Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2016):

De afdeling Continuïteit en toegang (ACT) levert met de uitbouw van een regionaal info-en aanspreekpunt een bijdrage aan de realisering van continuïteit.

Cliëntoverleg en bemiddeling zijn daarin belangrijke instrumenten. In 2017 staan de provincies en Vlaamse gemeenschapscommissie VGC nog in voor de organisatie ervan.

Een derde pijler is de organisatie van rondetafels voor jongvolwassenen. In situaties waar veel hulpaanbieders betrokken zijn en waar de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid als zorgwekkend of complex wordt beschouwd, is ACT aanspreekbaar om de hulpvraag mee op te volgen en te coördineren.

Bemiddeling

Een goede relatie tussen hulpverlener en hulpvrager is een kritieke succesfactor voor continuïteit en een goed verloop van hulpverlening. Ook de verstandhouding tussen ouder(s) en minderjarigen heeft een niet te miskennen impact.

Soms loopt de hulpverlening vast of is er een conflict dat maakt dat de hulp niet opgestart geraakt. Een jongere, zijn ouders en de hulpverleners geraken het bijvoorbeeld niet eens over wat er moet gebeuren. Of er is een conflict tussen een jongere en zijn ouders, waar geen gesprek meer mogelijk lijkt. Het kan dan gaan om meningsverschillen tussen ouders en kinderen over de gewenste hulpverlening of het verloop ervan, of om meningsverschillen tussen hulpverleners en minderjarigen of ouders over het verloop en het opzet van hulpverlening. Dan wordt er  best naar een oplossing gezocht.

Om breuken in de hulpverlening te vermijden, kunnen zowel jongeren, ouders als hulpverleners een beroep doen op een onafhankelijke bemiddelaar. In 2017 richten zij hun vraag aan het provinciaal loket of dat van de VGC. Sinds 1 januari 2018 is de werking van het loket overgenomen door de regionale teams continuïteit van ACT (afdeling Continuïteit en toegang) van het agentschap Jongerenwelzijn.

Bemiddeling herstelt dus de dialoog tussen minderjarigen, ouders, opvoedingsverantwoordelijken en betrokken hulpverleners met het oog op het oplossen of hanteerbaar maken van conflicten, zodat de verdere hulpverlening niet in het gedrang komt of wordt stopgezet.

Dit proces wordt op gang getrokken door een onafhankelijke, onpartijdige derde: de bemiddelaar. Zijn interventie laat toe dat partijen een oplossing vinden voor hun conflict. Bemiddeling in de jeugdhulp is nog relatief jong. Het is een instrument dat met de start van het nieuwe decreet Integrale jeugdhulp (2014) is ingevoerd om continuïteit in de hulp te helpen waarborgen.

In 2017 zijn er 80 ontvankelijke aanmeldingen voor bemiddeling geregistreerd door de loketten. Het aantal ontvankelijke aanvragen is stabiel gebleven. In 2016 waren er 81 ontvankelijke aanmeldingen voor bemiddeling. De regio’s Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant hebben een inhaalbeweging gemaakt. Antwerpen is koploper geworden met 32,5% ontvankelijke aanvragen (+7%). Hierdoor wordt de terugval van West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen gecompenseerd.  De terugval in Oost-Vlaanderen is mogelijk te wijten aan het personeelsverloop bij het provinciale loket. Voor West-Vlaanderen is niet meteen een verklaring.

Tabel: Ontvankelijke aanmeldingen bemiddeling
(teleenheid: bemiddelingen)
  Ontvankelijke aanmeldingen %
Antwerpen 26 32,50%
Brussel 0 0,00%
Limburg 12 15,00%
Oost-Vlaanderen 11 13,80%
Vlaams-Brabant 15 18,80%
West-Vlaanderen 16 20,00%
Totaal 80 100,00%
(Bron: Registratie afrekening loketten)

Onderstaande tabel geeft  de cijfers van volledig afgewerkte bemiddelingen weer (n=66). Het gaat dus niet over het totaal aantal aanvragen maar over het aantal afgewerkte bemiddelingsdossiers, geregistreerd door de provinciale loketten.

Het verschil tussen het aantal ingediende aanvragen en  afgewerkte bemiddelingen ligt in o.a. bemiddelingsgesprekken die nog  plaatsvinden in 2018 en dus niet afgerekend zijn in 2017. Deze laatsten worden meegenomen in de registratie van 2018.

Tabel: Bemiddeling per regio
(teleenheid: bemiddelingen)
  Aantal %
Antwerpen 20 30,30%
Brussel 0 0,00%
Limburg 9 13,60%
Oost-Vlaanderen 9 13,60%
Vlaams-Brabant 12 18,20%
West-Vlaanderen 16 24,20%
Totaal  66 100,00%
(Bron: Registratie afrekening loketten)

Onderstaande tabellen zijn gebaseerd op de registratie door bemiddelaars zelf. 37% van de afgeronde bemiddelingen zijn niet of onvolledig geregistreerd door de bemiddelaars. De rapportage gaat dus over 41 geregistreerde dossiers. 2017 was een overgangsjaar waarin de overdracht van het loket cliëntoverleg en bemiddeling naar Jongerenwelzijn is voorbereid. De loketten hebben de registratie van bemiddelaars minder opgevolgd.

In 26,3% (n= 10) van de gestarte bemiddelingen komt de aanvraag  rechtstreeks van jongeren en ouders.  Voorzieningen (vooral Jongerenwelzijn) doen in 73,7% (n= 28) een aanvraag. Ook tussen de regio’s zijn verschillen merkbaar. 

Tabel: Aantal bemiddelingen per aanmelder en per regio
(teleenheid: bemiddelingen)
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
Ouders 1 0 1 2 1 3 8 21,05%
Jongeren 0 0 0 0 0 2 2 5,26%
Opvoedingsverantwoordelijken 0 0 0 0 0 0 0 0,00%
Totaal minderjarigen 1 0 1 2 1 5 10 26,32%
Onderwijs 0 0 0 0 0 0 0 0,00%
GGZ 0 0 0 2 0 1 3 7,89%
K&G 1 0 0 0 0 1 2 5,26%
JWZ 2 0 1 1 0 4 8 21,05%
VAPH 3 0 1 1 0 0 5 13,16%
AWW 1 0 0 0 0 3 4 10,53%
Andere (belendende sectoren) 2 0 0 0 2 2 6 15,79%
Totaal hulpverlening 9 0 2 4 2 11 28 73,68%
Onbekend 16 0 9 5 12 0 42  
Aantal geregistreerde dossiers 10 0 3 6 3 16 38 100,00%
(Bron: Registratiesysteem Bemiddeling)

De conflicten die aanleiding geven voor een bemiddeling gaan vooral over een conflict in lopende hulpverlening (n=17;  44,7%) en de stopzetting (n=12; 31,6%) van hulpverlening. Vergeleken met 2016 is er een stijging van het aantal bemiddelingen naar aanleiding van een dreigende stopzetting van de jeugdhulp.

Tabel: Aanleiding tot bemiddeling per regio
(teleenheid: dossiers)
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams-
Brabant
West-Vlaanderen Totaal %
Conflict over opstart hulpverlening 1 0 0 0 0 1 2 5,26%
Conflict over stopzetting hulpverlening 5 0 0 2 0 5 12 31,58%
Conflict over lopende hulpverlening 4 0 2 3 1 7 17 44,74%
Andere conflicten 0 0 1 1 2 3 7 18,42%
Totaal 10 0 3 6 3 16 38 100,00%
(Bron: Registratiesysteem Bemiddeling)

Van de 38 geregistreerde dossiers in 2017 zijn 25 (66%) bemiddelingen volledig doorlopen. De cijfers zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Tabel: Verloop van de bemiddelingen per regio
(teleenheid: dossiers)
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams-
Brabant
West-
Vlaanderen
Totaal %
Loutere contactname 0 0 0 0 0 2 2 5,26%
Voortijdig gestopt 0 0 1 3 2 5 11 28,95%
Volledig doorlopen 10 0 2 3 1 9 25 65,79%
Totaal  10 0 3 6 3 16 38 100,00%
(Bron: Registratiesysteem Bemiddeling)

In ruim 39,5% (n=15) van de opgestarte bemiddelingen loopt de hulpverlening verder en zorgt het conflict niet voor een breuk in de hulpverlening. Enkel de volledig doorlopen bemiddelingen als basis genomen, stijgt dit percentage tot 55,5%.

Tabel: Aantal bemiddelingen per uitkomst per regio
(teleenheid: bemiddelingen)
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal  Afgerond %**
Aantal bemiddelingen zonder akkoord 3 0 2 2 2 9 18 47,37%
Aantal bemiddelingen met overeenkomst als resultaat 7 0 1 4 1 7 20 52,63%
Aantal bemiddelingen met verderzetting /
aangepaste hulpverlening*
3 0 1 4 0 7 15 39,47%
Totaal aantal geregistreerde dossiers 10 0 3 6 3 16 38  
(Bron: Registratiesysteem Bemiddeling)
* Enkel van toepassing op dossiers waarvoor er een akkoord is bereikt.
** % mogen niet opgeteld worden maar worden berekend op het totaal aantal geregistreerde dossiers (n=38).

 

Cliëntoverleg

Bij een cliëntoverleg integrale jeugdhulp komen ouders, kinderen, jongeren - en als ze dat wensen ook  hun sociaal netwerk -, samen met de hulpverleners om, in complexere situaties, de ondersteuning en hulpverlening aan een gezin op elkaar af te stemmen en de continuïteit ervan te bewaken.

Een externe voorzitter, onafhankelijk van de jeugdhulpaanbieders, zit het overleg voor. De hulpvraag of -behoefte van het gezin staat centraal en hulpverleners en gezinsleden worden als gelijkwaardige partners maximaal betrokken bij het overleg. De vertrouwenspersoon van de minderjarige kan hem op dit overleg bijstaan en voor zijn belangen opkomen, en ook ouders kunnen een steunfiguur meenemen.

Het cliëntoverleg leidt tot een tastbaar resultaat: het werkplan. Dat vermeldt concreet wie wat doet: wat nemen jongere, zijn context en zijn netwerk op, en waarvoor is professionele hulp nodig.

Cliëntoverleg is sinds 2008 gestaag gegroeid. 2015 doorbrak de gelijkmatige groei (n=379). In 2016 werden 513 ontvankelijke aanmeldingen geregistreerd en in 2017 is er opnieuw een stijging tot 559 ontvankelijke aanvragen. Cliëntoverleg  kan ingezet worden als instrument voor trajectopvolging. Hiervoor kunnen hulpverleners, in samenspraak met ouders en jongeren, vervolgoverleg aanvragen.

In 2016 blijkt 51,7% van het cliëntoverleg om zo een vervolgoverleg te gaan waarbij opvolging, evaluatie en bijsturing van de hulpverlening centraal staat. Dat was een stijging van 22% t.o.v. 2015. In 2017 is er nog maar 25,8 % vervolgoverleg. Dit kan betekenen dat de stijging van het totale aantal aanvragen vooral te wijten is aan een stijging van nieuwe aanvragen.

Tabel: Ontvankelijke aanmeldingen cliëntoverleg
(teleenheid: volledig geregistreerde dossiers)
  Aantal %
Antwerpen 206 36,90%
Brussel 8 1,40%
Limburg 57 10,20%
Oost-Vlaanderen 126 22,50%
Vlaams-Brabant 65 11,60%
West-Vlaanderen 97 17,40%
Totaal 559 100,00%
(Bron: afrekening loketten)

Onderstaande tabellen geven het aantal dossiers weer die door de voorzitters volledig zijn geregistreerd (n=431). Het gaat dus niet over het totaal aantal aanvragen (n=559).

Hoewel hulpverleners de gezinnen bij de aanvraag en de voorbereiding van het cliëntoverleg betrekken, blijken in de meeste regio’s ouders, kinderen en jongeren nog niet systematisch mee rond de tafel te zitten. De participatie van ouders en minderjarigen aan het cliëntoverleg is nochtans essentieel in het concept van cliëntoverleg.

De participatiegraad is:

  • voor jongeren: 28,3% (n=111). De vergelijking met 2016 ( n=113; 32,6%) toont nog een lichte daling;
  • voor ouders: 66,1% (n=285). Ook hier is een daling met 2016 waar de participatie van ouders nog op ruim 88% stond.Hierin zijn regionale verschillen merkbaar.

83,3%  van het cliëntoverleg (n=431) resulteert in een werkplan, waarbij meestal ook een hulpcoördinator wordt aangesteld (n=313; 72,6%). Deze percentages liggen wat lager dan in 2016 waar 95% van het cliëntoverleg afsloot met een werkplan en waarbij in ruim 90% van het overleg een hulpcoördinator werd aangesteld.

Tabel: Aantal registraties / vervolgoverleg / aanwezigheid jongere of ouder / uitkomst overleg
(teleenheid: cliëntoverleg)
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams-
Brabant
West-
Vlaanderen
Totaal %*
Aantal vervolgoverleg* 23 1 5 49 7 26 111 25,75%
Aanwezigheid jongere 48 4 8 25 7 30 122 28,31%
Aanwezigheid ouders 85 3 32 84 31 50 285 66,13%
Aantal werkplannen 110 5 35 94 41 74 359 83,29%
Aantal Hulpcoördinatoren 98 3 18 86 37 71 313 72,62%
Totaal aantal registraties 137 5 44 107 54 84 431 100,00%
(Bron: Registratiesysteem Cliëntoverleg)
* % mogen niet opgeteld worden maar worden berekend op het totaal aantal geregistreerde dossiers (n=431).