Toggle navigation
Het vertrouwenscentrum kindermishandeling (VK) heeft naast zijn rechtstreeks toegankelijke probleemgebonden hulp (zie rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp) ook opdrachten inzake maatschappelijke noodzaak (mano) . Het VK onderzoekt dan of het in verontrustende situaties - met een vermoeden van kindermishandeling -, maatschappelijk noodzakelijk (mano) is om tussen te komen en hulp op te starten of verder te zetten. Indien nodig kan het VK een dossier doorverwijzen naar het Openbaar Ministerie, wanneer gerechtelijke jeugdhulp zich opdringt.

Onderstaande tabel toont het aantal unieke opgestarte procedures ‘maatschappelijke noodzaak’ (mano) voor kinderen en jongeren in 2017. De aanmeldingen die niet-ontvankelijk verklaard worden, zijn niet mee opgenomen.

In totaal gaat het om 1.121 opgestarte mano-procedures bij het VK, voor 1.101 unieke kinderen. Bij 20 kinderen is dus sprake van 2 opgestarte mano-procedures, bv. omwille van een verhuisdossier tussen twee VK of omdat er effectief twee mano-procedures doorlopen zijn voor dat kind in hetzelfde jaar, wat eerder uitzonderlijk is. 7 op 10 van de aanmeldingen (70,1%) betreft kinderen jonger dan 12 jaar.

In vergelijking met 2015 (834 mano-procedures) en 2016 (1.107 mano-procedures) betekent dit een stijging met respectievelijk 34% en 1%.

Tabel: Aantal unieke opgestarte mano-procedures per leeftijdscategorie
(teleenheid: unieke opgestarte mano-procedures)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 94 41 74 33 29 60 331 29,50%
6-11 jaar 113 65 101 88 29 59 455 40,60%
12-17 jaar 94 52 72 57 15 34 324 28,90%
18-25 jaar 3 4 3 1 0 0 11 1,00%
Totaal 304 162 250 179 73 153 1.121 100,00%
% 27,10% 14,50% 22,30% 16,00% 6,50% 13,60% 100,00%  
(Bron: VK e-dossier)

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aanmelders bij het VK voor een procedure mano. Per aangemeld kind wordt één aanmelder geteld. Een aanmelder die gelijktijdig 2 kinderen aanmeldt, wordt 2 keer geteld, nl. per kind 1 keer.

In meer dan de helft van de gevallen (52,8%) komt de aanmelding vanuit het jeugdparket. Situaties die initieel aangemeld zijn binnen de probleemgebonden werking van het VK, kunnen intern doorverwezen worden voor een onderzoek mano. Dit gebeurt in 2017 in 177 gevallen (15,8%). Onder de categorie ‘andere’ vallen actoren uit de gezondheidszorg, het OCMW, kinderdagverblijven enz. De cijfers zijn vergelijkbaar met 2015 en 2016.

Tabel: Overzicht aanmelders per regio
(teleenheid: opgestarte mano-procedures)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams- Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Parket 136,0 88 132 120 36 80 592 52,80%
Interne doorverw. VK 76,0 8 31 23 10 29 177 15,80%
K&G 12,0 12 9 8 10 13 64 5,70%
CAW 2 4 0 3 1 0 10 0,90%
CLB 38 19 39 9 8 15 128 11,40%
CGG 3 1 3 2 2 1 12 1,10%
VAPH 1 0 3 0 0 6 10 0,90%
JWZ 14 5 12 10 2 1 44 3,90%
Andere 22 25 21 4 4 8 84 7,50%
Totaal 304 162 250 179 73 153 1.121 100,00%
(Bron: VK e-dossier)

Onderstaande tabel toont de conclusies bij afloop van het onderzoek, en dus niet de mogelijke verschuivingen tijdens het casemanagement (bv. schakeling tussen observerend (OCM) en interveniërend casemanagement (ICM), of alsnog een doorverwijzing naar het Parket). Van de 1.121 opgestarte procedures in 2017, zijn er nog 71 procedures in onderzoek, wat het totaalcijfer van 1.050 verklaart:

  • de helft blijft bij het VK in casemanagement (49,4%);
  • 34,1% eindigt in een doorverwijzing naar het jeugdparket;
  • 16,6% blijkt na afloop van het onderzoek geen mano te zijn.
Tabel: Overzicht resultaten van het onderzoek mano
(teleenheid: resultaten mano-onderzoek)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
OCM 45 16 40   4 4 109 10,40%
ICM 85 96 77 52 17 82 409 39,00%
Parketmelding 155 21 61 53 25 43 358 34,10%
Geen mano 14 12 66 37 21 24 174 16,60%
Totaal 299 145 244 142 67 153 1.050 100,00%
(Bron: VK e-dossier)

Uit de resultaten van de gestarte procedures per type aanmelder blijkt dat van de 534 aanmeldingen door het Parket, er 130 dossiers terug keren naar het Parket na afloop van het onderzoek. Dat is bijna 1 op 4. Dit is beduidend lager in vergelijking met 2016: toen keerden bijna 1 op 3 van de dossiers terug naar het Parket na afloop van het onderzoek.

Tabel: Overzicht resultaten onderzoek mano, per type aanmelder
(teleenheid: resultaten mano-onderzoek)
  OCM ICM Parketmelding Geen mano Totaal
           
Parket 50 228 149 130 557
  9,00% 40,90% 26,80% 23,30% 100,00%
Interne doorverwijzing VK 18 54 87 9 168
  10,70% 32,10% 51,80% 5,40% 100,00%
K&G 9 28 15 11 63
  14,30% 44,40% 23,80% 17,50% 100,00%
CAW 0 6 3 1 10
  0,00% 60,00% 30,00% 10,00% 100,00%
CLB 17 30 56 15 118
  14,40% 25,40% 47,50% 12,70% 100,00%
CGG 0 8 4 0 12
  0,00% 66,70% 33,30% 0,00% 100,00%
VAPH 0 3 5 0 8
  0,00% 37,50% 62,50% 0,00% 100,00%
JWZ 4 15 23 0 42
  9,50% 35,70% 54,80% 0,0% 100,00%
Andere 11 37 16 8 72
  15,30% 51,40% 22,20% 11,1% 100,00%
Totaal 109 409 358 174 1.050
(Bron: VK e-dossier)

Op een totaal van 1.050 aangemelde en opgestarte procedures, kan het VK in 246 gevallen geen diagnose stellen. Dit is vooral geval als de procedure vroegtijdig stopgezet wordt en doorverwezen is naar het Parket wegens geen medewerking (doorgaans van één of beide ouders/opvoedingsverantwoordelijken). Om het gediagnosticeerde probleem te vergelijken met het gemelde, worden de cijfers beperkt tot de 875 situaties met VK-diagnose.

De meldingen:

  • emotioneel geweld (mishandeling & verwaarlozing) wordt het vaakst gemeld (46,8%);
  • lichamelijk geweld (20,9% voor lichamelijke mishandeling en 7,7% voor lichamelijke verwaarlozing) wordt eveneens vaak gemeld;
  • in 11,9% is er sprake van een risicosituatie in hoofde van de aanmelder;
  • in 62 gevallen (7,1%) is er een vermoeden van seksueel misbruik.
Tabel: Belangrijkste problematiek volgens melder
(teleenheid: meldingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Emotionele mishandeling 111 17 71 41 20 49 309 35,30%
Emotionele verwaarlozing 18 5 21 38 5 14 101 11,50%
Risicosituatie 32 7 43 4 3 15 104 11,90%
Lichamelijke mishandeling 89 14 35 22 7 16 183 20,90%
Lichamelijke verwaarlozing 14 9 11 3 18 12 67 7,70%
Onbekende/andere problematiek 3 12 0 4 0 1 20 2,30%
Seksueel misbruik 17 3 16 12 2 12 62 7,10%
Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 6 1 8 1 3 4 23 2,60%
Totaal 294 68 207 125 58 123 875 100,00%
(Bron: VK e-dossier)

De diagnose:

  • emotioneel geweld (mishandeling en verwaarlozing) wordt het vaakst gediagnosticeerd, nl. 49,3%;
  • lichamelijk geweld – 12,8% voor lichamelijke mishandeling en 6,7% voor lichamelijke verwaarlozing – wordt eveneens vaak gediagnosticeerd;
  • in 16,2% van de gevallen blijkt er sprake van een risicosituatie na onderzoek;
  • in 26 gevallen (3%) blijkt er na onderzoek effectief sprake van seksueel misbruik.
Tabel: Belangrijkste gediagnosticeerde problematiek volgens VK
(teleenheid: meldingen) 
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Emotionele mishandeling 96 18 51 61 14 51 291 33,30%
Emotionele verwaarlozing 31 4 48 31 10 16 140 16,00%
Risicosituatie 49 5 55 12 0 21 142 16,20%
Lichamelijke mishandeling 70 11 9 7 4 11 112 12,80%
Lichamelijke verwaarlozing 13 9 9 2 17 9 59 6,70%
Onbekende/andere problematiek 10 19 16 3 6 6 60 6,90%
Seksueel misbruik 5 1 9 3 2 6 26 3,00%
Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 6 1 6 1 0 3 17 1,90%
Verwerkingsproblematiek 9 0 4 4 0 0 17 1,90%
Geen probleem ingevuld 5 0 0 1 5 0 11 1,30%
Totaal 294 68 207 125 58 123 875 100,00%
(Bron: VK e-dossier)

Emotioneel geweld (mishandeling en verwaarlozing) wordt het vaakst bevestigd door het VK: respectievelijk in 94,2% en 80% van de gevallen. Seksueel misbruik wordt in 21 van de 56 gemelde situaties bevestigd.