Toggle navigation
Hulpaanbieders hebben allen een verantwoordelijkheid in het omgaan met verontrusting. Indien zij hier zelf tegen de grenzen aanbotsen en twijfelen of deze hulpverlening nog verder in het vrijwillige kader kan plaatsvinden, kunnen zij beroep doen op een gemandateerde voorziening: het vertrouwenscentrum kindermishandeling (VK) en het ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ).

Het OCJ onderzoekt of het in verontrustende situaties noodzakelijk is om van overheidswege hulp op te starten of verder te zetten (mandaat maatschappelijke noodzaak). Het heeft verschillende taken:

  • consult bieden aan hulpverleners die vastlopen in een verontrustende situatie maar hierin zelf nog verder aan de slag willen gaan;
  • onderzoeken of hetmaatschappelijk noodzaak is om tussen te komen in situaties van verontrusting (case-onderzoek);
  • opvolgen van een verontrustende situatie in geval van maatschappelijke noodzaak (mano) en het installeren van hulpverlening (casemanagement);
  • indien nodig doorverwijzen naar het Openbaar Ministerie voor gerechtelijke jeugdhulp .

Vanuit hun specifieke mandaat gaan consulenten OCJ tot het uiterste om samen met jongeren, ouders en hun netwerk, en al dan niet professionele hulp, mee hoop te creëren voor de toekomst opdat kinderen en jongeren veilig zouden kunnen opgroeien. Om een verschil te maken in situaties van verontrusting, zet men in op relaties aangaan, niet alleen met een kind of jongere en zijn netwerk, maar ook met hulpverlenende partners. Bijkomend vraagt de positie van de consulent de veiligheid centraal te zetten.

Consulenten werken vanuit de basis- en onderzoeksprincipes van Signs of Safety. Dit is een oplossings- en krachtgerichte benadering die tegelijk verbinding toelaat, vanuit de krachten van het netwerk te werken én steeds de focus op de veiligheid van het kind te houden.

Consult OCJ

Jeugdhulpaanbieders kunnen terecht bij het OCJ met een consultvraag. De consultfunctie is erop gericht om de verontrusting  helder te krijgen en pistes aan te reiken die de horizon van de consultvrager kunnen verbreden, zodat deze weer openingen en opties ziet om verder aan de slag te gaan. Het ‘eigenaarschap’ blijft bij de consultvrager.

In 2017 zijn in totaal voor Vlaanderen 1.673 consultvragen gesteld. Het aantal consultvragen is lichtjes gedaald (-5 % t.o.v. 2016). Enkel in Oost-Vlaanderen is het aantal opnieuw gestegen, met zelfs 30 % t.o.v. 2016. Ook in 2016 was er reeds een stijging, vooral door meer sensibilisering in Oost-Vlaanderen. 

Tabel: Soort consultvraag per consultteam
(teleenheid: consultvragen)
Soort vraag Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams- Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Algemeen advies 7 3 14 8 8 40 2,39%
Bespreking concrete situatie 261 317 310 330 284 1.502 89,78%
Informatie 7 16 59 25 24 131 7,83%
Totaal 275 336 383 363 316 1.673 100,00%
% 16,44% 20,08% 22,89% 21,70% 18,89% 100,00%  
(Bron: Consulto)

Maatschappelijke noodzaak

Een aanmelding bij het OCJ is een (schriftelijk) contact met het oog op het laten onderzoeken van de maatschappelijke noodzaak tot hulpverlening, die vertrekt vanuit een verontrusting over de veiligheid en ontplooiingskansen van de minderjarige.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal unieke aanmeldingen bij de OCJ’s in 2017. Een unieke aanmelding staat voor 1 procedure mano. Indien een jongere meerdere keren wordt aangemeld voor onderzoek mano, worden er meerdere procedures opgestart en meerdere geteld.

Wanneer er verschillende meldingen voor een jongere binnen één procedure zijn, dan worden deze hier niet geteld. In totaal zijn er 4.943 aanmeldingen gebeurd. Dit betekent een lichte daling van 4 % t.o.v. 2016 maar nog steeds een stijging t.o.v. 2015 (n=4.275). Enkel in Antwerpen (+8.5%) en West-Vlaanderen (+2%) is het aantal aanmeldingen in 2017 nog verder gestegen. In totaal zijn 4.889 unieke minderjarigen aangemeld, dus los van het aantal aanmeldingen voor deze jongere.  

De meeste aanmeldingen gebeuren in de regio Antwerpen, gevolgd door West- en Oost-Vlaanderen. Naar leeftijd is 56% van de minderjarigen  jonger als 12 jaar op moment van aanmelding, een vierde van de aanmeldingen is zelfs voor kinderen jonger dan 6 jaar.

Tabel: Aantal unieke aanmeldingen OCJ per regio
(teleenheid: unieke aanmeldingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 373 195 264 145 327 1 304 26,38%
6-11 jaar 432 188 314 200 327 1 461 29,56%
12-17 jaar 567 350 502 321 434 2 174 43,98%
18-21 jaar 1 2 1 0 0 4 0,08%
Totaal 1 373 735 1 081 666 1 088 4 943 100,00%
% 27,78% 14,87% 21,87% 13,47% 22,01% 100,00%  
(Bron: Domino)

Aanmelden bij het OCJ:

  • een partner in integrale jeugdhulp meldt een minderjarige aan via een motivatie-document (M-doc);
  • iemand buiten integrale jeugdhulp meldt telefonisch of schriftelijk aan;
  • een cliëntsysteem kan zelf ook aanmelden.

Na aanmelding van een vermoeden van maatschappelijke noodzaak, start het OCJ steeds een onderzoek.

  • Sinds de start van integrale jeugdhulp is in alle regio’s het Parket de grootste aanmelder. De helft van de aanmeldingen zijn vanwege het Parket, t.o.v. 2016 is er een daling van 17% (n= 2.876) en t.o.v. 2015 een stijging (n= 2.161).
  • Daarnaast vinden vooral de CLB’s de weg naar het OCJ om verontrustende situaties aan te melden, met een stijging van 5% t.o.v. 2016 (n=1.064). Opmerkelijk is dat het aantal aanmeldingen piekt in de maand juni.
  • Ook voorzieningen Jongerenwelzijn kennen de weg: aanmeldingen vanuit deze hoek zijn met 5% gestegen.
  • Het aandeel aanmeldingen vanuit het cliëntsysteem zelf wordt steeds kleiner.
  • Aanmeldingen vanwege andere sectoren situeren zich vooral binnen de gezondheidszorg en de OCMW’s
  • Aanmeldingen OCJ en SDJ verwijzen naar aanmeldingen die vanuit deze diensten gebeuren bij een OCJ. Dit is vooral het geval bij dossiers waarin broers of zussen zich ook in een verontrustende situatie bevinden en men eveneens beslist tot het opstarten van de procedure mano.
Tabel: Aantal aanmeldingen per soort aanmelder en per regio
(teleenheid: aanmeldingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal  %
CAW 19 7 10 12 6 54 1,09%
CGG 8 25 10 15 13 71 1,43%
CLB 233 90 190 144 70 727 14,65%
CLB-MDT 51 30 135 37 141 394 7,94%
Ander MDT 7 46 7 6 16 82 1,65%
JWZ 120 28 80 65 62 355 7,15%
K&G 31 16 39 30 47 163 3,28%
VAPH 17 11 31 8 11 78 1,57%
OCJ 47 24 25 15 48 159 3,20%
VK 0 0 0 3 0 3 0,06%
SDJ 20 13 3 4 10 50 1,01%
Parket 743 363 511 270 569 2.456 49,49%
Cliëntsysteem 24 24 23 17 43 131 2,64%
Andere 64 58 18 46 54 240 4,84%
Totaal 1.384 735 1.082 672 1.090 4.963 100,00%
(Bron: Domino)

Aantal aanmeldingen: binnen één procedure mano kunnen er verschillende jeugdhulpaanbieders een melding doen voor een jongere, deze worden hier allen geteld. Vandaar het verschil in het totaal aantal unieke aanmeldingen in de vorige tabel en het aantal aanmeldingen hier.

Ten opzichte van 2016 zijn er enkele dalingen en stijgingen merkbaar:

  • De opmerkelijkste dalers zijn de aanmeldingen vanwege het cliëntsysteem (2016 n=189), vanwege het CAW( 2016 n=74) en vanwege het VAPH (2016 n= 89).
  • Stijgers zijn aanmeldingen van het CLB (2016 n= 1.064),vanwege voorzieningen Jongerenwelzijn (2016 n= 337) en vanwege andere sectoren.

Binnen de regio’s zijn er ook verschillen. Zo is het percentage aanmeldingen vanwege het Parket het hoogst in Antwerpen (54%) en het laagst in Vlaams-Brabant (40%). Wat betreft de aanmeldingen vanuit het CLB (zowel CLB als CLB-MDT), is het aandeel aanmeldingen het laagst in Limburg (16 %) en hoger in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant-Brussel dan het Vlaamse percentage: respectievelijk 30% en 27% t.o.v. 23%.

Het doel van het onderzoek van de aangemelde verontrustende situatie is drieledig:

  1. een exploratie van de mate van verontrusting;
  2. de noodzaak om als ‘overheid’ in te grijpen op de hulpverlening (maatschappelijke noodzakelijke jeugdhulpverlening);
  3. de mogelijkheden om verder te gaan in de vrijwillige hulpverlening, dan wel de noodzaak om gerechtelijke hulpverlening op te starten.

Onderstaande tabel geeft een overzicht over de uitkomst van de aanmeldingen van 2017:

  • Het is niet maatschappelijk noodzakelijk om in te grijpen.
  • Het is maatschappelijk noodzakelijk om in te grijpen. Dan zijn er twee scenario’s:
    • het casemanagementwordt gestart: Het OCJ neemt de regie en de organisatie van de hulpverlening op zich. Dit is het geval wanneer hulp noodzakelijk is, zonder een expliciete hulpvraag. Het is noodzakelijk om continu aanklampend, bemiddelend en onderhandelend te werken om in een buitengerechtelijke context te blijven werken of om veiligheid te kunnen garanderen;
    • de zaak is doorverwezen naar het Openbaar Ministerie.
  • Conclusie onderzoek nog ‘niet geweten’ : dit wil zeggen dat op het moment van de meting (begin maart 2018) de procedure nog lopende was (dit betreft vooral aanmeldingen van oktober-november- december 2017).
Tabel: Resultaat aanmelding naar regio
(teleenheid: aanmeldingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaam-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal
Mano: CM 618 305 481 181 482 2.067
Mano: doorverwijzing Parket 147 85 98 127 87 544
% 19,22% 21,79% 16,93% 41,23% 15,29% 20,83%
Totaal  765 390 579 308 569 2.611
% 75,97% 68,78% 70,61% 71,30% 69,90% 71,73%
Geen mano 242 177 241 124 245 1.029
Totaal 1.007 567 820 432 814 3.640
Geen beslissing 377 168 262 240 276 1.323
Totaal 1.384 735 1.082 672 1.090 4.963
(Bron: Domino)

Voor 72% van de aanmeldingen wordt ingeschat dat de tussenkomst van het OCJ maatschappelijk noodzakelijk is (n= 2.611), dit ligt in de lijn van 2016. Voor 20% van deze aanmeldingen (n=544) is men overtuigd van de maatschappelijke noodzaak maar is het nodig om door te verwijzen naar het Parket.

Tabel: Resultaat aanmelding naar soort aanmelder
(teleenheid: aanmeldingen)
  Beslissing (Nog) niet ingevuld Totaal
  MaNo Geen MaNo Totaal beslissing
  MaNo Doorverwijzing Parket na CO Totaal
CAW 12 7 19 22 41 13 54
  63,16% 36,84% 46,34% 53,66% 75,93% 24,07% 100,00%
CGG 44 2 46 5 51 20 71
  95,65% 4,35% 90,20% 9,80% 71,83% 28,17% 100,00%
CLB 321 116 437 93 530 197 727
  73,46% 26,54% 82,45% 17,55% 72,90% 27,10% 100,00%
CLB-MDT 217 49 266 44 310 84 394
  81,58% 18,42% 85,81% 14,19% 78,68% 21,32% 100,00%
Ander MDT 44 8 52 6 58 24 82
  84,62% 15,38% 89,66% 10,34% 70,73% 29,27% 100,00%
JWZ 179 46 225 45 270 85 355
  79,56% 20,44% 83,33% 16,67% 76,06% 23,94% 100,00%
K&G 84 10 94 23 117 46 163
  89,36% 10,64% 80,34% 19,66% 71,78% 28,22% 100,00%
VAPH 36 15 51 7 58 20 78
  70,59% 29,41% 87,93% 12,07% 74,36% 25,64% 100,00%
OCJ 71 41 112 9 121 38 159
  63,39% 36,61% 92,56% 7,44% 76,10% 23,90% 100,00%
VK 1 0 1 0 1 2 3
    0,00%   0,00% 33,33% 66,67% 100,00%
SDJ 33 6 39 4 43 7 50
  84,62% 15,38% 90,70% 9,30% 86,00% 14,00% 100,00%
Parket 897 202 1099 680 1.779 677 2456
  81,62% 18,38% 61,78% 38,22% 72,43% 27,57% 100,00%
Cliëntsyst. 44 20 64 40 104 27 131
  68,75% 31,25% 61,54% 38,46% 79,39% 20,61% 100,00%
Andere 84 22 106 51 157 83 240
  79,25% 20,75% 67,52% 32,48% 65,42% 34,58% 100,00%
(Bron: Domino)

Partners binnen integrale jeugdhulp kunnen een vermoeden van maatschappelijke noodzaak goed inschatten. Enkel binnen aanmeldingen vanwege het Parket en vanuit andere sectoren (zoals eerder gezegd vooral binnen de gezondheidszorg)  wordt minder vaak beslist tot mano. Doorverwijzingen naar het Parket gebeurt het vaakst binnen aanmeldingen van het OCJ, VK en het CAW. Het minst gebeurt er een doorverwijzing binnen aanmeldingen van het CGG en vanwege het cliëntsysteem zelf.

Wanneer in een situatie sprake is van verontrusting en maatschappelijke noodzaak én er is geen vrijwilligheid/samenwerking meer mogelijk met het cliëntsysteem, dan wordt op het team overwogen om de stap naar het Openbaar Ministerie  te zetten. Indien het team beslist tot doorverwijzing dan informeert de consulent het kind of de jongere (telefonisch, face to face …) over:

  • de aanwezige zorgen (verontrusting– geen medewerking met het OCJ- maatschappelijke noodzaak);
  • een mogelijke doorverwijzing naar het openbaar ministerie;
  • de bodemeisen/minimale verwachtingen die zijn opgesteld in het team.

De consulent informeert over de mogelijkheid tot een tegensprekelijk debat. De minderjarige kan kiezen om op dit aanbod in te gaan of niet. Het tegensprekelijk debat is een gesprek waarbij de consulent die het dossier begeleidt en de teamverantwoordelijke aanwezig zijn. De ouders/opvoedingsfiguren worden samen met de minderjarige (afhankelijk van maturiteit en leeftijd) uitgenodigd. Zij mogen ook een vertrouwenspersoon meenemen. In dit gesprek worden de zorgen geduid, en de bodemeisen/minimale verwachtingen opnieuw besproken. De minderjarigen en ouders krijgen de kans om - elk vanuit hun eigen perspectief - te reageren op deze boodschap. Er wordt gestreefd naar een dialoog. Over het WAT (= de minimale verwachtingen) wordt niet in debat gegaan. Over het HOE wordt wel gestreefd naar afstemming met de jongere. Het tegensprekelijk debat wordt afgesloten met al dan niet het akkoord van de minderjarige over de bodemeisen. Afhankelijk hiervan, blijft het OCJ verder betrokken of verwijst het door naar het Openbaar Ministerie. Indien de jongere zich akkoord verklaart met de bodemeisen, wordt een engagementsverklaring opgemaakt.

Uit de cijfers blijkt dat er meestal niet wordt gekozen voor een tegensprekelijk debat (n= 887). Tijdens het casemanagement wordt iets vaker op dit aanbod ingegaan.

Tabel: Aantal tegensprekelijke debatten per uitkomst, per fase
(teleenheid: tegensprekelijke debatten)
  Minderjarige wil geen gesprek Tegensprekelijk debat  
   Voortzetting binnen OCJ  Doorverwijzing Parket Totaal
Fase: case-onderzoek 450 52 160 662
Fase: case-management 426 97 354 877
Totaal 876 149 514 1.539
(Bron: Domino)

In heel Vlaanderen wordt in 1.539 dossiers overwogen om door te verwijzen naar het Openbaar Ministerie. Dit is 4% meer dan in 2016 (n= 1.452). Dit doet zich vaker voor tijdens het casemanagement dan tijdens het case-onderzoek.  In 57% van deze gevallen wordt niet ingegaan op het aanbod van een tegensprekelijk debat. De betrokkenheid van het OCJ wordt na 22% (n= 149) van de tegensprekelijke debatten verder gezet.

Tabel: % aantal doorverwijzingen naar het Openbaar Ministerie naar soort aanmelder, per fase
(teleenheid: doorverwijzingen) 
  CO CM Totaal
CAW 1,08% 1,56% 1,31%
CGG 0,43% 1,44% 0,91%
CLB 19,50% 15,87% 17,78%
CLB-MDT 10,02% 9,98% 10,00%
Ander MDT 1,08% 0,72% 0,91%
JWZ 8,41% 6,25% 7,39%
K&G 1,29% 4,21% 2,67%
VAPH 2,37% 2,16% 2,27%
OCJ 6,36% 5,17% 5,80%
VK 0,00% 0,12% 0,06%
SDJ 1,94% 0,96% 1,48%
Parket 39,55% 43,39% 41,36%
Cliëntsysteem 2,91% 3,73% 3,30%
Andere 5,06% 4,45% 4,77%
Totaal 100,00% 100,00% 100,00%
(Bron: Domino)

De meeste minderjarigen die na een case-onderzoek of tijdens casemanagement worden doorverwezen naar het Parket, zijn oorspronkelijk ook aangemeld door het Parket of door het CLB.