kinderen bv. nog makkelijk zelf op in plaats van een tilsysteem aan te vragen bij het VAPH. Naarmate kinderen groeien, worden dergelijke hulpmiddelen wel meer noodzakelijk. 

Tussen de leeftijdsgroepen van 6 tot 11 jaar en van 12 tot 17 jaar zijn er zeer beperkte verschillen wat het aantal goedkeuringen betreft.

Jongerenwelzijn

Rechtstreeks toegankelijke en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Jongerenwelzijn organiseert via verschillende kanalen een aanbod voor kinderen, jongeren en ouders met ernstige of langdurige problemen. Eén van deze kanalen zijn de private voorzieningen. Voorzieningen binnen de bijzondere jeugdzorg worden door Jongerenwelzijn erkend en gesubsidieerd. Zij organiseren hulpverlening – residentieel, ambulant of mobiel - voor kinderen en jongeren in verontrustende situaties (VOS) of die een als misdrijf omschreven feit (MOF) hebben gepleegd. Het aanbod bevat ook pleegzorg.

Het aanbod van deze voorzieningen wordt georganiseerd aan de hand van modules:

  • De organisaties voor bijzondere jeugdbijstand (OVBJ), de diensten voor pleegzorg en de centra voor integrale gezinszorg (CIG) bieden zowel rechtstreeks als niet-rechtstreeks toegankelijke modules aan;
  • De diensten voor crisishulp aan huis (cah) hebben een aanbod dat volledig via het crisismeldpunt wordt ingevuld;
  • De onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) hebben enkel niet-rechtstreeks toegankelijke modules, maar voorzien binnen dit aanbod crisisbegeleiding en –opvang vanuit het crisismeldpunt;
  • De diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling (hca) bieden een gerechtelijk, niet-gemoduleerd aanbod voor minderjarigen.

Het jaarverslag geeft per soort voorziening eerst een algemeen deel met informatie over het volledige aanbod, de capaciteit, de bezetting, het aantal dossiers en cliënten en de combinaties met ander aanbod. Aangezien deze gegevens zowel het rechtstreeks als het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod omvatten, wordt dit algemene deel bij beide hoofdstukken herhaald.

Na het algemene deel worden specifieke gegevens getoond over de minderjarigen en meerderjarige pleeggasten die via de intersectorale toegangspoort instromen in het aanbod van de OVBJ, diensten voor pleegzorg, CIG en OOOC.

In eenzelfde dossier kan een minderjarige– op basis van wijzigende noden – overgaan van een rechtstreeks toegankelijk aanbod naar een niet-rechtstreeks toegankelijk aanbod (al dan niet in combinatie met rechtstreeks toegankelijke modules). De informatie over deze dossiers is opgenomen in onderstaande tabellen. Zij worden niet meer meegeteld bij de tabellen over het crisisaanbod of de rechtstreeks toegankelijke hulp. Om de totale populatie van deze voorzieningen in 2015 te kennen, kunnen de tabellen van RTJ, crisisaanbod en NRTJ worden opgeteld.   

Sinds 1 januari 2015 registreren de door Jongerenwelzijn erkende en vergunde voorzieningen in het vernieuwde registratiesysteem Binc (Begeleiding in cijfers). De cijfers handelen over een eerste registratiejaar en moeten hier en daar mogelijk nog bijgestuurd worden. Vergelijkingen met voorgaande jaren zijn dus niet overal mogelijk. De hca-diensten registreren nog in de oorspronkelijke Binc, aangezien de veranderingen in functie van integrale jeugdhulp niet voor hen van toepassing zijn en er voor hen dus geen grondige wijzigingen moesten gebeuren.

Organisaties voor bijzondere jeugdzorg

Algemeen

Een organisatie voor bijzondere jeugdzorg (OVBJ) is erkend op basis van typemodules. Elke OVBJ heeft een erkenning voor contextbegeleiding. Daarnaast kan een OVBJ een bijkomende erkenning hebben voor modules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen, modules dagbegeleiding in groep, verblijfsmodules en modules ondersteunende begeleiding.

Een OVBJ met een erkenning voor de modules contextbegeleiding en modules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen, kan - op basis van de reële noden van de gebruikers - zelf de verhouding tussen het effectief aantal ingezette modules contextbegeleiding en contextbegeleiding in functie van autonoom wonen bepalen.

  • Contextbegeleiding is de centrale module van elke OVBJ. Het omvat de vroegere thuisbegeleiding, gezinsbegeleiding, netwerkbegeleiding … Dit zijn alle begeleidingscontacten in het netwerk van de jongere die gekoppeld zijn aan hulpverleningsdoelstellingen, inclusief contacten met school, CLB, de sociaal werker, de vertrouwenspersoon van de jongere, de trainer van de sportclub …
  • Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen omvat de vroegere erkenningen voor begeleid zelfstandig wonen (bzw). Vroeger werd bzw vaak georganiseerd vanuit een begeleidingstehuis; nu is dat een aparte module, vertrekkend vanuit contextbegeleiding.
  • Dagbegeleiding in groep omvat het begeleidingsaanbod van de vroegere dagcentra, bestaat uit verschillende componenten (schoolbegeleiding, groepswerking, training) en loopt zowel in school- als vakantieperiodes. Ze focust op de grote meerwaarde van een laagdrempelige, contextgerichte begeleiding in groep. Dagbegeleiding wordt niet gezien als schoolvervangend, wel als naschools en ondersteunend.
  • Verblijf omvat de begeleiding van een jongere in een organisatie, inclusief overnachting. Hieraan wordt steeds een module contextbegeleiding gekoppeld. Door het dynamisch beheer van de residentiële capaciteit, kunnen voorzieningen crisisverblijf aanbieden voor jongeren (al dan niet uit de eigen organisatie). Er is een onderscheid tussen een module 1-3 nachten en een module 4-7 nachten, al dan niet in een 1bis voorziening. Daarnaast is ook kamertraining mogelijk.
  • Ondersteunende begeleiding omvat de pedagogische projecten, time out, ontheming … Deze kunnen ingezet worden los van of gekoppeld aan andere modules, altijd met het doel om breuken in een lopend hulpverleningstraject te vermijden. Een organisatie die deze module aanbiedt, kan dagelijks gemiddeld 12 jongeren gedurende 2 weken begeleiden. Men kan dus de ene jongere een kort project van 2 dagen aanbieden en een andere een project van 3 weken.

Daarnaast hebben verschillende OVBJ een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van de modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt.

Tabel: Erkende capaciteit in modules OVBJ
  31/12/15
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg contextbegeleiding i.f.v. positieve heroriëntering (RTJ) 439
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg contextbegeleiding laagintensief (RTJ) 3.994
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg contextbegeleiding breedsporig (RTJ) 1.297
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg contextbegeleiding kortdurend intensief (NRTJ) 331
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg contextbegeleiding i.f.v. autonoom wonen basisintensiteit (NRTJ) 282
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg contextbegeleiding i.f.v. autonoom wonen middenintensiteit (NRTJ) 474
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg dagbegeleiding in groep (RTJ) 635
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg verblijf (NRTJ) 2.906
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg ondersteunende begeleiding (RTJ) 85

De erkende capaciteit voor de OVBJ wordt uitgedrukt in inzetbare modules. In 2015 komen er 13 modules contextbegeleiding laagintensief en 3 modules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen basisintensiteit bij, door de regularisatie van een aantal projecten.

De sector kent een uitbreiding met 439 modules contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering. Deze nieuwe typemodule is ontstaan vanuit een regionale goede praktijk en geïmplementeerd in heel Vlaanderen.

De belangrijkste wijzigingen in de capaciteit is het rechtstreeks toegankelijk worden van de typemodules contextbegeleiding (met uitzondering van contextbegeleiding kortdurend intensief), de typemodule dagbegeleiding in groep en de typemodule ondersteunende begeleiding.

Bezetting

Tabel: Bezetting OVBJ
OVBJ 92%
Verblijf 95%
Contextbegeleiding breedsporig 119%
Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen 88%
Contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering 21%
Contextbegeleiding laagintensief 90%
Contextbegeleiding kortdurend intensief 74%

De bezettingsgraad is een percentage dat aangeeft in welke mate de totaal beschikbare capaciteit - van een module - daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De gemiddelde bezetting in 2015 van de OVBJ is 92%. Dit gemiddelde is zonder de typemodules ondersteunende begeleiding en dagbegeleiding in groep:

  • Voor ondersteunende begeleiding zijn er in de loop van 2015 wijzigingen gekomen inzake de registratie, waardoor het bezettingscijfer niet wordt meegenomen in de rapportage.
  • Voor dagbegeleiding in groep loopt momenteel een experimentele fase voor het berekenen van de bezetting, waardoor deze niet in rekening wordt gebracht voor het totale gemiddelde.

Verder zijn er verschillen in de gemiddelde bezetting van de verschillende typemodules van de OVBJ. Zo heeft de lage bezetting van de typemodule contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering alles te maken met de opstart van dit aanbod en de investeringen van de organisaties in opleidingen en bekendmaking doorheen 2015.

De gemiddelde bezetting van de OVBJ in 2014 is 94%, dit betekent dus een daling in 2015 van 2%:

  • De typemodules verblijf en contextbegeleiding blijven stabiel in 2015 ten opzichte van 2014;
  • De module contextbegeleiding in functie van autonoom wonen daalt van 96% in 2014 naar 88% in 2015;
  • De lagere bezetting voor autonoom wonen wordt gecompenseerd door de hogere bezetting voor contextbegeleiding breedsporig (119%);
  • De lage bezetting van contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering - ten gevolge van de opstart - en het niet meetellen van de bezetting van dagbegeleiding in groep en ondersteunende begeleiding, hebben een impact op de gemiddelde bezetting in 2015.

De opstart van de intersectorale toegangspoort en de verschuiving van een deel van het aanbod van niet-rechtstreeks naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp lijken geen impact te hebben op de bezetting van de voorzieningen.

Aantal dossiers

Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke cliënten OVBJ
  opgestarte dossiers afgesloten dossiers alle dossiers
Dossiers 5.747 4.819 11.536
Unieke cliënten 5.107 4.416 10.248

In 2015 worden in totaal 11.536 dossiers geregistreerd door OVBJ:

  • 5.747 dossiers zijn opgestart in 2015 (en nog niet afgerond);
  • 4.819 dossiers zijn vóór 2015 opgestart en in 2015 afgesloten;
  • 970 dossiers zijn opgestart vóór 2015 en nog lopende na 2015.

Het aantal dossiers ingevoerd door de OVBJ in vergelijking met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (21.099 dossiers), toont dat de OVBJ 55% vertegenwoordigen. 

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde periode voor een minderjarige. Een minderjarige kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is te kijken naar het aantal unieke cliënten (op basis van rijksregisternummer) die worden geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen in Binc zijn er in totaal 17.599 unieke cliënten (ten opzichte van 21.099 dossiers). Voor de OVBJ is dit een totaal van 10.248 unieke cliënten (ten opzichte van 11.536 dossiers).

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod OVBJ
Combinatie met: OVBJ   
 JWZ 703 14,6
 AWW 10 0,2
 CGG 97 2,0
 CLB 151 3,1
 VAPH 113 2,3
 K&G 28 0,6
 crisishulpprogramma 143 3,0
 onbekend 12 0,2
 niet van toepassing 3.432 71,2
 geen eindregistratie beschikbaar 263 5,5
Totaal 4.819  

Voor het merendeel van de afgesloten dossiers in een OVBJ is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp. Vindt er doorheen het traject van de minderjarige wel een combinatie met ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn. Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal afgesloten dossiers.

Specifieke gegevens over cliënten die via de toegangspoort instromen in een OVBJ

Tabel: Aantal unieke minderjarigen in OVBJ – NRTJ (aanmelder) (opgestarte dossiers)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5j 48 12 54 39 70 223 10,0
6-11j 122 53 93 84 63 415 18,7
12-17j 495 210 246 184 244 1.379 62,1
18-21j 99 19 36 20 26 200 9,0
onbekend 1 0 2 1 0 4 0,2
Totaal 765 294 431 328 403 2.221 100,0
% 34,4 13,2 19,4 14,8 18,2 100,0  

De meeste minderjarigen die via de toegangspoort worden aangemeld bij een OVBJ zijn tussen 12 en 18 jaar. De provincie Antwerpen telt het meeste aantal minderjarigen die instromen in een OVBJ voor een niet-rechtstreeks toegankelijk aanbod (o.a. verblijf, contextbegeleiding autonoom wonen). De tabel betreft het aantal unieke cliënten van de opgestarte dossiers.

Tabel: Begeleidingsduur in OVBJ – NRTJ (aanmelder) (van afgesloten dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal %
0-28 208 7%
29-60 77 3%
61-120 195 7%
121-180 203 7%
181-365 772 27%
366-730 784 27%
>730 635 22%

De gemiddelde begeleidingsduur van dossiers aangemeld via de toegangspoort bij een OVBJ bedraagt 509 dagen. 27% van de afgesloten dossiers kent een begeleidingsduur tussen 6 en 12 maanden; 27% tussen 1 en 2 jaar; 22% langer dan 2 jaar.

Tabel: Vervolghulpverlening aangewezen bij OVBJ – NRTJ (aanmelder) (afgesloten dossiers) en realisatie
  Wel gerealiseerd Niet gerealiseerd Deels gerealiseerd Op wachtlijst Onbekend Niet van toepassing Totaal %
Onbekend         60   60 1,8
Geen vervolghulp            814 814 24,2
JWZ 637 124 160 100 63   1.084 32,2
Buiten JWZ 749 166 308 101 80   1.404 41,8
Totaal 1.386 290 468 201 203 814 3.362 100,0
% 41,2 8,6 13,9 6,0 6,0 24,2 100,0  

De som van alle cijfers geeft niet het aantal afgesloten dossiers, daar voor een jongere zowel vervolghulp binnen als buiten Jongerenwelzijn kan aangeduid zijn (voor de categorie "buiten JWZ" kunnen meerdere categorieën aangeduid worden).

Tabel: Verdeling vervolghulpverlening buiten Jongerenwelzijn, per sector, OVBJ
Sector %
VAPH 3,4
GGZ 13,5
K&G 1,3
AWW 2,7
CLB 7,3
Andere 16,2
Onbekend 55,5
Totaal 100,0

Bij het afsluiten van dossiers binnen een OVBJ met aanmelding via de toegangspoort, blijkt vooral vervolghulp buiten Jongerenwelzijn wenselijk, met name hulp buiten de sectoren van integrale jeugdhulp (‘andere’) en geestelijke gezondheidszorg. Er kunnen meerdere mogelijkheden per dossier geregistreerd worden.

Daarnaast wordt geregistreerd of vervolghulp al of niet gerealiseerd is, deels gerealiseerd is (dan zijn meerdere antwoordmogelijkheden in de vervolghulp aangeduid, en is een deel wel en een deel niet gerealiseerd), of wanneer de minderjarige op de wachtlijst terecht komt van de nodige vervolghulp.

Voor deze dossiers wordt de vervolghulp zowel binnen als buiten Jongerenwelzijn voor iets meer dan de helft effectief gerealiseerd.

In de loop van 2015 is de registratie van vervolghulpverlening optioneel voor dossiers met een specifieke aanmelding - zoals crisis en time-out -, om de registratielast voor deze dossiers te beperken. Dat maakt dat een deel van de registratie onbekend is.

Pleegzorg

Algemeen

De diensten voor pleegzorg zijn vergund om de volgende modules aan te bieden:

  • Ondersteunende pleegzorg is pleegzorg ter ondersteuning van het gezin van het pleegkind of de pleeggast, hetzij voor een korte aaneengesloten periode, hetzij met afwisselend verblijf;
  • Perspectiefzoekende pleegzorg is pleegzorg gedurende een periode van maximaal zes maanden, één keer verlengbaar met zes maanden, waarbij een duidelijk perspectief voor het pleegkind of pleeggast ontwikkeld wordt;
  • Perspectiefbiedende pleegzorg is pleegzorg met een continu en langdurig karakter;
  • Behandelpleegzorg is een vorm van pleegzorg waarbij een dienst voor pleegzorg voorziet in een behandeling voor een pleegkind of pleeggast, of in een intensieve training en begeleiding van de pleegzorger.

De diensten voor pleegzorg richten zich ook tot meerderjarige pleeggasten. Pleegzorg voor pleeggasten is altijd rechtstreeks toegankelijk.

Capaciteit pleegzorg

Pleegzorg kent geen programmatie en wordt niet uitgedrukt in capaciteit. Om een idee te geven van de grootte van het aanbod pleegzorg, wordt gekeken naar de inzet van de verschillende modules of vormen van pleegzorg op 31/12/2015.

Tabel: Inzet pleegzorg
  31/12/14 31/12/15
Vormen van pleegzorg  Totaal Percentage Totaal Percentage
Ondersteunend 419 8% 503 9%
Perspectiefbiedend 4565 86% 4755 84%
Perspectiefzoekend 341 6% 399 7%
TOTAAL 5325 100% 5657 100%

Op 31/12/2015 zijn er 5.657 pleegzorgsituaties, dat betekent een stijging met 332 pleegzorgsituaties (6%) t.o.v. 2014.

De grootste groep vormt de perpectiefbiedende pleegzorg met 4.755 pleegzorgsituaties (84%). De ondersteunende pleegzorg (9%) en de perspectiefzoekende pleegzorg (7%) vormen de minderheid. In vergelijking met 2014 zijn de verhoudingen tussen de verschillende vormen van pleegzorg ongeveer hetzelfde gebleven.

Crisisopvang wordt binnen de pleegzorg weinig ingezet en mondt meestal uit in de andere vormen van pleegzorg. In 2015 is het 298 keren ingezet.

Er zijn 403 pleeggasten boven de 21 jaar. Dit zijn er 17 meer dan op 31/12/2014.

Behandelingspleegzorg wordt op 31/12/2015 ingezet bij 546 pleegkinderen of –gasten die gebruik maken van perspectiefzoekende of perspectiefbiedende pleegzorg.  Een vergelijking met 2014 is niet mogelijk omdat behandelingspleegzorg toen nog volop in ontwikkeling was.

Aangezien voor pleegzorg geen capaciteit bepaald is, wordt hiervoor geen bezettingspercentage berekend.

Aantal dossiers

Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke jongeren pleegzorg
  opgestarte dossiers afgesloten dossiers alle dossiers
Dossiers 1.447 967 6.761
Unieke jongeren 1.354 909 6.534

In 2015 worden in totaal 6.761 dossiers door de diensten voor pleegzorg geregistreerd in Binc (Begeleiding in Cijfers), het registratiesysteem van de private voorzieningen erkend en vergund door Jongerenwelzijn:

  • 1.447 dossiers zijn opgestart in 2015 (en nog niet afgerond);
  • 967 dossiers zijn vóór 2015 opgestart en in 2015 afgesloten;
  • 4.347 dossiers zijn opgestart vóór 2015 en nog lopende na 2015.

Het aantal dossiers ingevoerd door de diensten voor pleegzorg vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (21.099 dossiers), toont dat pleegzorg 32% vertegenwoordigt. 

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde periode voor een cliënt. Een cliënt kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is te kijken naar het aantal unieke cliënten (op basis van rijksregisternummer) die worden geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen in Binc zijn er in totaal 17.599 unieke cliënten (ten opzichte van 21.099 dossiers). Voor de diensten voor pleegzorg is dit een totaal van 6.534 unieke cliënten (ten opzichte van 6.761 dossiers).

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod pleegzorg
Combinatie met: Pleegzorg %
JWZ 201 20,8
AWW 3 0,3
CGG 12 1,2
CLB 19 2,0
VAPH 40 4,1
K&G 22 2,3
crisishulpprogramma 11 1,1
onbekend 0 0,0
niet van toepassing 659 68,1
geen eindregistratie beschikbaar 32 3,3
Totaal 967 100,0

Voor het merendeel van de afgesloten dossiers van pleegzorg is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp. Vindt er doorheen het traject van de minderjarige wel een combinatie met ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn. Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal afgesloten dossiers.

Specifieke gegevens over cliënten die via de toegangspoort instromen in pleegzorg

Tabel: Aantal unieke minderjarigen en meerderjarigen in pleegzorg – NRTJ (aanmelder) (opgestarte dossiers)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5j 116 39 56 37 53 301 39,0
6-11j 68 27 27 19 34 175 22,7
12-17j 84 38 54 47 47 270 35,0
18-21j 12 0 4 0 3 19 2,5
> 21j 0 0 0 0 0 0,0
onbekend 4 1 1 0 0 6 0,1
Totaal 284 105 142 103 137 771 100,0
% 36,8 13,6 18,4 13,4 17,8 100,0  

De meeste minderjarigen die via de toegangspoort worden aangemeld voor pleegzorg, zijn tussen 0 en 5 jaar. De groep 12-17 jarigen is in verhouding groter dan bij rechtstreekse aanmeldingen voor pleegzorg. De provincie Antwerpen telt het meeste minderjarigen die via de toegangspoort worden aangemeld voor dit organisatietype. Er zijn 19 meerderjarige pleeggasten via de toegangspoort aangemeld voor pleegzorg. Dit is in principe enkel mogelijk bij voortgezette jeugdhulp tot de leeftijd van 21 jaar. Pleegzorg voor meerderjarige pleeggasten is rechtstreeks toegankelijk en voortgezette pleegzorg in het kader van de jeugdhulp is na 21 jaar niet mogelijk. De tabel betreft het aantal unieke cliënten van de opgestarte dossiers.

Tabel: Begeleidingsduur in pleegzorg – NRTJ (aanmelder) (van afgesloten dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal %
0-28 7 1%
29-60 21 4%
61-120 29 5%
121-180 22 4%
181-365 70 13%
366-730 84 15%
>730 313 57%

De gemiddelde begeleidingsduur van dossiers die via de toegangspoort aangemeld zijn voor pleegzorg bedraagt 1.614 dagen (meer dan 4 jaar). 57% van de afgesloten dossiers kent een begeleidingsduur langer dan 2 jaar. Bij de langlopende dossiers zijn ook 24 dossiers van meerderjarige pleeggasten. Deze trekken de gemiddelde begeleidingsduur mogelijk op. Anderzijds zijn de pleegzorgdiensten gefusioneerd in 2014 en kan ook dat een vertekening geven in de registratie, wanneer al langer lopende begeleidingen de begindatum van de fusie hebben gekregen.

Tabel: Vervolghulpverlening aangewezen bij pleegzorg – NRTJ (aanmelder) (afgesloten dossiers) en realisatie
  Wel gerealiseerd Niet gerealiseerd Deels gerealiseerd Op wachtlijst Onbekend Niet van toepassing Totaal %
Onbekend         6   6 0,9
Geen vervolghulp            125 125 18,4
JWZ 177 33 63 40 12   325 47,9
Buiten JWZ 93 36 54 27 12   222 32,7
Totaal 270 69 117 67 30 125 678 100,0
% 39,8 10,2 17,3 9,9 4,4 18,4 100,0  

De som van alle cijfers geeft niet het aantal afgesloten dossiers, daar voor een jongere zowel vervolghulp binnen als buiten Jongerenwelzijn kan aangeduid zijn (voor de categorie "buiten JWZ" kunnen meerdere categorieën aangeduid worden).

Tabel: Verdeling vervolghulpverlening buiten Jongerenwelzijn, per sector, pleegzorg
Sector %
VAPH 3,9
GGZ 19,4
K&G 4,7
AWW 2,2
CLB 8,6
Andere 29,0
Onbekend 32,3
Totaal 100,0

Bij het afsluiten van dossiers binnen pleegzorg met aanmelding via de toegangspoort, wordt vooral vervolghulp binnen Jongerenwelzijn als wenselijk geregistreerd. Wanneer vervolghulp buiten Jongerenwelzijn nodig wordt geacht, betreft het vooral hulp buiten integrale jeugdhulp (‘andere’) en geestelijke gezondheidszorg. Er kunnen meerdere mogelijkheden per dossier geregistreerd worden.

Daarnaast wordt geregistreerd of vervolghulp al of niet gerealiseerd is, deels gerealiseerd is (dan zijn meerdere antwoordmogelijkheden in de vervolghulp aangeduid, en is een deel wel en een deel niet gerealiseerd), of wanneer de minderjarige op de wachtlijst terecht komt van de nodige vervolghulp.

Voor deze dossiers is de vervolghulp binnen Jongerenwelzijn voor iets meer dan de helft en vervolghulp buiten Jongerenwelzijn voor iets minder dan de helft effectief gerealiseerd.

Wanneer de registratie voor vervolghulp onbekend is, betekent dit dat de eindregistratie niet verplicht is, o.a. bij dossiers van meerderjarige pleeggasten.

Centra voor integrale gezinszorg

Algemeen

De centra voor integrale gezinszorg (CIG) zijn voorzieningen die zorgen voor de begeleiding en het verblijf van ouders - al dan niet alleenstaand - en hun kinderen, en van aanstaande ouders, bij wie de gezinscohesie, de zorg voor de komende generatie en de maatschappelijke integratie in het gedrang komen of al verstoord zijn. De opvang en begeleiding door de CIG is gericht op het verbeteren van de opvoedingscontext en van de relationele, individuele, familiale en maatschappelijke context en heeft finaal als doel de maatschappelijke integratie.

De CIG zijn erkend op basis van de typemodules contextbegeleiding, verblijf van gemiddeld een tot drie nachten per week en verblijf van gemiddeld vier tot zeven nachten per week.

Daarnaast hebben verschillende CIG een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt.

Erkende capaciteit

Tabel: Capaciteit CIG
Erkende capaciteit in modules 31/12/15
Centra integrale gezinszorg verblijf (NRTJ) 126
Centra integrale gezinszorg contextbegeleiding (RTJ) 223

De erkende capaciteit voor de CIG wordt uitgedrukt in inzetbare modules.

Bezetting

Tabel: Bezetting per typemodule CIG
Typemodule Bezetting
Centra voor integrale gezinszorg (CIG) 91%
Contextbegeleiding voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 90%
Verblijf 92%

De bezettingsgraad is een percentage dat aangeeft in welke mate de totaal beschikbare capaciteit - van een module - daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De CIG hebben een gemiddelde bezetting van 91%, en ongeveer een gelijke bezetting tussen verblijf en contextbegeleiding. De bezetting is over de hele lijn vergelijkbaar met 2014.

De opstart van de intersectorale toegangspoort en de verschuiving van een deel van het aanbod van niet-rechtstreeks naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp lijken geen impact te hebben op de bezetting van de voorzieningen.

Aantal dossiers

Tabel: Aantal dossiers CIG
  opgestarte dossiers afgesloten dossiers alle dossiers
Dossiers 250 232 460
Unieke jongeren 245 228 451

In 2015 worden in totaal 460 dossiers door de CIG geregistreerd:

  • 250 dossiers zijn opgestart in 2015;
  • 232 dossiers zijn vóór 2015 opgestart en in 2015 afgesloten;
  • 22 dossiers worden zowel opgestart als afgesloten in 2015, waardoor deze zowel bij de opgestarte als bij de afgesloten dossiers geteld worden.

Het aantal dossiers ingevoerd door de CIG vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (21.099 dossiers), toont dat de CIG 2% vertegenwoordigen. 

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde periode voor een cliënt. Een cliënt kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is te kijken naar het aantal unieke cliënten (op basis van rijksregisternummer) die worden geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen in Binc zijn er in totaal 17.599 unieke cliënten (ten opzichte van 21.099 dossiers). Voor de CIG is dit een totaal van 451 unieke cliënten (ten opzichte van 460 dossiers).

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod voor CIG
Sector Aantal %
JWZ 39 16,8
AWW 5 2,2
CGG 6 2,6
CLB 4 1,7
VAPH 11 4,7
K&G 18 7,8
crisishulpprogramma 1 0,4
onbekend 0 0,0
niet van toepassing 165 71,1
geen eindregistratie beschikbaar 0 0,0
Totaal 232 100,0

Voor het merendeel van de afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp. Vindt er doorheen het traject van de minderjarige wel een combinatie met ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn. Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal afgesloten dossiers.

Specifieke gegevens over cliënten die via de toegangspoort instromen in een CIG

Tabel: Aantal unieke minderjarigen in CIG – NRTJ (aanmelder) (opgestarte dossiers), per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5j 40 16 2 10 15 83 70,3
6-11j 7 4 0 2 1 14 11,9
12-17j 9 1 2 3 3 18 15,3
18-21j 0 0 0 0 1 1 0,8
Ongeboren kind 2 0 0 0 0 2 1,7
Totaal  58 21 4 15 20 118 100,0
% 49,2 17,8 3,4 12,7 16,9 100,0  

De meeste minderjarigen die via de toegangspoort worden aangemeld bij de CIG zijn tussen 0 en 5 jaar. De provincie Antwerpen telt de grootste groep voor niet-rechtstreeks toegankelijke hulp in dit organisatietype (verblijf).

De CIG maken ook steeds een dossier aan voor een ongeboren kind van een moeder in begeleiding. Op het moment van inzameling van de gegevens, zijn er zo 2 dossiers. Wanneer het kind geboren wordt en een rijksregisternummer krijgt, komt het in de tabel van de 0-5 jarigen. De tabel betreft het aantal unieke cliënten van de opgestarte dossiers.

Tabel: Begeleidingsduur in CIG – NRTJ (aanmelder) (van afgesloten dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal %
0-28 9 8%
29-60 5 4%
61-120 23 20%
121-180 6 5%
181-365 43 37%
366-730 26 22%
>730 4 3%

De gemiddelde begeleidingsduur van dossiers aangemeld via de toegangspoort bij een CIG is 273 dagen, dit is gelijk aan de begeleidingsduur van de rechtstreeks aangemelde dossiers.  37% van de afgesloten dossiers kent een begeleidingsduur tussen 6 en 12 maanden.

Tabel: Vervolghulpverlening aangewezen bij CIG – NRTJ (aanmelder) (afgesloten dossiers) en realisatie
  Wel gerealiseerd Niet gerealiseerd Deels gerealiseerd Op wachtlijst Onbekend Niet van toepassing Totaal %
Onbekend             0 0,0
Geen vervolghulp            6 6 3,3
JWZ 26 11 34 15 4   90 50,0
Buiten JWZ 28 9 37 9 1   84 46,7
Totaal 54 20 71 24 5 6 180 100,0
% 30,0 11,1 39,4 13,3 2,8 3,3 100,0  

De som van alle cijfers geeft niet het aantal afgesloten dossiers, daar voor een jongere zowel vervolghulp binnen als buiten Jongerenwelzijn kan aangeduid zijn (voor de categorie "buiten JWZ" kunnen meerdere categorieën aangeduid worden).

Tabel: Verdeling vervolghulpverlening buiten Jongerenwelzijn, per sector, CIG
Sector %
VAPH 9,8
GGZ 19,7
K&G 13,1
AWW 2,5
CLB 1,6
Andere 36,9
Onbekend 16,4
Totaal 100,0

Bij het afsluiten van dossiers binnen een CIG met aanmelding via de toegangspoort, wordt ongeveer even vaak vervolghulp binnen als buiten Jongerenwelzijn als wenselijk geregistreerd. Wanneer vervolghulp buiten Jongerenwelzijn nodig wordt geacht, gaat het vooral over hulp buiten de sectoren van integrale jeugdhulp (‘andere’) en geestelijke gezondheidszorg. Er kunnen meerdere mogelijkheden per dossier geregistreerd worden.

Daarnaast wordt geregistreerd of vervolghulp al of niet gerealiseerd is, deels gerealiseerd is (dan zijn meerdere antwoordmogelijkheden in de vervolghulp aangeduid, en is een deel wel en een deel niet gerealiseerd), of wanneer de minderjarige op de wachtlijst terecht komt van de nodige vervolghulp.

Voor deze dossiers wordt de vervolghulp binnen Jongerenwelzijn voor iets meer dan een kwart en de vervolghulp buiten Jongerenwelzijn voor een derde effectief gerealiseerd.

In de loop van 2015 wordt voor dossiers met een specifieke aanmelding - zoals crisis - de registratie van de vervolghulpverlening optioneel, om de registratielast voor deze dossiers te beperken. Dit maakt dat een deel van de registratie onbekend is.

Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra

Algemeen (crisisaanbod en NRTJ)

Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) zijn erkend voor de modules handelingsgerichte diagnostiek, verblijf in het kader van diagnostiek met gemiddeld een tot drie nachten en verblijf met gemiddeld vier tot zeven nachten.

De handelingsgerichte en dialooggestuurde diagnostiek van een OOOC is een interdisciplinair besluitvormingsproces, waarbij - op een wetenschappelijk verantwoorde manier - informatie wordt verzameld over de aangemelde problematische leefsituatie om een antwoord te krijgen op volgende vragen:

  • Wat is er aan de hand? Wat is de aard van de problemen die door jongeren en de gezinscontext worden aangemeld?
  • Waarom is dit aan de hand? Waarom doen deze problemen zich op dit moment voor?
  • Wat kan er gedaan worden om de gesignaleerde problemen te verminderen of te verhelpen, om tot een meer kansen biedende opvoedingssituatie te komen? Welke stappen hebben jongeren en de gezinscontext reeds ondernomen om tot een verandering in de situatie te komen? Welke ondersteuning hebben zij hierbij nodig?

Aan de hand van diagnostiek gaat een OOOC op zoek naar wat gedaan kan worden en komt zo tot een handelingsgericht advies.

Daarnaast hebben verschillende OOOC een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt. Voor het aanbod van de OOOC in de crisisnetwerken worden er permanent (verzekerd aanbod) of tijdelijk (mogelijk aanbod) niet-rechtstreekse modules diagnostiek en/of verblijf ingezet. Het crisisaanbod van de OOOC zit dus vervat in hun diagnostiek- en verblijfsmodules.

Tabel: Erkende capaciteit in modules OOOC
Erkende capaciteit in modules 31/12/15
Onthaal- oriëntatie- en observatiecentra verblijf in het kader van diagnostiek (NRTJ) 256
Onthaal- oriëntatie- en observatiecentra diagnostiek in het kader van een problematische leefsituatie (NRTJ) 354

De erkende capaciteit voor de OOOC wordt uitgedrukt in inzetbare modules.

Bezetting

Tabel: Bezetting per typemodule OOOC
Typemodule Bezetting
Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) 90%
Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 89%
Verblijf 91%

De bezettingsgraad is een percentage dat aangeeft in welke mate de totaal beschikbare capaciteit - van een module - daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

Van de OOOC is dit 90%, waarbij de gemiddelde bezetting van de typemodules diagnostiek en verblijf ongeveer gelijk is. Dit is een iets hogere gemiddelde bezetting ten opzichte van 2014 (OOOC: 88%, diagnostiek: 89%, verblijf: 86%).

De opstart van de intersectorale toegangspoort en de verschuiving van een deel van het aanbod van niet-rechtstreeks naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp lijken geen impact te hebben op de bezetting van de voorzieningen.

Aantal dossiers

Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke jongeren OOOC
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 1.467 1.322 1.712
Unieke jongeren 1.305 1.195 1.538

In 2015 worden in totaal 1.712 dossiers door de OOOC geregistreerd:

  • 1.467 dossiers zijn opgestart in 2015;
  • 1.322 dossiers zijn vóór 2015 opgestart en in 2015 afgesloten;
  • 1.077 dossiers worden zowel opgestart als afgesloten in 2015, waardoor deze zowel bij de opgestarte als bij de afgesloten dossiers geteld zijn.

Het aantal dossiers ingevoerd door de OOOC vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (21.099 dossiers), toont dat de OOOC 8% vertegenwoordigen. 

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde periode voor een cliënt. Een cliënt kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is ook eens te kijken naar het aantal unieke cliënten (op basis van rijksregisternummer) die worden geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen in Binc zijn er in totaal 17.599 unieke cliënten (ten opzichte van 21.099 dossiers). Voor de OOOC is dit een totaal van 1.538 unieke cliënten (ten opzichte van 1.712 dossiers).

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod OOOC
Combinatie met: OOOC %
JWZ 222 16,8
AWW 7 0,5
CGG 23 1,7
CLB 50 3,8
VAPH 16 1,2
K&G 19 1,4
crisishulpprogramma 49 3,7
onbekend 2 0,2
niet van toepassing 884 66,9
geen eindregistratie beschikbaar 96 7,3
Totaal 1322 100,0

Voor het merendeel van de afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp. Vindt er doorheen het traject van de minderjarige wel een combinatie met ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn. Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal afgesloten dossiers.

Specifieke gegevens over cliënten die via de toegangspoort instromen in een OOOC

Tabel: Aantal unieke minderjarigen in OOOC – NRTJ (aanmelder) (opgestarte dossiers), per leeftijdscategorie
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5j 43 10 3 14 21 91 10,5
6-11j 117 19 29 45 33 243 28,1
12-17j 234 47 83 54 111 529 61,2
onbekend 1 0 0 0 0 1 0,1
Totaal 395 76 115 113 165 864 100,0
% 45,7 8,8 13,3 13,1 19,1 100,0  

De meeste minderjarigen die via de toegangspoort instromen in een OOOC, zijn tussen 12 en 17 jaar. Antwerpen telt het hoogste aantal minderjarigen.

Tabel: Begeleidingsduur in OOOC – NRTJ (aanmelder) (van afgesloten dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal %
0-28 101 12,10%
29-60 221 26,50%
61-120 323 38,70%
121-180 130 15,60%
181-365 55 6,60%
366-730 2 0,20%
>730 2 0,20%

De gemiddelde begeleidingsduur van de dossiers aangemeld via de toegangspoort bij een OOOC is 110 dagen. 38,6% van de afgesloten dossiers kent een begeleidingsduur tussen 0 en 60 dagen; 38,7% een duur tussen 60 en 120 dagen; 22,7% duurt langer dan 120 dagen.

Tabel: Vervolghulpverlening aangewezen bij OOOC – NRTJ (aanmelder) (afgesloten dossiers) en realisatie
  Wel gerealiseerd Niet gerealiseerd Deels gerealiseerd Op wachtlijst Onbekend Niet van toepassing Totaal %
Onbekend         22   22 1,9
Geen vervolghulp            45 45 3,8
JWZ 208 66 69 222 37   602 50,8
Buiten JWZ 150 80 85 174 26   515 43,5
Totaal 358 146 154 396 85 45 1184 100,0
% 30,2 12,3 13,0 33,4 7,2 3,8 100,0  

De som van alle cijfers geeft niet het aantal afgesloten dossiers, daar voor een jongere zowel vervolghulp binnen als buiten Jongerenwelzijn kan aangeduid zijn (voor de categorie "buiten JWZ" kunnen meerdere categorieën aangeduid worden).

Tabel: Verdeling vervolghulpverlening buiten Jongerenwelzijn, per sector, OOOC
Sector %
VAPH 4,2
GGZ 29,8
K&G 4,2
AWW 5,0
CLB 10,1
Andere 21,2
Onbekend 25,6
Totaal 100,0

Bij het afsluiten van dossiers binnen een OOOC met aanmelding via de toegangspoort, wordt vooral vervolghulp binnen Jongerenwelzijn als wenselijk geregistreerd. Wanneer vervolghulp buiten Jongerenwelzijn nodig wordt geacht, betreft het voornamelijk geestelijke gezondheidszorg. Wanneer de registratie voor vervolghulp onbekend is, betekent dit dat de eindregistratie niet verplicht is (o.a. bij crisisdossiers). Er kunnen meerdere mogelijkheden per dossier geregistreerd worden.

Daarnaast wordt geregistreerd of vervolghulp al of niet gerealiseerd is, deels gerealiseerd is (dan zijn meerdere antwoordmogelijkheden in de vervolghulp aangeduid, en is een deel wel en een deel niet gerealiseerd), of wanneer de minderjarige op de wachtlijst terecht komt van de nodige vervolghulp.

Voor deze dossiers is de vervolghulp zowel binnen als buiten Jongerenwelzijn voor ongeveer een derde effectief gerealiseerd.

In de loop van 2015 wordt voor dossiers met een specifieke aanmelding - zoals crisis - de registratie van de vervolghulpverlening optioneel, om de registratielast voor deze dossiers te beperken. Dit maakt dat een deel van de registratie onbekend is.