Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2016):

Kind en gezin

Functie: Verblijf, NRTJ

Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) is een voorziening die hulp biedt aan gezinnen, in al hun diversiteit, met kinderen van 0 tot en met 12 jaar of in het basisonderwijs. Het biedt een tijdelijk hulpaanbod bij opvoedingsproblemen als de situatie nog omkeerbaar is, zodat ouders de opvoeding verder op eigen kracht kunnen aanpakken.

De CKG worden erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin. Momenteel zijn er 18 in Vlaanderen.

Onder de functie verblijf (niet-rechtstreeks toegankelijk luik) kunnen de CKG 1 typemodule lang residentiële opvang inzetten voor kinderen uit gezinnen met meerdere problemen.

Deze module kan naargelang de inschatting van de situatie perspectiefzoekend of –biedend zijn:

  • perspectiefzoekend: als het perspectief voor het kind bij aanvang niet duidelijk is. Tijdens de opvang moet worden gezocht naar een lange termijn oplossing en is begeleiding van de thuissituatie nodig. Deze opvang kan maximaal één jaar duren (dag en nacht, tot 7/7);
  • perspectiefbiedend: als het vanuit het oogpunt van het kind duidelijk is dat het na zes maanden niet terug naar huis kan en er behoefte is aan een stabiel leefklimaat buiten het gezin. Deze opvang wordt in het CKG enkel aangeboden aan kinderen tot maximaal zes jaar.

De cijfers in het jaarverslag komen van de CKG zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben.

Met het lange residentiële aanbod vangen de CKG in 2017 in totaal 584 kinderen op;

  • bijna drie vierde van de kinderen is jonger dan zes jaar (73,1%);
  • 155 kinderen zijn tussen zes en elf jaar (26,5%);
  • twee kinderen zijn twaalf jaar of ouder (of in het basisonderwijs: 0,3%).

In vergelijking met 2015 en 2016 betekent dit een daling met respectievelijk 7% en 3%, wat vooral samenhangt met een langere verblijfsduur van de opgevangen kinderen (zie verder).

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in lang residentieel aanbod, per leeftijdscategorie
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 211 40 97 35 44 427 73,10%
6-11 jaar 82 14 31 17 11 155 26,50%
12-17 jaar 1 0 0 1 0 2 0,30%
Totaal 294 54 128 53 55 584 100,00%
% 50,30% 9,20% 21,90% 9,10% 9,40% 100,00%  
(Bron: registratiesysteem CKG’s)

De gemiddelde verblijfsduur in het lang residentieel aanbod bedraagt 370 dagen. Door de wijze van registratie en rapportage op jaarbasis, is dit echter een behoorlijk onbetrouwbaar cijfer, en vermoedelijk een onderschatting van de reële duur. In vergelijking met 2015 en 2016 is er een stijging van de opnameduur met respectievelijk 37% en 21%.

De CKG hebben in 2017 een capaciteit van 348 lange residentiële opvangplaatsen (zowel perspectiefzoekend als -biedend). Dit slaat op het aantal plaatsen dat ze bij de start van het jaar plannen in te zetten voor dit aanbod. In vergelijking met 2015 en 2016 stijgt het aantal plaatsen met respectievelijk 10 en 2 plaatsen.

Met 103% realiseren de CKG een overbezetting o.b.v. het aantal dagen dat een kind lang residentieel wordt opgevangen.

Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ) door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap VAPH bestaat uit:

  • ondersteuning door de multifunctionele centra (MFC);
  • het persoonlijke-assistentiebudget (PAB);
  • individuele materiële bijstand (IMB; nl. hulpmiddelen en aanpassingen);
  • verblijfs- en vervoerskosten in het gewoon onderwijs;
  • doventolken.

Multifunctionele centra

De vroegere internaten, semi-internaten, observatie- en behandelcentra (OBC) en een aantal kortverblijven zijn sinds 2012 gradueel omgevormd tot multifunctionele centra (MFC). Deze centra hebben als opdracht om vraaggestuurde en flexibele ondersteuning te bieden aan minderjarigen met een handicap tot en met 21 jaar (maximaal verlengbaar t.e.m. 25 jaar).

Zij bieden hiervoor diverse functies aan:

  • verblijf;
  • dagopvang (schoolvervangend en schoolaanvullend);
  • begeleiding.

Een aantal MFC biedt daarnaast ook diagnostiek en behandeling aan.  Het gaat hier steeds om niet-rechtstreeks toegankelijke ondersteuning. Een MFC kan enkel de modules aanbieden die voorzien zijn in de jeugdhulpbeslissing.

De MFC zijn - zoals de meeste diensten voor minderjarigen binnen het VAPH - gespecialiseerd in één of meerdere doelgroepen van handicaps (bv. autisme, motorische handicap, meervoudige beperking …).

Het aantal MFC is toegenomen met 15 erkenningen t.o.v. 2016. Dit heeft te maken met het ophouden met bestaan van thuisbegeleiding. Een deel van de thuisbegeleidingsdiensten heeft een niet-rechtstreeks toegankelijk luik behouden, waarvoor ze een MFC-erkenning krijgen.  

Er zijn in totaal 98 erkende MFC.

Tabel: Aantal MFC per provincie
(teleenheid: aantal MFC)
  Aantal
Antwerpen 24
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2
Limburg 12
Oost-Vlaanderen 23
Vlaams-Brabant 17
West-Vlaanderen 20
Totaal 98
(Bron: VAPH)

In 2017 maken 11.523 kinderen en jongeren gebruik van de ondersteuning van een multifunctioneel centrum (MFC). Dit is vergelijkbaar met 2016 (n=11.502) De capaciteit van een MFC wordt uitgedrukt in personeelspunten. De vroeger erkende capaciteit (9.121 plaatsen) vergeleken met het huidig aantal kinderen en jongeren, toont dat er stelselmatig meer minderjarigen door de MFC worden bediend dan de vroegere erkende plaatsen.

MFC bieden flexibele, vraaggestuurde trajecten. Dit vertaalt zich onder meer in kortere ondersteuningstrajecten of samenwerking met diensten uit andere sectoren. Daardoor kunnen meer kinderen en jongeren dan voordien worden ondersteund.

De meeste gebruikers zijn tussen de 6 en 17 jaar. Als voldaan wordt aan een aantal bepalingen kunnen minderjarigen ook langer gebruik maken van de ondersteuning van een MFC. Deze groep is eerder beperkt.

Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 181 108 128 88 175 680 5,90%
6-11 jaar 848 409 762 451 770 3.240 28,10%
12-17 jaar 1.132 808 1.220 735 1.047 4.942 42,90%
18-21 jaar 496 315 499 302 545 2.157 18,70%
22-25 jaar 91 82 97 66 168 504 4,40%
Totaal 2.748 1.722 2.706 1.642 2.705 11.523 100,00%
% 23,80% 14,90% 23,50% 14,20% 23,50% 100,00%  
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)

De volgende tabellen geven het aantal personen weer dat minstens één keer van een bepaalde ondersteuningsfunctie gebruik heeft gemaakt. Vaak gaat het over een combinatie van functies (bv. dagopvang en verblijf en begeleiding).

Het verschil tussen de cijfers van de unieke minderjarigen en de opdeling per leeftijd en provincie komt doordat een aantal kinderen en jongeren gecombineerde trajecten doet over twee of meerdere provincies, of in de loop van het jaar overstapt naar een MFC in een andere provincie.

Verblijf in een MFC betekent het aanbieden van nachtopvang met inbegrip van ondersteuning in de avond- en ochtenduren. Buiten de provincie Limburg is verblijf licht gedaald t.o.v. 2016 (respectievelijk n= 7.215 en  7.364). Bij de interpretatie moet rekening worden gehouden met het feit dat een kind of jongere in meerdere provincies een verblijf kan registreren.

De daling valt  vooral op bij de leeftijdscategorieën 6-11 jaar en 12-17 jaar. Bij de leeftijdscategorieën 18-21 jaar en 22-25 jaar is er een lichte stijging van de registraties verblijf.

Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC dat minstens 1x gebruik maakt van functie verblijf
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 37 29 65 13 70 214 3,00%
6-11 jaar 354 234 426 271 451 1.736 24,10%
12-17 jaar 735 603 891 586 673 3.488 48,30%
18-21 jaar 336 226 346 226 338 1.472 20,40%
22-25 jaar 42 54 70 33 106 305 4,20%
Totaal 1.504 1.146 1.798 1.129 1.638 7.215 100,00%
% 20,80% 15,90% 24,90% 15,60% 22,70% 100,00%  
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)

Dagopvang in een MFC is de ondersteuning overdag voor een aangepaste opvang of dagbesteding.

Deze functie wordt aangeboden in modules met volgende activiteiten:

  • schoolaanvullende dagopvang (82%): het aanbieden van handicapspecifieke opvang overdag zonder schoolvervangend karakter. Dit is gericht op het stimuleren van de ontwikkelingskansen en –mogelijkheden van een kind of jongere;
  • schoolvervangende dagopvang (dagbesteding: 37%): opvang waarbij binnen de schooluren een alternatief programma wordt aangeboden. Deze opvang moet zoveel mogelijk aangeboden worden in samenwerking en afstemming met een onderwijsinstelling.

Ongeveer 82% van de kinderen en jongeren maakt gebruik van schoolaanvullende dagopvang. Schoolvervangende dagopvang wordt aangeboden aan 37% van de gebruikers. Deze cijfers liggen in de lijn van 2016 (respectievelijk n=9.471 en n=3.966). Er is een daling in het totaal aantal vergeleken met 2016. Het valt op dat de leeftijdscategorieën 0-5 jaar, 6-11 jaar en 12-17 jaar een daling vertonen. De leeftijdscategorieën 18-21 jaar en 22-25 jaar vertonen ook hier weer een stijging.

Vele minderjarigen doen een beroep op schoolvervangende dagopvang. Dat heeft meerdere verklaringen:

  • een aantal jongeren gaat nooit naar school (vrijstelling van leerplicht);
  • een groep jongeren is geschorst of gaat om een andere reden tijdelijk niet naar school;
  • alle werkingen met een geïntegreerd aanbod worden als schoolvervangende dagopvang geregistreerd (bv. verregaande samenwerking tussen school en MFC, waar bv. ook begeleiders mee participeren in de lessen);
  • er zijn ook combinaties tussen schoolaanvullende dagopvang en schoolvervangende mogelijk.

Er is een algemene stijging t.o.v. 2016 van het aantal kinderen en jongeren met een registratie dagopvang schoolvervangend, en dat in alle leeftijdscategorieën. De leeftijdscategorieën 6-11 jaar en 12-17 jaar vertonen de grootste stijging.

Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC dat minstens 1x gebruik van functie schoolaanvullende dagopvang
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 109 71 95 42 97 414 4,40%
6-11 jaar 685 327 664 375 715 2.766 29,30%
12-17 jaar 900 689 1.087 634 945 4.255 45,10%
18-21 jaar 362 253 411 225 453 1.704 18,00%
22-25 jaar 48 43 58 29 127 305 3,20%
Totaal 2.104 1.383 2.315 1.305 2.337 9.444 100,00%
% 22,30% 14,60% 24,50% 13,80% 24,70% 100,00%  
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)
Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC dat minstens 1x gebruik van de functie schoolvervangende dagopvang
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams -Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 103 62 68 33 73 339 7,90%
6-11 jaar 249 149 211 186 125 920 21,40%
12-17 jaar 443 374 547 338 283 1.985 46,30%
18-21 jaar 203 149 208 137 140 837 19,50%
22-25 jaar 43 48 45 30 43 209 4,90%
Totaal 1.041 782 1.079 724 664 4.290 100,00%
% 24,30% 18,20% 25,20% 16,90% 15,50% 100,00%  
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)

Begeleiding door een MFC is de algemene psychosociale ondersteuning of ADL-assistentie10. Deze begeleiding kan:

  • ambulant: het kind of de jongere - al dan niet met zijn netwerk - verplaatst zich voor de ondersteuning naar de hulpverlener. Dit gebeurt dus op de vestigingsplaats of campus van de voorziening. Dit kan enkel als het kind of de jongere dezelfde dag geen gebruik maakt van (semi-)residentiële ondersteuning vanuit het VAPH;
  • mobiel: de hulpverlener verplaatst zich voor de ondersteuningnaar het kind of de jongere en zijn netwerk. Deze begeleiding vindt dus plaats in de thuiscontext of in het secundair opvoedingsmilieu, en niet op een vestigingsplaats of campus van de voorziening.

Er is een stijging in het totaal aantal begeleidingen (n=5.755 t.o.v. n=5.453 in 2016). Deels heeft dit te maken met de integratie van de thuisbegeleidingsdiensten, maar mogelijk ook met een hogere inzet op niet-residentiële ondersteuningsvormen (zie de daling van verblijf). De grootste daling is bij de 0-5 jarigen en 6-11 jarigen. Zeker bij de eerste groep wordt - gezien de leeftijd - vooral gebruik gemaakt van rechtstreeks toegankelijke hulp. 

Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC dat minstens 1 keer gebruik maakt van de functie begeleiding
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 91 45 69 56 96 357 6,20%
6-11 jaar 443 141 422 269 389 1.664 28,90%
12-17 jaar 529 339 598 426 525 2.417 42,00%
18-21 jaar 219 126 254 163 327 1.089 18,90%
22-25 jaar 46 14 37 44 87 228 4,00%
Totaal 1.328 665 1.380 958 1.424 5.755 100,00%
% 23,10% 11,60% 24,00% 16,60% 24,70% 100,00%  
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)
10 ADL staat voor Activiteiten Dagelijks Leven: alle activiteiten die iedereen moet volbrengen om de dag door te komen. ADL-assistentie bestaat bv. uit: hulp bij het wassen en aankleden, bij het eten, bij toiletbezoek, bij het douchen of baden, bij verplaatsingen binnenshuis (bv. in en uit bed) …

Persoonlijke-assistentiebudget

Doorheen de jaren is een gevarieerd aanbod van diensten voor minderjarige en meerderjarige personen met een handicap ontwikkeld. Een grote groep (ouders van) kinderen en jongeren met een handicap verkiest om geen of slechts minimaal gebruik te maken van het aanbod van de voorzieningen. Zij verkiezen de ondersteuning thuis te organiseren.

Om ook aan hun vraag tegemoet te komen, is het persoonlijke-assistentiebudget (PAB) ontwikkeld. Een PAB is een budget vanuit de Vlaamse overheid om assistentie thuis, op school of op het werk te organiseren en financieren.  Persoonlijke assistentie is bijstand en begeleiding van de persoon met een handicap met het oog op de organisatie van zijn dagelijks leven en het bevorderen van zijn sociale integratie.

Met het PAB kunnen één of meerdere persoonlijke assistenten aangeworven worden die assistentie verlenen op het vlak van:

  • huishoudelijke activiteiten die behoren tot het dagelijks leven bv. bereiden van maaltijden;
  • lichamelijke activiteiten;
  • dagactiviteiten;
  • verplaatsingen.

Daarbij gaat het om praktische, inhoudelijke en organisatorische hulp en ondersteuning.

Daarnaast kan ook assistentie verleend worden op het vlak van:

  • school en werk: dit omvat enkel praktische hulp en ondersteuning bij handelingen van het dagelijks leven, bijvoorbeeld boekentas uitladen;
  • agogische, pedagogische, orthopedagogische begeleiding (dus specifiek inspelend op de beperkingen) en ondersteuning van de persoon met een handicap en zijn ouders.

Zowel de persoon met een handicap zelf - als hij meerderjarig is-, als zijn wettelijke vertegenwoordiger - als hij (verlengd) minderjarig is-, kunnen optreden als budgethouder. Voor minderjarigen zijn meestal de ouders budgethouder in het kader van het PAB en tekenen zij de PAB-documenten. De budgethouder bepaalt zelf waar, wanneer, hoe en door wie de assistentie wordt gegeven.

De aanvraag van een PAB voor minderjarigen gebeurt bij de intersectorale toegangspoort (ITP) en geldt tot de leeftijd van 21 jaar. Vanaf de leeftijd van 17 jaar kan voortaan een persoonsvolgend budget (PVB) aangevraagd worden bij het VAPH. De periode tussen 18-21 jaar wordt beschouwd als een overgangsperiode waarin de budgethouder de tijd heeft om de procedure bij het VAPH te doorlopen in functie van continuering van zijn budget als meerderjarige.

De bepaling van de budgethoogte van het PAB gebeurt door het team indicatiestelling van de ITP. Of er ook effectief een PAB toegekend wordt, hangt af van de prioritering door de intersectorale regionale prioriteitencommissie (de IRPC). Deze moet rekening houden met de beschikbare middelen voor PAB.

Er zijn op 31 december 2017 in totaal 679 actieve PAB-budgethouders tot en met 21 jaar. In 2017 worden alle actieve PAB-budgethouders ouder dan 18 jaar omgezet naar een persoonsvolgend budget (PVB). Dit verklaart de daling tegenover het totaal aantal minderjarigen actieve PAB-budgethouders in 2016 (n=694). In de leeftijdsgroep 18 tot 21 jaar daalt het aantal van 249 jongeren in 2016 naar 87 in 2017.

Het hoogste aantal PAB-gebruikers bevindt zich, net als in 2016, in de leeftijdsgroep 12-17 jaar (338 personen), en is gestegen naar ongeveer de helft (49,8%) van alle PAB-budgethouders. Het laagste aantal PAB-gebruikers is nog steeds de groep van 0-5 jaar, maar er is een sterke stijging van 6 naar 35 kinderen.

Personen die een PAB-aanvraag indienen, moeten deze aanvraag vervolledigen met een PAB-inschaling.  Deze PAB-inschaling werd tot 1 maart 2014 - zowel voor meerderjarigen als voor minderjarigen - voorgelegd aan de PAB-Deskundigencommissie.  Sinds 1 maart 2014 worden de PAB-inschalingen van minderjarigen behandeld door het team indicatiestelling van de intersectorale toegangspoort.  Op basis van de aard en de ernst van de handicap uit het inschalingsverslag volgt een beslissing inzake budgetcategorie en budgethoogte door de Deskundigencommissie of door het team indicatiestelling.

Tabel: Aantal actieve budgethouders PAB op 31/12/2017
(teleenheid: unieke minderjarigen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 9 8 3 7 8 35 5,20%
6-11 jaar 65 46 43 37 28 219 32,30%
12-17 jaar 99 61 86 50 42 338 49,80%
18-21 jaar 25 18 20 12 12 87 12,80%
Totaal 198 133 152 106 90 679 100,00%
% 29,20% 19,60% 22,40% 15,60% 13,30% 100,00%  
(Bron: Feniks)

Het PAB schommelt tussen 9.788,51 euro en 45.679,71 euro op jaarbasis. Dat zijn de bedragen voor 2017. Die bedragen worden 1 keer per jaar aan de index aangepast.

Onderstaande tabel vermeldt de bedragen van de verschillende budgetcategorieën, zowel de niet-geïndexeerde budgetten als de budgetten van 2017. Er is nog differentiatie mogelijk binnen een budgetcategorie. De basisbedragen per budgetcategorie kunnen immers nog verhoogd of verlaagd worden (met een ‘budgetschijf’), afhankelijk van verzwarende (bv. alleenwonend) of verlichtende factoren (bv. er is nog een PAB-gebruiker in het gezin waardoor er overlappende assistentietaken zijn, bv. voor het bereiden van maaltijden)

Tabel: Budgetcategorieën PAB in 2017
(teleenheid: euro)
  Niet-geïndexeerd budget 2001 Budget op jaarbasis
    2017
Budgetcategorie I 7.436,81 9.788,51
  9.915,74 13.051,35
Budgetcategorie II 12.394,68 16.314,18
  14.873,61 19.577,02
  17.352,55 22.839,85
Budgetcategorie III 19.831,48 26.102,69
  22.310,42 29.365,53
Budgetcategorie IV 24.789,35 32.628,36
  27.268,29 35.891,20
  29.747,22 39.154,04
Budgetcategorie V 32.226,16 42.416,87
  34.705,09 45.679,71
(Bron: VAPH)

Voor het PAB zijn er 5 budgetcategorieën. Hoe hoger de budgetcategorie, hoe beperkter de mogelijkheden op vlak van zelfredzaamheid. De kinderen en jongeren in budgetcategorie 5 zijn bijna volledig afhankelijk op vlak van zelfredzaamheid. In budgetcategorie 1 zitten kinderen en jongeren met nog heel wat mogelijkheden op vlak van zelfredzaamheid.

De meeste kinderen en jongeren bevinden zich in de hoogste en op één na hoogste budgetcategorie.  Het zijn m.a.w. jongeren met een zeer hoge ondersteuningsnood. Tot 2012 werden PAB’s toegekend via ministeriële prioriteitenbesluiten.  Personen met de hoogste ondersteuningsnood kregen lange tijd voorrang, vandaar de ruime vertegenwoordiging van de hoogste budgetcategorie in deze cijfers.  Sinds 2012 worden de PAB toegekend op basis van criteria van dringendheid van de vraag.

Tabel: Aantal actieve budgethouders PAB, opgedeeld naar budgetcategorie op 31/12/2017
(teleenheid unieke minderjarigen)
  aantal PAB-houders %
Budgetcategorie I 0 0%
Budgetcategorie II 28 4%
Budgetcategorie III 70 10%
Budgetcategorie IV 112 16%
Budgetcategorie V 469 69%
Totaal 679 100%
(Bron: Feniks)

Individuele materiële bijstand

Personen met een handicap kunnen bij het VAPH terecht voor financiële tegemoetkomingen voor hulpmiddelen en aanpassingen, ook wel individuele materiële bijstand (IMB) genoemd.

Het VAPH biedt de mogelijkheid van tegemoetkomingen voor een zeer uiteenlopend gamma aan hulpmiddelen en aanpassingen, bijvoorbeeld woningaanpassingen (aanpassing van het sanitair en leefruimtes, wegwerken van drempels, verbreden van deuren …), tilsystemen, autoaanpassingen, fietsoplossingen, hulpmiddelen om te communiceren, en dergelijke meer.

De intersectorale toegangspoort (ITP) beslist over:

  • de erkenning als persoon met een handicap als de minderjarige nog niet eerder een aanvraag indiende;
  • de algemene nood aan hulpmiddelen of ondersteuning als de minderjarige nog niet bij het VAPH gekend was vóór het opstarten van de aanvraag bij de toegangspoort en dus een eerste aanvraag voor IMB indient.

Het VAPH neemt de beslissing over de aanvragen voor specifieke tegemoetkomingen in het kader van IMB.

De tabel hieronder geeft per leeftijdscategorie weer hoeveel minderjarigen tussen 1 januari en 31 december 2017 een aanvraag indienen voor de tegemoetkoming voor een hulpmiddel of een aanpassing, en daar ook een goedkeuring voor krijgen. Deze cijfers bevatten geen goedkeuringen voor doventolkuren in de leefsituatie en voor vervoers- en verblijfskosten voor het volgen van gewoon onderwijs.

Wat de verdeling over de verschillende leeftijdsgroepen betreft, telt de groep van 0 tot 5 jaar het laagste aantal goedkeuringen. Dat is deels te verklaren omdat handicapspecifieke hulpmiddelen en aanpassingen voor kleine kinderen nog minder noodzakelijk zijn. Ouders tillen kleine kinderen bijvoorbeeld nog gemakkelijk zelf in plaats van een tilsysteem aan te vragen bij het VAPH. Naarmate kinderen groeien, worden dergelijke hulpmiddelen wel meer noodzakelijk. 

Tussen de leeftijdsgroepen van 6 tot 11 jaar en van 12 tot 17 jaar zijn er heel beperkte verschillen wat het aantal goedkeuringen betreft. 

Tabel: Aantal minderjarigen met een positieve beslissing IMB
(teleenheid: unieke minderjarigen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 107 53 97 45 98 400 17,60%
6-11 jaar 193 117 182 156 168 816 35,80%
12-17 jaar 266 171 224 173 228 1.062 46,60%
Totaal 566 341 503 374 494 2.278 100,00%
% 24,90% 15,00% 22,10% 16,40% 21,70% 100,00%  
(Bron: Feniks)

Jongerenwelzijn

Rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Jongerenwelzijn organiseert op verschillende manieren een aanbod voor kinderen, jongeren en ouders met ernstige of langdurige problemen. Zo erkent en subsidieert het agentschap private voorzieningen binnen de bijzondere jeugdzorg. Deze voorzieningen organiseren hulpverlening - residentieel, ambulant of mobiel - voor kinderen en jongeren in verontrustende situaties (VOS) of die een als misdrijf omschreven feit (MOF) hebben gepleegd. Het aanbod bevat ook pleegzorg, zowel voor minder- als meerderjarigen.

Het aanbod van deze voorzieningen wordt georganiseerd aan de hand van modules:

  • De organisaties voor bijzondere jeugdzorg (OVBJ), de diensten voor pleegzorg en de centra voor integrale gezinszorg (CIG) bieden zowel rechtstreeks als niet-rechtstreeks toegankelijke modules aan;
  • De diensten voor crisishulp aan huis (cah) hebben een aanbod dat enkel via het crisismeldpunt toegankelijk is;
  • De onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) hebben enkel niet-rechtstreeks toegankelijke modules, maar voorzien ook een aanbod crisisbegeleiding en –opvang vanuit het crisismeldpunt;
  • De diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA) bieden een gerechtelijk, niet-gemoduleerd aanbod voor jongeren die een MOF hebben gepleegd.

Het jaarverslag geeft per soort voorziening telkens eerst een algemeen deel met informatie over het volledige aanbod, de capaciteit, de bezetting en het aantal dossiers en minderjarigen. Aangezien deze gegevens zowel het rechtstreeks als het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod omvatten, wordt dit algemene deel bij beide hoofdstukken (RTJ en NRTJ) herhaald.

Na het algemene deel volgen specifieke gegevens over de in 2017 afgesloten dossiers.

  • In het hoofdstuk over de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp worden de afgesloten dossiers van de OVBJ, diensten voor pleegzorg en de CIG weergegeven die enkel rechtstreeks toegankelijke modules bevatten.
  • In het hoofdstuk over de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp worden de afgesloten dossiers van de OVBJ, diensten voor pleegzorg, CIG en OOOC weergegeven die naast rechtstreeks toegankelijke ook minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module bevat in de loop van het traject.
  • Tenslotte wordt het crisisaanbod van de OOOC en van de diensten crisishulp aan huis weergegeven in het hoofdstuk over de crisisjeugdhulp in het jaarverslag. Het crisisaanbod van de OVBJ en de CIG wordt opgenomen in het hoofdstuk over de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.

Een dossier is een aaneensluitende periode van hulpverlening voor een kind of jongere in eenzelfde voorziening. Deze kan serieel meerdere dossiers hebben in eenzelfde voorziening, wanneer de hulpverlening onderbroken of gestopt werd. Een kind of jongere kan meerdere dossiers tegelijk hebben in verschillende voorzieningen, wanneer er een combinatie van hulpaanbod over voorzieningen heen is gerealiseerd.

Sinds 1 januari 2015 registreren de door Jongerenwelzijn erkende en vergunde voorzieningen in het vernieuwde registratiesysteem Binc (Begeleiding in cijfers). De diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling doen dat vanaf 1 januari 2018.

Organisatie voor bijzondere jeugdzorg

Algemeen

Een organisatie voor bijzondere jeugdzorg (OVBJ) is erkend op basis van typemodules. Elke OVBJ heeft een erkenning voor contextbegeleiding. Daarnaast kan een OVBJ ook een erkenning hebben voor modules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen, modules dagbegeleiding in groep, verblijfsmodules en modules ondersteunende begeleiding.

Een OVBJ met een erkenning voor de modules contextbegeleiding en modules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen, kan – op basis van de reële noden van de gebruikers – zelf de verhouding tussen het effectief aantal in te zetten modules contextbegeleiding en contextbegeleiding in functie van autonoom wonen bepalen.

  • Contextbegeleiding (CB) is de centrale module van elke OVBJ en elk begeleidingstraject. Het omvat de vroegere thuisbegeleiding, gezinsbegeleiding, netwerkbegeleiding … Dit zijn alle begeleidingscontacten met het kind, de jongere en zijn netwerk,  die gekoppeld zijn aan hulpverleningsdoelstellingen, inclusief contacten met school, CLB, de sociaal werker, de vertrouwenspersoon van de jongere, de trainer van de sportclub …
  • Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen (CBAW) omvat de vroegere erkenningen voor begeleid zelfstandig wonen (bzw). Vroeger werd bzw ook georganiseerd vanuit een begeleidingstehuis, nu is dat een afzonderlijke module, vertrekkend vanuit contextbegeleiding.
  • Dagbegeleiding in groep omvat het begeleidingsaanbod van de vroegere dagcentra, bestaat uit verschillende componenten (schoolbegeleiding, groepswerking, training), en loopt zowel in school- als vakantieperiodes. Ze focust op de grote meerwaarde van een laagdrempelige, contextgerichte begeleiding in groep. Dagbegeleiding wordt niet gezien als schoolvervangend, wel als naschools en ondersteunend.
  • Verblijf omvat de begeleiding van een kind of jongere in een organisatie, inclusief overnachting. Hieraan wordt steeds een module contextbegeleiding gekoppeld. Door het dynamisch beheer van de residentiële capaciteit, kunnen voorzieningen crisisverblijf aanbieden voor kinderen en jongeren (al dan niet uit de eigen organisatie). Er is een onderscheid tussen een module 1-3 nachten en een module 4-7 nachten, al dan niet in een 1bis voorziening. Daarnaast is ook kamertraining mogelijk.
  • Ondersteunende begeleiding omvat de pedagogische projecten, time out, ontheming … Deze kunnen ingezet worden los van of gekoppeld aan andere modules, altijd met het doel om breuken in een lopend hulpverleningstraject te vermijden. Een organisatie die deze module aanbiedt, moet per module minimaal 12 kinderen of jongeren gedurende gemiddeld 2 weken begeleiden. Men kan dus een kind of jongere een kort traject van 2 dagen aanbieden, en een ander een traject van 3 weken.

Daarnaast hebben verschillende OVBJ een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt.

De erkende capaciteit voor de OVBJ wordt uitgedrukt in modules. In 2017 kennen de OVBJ opnieuw een uitbreiding:

  • met 36 modules contextbegeleiding kortdurend intensief, gericht op het bevorderen van uitstroom uit de gemeenschapsinstellingen;
  • van het aantal modules contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering, waarvan 90 modules uitbreiding en 20 modules ombouw van contextbegeleiding laagintensief.

De andere verschillen met 2016 zijn het gevolg van gefundeerde wijzigingen in de erkenning van voorzieningen in functie van een betere dienstverlening. De totale begeleidingscapaciteit van alle OVBJ is in 2017 7.044 kinderen en jongeren (+126 t.o.v. 2016).

Daarnaast is de extra capaciteit van 2016 in het kader van de vluchtelingencrisis in 2017 projectmatig verlengd. Bovendien is er een uitbreiding van 100 modules CBAW middenintensiteit, voor de realisatie van kleinschalige wooneenheden. Dit is een specifiek aanbod voor jongeren vanaf 16 jaar met een erkenning als vluchteling of als subsidiair beschermde. Deze capaciteit wordt afzonderlijk weergegeven in de laatste kolom.

Tabel: Erkende capaciteit in modules OVBJ
(teleenheid: aantal erkende modules)
  31/12/2015 31/12/2016 Tijdelijke capaciteit vluchtelingenwerking 2016 31/12/2017 Tijdelijke capaciteit vluchtelingenwerking 2017
OVBJ CB i.f.v. positieve heroriëntering (RTJ) 439 445   555  
OVBJ CB laagintensief (RTJ) 3.994 4.053   4.021  
OVBJ CB breedsporig (RTJ) 1.297 1.299 18 1.308 18
OVBJ CB kortdurend intensief (NRTJ) 331 365   404  
OVBJ CB i.f.v. AW basisintensiteit (NRTJ) 282 276 7 276 7
OVBJ CB i.f.v. AW middenintensiteit (NRTJ) 474 480 33 480 133
OVBJ dagbegeleiding in groep (RTJ) 635 627   627  
OVBJ verblijf (NRTJ) 2.906 2.905 163 2.901 163
OVBJ ondersteunende begeleiding (RTJ) 85 85   85  
(Bron: Domino-Binc)

De bezettingsgraad geeft aan in welke mate de totale capaciteit van een module daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De gemiddelde bezetting van de OVBJ is 93%. Dit percentage blijft over de jaren stabiel. Ook de bezettingspercentages van de afzonderlijke typemodules blijven grotendeels in lijn met voorgaande jaren. Enkel voor de typemodule contextbegeleiding in functie van autonoom wonen is er een opvallende stijging van 5% t.o.v. vorige jaren. De typemodule contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering kent een uitbreiding in 2017, waarbij ook geïnvesteerd is in opleiding, bekendmaking en verdere uitrol. Vandaar dat deze typemodule nog niet ten volle benut is.

In 2015 en 2016 werd de berekening van de bezetting van de typemodules ondersteunende begeleiding en dagbegeleiding in groep nog verfijnd binnen een experimenteel kader. Vanaf 2017 is de formule voor het berekenen van de bezetting vastgelegd en in de tabel weergegeven. Voor ondersteunende begeleiding is de bezetting 141%. Dit hoge bezettingspercentage heeft te maken met de diversiteit van aanbod binnen deze module.

Tabel: Bezetting OVBJ
(teleenheid: inzet van modules) 
  2015 2016 2017
OVBJ 92% 94% 93%
Verblijf 95% 91% 93%
CB breedsporig 119% 105% 103%
CB in functie van autonoom wonen 88% 87% 92%
CB in functie van positieve heroriëntering 21% 75% 74%
CB laagintensief 90% 90% 92%
CB kortdurend intensief 74% 85% 85%
Dagbegeleiding in groep     94%
Ondersteunende begeleiding     141%
(Bron: Domino-Binc)

In 2017 zijn in totaal 12.995 dossiers door de OVBJ geregistreerd. 6.038 dossiers zijn opgestart en 5.623 dossiers zijn afgesloten in 2017.

Het aantal dossiers van de OVBJ vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (23.770 dossiers), toont aan dat de OVBJ 55% vertegenwoordigen van alle door Jongerenwelzijn erkende en vergunde organisaties. Dit is gelijk aan de voorbije jaren.

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een kind of jongere. Deze kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is ook te kijken naar het aantal unieke kinderen en jongeren (op basis van rijksregisternummer) die zijn geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc zijn er in totaal 19.626 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 23.770 dossiers). Voor de OVBJ is dit een totaal van 11.450 unieke minderjarigen (ten opzichte van 12.995 dossiers). Vergeleken met de voorgaande jaren betekent dat opnieuw een stijging. Het aantal dossiers is gestegen met 4% t.o.v. 2016 en met 13% t.o.v. 2015. Het aantal unieke kinderen en jongeren is gestegen met 3% t.o.v. 2016 en met 12% t.o.v. 2015.

De stijging van het aantal dossiers en minderjarigen is vooral te verklaren door de uitbreiding van het aantal contextbegeleidingsmodules en een gevolg van een flexibilisering van het verblijfsaanbod waardoor meer crisisopnames gerealiseerd kunnen worden. Jaarlijks worden dus opmerkelijk meer gezinnen bereikt binnen het aanbod.

Tabel: Aantal dossiers  en aantal unieke kinderen en jongeren OVBJ (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 6.038 5.623 12.995
Unieke minderjarigen 5.336 5.180 11.450
(Bron: Domino-Binc)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in een OVBJ

De in 2017 afgesloten dossiers waarin minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module is ingezet in het traject van het kind of de jongere, worden hier weergegeven. Aangezien een verblijfsmodule altijd wordt ingezet in combinatie met een module contextbegeleiding, zijn quasi alle dossiers in dit hoofdstuk steeds een mengvorm van rechtstreeks toegankelijk en niet-rechtstreeks toegankelijke modules. Dit met uitzondering van dossiers waar contextbegeleiding kortdurend intensief en contextbegeleiding in functie van autonoom zijn ingezet. Deze modules contextbegeleiding zijn niet-rechtstreeks toegankelijk en kunnen afzonderlijk worden ingezet.

In 2017 zijn 2.028 dossiers afgesloten binnen de OVBJ met minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module. Dit voor 1.957 unieke kinderen en jongeren, wat betekent dat een klein deel van hen twee of meerdere dossiers heeft in het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de OVBJ. Respectievelijk is dit een stijging van 5% en 6% t.o.v. 2016.

Vergeleken met het aantal afgesloten dossiers binnen het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de OVBJ, zijn er in 2017 77% meer dossiers binnen het rechtstreeks toegankelijke dan binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod afgesloten. Dit is een logisch gevolg van de kortere begeleidingsduur van rechtstreeks toegankelijke trajecten, waardoor er meer in- en uitstroom is.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke kinderen en jongeren met een afgesloten dossier OVBJ NRTJ
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
Dossiers 2.028
Unieke minderjarigen 1.957
(Bron: Domino-Binc)

In de meeste afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (79%). Vindt doorheen het traject van een kind of jongere wel een combinatie met een ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (11%). De cijfers zijn gelijkaardig aan 2016. Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod OVBJ NRTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: OVBJ  %
CAW 15 0,70%
CGG 60 3,00%
CLB 54 2,70%
JWZ 218 10,70%
K&G 7 0,30%
VAPH 45 2,20%
Crisishulpprogramma 8 0,40%
Onbekend 0 0,00%
Niet van toepassing 1.608 79,30%
Geen eindregistratie beschikbaar 66 3,30%
Totaal* 2.028  
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De meeste kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijk aanbod nodig hebben binnen een OVBJ, zijn tussen 12 en 17 jaar bij instroom in de organisatie (64%). De tabel toont het aantal unieke minderjarigen met leeftijd bij opstart van het dossier. De cijfers zijn vergelijkbaar met 2016.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in OVBJ - NRTJ per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 39 18 52 35 57 201 10,30%
6-11 jaar 89 50 107 44 51 341 17,40%
12-17 jaar 449 160 273 158 221 1.251 63,90%
18-21 jaar 71 19 26 27 23 166 8,50%
Onbekend 3 1 2 2 0 8 0,40%
Totaal* 645 248 458 266 351 1.957  
%* 33,00% 12,70% 23,40% 13,60% 17,90%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

87% van de aanmeldingen gebeurt via de toegangspoort. Dat betekent dat 87% van de dossiers ook effectief start met een niet-rechtstreeks toegankelijke module, al dan niet gecombineerd met een rechtstreeks toegankelijke module. In 2016 was dit 90%. Het is ook mogelijk dat een dossier start met een rechtstreeks toegankelijke module en dat in de loop van het traject niet-rechtstreeks toegankelijke modules worden ingezet. In deze dossiers gebeurt de aanmelding het vaakst vanuit de jeugdrechtbank (4%).

Tabel: Overzicht aanmelders voor OVBJ - NRTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke dossiers)
Aanmelder Aantal dossiers %
CAW 3 0,10%
CGG 2 0,10%
CLB 21 1,00%
JWZ 16 0,80%
K&G 2 0,10%
VAPH 0 0,00%
OCJ 19 0,90%
VK 3 0,10%
Jeugdrechtbank 81 4,00%
Politie/parket 1 0,00%
Crisismeldpunt 33 1,60%
School 1 0,00%
Privée-psycholoog/psychiater 1 0,00%
Huisarts 0 0,00%
Jongere/gezin 9 0,40%
Pleeggezin 0 0,00%
Toegangspoort 1.768 87,20%
Andere 68 3,40%
Totaal 2.028  
(Bron: Domino-Binc)

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers met minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module bij een OVBJ is 668 dagen, dit is gemiddeld 40 dagen langer dan in 2016 en dus net geen twee jaar. De begeleidingsduur per categorie is gelijklopend met 2016. Er is wel een verschuiving van 5% van dossiers met een duurtijd tussen 1 en twee jaar (22%) naar een duurtijd langer dan 2 jaar (32%).

Tabel: Begeleidingsduur in OVBJ – NRTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
  Aantal dossiers %
0-28 123 6,10%
29-60 69 3,40%
61-120 110 5,40%
121-180 153 7,50%
181-365 475 23,40%
366-730 443 21,80%
>730 655 32,30%
Totaal 2.028 100,00%
(Bron: Domino-Binc)

Aangezien deze dossiers zowel rechtstreeks toegankelijke als niet- rechtstreeks toegankelijke modules bevatten, worden beide in deze tabel getoond. Zo worden hier ook modules dagbegeleiding in groep weergegeven, wanneer deze worden ingezet in een dossier waar in de loop van het traject ook niet-rechtstreeks toegankelijke modules nodig waren voor het kind of de jongere.

De module contextbegeleiding laagintensief wordt het meest ingezet in deze dossiers en wordt het vaakst gecombineerd met de verblijfsmodules. De module contextbegeleiding in functie van autonoom wonen wordt in 28% van de dossiers ingezet.  De meeste modules worden afgerond tussen 6 maanden en 1 jaar. In een dossier kunnen modules afgerond worden om na een tijdelijke inzet van een andere (combinatie van) module(s) terug te worden ingeschakeld. Deze flexibiliteit  heeft impact op de gemiddelde begeleidingsduur.

Deze tabel is over de hele lijn vergelijkbaar met 2016. De verhoudingen tussen de modules blijven gelijk. Maar het aantal verblijfsmodules in 2016 vergeleken met 2017, toont een stijging van 19%. De stijging zit procentueel gezien vooral in de crisismodules en in de module verblijf lage frequentie. Dit is ook een indicatie van het gegeven dat het huidige verblijfsaanbod steeds meer flexibel wordt ingezet om nog meer kinderen en jongeren te kunnen helpen.

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur in dagen per typemodule in OVBJ – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Begeleidingsduur (dagen)
0-14  15-28  29-60   61-120  121-180  181-365  366-730  > 730  Totaal %*
CB breedsporig 11 12 20 39 33 81 64 17 206 10,50%
CB in functie van autonoom wonen 8 10 34 63 69 212 146 68 546 27,9%
CB in functie van positieve herorientering 1 2 0 4 4 0 0 0 10 0,5%
CB kortdurend intensief 25 19 52 90 91 209 25 2 404 20,6%
CB laagintensief 62 55 115 197 187 396 362 260 1.123 57,4%
Dagbegeleiding in groep 1 2 2 5 2 37 21 10 77 3,9%
Dagbegeleiding in groep (RTJ) 5 4 6 19 13 22 24 8 70 3,6%
Ondersteunende begeleiding (projectwerking) RTJ 21 18 26 40 24 52 9 2 141 7,2%
Crisisbegeleiding (op verwijzing crisismeldpunt) 12 0 1 0 0 0 0 0 13 0,7%
Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt) 34 11 1 1 1 0 0 0 48 2,5%
Kamertraining 8 1 19 40 48 130 85 27 317 16,2%
Kortdurend crisisverblijf 53 8 4 0 0 0 0 0 61 3,1%
Verblijf voor minderjarigen [hoge frequentie] 105 44 80 118 142 270 261 223 1037 53,0%
Verblijf voor minderjarigen [lage frequentie] 5 6 25 31 13 31 24 10 133 6,8%
Totaal* 206 115 220 376 373 849 577 347 1.957  
%* 10,5% 5,9% 11,2% 19,2% 19,1% 43,4% 29,5% 17,7%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Pleegzorg

Algemeen

De diensten voor pleegzorg zijn vergund om de volgende pleegzorgvormen aan te bieden:

  • Ondersteunende pleegzorg is pleegzorg ter ondersteuning van het gezin van het pleegkind of de pleeggast, hetzij voor een korte aaneengesloten periode, hetzij met afwisselend verblijf.
  • Perspectiefzoekende pleegzorg is pleegzorg gedurende een periode van maximaal zes maanden, één keer verlengbaar met zes maanden, waarbij een duidelijk perspectief voor het pleegkind of pleeggast ontwikkeld wordt.
  • Perspectiefbiedende pleegzorg is pleegzorg met een continu en langdurig karakter.
  • Behandelingspleegzorg is een vorm van pleegzorg waarbij een dienst voor pleegzorg voorziet in een behandeling voor een pleegkind of pleeggast, of in een intensieve training en begeleiding van de pleegzorger.

Met uitzondering van behandelingspleegzorg vertalen de verschillende vormen van pleegzorg zich in een verblijfsmodule en een begeleidingsmodule die nooit apart van elkaar kunnen worden ingezet. 

De diensten voor pleegzorg richten zich ook tot meerderjarige pleeggasten. Pleegzorg voor pleeggasten is altijd rechtstreeks toegankelijk, net zoals ondersteunende en crisispleegzorg. Perspectiefzoekende en perspectiefbiedende pleegzorg zijn niet-rechtstreeks toegankelijk. Behandelingspleegzorg wordt aangeboden bovenop perspectiefzoekende of –biedende pleegzorg maar is op zich rechtstreeks toegankelijk.

Pleegzorg kent geen programmatie en wordt niet uitgedrukt in capaciteit. De inzet van de verschillende modules of vormen van pleegzorg op 31/12/2017 geeft een indicatie van de grootte van het aanbod. De tabel geeft het aantal unieke pleegkinderen en -gasten met een actieve pleegzorgmodule op 31/12/2017.

Op 31/12/2017 zijn er 6.568 pleegzorgsituaties, dat is een stijging van 8% t.o.v. 2016 en van 16% t.o.v. 2015. Pleegzorg blijft over de jaren heen aan eenzelfde grootteorde uitbreiden.

  • De grootste groep vormt perspectiefbiedende pleegzorg met 5.215 pleegzorgsituaties (79%).
  • De ondersteunende pleegzorg (12%) en de perspectiefzoekende pleegzorg (9%) vormen een minderheid van de pleegzorgsituaties.

De verhoudingen tussen de verschillende pleegzorgvormen blijft stabiel, al zien we doorheen de jaren wel een lichte stijging voor de perspectiefzoekende pleegzorg, wat gepaard gaat men een licht dalende trend bij de perspectiefbiedende pleegzorg. Het aandeel van ondersteunende pleegzorg neemt geleidelijk aan toe.

Behandelingspleegzorg wordt op 31/12/2017 ingezet bij 854 pleegkinderen of –gasten die gebruik maken van  perspectiefzoekende of perspectiefbiedende pleegzorg. Dit is 27% meer dan in 2016.

Crisisopvang wordt binnen pleegzorg weinig ingezet en mondt meestal uit in andere vormen van pleegzorg. In 2017 is de module 118 keer ingezet. In 2016 was dit 123 keer.

In totaal zijn er 462 pleeggasten boven de 21 jaar, dat zijn er 12 meer dan in 2016.

Aangezien voor pleegzorg geen capaciteit bepaald is, wordt hiervoor geen bezettingspercentage berekend.

Tabel: Inzet pleegzorg
(teleenheid: modules) 
  31/12/2015 31/12/2016 31/12/2017
Vormen van pleegzorg Totaal % Totaal % Totaal %
Ondersteunend 503 9% 649 11% 790 12%
Perspectiefbiedend 4.755 84% 4.952 82% 5.215 79%
Perspectiefzoekend 399 7% 461 8% 563 9%
Totaal 5.657 100% 6.062 100% 6.568 100%
(Bron: Domino-Binc)

In 2017 zijn in totaal 7.699 dossiers geregistreerd door de diensten voor pleegzorg. 1.622 dossiers zijn opgestart en 1.104 dossiers zijn afgesloten in 2017.

Het aantal dossiers ingevoerd door de diensten voor pleegzorg vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (23.770 dossiers), toont aan dat pleegzorg 32% vertegenwoordigt van de door Jongerenwelzijn erkende en vergunde organisaties, ongeveer evenveel als vorige jaren.

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een pleegkind of pleeggast. Deze kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is ook te kijken naar het aantal unieke pleegkinderen of pleeggasten (op basis van rijksregisternummer) die worden geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc zijn er in totaal 19.626 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 23.770 dossiers). Voor de diensten voor pleegzorg is dit een totaal van 7.568 unieke pleegkinderen en -gasten (ten opzichte van 7.699 dossiers). Het aantal dossiers is gestegen met 7% ten opzichte van 2016 en met 14% ten opzichte van 2015. Het aantal pleegkinderen en -gasten is gestegen met 8% ten opzichte van 2016 en met 16% ten opzichte van 2015.

Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke kinderen en jongeren pleegzorg  (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers, unieke pleegkinderen en -gasten)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 1.622 1.104 7.699
Unieke pleegkinderen en -gasten 1.565 1.078 7.568
(Bron: Domino-Binc)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in pleegzorg

De in 2017 afgesloten dossiers waarin minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module is geregistreerd, worden hier weergegeven.

In 2017 zijn 747 dossiers afgesloten binnen de diensten voor pleegzorg met minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module. Dit voor 740 unieke pleegkinderen en -gasten, wat betekent dat een klein deel van hen twee of meerdere dossiers heeft in het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de diensten voor pleegzorg. Het aantal afgesloten dossiers vergeleken met alle pleegzorgdossiers geregistreerd in 2017 (7.699), toont dat slechts een klein deel is afgesloten.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke pleegkinderen en -gasten met een afgesloten dossier pleegzorg NRTJ
(teleenheid: dossiers, unieke pleegkinderen en -gasten)
Dossiers 747
Unieke pleegkinderen en -gasten 740
(Bron: Domino-Binc)

In 66% van de afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp. Vindt doorheen het traject van pleegkind of -gast wel een combinatie met een ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (25%). De resultaten zijn vergelijkbaar met vorig jaar. Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod pleegzorg NRTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: Pleegzorg %*
CAW 5 0,70%
CGG 15 2,00%
CLB 10 1,30%
JWZ 186 24,90%
K&G 12 1,60%
VAPH 27 3,60%
Crisishulpprogramma 13 1,70%
Onbekend 0 0,00%
Niet van toepassing 494 66,10%
Geen eindregistratie beschikbaar 13 1,70%
Totaal* 747  
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De meeste pleegkinderen en -gasten die een aanbod nodig hebben binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de diensten voor pleegzorg, zijn tussen 12 en 17 jaar (41%) of tussen 0 en 5 jaar (31%) bij instroom in de organisatie. De tabel toont het aantal unieke pleegkinderen en -gasten met leeftijd bij opstart van het dossier.

Tabel: Aantal unieke pleegkinderen en -gasten bij instroom in pleegzorg - NRTJ per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke pleegkinderen en -gasten)
  Antwerpen Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams-Brabant
& Brussel
West-
Vlaanderen
Totaal* %*
0-5 jaar 65 31 51 28 56 231 31,22%
6-11 jaar 64 20 32 11 27 154 20,81%
12-17 jaar 114 37 61 38 55 303 40,95%
18-21 jaar 18 3 7 2 2 32 4,32%
> 21 jaar 1 4 2 3 4 14 1,89%
Onbekend 5 0 1 2 0 8 1,08%
Totaal* 266 95 154 84 144 740  
%* 35,95% 12,84% 20,81% 11,35% 19,46%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

83% van de aanmeldingen gebeurt via de toegangspoort. Het is ook mogelijk dat een dossier start met een rechtstreeks toegankelijke module en dat in de loop van het traject niet-rechtstreeks toegankelijke modules worden toegevoegd. In deze niet-rechtstreeks toegankelijke dossiers gebeurt de aanmelding het vaakst vanuit de jeugdrechtbank (4%) of vanuit het VAPH (3%). De cijfers van 2017 liggen in de lijn van 2016.

Tabel: Overzicht aanmelders voor pleegzorg - NRTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke dossiers)
Aanmelder Aantal dossiers %
CAW 4 0,50%
CGG 0 0,00%
CLB 4 0,50%
JWZ 3 0,40%
K&G 1 0,10%
VAPH 24 3,20%
OCJ 9 1,20%
VK 4 0,50%
Jeugdrechtbank 33 4,40%
Politie/parket 3 0,40%
Crisismeldpunt 3 0,40%
School 0 0,00%
Privée-psycholoog/psychiater 0 0,00%
Huisarts 0 0,00%
Pleegkind/pleeggast/gezin 10 1,30%
Pleeggezin 7 0,90%
Toegangspoort 621 83,10%
Andere 21 2,80%
Totaal 747  
(Bron: Domino-Binc)

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers met minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module bij een dienst voor pleegzorg is 1.726 dagen. Dit is een stijging van gemiddeld meer dan 200 dagen ten opzichte van 2016. De percentages per categorie zijn vergelijkbaar met 2016, met het grootste verschil in de categorie langer dan 2 jaar (+4%, tot een totaal van 55%). 

Tabel: Begeleidingsduur in pleegzorg – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal dossiers %
0-28 14 1,90%
29-60 42 5,60%
61-120 46 6,20%
121-180 34 4,60%
181-365 93 12,40%
366-730 110 14,70%
>730 408 54,60%
Totaal 747 100,00%
(Bron: Domino-Binc)

Aangezien deze dossiers zowel rechtstreeks toegankelijke, als niet-rechtstreeks toegankelijke modules bevatten, worden beide in deze tabel getoond. Elke verblijfsmodule van pleegzorg wordt gecombineerd met een begeleidingsmodule. Het aantal begeleidingsmodules moet in principe gelijk zijn aan het aantal verblijfsmodules binnen een bepaalde typemodule (bv. het aantal dossiers begeleiding ondersteunende pleegzorg is de som van de aantallen binnen ondersteunend – korte duur en deze van ondersteunend lage frequentie). Indien hier toch verschillen zijn (bv. het verschil tussen het aantal dossiers bij begeleiding crisispleegzorg en bij verblijf crisispleegzorg), kan dit enkel te wijten zijn aan een registratiefout.

Behandelingspleegzorg wordt steeds ingezet in combinatie met een perspectiefzoekende of een perspectiefbiedende module. De meeste modules perspectiefzoekende pleegzorg worden afgerond tussen 6 maanden en 1 jaar, wat ook de bedoeling is van deze module. De modules perspectiefbiedende pleegzorg hebben de langste verblijfsduur. Deze modules hebben als doel continuïteit te geven aan het pleegkind of de pleeggast, en worden dan ook langdurig ingezet. Alle modules samen bekeken, zijn er dubbel zoveel modules met een begeleidingsduur van langer dan 2 jaar (42% in 2017, in vergelijking met 22% in 2016).

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur in dagen per typemodule in pleegzorg – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke pleegkinderen en –gasten)
  Begeleidingsduur (dagen)
0-14  15-28  29-60   61-120  121-180  181-365  366-730  meer dan 730  Totaal %*
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [crisispleegzorg] 60 0 0 0 0 0 0 0 60 8,10%
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [ondersteunende pleegzorg] 16 9 15 27 9 13 5 6 87 11,76%
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [perspectiefbiedende pleegzorg] 26 26 41 63 83 153 124 302 557 75,27%
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [perspectiefzoekende pleegzorg] 15 23 46 56 46 137 10 0 299 40,41%
Crisisverblijf in een pleeggezin 61 0 0 0 0 0 0 0 61 8,24%
Verblijf in een pleeggezin [ondersteunend - korte duur] 10 5 13 22 6 6 0 0 54 7,30%
Verblijf in een pleeggezin [ondersteunend - lage frequentie] 6 4 2 5 3 7 5 6 36 4,86%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefbiedend - hoge frequentie] 24 21 34 57 77 140 111 298 540 72,97%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefbiedend - lage frequentie] 2 7 8 7 7 19 15 4 49 6,62%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefzoekend] 15 23 46 56 46 137 10 0 299 40,41%
Behandeling in het kader van pleegzorg 14 6 19 34 52 74 15 4 164 22,16%
Totaal 103 55 96 134 131 261 136 308 740  
%* 13,92% 7,43% 12,97% 18,11% 17,70% 35,27% 18,38% 41,62%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Centra integrale gezinszorg

Algemeen

De centra voor integrale gezinszorg (CIG) zijn organisaties die zorgen voor de begeleiding en het verblijf van ouders (al dan niet alleenstaand) en hun kinderen, en van aanstaande ouders, bij wie de gezinscohesie, de zorg voor de komende generatie en de maatschappelijke integratie in het gedrang komen of al verstoord zijn. De opvang en begeleiding door de CIG is gericht op het verbeteren van de opvoedingscontext en van de relationele, individuele, familiale en maatschappelijke context en heeft finaal als doel de maatschappelijke integratie.

De CIG zijn erkend op basis van de typemodules contextbegeleiding, verblijf van gemiddeld een tot drie nachten per week en verblijf van gemiddeld vier tot zeven nachten per week. De CIG bieden ook kortdurend crisisverblijf aan.

Daarnaast hebben verschillende CIG een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt.

De erkende capaciteit voor de CIG wordt uitgedrukt in inzetbare modules. De capaciteit is gelijk gebleven in 2017.

Tabel: Erkende capaciteit in modules CIG
(teleenheid: aantal erkende modules)
  31/12/2015 31/12/2016 31/12/2017
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) - NRTJ 126 126 126
CB voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) - RTJ 223 223 223
(Bron: Domino-Binc)

De bezettingsgraad geeft aan in welke mate de totale capaciteit van een module daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De CIG hebben in 2017 een gemiddelde bezetting van 93%. De bezetting van verblijf en van contextbegeleiding zijn eveneens 93%. De bezetting is net zoals vorig jaar opnieuw met 1% gestegen.

Tabel: Bezetting CIG
(teleenheid: inzet van modules) 
  2015 2016 2017
CIG 91% 92% 93%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren)  90% 92% 93%
CB voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) - RTJ 92% 92% 93%
(Bron: Domino-Binc)

In 2017 zijn in totaal 430 dossiers door de CIG geregistreerd. 226 dossiers zijn opgestart en 218 dossiers zijn afgesloten in 2017.

Het aantal dossiers van de CIG vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (23.770 dossiers), toont dat de CIG 2% vertegenwoordigen. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren. 

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een kind of jongere. Deze kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is te kijken naar het aantal unieke kinderen en jongeren (op basis van rijksregisternummer) die zijn geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc zijn er in totaal 19.626 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 23.770 dossiers). Voor de CIG is dit een totaal van 417 unieke minderjarigen (ten opzichte van 430 dossiers). De cijfers vergeleken met vorige jaren, tonen opnieuw een daling van het aantal minderjarigen en dossiers. Het aantal dossiers is gedaald met 4% t.o.v. 2016 en met 7% t.o.v. 2015. Het aantal kinderen en jongeren is gedaald met 3% t.o.v. 2016 en met 8% t.o.v. 2015.

De daling van het aantal minderjarigen en dossiers, en kleine stijging van de bezetting, wijst op een langere begeleidingsduur van de dossiers. Dat blijkt binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de CIG ook uit de cijfers.

Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke kinderen en jongeren CIG (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers, unieke kinderen en jongeren)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 226 218 430
Unieke minderjarigen 224 214 417
(Bron: Domino-Binc)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in een CIG

De in 2017 afgesloten dossiers waarin minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module is geregistreerd, worden hier weergegeven. Aangezien een verblijfsmodule altijd wordt ingezet in combinatie met een module contextbegeleiding, zijn de meeste dossiers in dit hoofdstuk steeds een mengvorm van RTJ- en NRTJ- modules.

In 2017 zijn 106 dossiers afgesloten binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de CIG. Dit voor 105 unieke kinderen en jongeren, wat betekent dat één van hen twee dossiers had.

Vergeleken met het aantal afgesloten dossiers binnen het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de CIG, blijkt dat het ongeveer over evenveel dossiers gaat in 2017. In 2016 is wel een derde meer dossiers binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke dan binnen het rechtstreeks toegankelijke aanbod afgesloten.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke kinderen en jongeren met een afgesloten dossier CIG NRTJ
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
Dossiers 106
Unieke minderjarigen 105
(Bron: Domino-Binc)

In de meeste afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (72%). Vindt doorheen het traject van een kind of jongere wel een combinatie met een ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (21%). De cijfers liggen in de lijn met de cijfers van 2016.  Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven. 

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod CIG NRTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: CIG %*
CAW 3 2,80%
CGG 4 3,80%
CLB 4 3,80%
JWZ 22 20,80%
K&G 4 3,80%
VAPH 2 1,90%
Crisishulpprogramma 2 1,90%
Onbekend 0 0,00%
Niet van toepassing 76 71,70%
Geen eindregistratie beschikbaar 0 0,00%
Totaal* 106  
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

66% van de kinderen en jongeren die een niet-rechtstreeks toegankelijk aanbod nodig hebben binnen een CIG, zijn tussen 0 en 5 jaar bij instroom in de organisatie. Er zijn een aantal verschuivingen in vergelijking met 2016. Er zijn 8% minder 0-5 jarigen, 5% meer 6-11 jarigen (totaal 11%) en 3% meer 12-17 jarigen (totaal 20%) in vergelijking met 2016. Ook hier gaat het over kleine absolute waarden. De tabel toont het aantal unieke minderjarigen met leeftijd bij opstart van het dossier.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in CIG - NRTJ per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 31 8 0 13 17 69 65,71%
6-11 jaar 9 2 0 0 0 11 10,48%
12-17 jaar 10 0 2 2 7 21 20,00%
18-21 jaar 3 0 0 0 0 3 2,86%
Ongeboren 0 0 0 1 0 1 0,95%
Totaal* 53 10 2 16 24 105  
%* 50,48% 9,52% 1,90% 15,24% 22,86%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

79% van de aanmeldingen gebeurt via de toegangspoort (84% in 2016). Dat betekent dat 79% van de dossiers ook effectief start met een verblijfsmodule, gecombineerd met een module contextbegeleiding. Het is ook mogelijk dat een dossier start met een module contextbegeleiding of crisisaanbod en dat in de loop van het traject een verblijfsmodule wordt toegevoegd. In deze dossiers gebeurt de aanmelding het vaakst door een ‘andere’ aanmelder (11%, in 2016 was dit 4%) of door de jongere of zijn gezin (6%, in 2016 was dit 3%).

Tabel: Overzicht aanmelders voor CIG - NRTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke dossiers)
Aanmelder Aantal dossiers %
CAW 1 0,90%
CGG 0 0,00%
CLB 0 0,00%
JWZ 1 0,90%
K&G 0 0,00%
VAPH 0 0,00%
OCJ 1 0,90%
VK 0 0,00%
Jeugdrechtbank 1 0,90%
Politie/parket 0 0,00%
Crisismeldpunt 0 0,00%
School 0 0,00%
Privée-psycholoog/psychiater 0 0,00%
Huisarts 0 0,00%
Jongere/gezin 6 5,70%
Pleeggezin 0 0,00%
Toegangspoort 84 79,20%
Andere 12 11,30%
Totaal 106  
(Bron: Domino-Binc)

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers met minimaal 1 verblijfsmodule in het dossier bij een CIG is 327 dagen. Dit is gemiddeld 23 dagen meer dan in 2016. 31% van de dossiers wordt afgesloten tussen de zes maanden en een jaar na opstart (26% in 2016). 31% van de dossiers duurt langer dan een jaar, waarvan 9% langer dan 2 jaar (respectievelijk 33% en 4% in 2016). In vergelijking met 2016 zijn er 6% minder dossiers met een duurtijd van 0-28 dagen en 10% meer dossiers met een begeleidingsduur tussen 4 en 6 maanden.

Tabel: Begeleidingsduur in CIG – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
  Aantal dossiers %
0-28 dagen 2 1,90%
29-60 dagen 5 4,70%
61-120 dagen 16 15,10%
121-180 dagen 17 16,00%
181-365 dagen 33 31,10%
366-730 dagen 24 22,60%
>730 dagen 9 8,50%
Totaal 106 100,00%
(Bron: Domino-Binc)

Aangezien deze dossiers zowel rechtstreeks toegankelijke als niet-rechtstreeks toegankelijke modules bevatten, worden beide in onderstaande tabel getoond. Een dossier kan meerdere modules bevatten, daarom is de som van de aparte categorieën niet gelijk aan het totaal en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De crisismodules hebben een korte duurtijd. De meeste modules worden afgerond tussen de zes en twaalf maanden (46%). Nog eens 37% van de modules wordt afgerond tussen de twee en vier maanden. De module verblijf in functie van gezinsopname kan ingezet worden voor minderjarigen die mee verblijven in het CIG bij een ander gezinslid voor wie een niet-rechtstreeks toegankelijke verblijfsmodule wordt ingezet. Deze module is in 5% van de dossiers ingezet. In vergelijking met vorig jaar, is de duur van de modules iets meer verschoven naar de gemiddelde begeleidingsduur, dus iets minder kortere en langere begeleidingsduur.

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur per typemodule in CIG – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Begeleidingsduur (dagen)
0-14  15-28  29-60   61-120  121-180  181-365  366-730  > 730  Totaal* %*
Kortdurend crisisverblijf 3 0 0 0 0 0 0 0 3 2,86%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (hoge frequentie) rechtstreeks toegankelijk. 1 0 2 4 0 0 0 0 7 6,67%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (hoge frequentie) 2 1 9 26 25 34 13 1 101 96,19%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (lage frequentie) 1 0 2 3 2 3 1 0 12 11,43%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (hoge frequentie) in functie van gezinsopname 0 1 1 1 0 3 0 0 5 4,76%
Totaal* 9 6 17 39 30 48 18 2 105  
%* 8,57% 5,71% 16,19% 37,14% 28,57% 45,71% 17,14% 1,90%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC)

Algemeen

Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) zijn erkend voor de modules handelingsgerichte diagnostiek, verblijf in het kader van diagnostiek met gemiddeld een tot drie nachten, verblijf met gemiddeld vier tot zeven nachten en kortdurend crisisverblijf. Alle dossiers stromen in via de toegangspoort, aangezien alle modules niet-rechtstreeks toegankelijk zijn. Met uitzondering van de crisisdossiers, die stromen in via het crisismeldpunt of time-out-dossiers, waarbij er tussen voorzieningen afspraken worden gemaakt voor tijdelijke opvang van een minderjarige.

De handelingsgerichte en dialooggestuurde diagnostiek van een OOOC is een interdisciplinair besluitvormingsproces, waarbij - op een wetenschappelijk onderbouwde manier - informatie wordt verzameld over de aangemelde problematische leefsituatie om een antwoord te krijgen op volgende vragen:

  • Wat is er aan de hand? Wat is de aard van de problemen die door minderjarigen en de gezinscontext worden aangemeld?
  • Waarom is dit aan de hand? Waarom doen deze problemen zich op dit moment voor?
  • Wat kan er gedaan worden om de gesignaleerde problemen te verminderen of te verhelpen, om tot een meer kansen biedende opvoedingssituatie te komen? Welke stappen hebben de minderjarigen en hun gezinscontext reeds ondernomen om tot een verandering in de situatie te komen? Welke ondersteuning hebben zij hierbij nodig?

Aan de hand van diagnostiek komt een OOOC tot een handelingsgericht advies.

Daarnaast hebben alle OOOC een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt. Het crisisaanbod van de OOOC zit vervat in hun diagnostiek- en verblijfsmodules. De specifieke cijfergegevens van dit deel, worden weergegeven in het hoofdstuk  over de crisisjeugdhulp in het jaarverslag.

De erkende capaciteit voor de OOOC wordt uitgedrukt in inzetbare modules. De capaciteit van de OOOC is gestegen met vier modules in 2017.

Tabel: Erkende capaciteit in modules OOOC
(teleenheid: aantal erkende modules)
  31/12/2015 31/12/2016 31/12/2017
OOOC verblijf in het kader van diagnostiek (NRTJ) 256 256 260
OOOC diagnostiek in het kader van een problematische leefsituatie (NRTJ) 354 354 358
(Bron: Domino-Binc)

De bezettingsgraad geeft aan in welke mate de totale capaciteit van een module daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De gemiddelde bezetting van de OOOC is 90%. In vergelijking met 2016 is dit een stijging met 1%. De bezetting van de modules diagnostiek en verblijf is eveneens gestegen met 1% t.o.v. 2016, respectievelijk 90% en 89%.

Tabel: Bezetting OOOC
(teleenheid: inzet van modules) 
  2015 2016 2017
OOOC 90% 89% 90%
Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 89% 89% 90%
Verblijf 91% 88% 89%
(Bron: Domino-Binc)

In 2017 zijn in totaal 1.880 dossiers door de OOOC geregistreerd. 1.568 dossiers zijn opgestart en 1.572 dossiers zijn afgesloten in 2017.

Het aantal dossiers van de OOOC vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (23.770 dossiers), toont aan dat de OOOC 8% vertegenwoordigen. Dit is hetzelfde percentage als in 2016.

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een kind of jongere. Deze kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is ook te kijken naar het aantal unieke minderjarigen (op basis van rijksregisternummer) die zijn geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc zijn er in totaal 19.626 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 23.770 dossiers). Voor de OOOC is dit een totaal van 1.556 unieke minderjarigen (ten opzichte van 1.880 dossiers). Vergeleken met de voorgaande jaren, zijn er meer dossiers, maar minder unieke kinderen en jongeren. Dit betekent dat er steeds meer minderjarigen zijn die heropnames kennen in het OOOC. Het aantal dossiers is gestegen met 1% t.o.v. 2016 en met 10% t.o.v. 2015. Het aantal kinderen en jongeren is gedaald met 1% ten opzichte van 2016, maar wel 1% meer dan in 2015.

Tabel: Aantal dossiers  en aantal unieke kinderen en jongeren in een OOOC  (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 1.568 1.572 1.880
Unieke minderjarigen 1.275 1.329 1.556
(Bron: Domino-Binc)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in een OOOC

Alle in 2017 afgesloten dossiers van de OOOC, met uitzondering van de zuivere crisisdossiers, worden hier weergegeven. Een verblijfsmodule wordt altijd ingezet in combinatie met een module diagnostiek. Diagnostiek kan ook afzonderlijk worden ingezet. Een dossier kan een combinatie van verblijf en diagnostiek zijn of enkel diagnostiek.

In 2017 zijn 985 dossiers afgesloten binnen de OOOC. Dit voor 948 unieke kinderen en jongeren, wat betekent dat een klein deel van hen twee of meerdere dossiers had binnen de OOOC. Vergeleken met 2016, zijn 6% minder dossiers afgesloten. 

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke kinderen en jongeren met een afgesloten dossier OOOC NRTJ
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
Dossiers 985
Unieke minderjarigen 948
(Bron: Domino-Binc)

In de meeste afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (81%, in 2016 was dit 74%). Vindt doorheen het traject van het kind of de jongere wel een combinatie met een ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn. In 2016 was dit nog in 16% van de dossiers, in 2017 bij 7% van de dossiers. Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod OOOC NRTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: OOOC %*
CAW 6 0,60%
CGG 21 2,10%
CLB 25 2,50%
JWZ 70 7,10%
K&G 6 0,60%
VAPH 6 0,60%
Crisishulpprogramma 3 0,30%
Onbekend 1 0,10%
Niet van toepassing 797 80,90%
Geen eindregistratie beschikbaar 61 6,20%
Totaal* 985  
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

64% van de kinderen en jongeren die een beroep doen op een aanbod van een OOOC, zijn tussen 12 en 17 jaar bij instroom in de organisatie. Een kwart is tussen 6 en 11 jaar. De tabel toont het aantal unieke minderjarigen met leeftijd bij opstart van het dossier. De cijfers zijn vergelijkbaar met 2016.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in OOOC - NRTJ per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 36 6 8 18 14 82 8,65%
6-11 jaar 116 25 61 30 28 260 27,43%
12-17 jaar 265 74 113 59 96 607 64,03%
18-21 jaar 1 0 0 0 0 1 0,11%
Onbekend 0 0 0 0 1 1 0,11%
Totaal* 416 105 181 107 139 948  
%* 43,88% 11,08% 19,09% 11,29% 14,66%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers binnen een OOOC is 118 dagen, dit is iets korter dan in 2016 (131 dagen). 75% van de dossiers heeft een (vooropgestelde) begeleidingsduur van maximaal 4 maanden. De cijfers zijn volledig vergelijkbaar met 2016.

Tabel: Begeleidingsduur in OOOC – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
  Aantal dossiers %
0-28 dagen 80 8,10%
29-60 dagen 237 24,10%
61-120 dagen 419 42,50%
121-180 dagen 142 14,40%
181-365 dagen 94 9,50%
366-730 dagen 10 1,00%
>730 dagen 3 0,30%
Totaal 985 100,00%
(Bron: Domino-Binc)

In principe zouden crisisdossiers en dossiers met een regulier aanbod in de OOOC als aparte dossiers geregistreerd moeten worden. Uit de registratie blijkt dat dit niet steeds zo gebeurt. Dit maakt dat in deze tabel zowel crisis- als reguliere modules getoond worden. De crisismodules hebben uiteraard steeds een korte duurtijd. De module diagnostiek wordt vanzelfsprekend het vaakst ingezet, aangezien elke verblijfsmodule gecombineerd wordt met een module diagnostiek en ook afzonderlijk inzetbaar is. De duurtijd van de modules is vergelijkbaar met de duurtijd in 2016. Bijna de helft van de modules (47%) heeft een duurtijd van 2 tot 4 maanden. 41% van de modules wordt afgerond tussen 1 en 2 maanden.

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur in dagen per typemodule in OOOC – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Begeleidingsduur (dagen)
0-14  15-28  29-60   61-120  121-180  181-365  366-730  > 730  Totaal* %*
Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt) 15 5 1 0 0 0 0 0 21 2,22%
Kortdurend crisisverblijf 8 0 0 0 0 0 0 0 8 0,84%
Verblijf in functie van diagnostiek (hoge frequentie) 70 33 198 262 91 65 1 0 660 69,62%
Verblijf in functie van diagnostiek (lage frequentie) 4 10 21 3 2 0 0 0 37 3,90%
Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 84 71 383 442 102 72 1 0 924 97,47%
Totaal* 129 75 385 442 102 72 1 0 948  
%* 13,61% 7,91% 40,61% 46,62% 10,76% 7,59% 0,11% 0,00%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.