Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2016):

Centra voor leerlingenbegeleiding

De centra voor leerlingenbegeleiding CLB begeleiden alle leerlingen die schoollopen in Vlaanderen en Brussel, en dit van zodra het kind instapt in het onderwijs (vanaf 2,5 jaar) tot aan het verlaten van het leerplichtonderwijs (tot maximaal 25 jaar). 

Verspreid over Vlaanderen en Brussel zijn er in totaal 72 CLB’s. Tijdens het schooljaar 2016 – 2017 staan zij in voor de begeleiding van in totaal 1.173.483 leerlingen in 3.709 scholen1. Leerlingen, ouders en scholen zijn de prioritaire partners van de CLB’s in hun werking. Daarbij stelt het CLB het belang van de leerling altijd centraal. Vragen aan het CLB kunnen zowel rechtstreeks van de leerling en/of ouder(s) komen als vanuit het schoolteam. 

De CLB’s bevinden zich vanuit een draaischijffunctie op het kruispunt tussen de beleidsdomeinen onderwijs, welzijn, gezondheid en werk. Binnen de integrale jeugdhulp nemen de CLB’s een belangrijke rol op als grootste partner binnen de brede instap, waar zij iedere vraag tot jeugdhulp onthalen, ongeacht het probleemgebied en/of regio. Daarnaast participeert ieder CLB actief in een MDT waar de aanvragen voor niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp kunnen worden ingediend (dit vanuit een eigen MDT-erkenning of binnen een samenwerkingsverband). Tenslotte werkt het CLB actief samen met heel wat schoolexterne partners.

De data worden verzameld aan de hand van het elektronisch leerlingendossier LARS. Sinds 2011 werken alle CLB’s met hetzelfde elektronische leerlingendossier, dat alle relevante gegevens m.b.t. de CLB-begeleiding van een leerling bijhoudt.

Opmerkingen bij de cijfers:

  • De cijfers geven het aantal ‘unieke leerlingen’ weer. Dit betekent dat een leerling die twee keer een beroep doet op eenzelfde actie of onderwerp, slechts één keer in de statistieken is opgenomen.
  • De cijfers hebben betrekking op het volledige schooljaar 2016 – 2017.
  • De cijfers in dit jaarverslag focussen in de eerste plaats op de opdrachten die het CLB opneemt binnen integrale jeugdhulp. De CLB-sector brengt jaarlijks een uitgebreid cijferrapport uit over zijn volledige werking. Meer lezen? Bekijk dan het volledige CLB-jaarverslag voor het schooljaar 2016 – 2017.

De publicatie van deze cijfers vindt plaats aan de vooravond van de hervorming van de leerlingenbegeleiding en van het nieuwe decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, dat in werking treedt op 1 september 2018.

De belangrijkste gevolgen daarvan zijn:

  • de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een beleid op leerlingenbegeleiding als erkenningsvoorwaarde voor de school;
  • het verder versterken van de netoverstijgende samenwerking tussen de CLB’s;

het afstemmen van taken en rollen tussen alle actoren die participeren binnen de leerlingenbegeleiding.

1 Bron: Onderwijs Vlaanderen, Statistisch Jaarboek 2016 – 2017, online raadpleegbaar via https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/nl/onderwijsstatistieken/statistisch-jaarboek/statistisch-jaarboek-2016-2017.

 

Contact met leerlingen tijdens het schooljaar 2016 - 2017

De leerlinggebonden begeleiding van het CLB omvat twee soorten:

  • de vraaggestuurde begeleiding waarbij een leerling, ouder(s) of school een zorgvraag formuleert aan het CLB;
  • de verplichte begeleiding, zijnde:
    • medische consulten (vanaf 01/09/2018 omgevormd naar systematische contacten);
    • begeleiding voor het tegengaan van de verspreiding van besmettelijke ziekten;
    • begeleiding in het kader van problematische afwezigheden.
Tabel: Aantal unieke leerlingen medisch en vraaggestuurd, per leeftijd en per provincie (teleenheid: unieke leerlingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal % Stud tov populatie
Vraaggestuurd 87.266 40.306 71.520 59.519 48.976 308.880 26,04%
0-5 jaar 15.264 6.664 11.891 9.089 9.012 52.205 4,40%
6-11 jaar 39.718 17.552 30.033 25.649 23.809 137.228 11,57%
12-17 jaar 31.040 15.661 28.701 24.267 15.793 115.592 9,75%
18-21 jaar 4.986 2.293 4.033 3.152 2.374 17.379 1,47%
+21 jaar 156 82 104 114 80 569 0,05%
Medisch 150.336 66.640 120.135 88.389 102.200 529.048 44,60%
0-5 jaar 43.053 18.155 33.476 24.208 30.001 149.193 12,58%
6-11 jaar 65.439 28.802 53.379 38.937 45.505 232.791 19,63%
12-17 jaar 41.622 19.950 33.567 25.712 27.075 148.219 12,50%
18-21 jaar 893 220 256 246 187 1.836 0,15%
+21 jaar 49 2 11 4 8 79 0,01%
Eindtotaal 196.840 87.706 159.655 120.769 128.324 695.106 58,60%
(Bron: Lars)

De CLB’s hebben tijdens het schooljaar 2016-2017 contact met 695.106 unieke leerlingen. Dit is 58,60% van de totale Vlaamse schoolpopulatie of bijna 6 leerlingen op 10.

Een leerling kan tijdens hetzelfde schooljaar zowel voor een vraaggestuurde activiteit (bijvoorbeeld wanneer het rekenen moeilijk gaat) als voor een medische activiteit (bv. een medisch consult) in contact komen met het CLB. De som van het totaal aantal leerlingen blijft echter altijd uniek, wat betekent dat deze leerling slechts een keer wordt meegeteld.

In totaal komen 529.048 unieke leerlingen langs bij het CLB op medisch onderzoek (44,60% van de totale schoolpopulatie). Dat is een stijging tegenover het voorgaande schooljaar2, wat verklaard wordt door de stijgende schoolpopulatie.

Voor 308.880 unieke leerlingen wordt een zorgvraag gesteld aan het CLB. Dat is 26,04% van de totale schoolpopulatie of meer dan 1 leerling op 4. Zowel de leerling zelf, zijn ouder(s) als de school kan deze vraag stellen aan het CLB.

Het aantal leerlingen binnen de vraaggestuurde werking daalt voor het vijfde schooljaar op rij. Daarentegen stijgt het gemiddeld aantal interventies per leerling. Er komen dus minder leerlingen met een vraag naar het CLB, maar de vragen die ze stellen, vragen wel meer contacten.

 
2 Tijdens het schooljaar 2015-2016 kwamen 511.744 unieke leerlingen langs op het CLB voor een medisch consult.

De vraaggestuurde werking

De vraaggestuurde werking van de CLB’s vertrekt altijd van een zorgvraag over het welbevinden van een leerling of groep van leerlingen. Het vrijwaren of versterken van het leerproces of de onderwijsloopbaan van de leerling vormt daarbij steeds het uitgangspunt.

De vraaggestuurde werking situeert zich binnen vier begeleidingsdomeinen:

  • Het domein leren en studeren bevat interventies m.b.t. het functioneren in de klas. Thema’s en onderwerpen die hieronder vallen, zijn: moeilijkheden met rekenen of lezen, taal- en spraakontwikkeling en werkhouding en aandacht.
  • Het domein onderwijsloopbaan heeft – zoals de naam het zelf zegt -rechtstreeks betrekking op het onderwijstraject van de leerling. Een belangrijke opdracht van het CLB ligt hierbij in studiekeuzebegeleiding, waarbij het een rol opneemt aanvullend op de school. Ook belangrijke overstappen in de onderwijsloopbaan worden begeleid door het CLB, zoals de trajectbegeleiding in het kader van een eventuele overstap naar het buitengewoon onderwijs of de overstap naar/binnen het stelsel leren en werken. Het CLB is daarbij de enige gemachtigde instantie die een verslag kan uitschrijven voor toegang tot het buitengewoon onderwijs, of een gemotiveerd verslag dat recht geeft op ondersteuning in het gewoon onderwijs. Daarnaast nemen de CLB’s een belangrijke rol op bij de opvolging van de leerplicht.
  • Het domein preventieve gezondheidszorg. Naast de verplichte medische consulten en het vaccinatieaanbod werkt het CLB ook preventief en vraaggestuurd binnen dit domein.
  • Binnen het domein psychosociaal functioneren worden leerlingen begeleid met een zorgvraag inzake het brede welbevinden, zoals de emotionele of sociale ontwikkeling (bijvoorbeeld pesten) of problemen thuis. De meeste acties m.b.t. integrale jeugdhulp bevinden zich binnen dit laatste domein.
Tabel: Aantal unieke leerlingen binnen de vraaggestuurde werking opgedeeld per begeleidingsdomein
(teleenheid: unieke leerlingen)
  Leren en studeren Onderwijsloopbaan Preventieve gezondheidszorg Psychosociaal functioneren
Aantal leerlingen 146.763 140.473 58.348 104.266
Aandeel tov schoolpopulatie 12,36% 11,83% 4,92% 8,78%
 (Bron: CLB Jaarverslag)

De begeleidingsdomeinen waarop het grootste aantal leerlingen een beroep doet bij het CLB, zijn “leren en studeren” en “onderwijsloopbaanbegeleiding”, telkens ongeveer 12% van de leerlingen. Het begeleidingsdomein psychosociaal functioneren wordt bevraagd door 9% van de leerlingen. Binnen het domein van de preventieve gezondheidszorg is voor ongeveer 5% van de leerlingen een zorgvraag gesteld.

Brede instap

Uit de cijfers blijkt dat de CLB’s voor de meeste kinderen en jongeren het eerste contact zijn met hulpverlening. Dit onderstreept het belang van de unieke positie van het CLB binnen het onderwijs-en welzijnslandschap: iedere Nederlandstalige erkende school in Vlaanderen en Brussel werkt samen met een CLB. Binnen de functie van de brede instap onthaalt het CLB iedere vraag naar jeugdhulp (dus ook niet-schoolgerelateerde vragen).

Tabel: Aantal unieke leerlingen met de functie onthaal
(teleenheid: unieke leerlingen)
  Antwerpen Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams Brabant
& Brussel
West-
Vlaanderen
Totaal %Stud tov populatie
0-5 jaar 12.702 5.622 10.212 7.642 7.759 44.304 3,74%
6-11 jaar 31.293 13.073 23.837 18.323 20.491 107.510 9,06%
12-17 jaar 25.707 12.154 25.119 13.154 21.463 97.791 8,24%
18-21 jaar 4.269 1.931 3.476 1.998 2.773 14.867 1,25%
21+ jaar 138 68 88 68 92 482 0,04%
Volledig totaal 73.114 32.425 61.769 40.672 51.591 260.982 22,00%
Totaal zonder groep 21+ jaar 72.986 32.359 61.683 40.607 51.505 260.524 21,96%
(Bron: CLB Jaarverslag)

Bovenstaande tabel bevat alle leerlingen voor wie het CLB een onthaal registreert in het schooljaar 2016 – 2017. Het CLB onthaalt niet alleen vragen op de klassieke manier (nl. face to face) maar zet ook in op online hulpverlening en dit via de CLBch@t, waar leerlingen en hun ouders op een laagdrempelige en anonieme manier een vraag kunnen stellen aan het CLB. Tijdens het schooljaar 2016-2017 is de bereikbaarheid van de CLBch@t uitgebreid. Zo blijft de chat iedere avond een uur langer open (tot 21 uur) en is er permanentie tijdens de schoolvakanties. Tegelijk is er een stijging van het aantal ouders dat de weg vindt naar de CLBch@t.

Tijdens het schooljaar 2016 – 2017 voert het CLB in totaal 4.013 gesprekken met leerlingen en ouders. Gemiddeld worden er 23 gesprekken gevoerd per chatsessie van 4 uur (of 3 uur op woensdagnamiddag). Aangezien de CLBch@t een verlengde is van de reguliere CLB-werking, worden ook hier de begeleidingsvragen opgedeeld in de vier begeleidingsdomeinen.

Tabel: Aantal gesprekken CLBch@t opgedeeld per begeleidingsdomein
(teleenheid: gesprekken CLBch@t)
  Leren en studeren Onderwijsloopbaan Preventieve Gezondheidszorg Psychosociaal functioneren
Aantal gesprekken 297 400 816 1.863
Aandeel ten opzichte van het totaal aantal gesprekken 8,80% 11,85% 24,17% 55,18%
(Bron: jaarverslag CLBch@t)

De populairste onderwerpen zijn studiekeuze, verliefdheid, seksualiteit, relatievaardigheid en interactie binnen het gezin.

CLBch@t brengt jaarlijks ook zelf een jaarverslag uit met gedetailleerde cijfers en informatie over de gevoerde gesprekken. Dit jaarverslag is te vinden op de website van CLBch@t.

Ook voor vragen rond studiekeuze en het onderwijslandschap wordt ingezet op online dienstverlening met de Onderwijskiezer. Deze website biedt onderwijsnetoverstijgende en neutrale informatie over het volledige onderwijslandschap in Vlaanderen en Brussel. Sinds de lancering van Onderwijskiezer op 30 augustus 2011 blijkt er veel vraag en interesse te bestaan bij leerlingen, ouders, scholen en CLB-medewerkers, die bovendien nog jaar na jaar toeneemt. De bezoekerscijfers liegen er niet om: tijdens het schooljaar 2016-2017 brengen maar liefst 1.582.710 gebruikers een bezoekje aan de website, van wie 1.289.922 unieke bezoekers.

Kortdurende begeleiding

Het CLB kan ook zelf een begeleidingstraject starten, de zogenaamde kortdurende begeleiding. Deze bestaat uit een aanbod van twee tot maximum acht sessies en heeft tot doel het bieden van een antwoord op de zorgvraag. Indien het CLB van oordeel is dat de eigen kortdurende begeleiding niet volstaat hiervoor, zal het steeds doorverwijzen naar een meer gepast hulpverleningsaanbod.

Het CLB verstrekt zelf geen therapie. De kortdurende begeleiding kan daarnaast ook niet ingezet worden als vorm van overbruggingshulp in afwachting van hulp in een meer gespecialiseerde setting.

Tabel: Aantal unieke leerlingen binnen kortdurende begeleiding
(teleenheid: unieke leerlingen)
  Antwerpen Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams Brabant
& Brussel
West-
Vlaanderen
Totaal %Stud tov populatie*
0-5 jaar 1.090 313 601 435 593 3.054 0,26%
6-11 jaar 4.444 1.651 2.708 2.113 2.156 13.152 1,11%
12-17 jaar 6.053 3.163 5.397 3.285 4.013 21.960 1,85%
18-21 jaar 835 508 683 537 509 3.147 0,27%
21+ jaar 59 35 25 40 37 201 0,02%
Volledig totaal 12.178 5.549 9.206 6.267 7.146 40.561 3,42%
Totaal zonder groep 21+ jaar 12.159 5.531 9.195 6.248 7.131 40.477 3,41%
(Bron: CLB Jaarverslag)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Samenwerking met netwerk

Het CLB staat niet alleen in voor het bieden van gepaste hulpverlening voor de zorgvraag van leerlingen, ouders en scholen. Waar nodig doet het CLB een beroep op een aanwijsbaar netwerk van partners uit belendende sectoren. De draaischijffunctie die het CLB hierbij opneemt, bevindt zich dan ook op het snijpunt tussen onderwijs, welzijn, de gezondheidssector en de arbeidsmarkt.

Een warme overdracht staat steeds centraal binnen de draaischijffunctie. Dat betekent dat het CLB de leerling en/of zijn ouders voldoende handvatten aanreikt om met de best passende hulpverlening aan de slag te gaan. Voor bepaalde doelgroepen zal het CLB hierbij een meer aanklampende houding aannemen, zodat de overstap naar het netwerk zo laagdrempelig mogelijk kan verlopen voor de leerling en/of zijn ouder(s). Het CLB vertaalt de noden van de leerlingen vanuit een onderwijsperspectief naar de welzijnsinstellingen en vice versa.

Tabel: Aantal unieke leerlingen per domein voor de functie samenwerking met netwerk
(teleenheid: unieke leerlingen)
Domein/onderwerp Aantal leerlingen 2014-2015 Aantal leerlingen 2015-2016 Aantal leerlingen 2016-2017
Leren en studeren 19.115 19.661 20.902
Onderwijsloopbaan 17.543 18.699 19.966
Psychosociaal functioneren 21.235 23.700 25.764
(Bron: CLB Jaarverslag)

Het is – opnieuw – duidelijk dat de samenwerking met het netwerk in de eerste plaats gebeurt binnen het begeleidingsdomein psychosociaal functioneren. Het onderwerp waarvoor het vaakst wordt samengewerkt met het netwerk, is ‘problemen thuis’. Mogelijke actoren waarmee het CLB in dergelijke gevallen samenwerkt, zijn bijvoorbeeld de crisisjeugdhulp, een dienst die positieve heroriëntering aanbiedt (gezinsbegeleiding) of een ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ). Andere vaak voorkomende onderwerpen zijn gedragsproblemen (waarbij bijvoorbeeld kan worden samengewerkt met een centrum voor geestelijke gezondheidszorg of CGG) en leerlingen met een vermoeden van autismespectrumstoornis (ASS). De diagnose ASS kan enkel door een (kinder)psychiater worden vastgesteld.

Er is voor alle domeinen een stijging in het aantal leerlingen voor wie het CLB samenwerkt met het netwerk. Het aantal leerlingen voor wie wordt samengewerkt met het netwerk neemt toe met 27% over de laatste 5 schooljaren heen.

Het is duidelijk dat het CLB met heel wat verschillende netwerkpartners samenwerkt. Een opsomming van al deze netwerkpartners zou te ver leiden. Deze netwerkpartners situeren zich op verschillende beleidsdomeinen, nl.:

  • onderwijs (bijvoorbeeld het ondersteuningsnetwerk in het kader van het M-decreet);
  • welzijn (bijvoorbeeld Kind en Gezin, de centra voor ambulante revalidatie (CAR), de centra geestelijke gezondheidszorg (CGG));
  • gezondheid (een wijkgezondheidscentrum, specialisten, tandartsen …);
  • arbeidsmarkt (bijvoorbeeld VDAB, Actiris);
  • vrije tijd (een laagdrempelig sportaanbod);
  • jeugdwerk (straathoekwerkers).

De netwerken worden op verschillende manieren opgebouwd en onderhouden. Zo worden op Vlaams niveau vanuit de Internettensamenwerkingscel (ISC) samenwerkingsovereenkomsten gesloten (bijvoorbeeld met Bednet en de centra voor ambulante revalidatie, de centra voor ontwikkelingsstoornissen (COS) en de centra voor geestelijke gezondheidszorg). Ook op provinciaal niveau werken de CLB’s intensief samen (bijvoorbeeld binnen de netwerken ‘Samen tegen schooluitval’ of het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp (IROJ)).

Tenslotte is ook de realisatie van de samenwerking op regionaal niveau cruciaal. Heel wat CLB’s engageren zich bijvoorbeeld in een lokaal Huis van het Kind, binnen het lokaal overlegplatform (LOP) of in een regionaal samenwerkingsverband voor jeugdhulp (bijvoorbeeld binnen een stuurgroep rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp waarbij de betrokken organisaties van naderbij kennismaken met elkaars organisatie en afspraken maken).

Centra algemeen welzijnswerk

Het centrum voor algemeen welzijnswerk (CAW) helpt mensen met al hun vragen en problemen rond welzijn. Je kan er terecht met elke vraag:

  • een moeilijke relatie;
  • persoonlijke problemen;
  • financiële, administratieve, juridische of materiële problemen;
  • problemen in je gezin, familie of buurt;
  • ...

Het CAW biedt ook hulp aan slachtoffers van geweld en misbruik, aan mensen die betrokken zijn bij verkeersongevallen en misdrijven, en aan (ex-)gedetineerden en hun naasten.

Het CAW is er ook voor jongeren. Zij kunnen met al hun vragen en problemen onder meer terecht in het Jongerenadviescentrum JAC, een aanbod van het CAW specifiek voor jongeren. Net zoals in het CAW gaan hulpverleners daar concreet aan de slag met de jongere. Het JAC wil jongeren die het moeilijk hebben:

  • de steun geven om zelf (terug) verder te kunnen;
  • rust bieden wanneer ze dat kwijt zijn;
  • hun mogelijkheden versterken;
  • informeren over hun rechten en hen bijstaan in het benutten ervan.

De CAW werken steeds vanuit een integrale benadering van de problematiek en sterk contextgericht. Ze beogen de draagkracht, de autonomie en de zelfstandigheid van de jongere te vergroten. Hiervoor ondersteunen ze de aanwezige krachten van de jongere en zijn leefomgeving op een actieve wijze.

Binnen integrale jeugdhulp vervult het CAW de rol van brede instap. Vanuit hun decretale opdracht van laagdrempelig en breed onthaal voor alle kinderen en jongeren kunnen zij en hun ouders terecht bij een CAW voor eender welke welzijnsvraag.

De cijfers in het jaarverslag jeugdhulp komen uit het elektronisch cliëntdossier en de daaraan gekoppelde sectorale registratie. Ze hebben betrekking op het aantal kinderen en jongeren in het onthaal van de CAW. Eén minderjarige kan in principe meerdere keren geteld zijn als hij in verschillende onthaalcasussen of cliëntdossiers betrokken is.

De cijfergegevens geven een beeld van alle jongeren tot en met 25 jaar die in 2017 door de CAW zijn geholpen.

Onthaal als proces van vraagverheldering

Samen met de jongere worden de hulpvraag ontrafeld en de problemen geïnventariseerd en systematisch in kaart gebracht. Dat geeft inzicht in de aard van de problemen en staat toe alle mogelijke oplossingen te verkennen. Die vraagverheldering is een antwoord op de hulpvraag of een stap naar directe hulp of begeleiding. Directe hulp wordt veelal binnen het onthaal van het CAW zelf gegeven, waardoor geen doorverwijzing volgt.

In 2017 helpen de CAW 26.502 kinderen en jongeren tot 26 jaar:

  • het merendeel van de jongeren (67%) is tussen de 18 en 25 jaar;
  • 6% is jonger dan 12 jaar;
  • 28% is tussen 12 en 17 jaar.

Er is een kleine daling van 1,7% in vergelijking met 2016. Enkel in de provincie Antwerpen is er een lichte stijging (+3%). De lichte daling tegenover 2016 doet zich voor binnen de verschillende leeftijdsgroepen, enkel de jongste groep - kinderen jonger dan 12 jaar - kent een lichte toename tegenover 2016 (+1,5%).

Tabel: Aantal kinderen en jongeren CAW op onthaal, per provincie en per leeftijdscategorie
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 118 142 90 105 118 573 2,20%
6-11 jaar 116 127 118 172 161 694 2,60%
0-11 (niet verder in detail bekend) 81 44 11 26 37 199 0,80%
12-17 jaar 1.972 731 1.591 1.524 1.488 7.306 27,60%
18-21 jaar 2.089 692 1.689 1.286 1.266 7.022 26,50%
22-25 jaar 2.674 990 1.967 1.414 1.486 8.531 32,20%
18-25 (niet verder in detail bekend) 759 167 594 350 307 2.177 8,20%
Totaal 7.809 2.893 6.060 4.877 4.863 26.502 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)

Online contacten

Vele hulpvragen worden via e-mail gesteld. Het gaat hier vooral over de ‘mail een hulpverlener’- webformulieren die via de algemene websites (www.jac.be  en www.caw.be ) of de regionale websites (bv. www.jaclimburg.be, www.cawantwerpen.be  ….) – 24 sites in totaal - binnen komen. Ook wanneer de chat offline is, wordt de bezoeker doorverbonden naar het mailformulier voor een hulpvraag.

Voor de cijferanalyse van de e-mails op de JAC-sites wordt een opdeling gemaakt in gedetailleerde leeftijdscategorieën. Dat geldt niet voor de CAW-sites. Daarom kunnen voor de CAW-sites enkel de categorieën ’25 of jonger’ en ‘ouder dan 25’ worden meegegeven. Het aanduiden van de leeftijd is bovendien geen verplicht veld bij de webformulieren, waardoor de leeftijd niet altijd gekend is.

Zowel bij de cijfers voor de JAC- als voor de CAW-sites wordt een veld ‘ouder dan 25’ meegegeven. Dit geeft een beeld van het totaal aantal e-mailvragen via de website en het aandeel jongeren ten opzichte van het totaal.

De cijfers zijn een puur kwantitatieve analyse van de inzendingen van het webformulier. Sommige mensen sturen eenzelfde webformulier meerdere keren, waardoor dubbeltellingen mogelijk zijn.

In vergelijking met 2016 is er een sterke daling (-28%) van het aantal e-mails via de website JAC. Ook het aantal e-mails via de website CAW daalt, zij het in mindere mate (-5%).  Deze daling valt te verklaren doordat e-mail een kanaal is dat minder en minder gebruikt wordt, vooral door jongeren. Deze trend is al een tijd aan de gang. Jongeren gebruiken meer en meer kanalen zoals WhatsApp, Instagram … Deze kanalen zijn echter minder geschikt voor hulpverlening, waardoor jongeren moeilijker worden bereikt.  

Tabel: Aantal webformulieren ‘mail een hulpverlener’ via de websites van CAW en JAC
(teleenheid: webformulieren)
  Mails via website JAC Mails via website CAW
0-11 jaar 8 847
12-17 jaar 644  
18-20 jaar 493  
21-25 jaar 352  
Ouder dan 25 jaar 110 2.811
Onbekend 114 616
Totaal 1.721 4.274
(Bron: CAW 2017)

Daarnaast zijn er ook heel wat chatgesprekken tussen kinderen en jongeren en een CAW-hulpverlener. In totaal zijn er in 2017 4.889 gesprekken gevoerd met kinderen en jongeren 0 tot 25 jaar oud:

  • 3.935 via JAC-online;
  • 801 via CAW-online;
  • 153 chatgesprekken op afspraak;
  • Van 1.453 gesprekken is de leeftijd van de cliënt onbekend. Aangezien het merendeel van deze gesprekken via de chatroom van het JAC verloopt, zijn dit waarschijnlijk ook jongeren jonger dan 25 jaar. (*)

In vergelijking met 2016 is er een stijging van 19% van de chats op afspraak en een gelijk aantal chats via CAW-online. Het aantal chats via JAC-online daalt met 8%. Dat is deels te verklaren door een technisch probleem, waardoor de chats gedurende 14 dagen in mei niet geregistreerd zijn. Daarnaast is er het bijkomende aanbod van chatkamers voor jongeren bij andere organisaties o.a. Tele_Onthaal en Awel. Ook dit kanaal verliest mogelijk aan populariteit tegenover kanalen als WhatsApp.

Tabel: Aantal hulpverlenende chatgesprekken met jongeren via de websites www.jac.be en www.caw.be
(teleenheid: chatgesprekken)
  JAC CAW Op afspraak
0-11 jaar 66 15 0
12-17 jaar 2.148 135 93
18-20 jaar 963 249 27
21-25 jaar 758 402 33
Ouder dan 25 jaar 47 1.494 14
Onbekend (*) 937 401 115
Totaal  4.919 2.696 282
(Bron: CAW 2017)
(*) Van het merendeel van de bezoekers dat zich aanmeldt via www.jac.be kan verondersteld worden dat het gaat om jongeren van 25 jaar of jonger.

Doorverwijzingen3

Er zijn tal van (categorieën van) organisaties die kinderen en jongeren doorverwijzen naar het CAW. Ongeveer 56% zijn interne doorverwijzingen (tussen CAW’s en tussen teams). Daarnaast zijn er ook externe doorverwijzingen:

  • jongeren tot en met 25 jaar worden het meest verwezen vanuit niet-professionele instanties, voornamelijk door de eigen context (mantelzorgers) (11%)4;
  • er wordt vaak doorverwezen vanuit OCMW (8%), scholen en CLB (5%), politionele diensten (5%) en justitie (3%);
  • Jongerenwelzijn, geestelijke gezondheidszorg en de huisarts nemen telkens 1 à 2 % van de doorverwijzingen voor hun rekening;
  • de doorverwijzing vanuit de ruimere samenlevingsactoren - zoals jeugdwerk, samenlevingsopbouw, minderhedensector, werk- en huisvestingsactoren - is gering maar in zijn totaliteit zeker niet te onderschatten (7%).
3 Bij dit onderdeel ontbreken de cijfergegevens van november en december van CAW De Kempen en CAW Limburg door de opstart van een nieuwe wijze van registratie in het elektronisch cliëntendossier.
4 De cijfers ‘cliënt context’ en ‘niet-professioneel’ verschillen met het werkjaar 2016 doordat mantelzorgers nu bij de categorie ‘cliënt context’ worden geteld en in 2016 bij ‘niet-professioneel’. Samengenomen is het aandeel van deze twee categorieën gelijkaardig aan 2016. 
Tabel: Doorverwijzingen naar het CAW - aantal kinderen en jongeren per organisatie die doorverwijst naar het CAW, per provincie
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams-Brabant
& Brussel
West-
Vlaanderen
Totaal %
CAW 2.406 1.960 2.884 1.804 2.083 11.137 56,37%
CGG 34 26 32 30 34 156 0,79%
CLB 117 29 83 124 82 435 2,20%
JWZ 134 30 86 94 102 446 2,26%
K&G 10 8 9 27 12 66 0,33%
VAPH 15 4 37 16 18 90 0,46%
OCJ 11 3 14 9 7 44 0,22%
Jeugdrechtbank 0 0 0 0 0 0 0,00%
SDJ 9 3 3 8 8 31 0,16%
Politie 136 102 302 181 189 910 4,61%
Crisishulp 0 0 0 0 0 0 0,00%
School 110 28 113 120 167 538 2,72%
Gezondheidszorg 35 6 44 22 19 126 0,64%
Psycholoog/psychiater 4 2 3 9 3 21 0,11%
Huisarts 120 20 46 41 49 276 1,40%
OCMW 424 311 284 216 348 1.583 8,01%
Pleeggezin 0 0 0 0 0 0 0,00%
Niet-professioneel 332 7 85 69 113 606 3,07%
Justitie 89 132 186 100 56 563 2,85%
Totaal 4.608 2.846 5.027 3.479 3.870 19.757 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)

Kinderen en jongeren die omwille van hun specifieke vragen of problematiek niet (volledig) kunnen geholpen worden binnen het CAW, worden doorverwezen naar de juiste hulpverleningsinstantie. Zo kan iemand worden doorverwezen naar de geestelijke gezondheidszorg en toch ook nog verder hulp krijgen binnen het CAW (in het kader van directe hulp of opvang). De meeste doorverwijzingen gebeuren naar de centra geestelijke gezondheidszorg (2,7%) en het OCMW (8%).

Uiteraard worden niet alle jongeren doorverwezen naar andere organisaties. Ze kunnen ook geholpen zijn binnen het onthaal van het CAW of doorverwezen worden naar verdere begeleiding binnen het CAW (62% van de doorverwijzingen zijn interne doorverwijzingen).

Jongeren worden ook doorverwezen naar een ander CAW als dit om praktische redenen gemakkelijker bereikbaar en toegankelijker is. Dat kan te maken hebben met de nabijheid of omgekeerd met het bewust kiezen voor afstand omwille van privacy.

Tabel: Doorverwijzingen door het CAW - aantal kinderen en jongeren per organisatie waarnaar het CAW doorverwijst, per provincie
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams-Brabant
& Brussel
West-
Vlaanderen
Totaal %
Binnen eigen CAW 1.492 1.319 2.145 1.176 1.476 7.608 61,72%
Ander CAW 93 44 63 67 57 324 2,63%
CGG 85 38 78 57 80 338 2,74%
CLB 41 11 55 26 20 153 1,24%
JWZ (zonde rJRB en SDJ) 48 8 32 33 23 144 1,17%
K&G (zonder VK) 12 4 9 8 7 40 0,32%
VAPH 22 6 22 15 13 78 0,63%
OCJ 6 5 5 7 10 33 0,27%
VK 1 4 2 0 0 7 0,00%
GV 0 0 0 0 0 0 0,00%
Jeugdrechtbank 0 0 0 0 0 0 0,00%
SDJ 10 0 1 3 1 15 0,01%
Politie 22 14 16 12 7 71 0,58%
Parket 2 0 0 1 0 3 0,02%
Crisismeldpunt 0 0 0 0 0 0 0,00%
Crisishulp 0 0 0 0 0 0 0,00%
School 15 5 8 7 6 41 0,33%
Gezondheidszorg (medische sector m.u.v. huisartsen) 17 4 41 12 18 92 0,75%
Psycholoog/psychiater 3 4 7 10 10 34 0,28%
Huisarts 29 27 47 15 10 128 1,04%
OCMW 287 214 217 100 166 984 7,98%
Cliënt(context) 24 23 59 72 24 202 1,64%
Pleeggezin 0 0 0 0 0 0 0,00%
Niet-professioneel 7 1 4 0 0 12 0,10%
Justitie 86 24 74 40 57 281 2,28%
Andere 425 166 459 418 271 1.739 14,11%
Niet van toepassing 0 0 0 0 0 0 0,00%
TOTAAL 2.727 1.921 3.344 2.079 2.256 12.327 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)

Afsluiten onthaal5

  • Bij 9.758 (38%) kinderen en jongeren wordt de hulpverlening op onthaal afgerond zonder nood aan verdere begeleiding.
  • Bij 4.510 (18%) kinderen en jongeren wordt de hulpverlening op onthaal afgerond maar is er wel een doorverwijzing voor verdere begeleiding: 3.282 (13%) zijn intern doorverwezen binnen het CAW, 1.228 (5%) extern.
  • Bij 2.722 kinderen en jongeren is de onthaalhulpverlening afgebroken: meestal (6%) door de jongere of omwille van zijn beschikbaarheid (4%, bv. wanneer de begeleiding stopt omwille van opname of detentie).
  • De missings (34%) zijn zowel de openstaande onthalen (onthalen die voortlopen in werkjaar 2018) als de onthaalcasussen waarbij de hulpverlener de manier van afsluiten is vergeten registreren eind 2017 (en dus onterecht nog open staan).
Tabel: Manier van afsluiten onthaal
(teleenheid: kinderen en jongeren)
Manier van afsluiten onthaal  Aantal  %
Afgerond (hulpverlener en minderjarige zijn akkoord) 9.758 38,10%
Afgerond met interne doorverwijzing voor begeleiding 3.282 12,80%
Afgerond met externe doorverwijzing voor begeleiding 1.228 4,80%
Vraag en aanbod niet compatibel 2 0,00%
Afgebroken door minderjarige 1.495 5,80%
Afgebroken door dienst 162 0,60%
Afgebroken vanwege beschikbaarheid minderjarige 1.065 4,20%
Nog niet afgesloten / niet ingevuld 8.615 33,60%
Totaal  25.607 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)
5 Bij dit onderdeel ontbreken de cijfergegevens van november en december van CAW De Kempen en CAW Limburg door de opstart van een nieuwe wijze van registratie in het elektronisch cliëntendossier

Kind en Gezin

Preventieve gezinsondersteuning

Kind en Gezin maakt er werk van om gezinstrajecten te ondersteunen van -9 maanden tot de jongvolwassenheid. 

Van bij de zwangerschap worden vooral digitale informatie aangeboden en gezinnen zo doorheen de zwangerschap gegidst. Extra inspanningen gaan naar de meest kwetsbare gezinnen. 

Van bij de geboorte tot een kind naar school gaat, bieden lokale teams een preventief en ondersteunend programma aan, vormgegeven samen met het gezin. Daarbij gaat aandacht naar het kind, zijn gezin (ouders) en de brede leefomgeving van het kind en zijn gezin. Dit gebeurt door een mix van:

  • programmatorische contacten (opgehangen aan de leeftijd en ontwikkeling van een kind);
  • een ganse reeks andere momenten en contacten (huisbezoeken, op consultatie, telefonische contacten, ondersteuning per e-mail of chat ...) op maat van elk gezin en geïntegreerd.

Dat wil zeggen dat al de domeinen waarin Kind en Gezin een opdracht heeft (groeipakket, kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning en adoptie) als één geheel bij de ouder terechtkomen en bovendien op een gepast moment in het dienstverlenend traject.

Vanaf de schoolgaande leeftijd is de rol van Kind en Gezin opnieuw digitaal gidsend en informatief, via de Huizen van het Kind en Groeimee.be.  

Kind en Gezin werkt - samen met heel wat andere organisaties - een aanbod uit voor ouders met jonge kinderen, bijvoorbeeld via de Huizen van het Kind.

Binnen integrale jeugdhulp nemen de teams van Kind en Gezin de functie van brede instap op (met focus op 0-3 jarigen). Ouders kunnen contact opnemen bij vragen of behoefte aan ondersteuning. Het team maakt hiervoor graag tijd vrij en verwijst indien nodig door naar gespecialiseerde diensten, zowel binnen als buiten de jeugdhulp.

De preventieve gezinsondersteuning verwijst door naar een breed spectrum van zorgverleners en diensten, bv. de behandelende arts, opvoedingswinkel, initiatieven rond ontmoeting, OCMW, sociale organisaties, kinderopvangvoorzieningen, diensten voor gezinszorg … Ook naar voorzieningen binnen integrale jeugdhulp wordt doorverwezen.

De cijfers van de teamleden van Kind en Gezin zijn afkomstig uit Mirage, hun dossier- en registratiesysteem.

In totaal is bij 207.370 unieke kinderen gebruik gemaakt van de dienstverlening van Kind en Gezin in 2017. Het betreft alle kinderen voor wie minstens één fysiek contact is geregistreerd van het type huisbezoek, consult, gehoortest en opvoedingsondersteuning. Contacten met zwangere vrouwen zijn niet meegeteld.

Het aantal bereikte kinderen ligt in de lijn van 2015 en 2016, toen respectievelijk 207.521 en 208.868 kinderen werden bereikt. In de jaarrapporten jeugdhulp van de betreffende jaren werden echter door een technische fout lagere aantallen gepubliceerd (186.771 en 187.617 kindcontacten).

Tabel: Aantal kinderen met minstens één fysiek contact in preventieve gezinsondersteuning K&G, per provincie
(teleenheid: unieke kinderen)
  Aantal minderjarigen %
Antwerpen 62.397 29,80%
Limburg 26.864 12,80%
Oost-Vlaanderen 47.836 22,90%
Vlaams-Brabant & Brussel 39.022 18,70%
West-Vlaanderen 33.137 15,80%
Totaal 207.370 100,00%
(Bron: Mirage)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën.

Vanuit de preventieve gezinsondersteuning van Kind en Gezin vinden doorverwijzingen plaats naar probleemgebonden rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen integrale jeugdhulp. De registratie maakt geen onderscheid tussen gerealiseerde en niet-gerealiseerde verwijzingen.

Eenzelfde kind kan verschillende keren doorverwezen zijn, of doorverwezen zijn naar verschillende voorzieningen. Het gaat dus niet over het aantal verschillende kinderen dat wordt doorverwezen, wel over het aantal doorverwijzingen.

In 2017 is in totaal 332 keer een doorverwijzing naar een partner integrale jeugdhulp geregistreerd, met name naar de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ):

  • Kind en Gezin (121 doorverwijzingen, 36%);
  • CAW (99 doorverwijzingen, 30%);
  • CGG (59 doorverwijzingen, 18%).

Dit ligt in lijn met 2015 en 2016 – met respectievelijk 318 en 403 doorverwijzingen bij de 0- tot 3-jarigen.

Een aantal belangrijke opmerkingen:

  • De sector Kind en Gezin omvat de verwijzingen naar de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) en naar de reguliere werking van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK). Dat laatste zijn enkel de meldingen met actieve tussenkomst. (Anonieme) advies- en/of coaching-vragen worden niet meegerekend. Verwijzingen naar de inloopteams van Kind en Gezin worden evenmin meegeteld.
  • De registraties voor de sectoren CLB (centra voor leerlingenbegeleiding) en CAW (centra algemeen welzijnswerk) maken geen onderscheid in typemodules brede instap en vervolghulp RTJ. De cijfers omvatten dus alle verwijzingen naar beide sectoren.
  • De registraties voor de sectoren CAW, CLB, CGG (centra voor geestelijke gezondheid) en VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) maken geen onderscheid tussen verwijzingen naar jeugdhulp of ander (regulier) aanbod. De cijfers omvatten dus alle verwijzingen naar de voornoemde sectoren, ook wanneer het een doorverwijzing is van de ouder (en niet het kind).
  • De verwijzingen worden geteld in de provincie waar het kind zijn domicilieadres heeft (op 31 december 2017). Dat is niet noodzakelijk de provincie van waaruit doorverwezen is.

Er zijn ook een paar kanttekeningen bij de wijze waarop doorverwijzingen worden geregistreerd:

  • Soms zijn teams betrokken bij de zorgcoördinatie die aanstuurt op doorverwijzing, maar zijn ze niet de doorverwijzer zelf dit zit dan niet in bovenstaande cijfers vervat.
  • Het registreren van verwijzingen in Mirage was tot eind 2015 erg omslachtig. Kind en Gezin heeft in het laatste kwartaal van 2015 een nieuwe verwijsmodule in gebruik genomen waardoor de kwaliteit van de cijfers reeds beter zou moeten zijn. Dit is echter een proces, er blijft mogelijk sprake van onder-registratie: het aantal verwijzingen naar vervolghulp RTJ kan in de praktijk hoger liggen.
Tabel: Aantal verwijzingen vanuit preventieve gezinsondersteuning K&G naar vervolghulp RTJ, per provincie
(teleenheid: verwijzingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant
& Brussel
West-Vlaanderen Totaal %
K&G 24 41 17 27 12 121 35,80%
CAW 35 20 21 7 19 102 30,20%
CLB 6 5 7 0 3 21 6,20%
CGG 18 24 10 4 3 59 17,50%
VAPH 2 4 3 1 3 13 3,80%
JWZ 11 0 5 0 6 22 6,50%
Totaal 96 94 63 39 46 338 100,00%
% 28,40% 27,80% 18,60% 11,50% 13,60% 100,00%  
(Bron: Mirage)

Inloopteams

De inloopteams zijn gevestigd in 15 kansarme buurten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en werken buurtgericht. Ze vervullen opdrachten ten aanzien van (aanstaande) gezinnen met jonge kinderen in een maatschappelijk kwetsbare positie.

Inloopteams ondersteunen gezinnen bij het opnemen van hun ouderschap. Ze doen dit door tijd en ruimte te maken voor positieve ouder-kind interacties:

  • Rechtstreeks: door samenspel voor ouders en kinderen, uitwisseling rond opvoeding en ouderschap, informatiesessies rond voeding, slapen, opvoeding …, warme toeleiding naar reeds bestaande activiteiten van partners …;
  • Onrechtstreeks: door hulp te bieden bij administratieve zaken, het versterken van vaardigheden van mensen (bv. oefenen van de Nederlandse taal), (warme) doorverwijzing naar en/of afstemming met partners die instaan voor werk, huisvesting, onderwijs …

Binnen integrale jeugdhulp nemen de inloopteams - vanuit hun laagdrempelige functie en hun bereik van een kwetsbare groep van gezinnen - de functie van brede instap op.

Onderstaande cijfers zijn aangeleverd door de inloopteams zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben.

Voor de interpretatie van de cijfers is het belangrijk te weten dat de 15 inloopteams:

  • werken in bepaalde kansarme buurten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en dus niet heel Vlaanderen dekken;
  • een groot aantal anonieme contacten hebben (meer dan 1.000 anonieme contacten voor alle inloopteams samen) die niet in onderstaande gegevens vervat zijn omdat niet geweten is over hoeveel ‘unieke’ gezinnen het gaat;
  • niet op kindniveau maar wel op gezinsniveau registreren.

Onderstaande tabel toont het aantal unieke contacten in 2017.

In 2017 bereiken de 15 inloopteams in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 6.570 unieke gezinnen in een maatschappelijk kwetsbare positie. In vergelijking met 2015 en 2016 is dit een stijging met respectievelijk 1.172 gezinnen (+18%) en 395 gezinnen (+6%). Daarnaast realiseren de inloopteams vanuit hun laagdrempelige werking heel wat anonieme contacten, waarvan niet geweten is over hoeveel verschillende gezinnen het gaat.

Tabel: Aantal unieke gezinnen met minstens één contactmoment
(teleenheid: unieke gezinnen)
  Aantal gezinnen  
Antwerpen (4 inloopteams) 1.992 30,30%
Limburg (1 inloopteam) 171 2,60%
Oost-Vlaanderen (5 inloopteams) 2.301 35,00%
Vlaams-Brabant & Brussel (3 inloopteam) 1.179 17,90%
West-Vlaanderen (2 inloopteams) 927 14,10%
Totaal 6.570 100,00%
(Bron: registratiesysteem inloopteams)

De volgende tabel toont het aantal doorverwijzingen vanuit de inloopteams naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ) binnen integrale jeugdhulp. Eenzelfde gezin kan meerdere keren doorverwezen zijn, of doorverwezen zijn naar verschillende voorzieningen. Het gaat dus niet over het aantal unieke gezinnen dat wordt doorverwezen, wel over het aantal doorverwijzingen.

Enkele belangrijke opmerkingen:

  • De sector Kind en Gezin omvat de doorverwijzingen naar de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) en naar de reguliere werking van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK). Verwijzingen naar de preventieve zorg van Kind en Gezin zijn niet meegerekend.
  • De registraties voor de sectoren CLB (centra voor leerlingenbegeleiding) en CAW (centra algemeen welzijnswerk) maken geen onderscheid tussen typemodules brede instap en vervolghulp RTJ.
  • Soms zijn inloopteams betrokken bij de zorgcoördinatie die aanstuurt op doorverwijzing, maar zijn ze niet de doorverwijzer zelf – dit zit dan niet in bovenstaande cijfers vervat.

De inloopteams verzorgen ongeveer 200 doorverwijzingen naar integrale jeugdhulp. Globaal ligt dit een stuk lager in vergelijking met 2015 en 2016 (respectievelijk 340 en 231 doorverwijzingen). Dat komt vooral door een daling in het aantal verwijzingen naar Kind en Gezin; naar alle waarschijnlijkheid door een correctere registratie (waarbij de preventieve zorg van Kind en Gezin duidelijker is uitgesloten van de bevraging).

Tabel: Aantal verwijzingen vanuit de 15 inloopteams naar RTJ
(teleenheid: verwijzingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
K&G 5 2 19 3 10 39 19,50%
CAW 45 0 8 7 25 85 42,50%
CLB 10 1 22 4 5 42 21,00%
CGG 2 0 7 0 3 12 6,00%
VAPH 1 0 6 3 0 10 5,00%
JWZ 4 0 1 2 5 12 6,00%
Totaal 67 3 63 19 48 200 100,00%
% 33,50% 1,50% 31,50% 9,50% 24,00% 100,00%  
(Bron: registratiesysteem inloopteams)