Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2016):

Centra voor geestelijke gezondheidszorg

Onderstaande tabel toont het aantal unieke kinderen en jongeren bij de centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG) in 2017, per leeftijdsgroep en per provincie. Elk kind of elke jongere is slechts één keer meegeteld.

In totaal behandelen de CGG in 2017 19.207 unieke kinderen en jongeren tot en met 25 jaar. Dat is een kleine daling t.o.v. 2016 (19.887).

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren van 0 t.e.m. 25 jaar binnen CGG
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams-Brabant
& Brussel
West-
Vlaanderen
Totaal %
0-5 jaar 199 39 116 82 59 141 2,08%
6-11 jaar 1.067 752 1.025 861 845 1.706 25,15%
12-17 jaar 1.659 1.295 1.700 1.385 1.212 2.597 38,29%
18-21 jaar 895 700 851 625 641 1.266 18,66%
22-25 jaar 891 592 643 521 552 1.073 15,82%
Totaal 4.711 3.378 4.335 3.474 3.309 6.783 100,00%
% 69,45% 49,80% 63,91% 51,22% 48,78% 100,00%  
(Bron: elektronisch patiëntendossier)

Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op het aantal zorgperiodes (ZP), dat is de behandeleenheid in een CGG. Sommige kinderen en jongeren kennen per jaar meer dan 1 zorgperiode: als iemand een behandeling krijgt voor 2 verschillende problemen, of een behandeling in het begin en één later op het jaar, zijn dat 2 afzonderlijke zorgperiodes. Daarom zijn er elk jaar iets meer zorgperiodes dan unieke minderjarigen. In totaal zijn er in 2017 19.491 actieve zorgperiodes van 0- tot 25-jarigen in de CGG.

Een kind of jongere komt rechtstreeks of via een professionele doorverwijzer bij een CGG. Zo zijn de CLB een belangrijke verwijzer naar de CGG voor kinderen en jongeren (tot en met 17 jaar). Vanaf 18 jaar komt de huisarts sterker in beeld als verwijzer.

‘Initiatief jongere of omgeving' staat voor jongeren die rechtstreeks naar een CGG stappen, al eerder in een CGG behandeling kregen of via vrienden of familie bij het CGG terecht komen. Diensten Kind en Gezin zijn verwijzingen vanuit consultatiebureaus, vertrouwenscentra kindermishandeling (VK) en centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG).

Voor de sectoren CLB en CAW is er geen onderscheid tussen typemodules brede instap en vervolghulp RTJ.

Ten opzichte van 2016 blijven de belangrijkste verwijzers dezelfde:

  • gezondheidszorgdiensten;
  • initiatief van de jongere of omgeving;
  • CLB;
  • huisarts.
Tabel: Verwijzers CGG 0-25 jarigen
(teleenheid: zorgperiodes)
  0-5 jarigen 6-11 jarigen 12-17 jarigen 18-21 jarigen 22-25 jarigen 0-25 jarigen
  aantallen % aantallen % aantallen % aantallen % aantallen % N %
CAW 17 3,43 85 1,86 134 1,82 148 3,90 193 5,91 577 2,96%
CGG 42 8,47 154 3,36 254 3,46 172 4,53 113 3,46 735 3,77%
CLB 28 5,65 993 21,67 1.306 17,77 356 9,37 35 1,07 2.718 13,94%
Andere diensten Jongerenwelzijn 34 6,85 388 8,47 686 9,33 205 5,40 49 1,50 1.362 6,99%
Andere diensten Kind en Gezin 53 10,69 95 2,07 41 0,56 2 0,05 13 0,40 204 1,05%
Diensten VAPH 10 2,02 65 1,42 117 1,59 54 1,42 60 1,84 306 1,57%
Consulent OCJ 1 0,20 12 0,26 43 0,59 4 0,11 4 0,12 64 0,33%
Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (K&G) 3 0,60 22 0,48 69 0,94 15 0,39 6 0,18 115 0,59%
GV=OCJ + VK 4 0,81 34 0,74 112 1,52 19 0,50 10 0,31 179 0,92%
Jeugdrechtbank 6 1,21 24 0,52 77 1,05 18 0,47 4 0,12 129 0,66%
Sociale dienst jeugdrechtbank 0 0,00 6 0,13 16 0,22 2 0,05 1 0,03 25 0,13%
Federale politie/lokale politie 2 0,40 14 0,31 85 1,16 38 1,00 22 0,67 161 0,83%
Parket (Onderzoeksrechter&Procureur) & Jeugdparket 0 0,00 0 0,00 24 0,33 19 0,50 2 0,06 45 0,23%
Crisismeldpunt IJH 0 0,00 1 0,02 8 0,11 0 0,00 0 0,00 9 0,05%
GGZ-Netwerk K&J: Crisiszorg 2 0,40 15 0,33 53 0,72 11 0,29 1 0,03 82 0,42%
School 23 4,64 330 7,20 504 6,86 280 7,37 113 3,46 1.250 6,41%
Andere diensten Gezondheidszorg (zonder 18 en 19) 151 30,44 1.002 21,87 1.694 23,05 1.035 27,24 1.059 32,43 4.941 25,35%
Psycholoog/psychiater 31 6,25 403 8,80 572 7,78 247 6,50 200 6,13 1.453 7,45%
Huisarts 30 6,05 247 5,39 604 8,22 419 11,03 547 16,75 1.847 9,48%
OCMW 16 3,23 50 1,09 47 0,64 106 2,79 141 4,32 360 1,85%
Initiatief jongere of omgeving 90 18,15 883 19,27 1.527 20,78 946 24,90 868 26,58 4.314 22,13%
Overige initiatieven 3 0,60 22 0,48 61 0,83 58 1,53 81 2,48 225 1,15%
Andere professionele verwijzers 26 5,24 175 3,82 328 4,46 257 6,76 399 12,22 1.185 6,08%
Onbekend 2 0,40 12 0,26 10 0,14 9 0,24 15 0,46 48 0,25%
Alle zorgperiodes 496 100,00 4.582 100,00 7.349 100,00 3.799 100,00 3.265 100,00 19.491 100,00%
(Bron: elektronisch patiëntendossier)

De meest voorkomende aanmeldingsredenen zijn gegroepeerd in grotere categorieën. Er zijn duidelijke verschillen tussen meisjes en jongens. Meisjes worden vooral aangemeld met psychische problemen, gevolgd door verwerkingsproblemen. Voor jongens zijn de aanmeldingen met psychische problemen bijna gelijk aan de aanmeldingen met gedragsproblemen.

Tabel: Aanmeldingsredenen 0-25 jarigen: jongens vs. meisjes
(teleenheid: zorgperiodes)
  Jongens Meisjes
  aantallen % aantallen %
Psychische problemen 2.158 21,60% 3.771 39,69%
Gedragsproblemen 2.178 21,80% 837 8,81%
Interactieproblemen 1.208 12,09% 1.571 16,54%
Verwerkingsproblemen 908 9,09% 1.256 13,22%
Ontwikkelingsproblemen 1.281 12,82% 494 5,20%
Verslavingsproblemen 838 8,39% 142 1,49%
Slachtofferschap 208 2,08% 464 4,88%
Geen klachten 320 3,20% 258 2,72%
Specifieke modaliteit 298 2,98% 189 1,99%
Klachten m.b.t. lichamelijk-fysiologisch functioneren 138 1,38% 252 2,65%
Maatschappelijke problemen/Sociale inschakeling 221 2,21% 111 1,17%
Klachten m.b.t. realiteitscontrole 172 1,72% 78 0,82%
Onbekend 36 0,36% 50 0,53%
Ander probleem 23 0,23% 23 0,24%
Betrokken bij hulp aan cliënt 3 0,03% 5 0,05%
Totaal 9.990 100,00% 9.501 100,00%
(Bron: elektronisch patiëntendossier)

De concrete aanmeldingsredenen bij jongens, per leeftijdsgroep:

  • in de leeftijdscategorie 0 – 5 jaar blijven de belangrijkste aanmeldingsredenen de emotionele hechting/ouder kind relatie, opvoedingsproblematiek en oppositioneel gedrag bij het kind (weinig verschil ten opzichte van 2016);
  • bij de leeftijdscategorie 0 – 11 jaar zijn de drie belangrijkste redenen voor aanmelding gelijk aan 2016 (in dezelfde volgorde), maar er zijn iets meer jongens met autisme aangemeld ten opzichte van angsten/fobieën in 2016;
  • in de leeftijdscategorie 12 - 17 jaar wordt autisme vaker aangegeven dan in 2016, waar depressieve stemming dan weer een hogere plaats in de top 5 kreeg;
  • de leeftijdscategorie 18 – 21 jaar is bijna helemaal gelijk ten opzichte van 2016, enkel autisme krijgt ook hier een plaats in de top 5 waar in 2016 suïcidepoging/gedachten stond vermeld;
  • de leeftijdscategorie 22 – 25 jaar geeft geen wijzigingen in top 5 ten opzichte van 2016.
Tabel: Top 5 aanmeldingscategorie per leeftijdscategorie – jongens
(teleenheid: zorgperiodes)
0-5 jaar 6-11 jaar 12-17 jaar 18-21 jaar 22-25 jaar
top 5 Aanmeldingsredenen (N) top 5 Aanmeldingsredenen (N) top 5 Aanmeldingsredenen (N) top 5 Aanmeldingsredenen (N) top 5 Aanmeldingsredenen (N)
Ouder-kind emotioneel/hechting 66 Oppositioneel gedrag bij kinderen 279 Agressie 251 Depressieve stemming 231 Depressieve stemming 224
Oppositioneel gedrag bij kinderen 25 Agressie 224 Autisme 241 Illegale drugs 200 Illegale drugs 166
Ouder-kind opvoedingsprobleem 25 Aandacht en concentratieproblemen 206 Oppositioneel gedrag bij kinderen 239 Agressie 97 Agressie 140
Agressie 20 Autisme 186 Aandacht en concentratieproblemen 236 Angsten/fobie 89 Angsten/fobie 100
Ander ontwikkelingsprobleem/achterstand 15 Ouder-kind emotioneel/hechting 181 Depressieve stemming 219 Autisme 80 Dader seksueel geweld 65
(Bron: elektronisch patiëntendossier)

De concrete aanmeldingsredenen bij meisjes, per leeftijdsgroep:

  • in de leeftijdscategorie 0 – 5 jaar blijft de belangrijkste reden van aanmelding de emotionele hechting/ouder kind relatie;
  • bij de leeftijdscategorie 0 – 11 jaar zijn de drie belangrijkste redenen voor aanmelding gelijk aan 2016, maar er zijn iets meer meisjes met aandacht en concentratieproblemen aangemeld ten opzichte van depressieve stemming in 2016;
  • in de leeftijdscategorie 12 – 17 is de top 5 bijna gelijk aan 2016, enkel de ouder-kind opvoedingsproblematiek komt in 2017 vaker aan bod dan oppositioneel gedrag;
  • de leeftijdscategorie 18 – 21 geeft geen wijzigingen in top 5 ten opzichte van 2016;
  • de leeftijdscategorie 22 – 25 jaar is zo goed als helemaal gelijk ten opzichte van 2016, enkel stemmingsschommelingen krijgen ook hier een plaats in de top 5 waar in 2016 trauma stond vermeld.
Tabel: Top 5 aanmeldingscategorie per leeftijdscategorie – meisjes
(teleenheid: zorgperiodes)
0 - 5 jaar 6 - 11 jaar 12 - 17 jaar 18-21 jaar 22-25 jaar
Top 5 Aanmeldingsredenen (N) top 5 Aanmeldingsredenen (N) top 5 Aanmeldingsredenen (N) top 5 Aanmeldingsredenen (N) top 5 Aanmeldingsredenen (N)
Ouder-kind emotioneel/hechting 66 Ouder-kind emotioneel/hechting 220 Depressieve stemming 477 Depressieve stemming 448 Depressieve stemming 493
Oppositioneel gedrag bij kinderen 14 Angsten/fobie 125 Suicidepoging/gedachten 353 Angsten/fobie 184 Angsten/fobie 181
Getuige intrafamiliaal geweld 10 Oppositioneel gedrag bij kinderen 125 Ouder-kind emotioneel/hechting 313 Suicidepoging/gedachten 154 Suicidepoging/gedachten 75
Ouder-kind opvoedingsprobleem 9 Verwerking echtscheiding ouders 121 Angsten/fobie 192 Ouder-kind emotioneel/hechting 111 Ander psychisch probleem 73
Angsten/fobie 8 Aandacht en concentratie-problemen 84 Ouder-kind opvoedings-probleem 122 Stress 81 Stemmings-schommelingen 61
(Bron: elektronisch patiëntendossier)

Onderstaande tabel toont het aantal actieve zorgperiodes in 2017 (die ook in 2017 zijn beëindigd) en het aantal hulpactiviteiten in 2017, per leeftijdsgroep. Dit levert een gemiddeld aantal hulpactiviteiten per zorgperiode, per leeftijdsgroep.

CGG bieden een breed palet aan hulpactiviteiten:

  • indicatiestelling: intake, soorten diagnostische onderzoeken, adviesgesprek, cliëntoverleg …;
  • begeleiding: psychosociale begeleiding, groepsbegeleiding voor KOPP, specifieke groepsbegeleiding, huisbezoek …;
  • behandeling: individuele therapie, groepstherapie, speltherapie, gezinstherapie …;
  • activering: dagbesteding – educatie, dagbesteding – arbeidsgericht …;
  • psycho-educatie: sociale vaardigheidstraining …
Tabel: Kenmerken zorgperiodes CGG - 0-25 jarigen: aantal hulpactiviteiten
(teleenheid: zorgperiodes en hulpactiviteiten)
  Aantal hulpactiviteiten Aantal zorgperiodes Gemidd. aantal hulpact. per zorgperiode
0-5 jarigen 1.084 209 5,2
6-11 jarigen 9.381 1.477 6,4
12-17 jarigen 18.446 2.721 6,8
18-21 jarigen 10.924 1.767 6,2
22-25 jarigen 8.151 1.440 5,7
0-25 jarigen 47.986 7.614 6,3
(Bron: elektronisch patiëntendossier)

De gemiddelde waarde van de wachttijden kan vertekend zijn door extreme waarden en geeft daarom niet altijd een waarheidsgetrouw beeld. Daarom zijn hieronder de cijfers aangevuld met percentiel 75. Dit geeft de maximale wachttijd weer voor de meerderheid (75%) van de kinderen en jongeren.

De tabel toont:

  • hoelang een kind of jongere gemiddeld moet wachten op een eerste gesprek binnen CGG en binnen hoeveel dagen 75% van de minderjarigen een eerste gesprek krijgt;
  • hoelang een kind of jongere gemiddeld moet wachten tussen het eerste en het tweede gesprek en binnen hoeveel dagen 75% van de minderjarigen een tweede gesprek krijgt binnen CGG nadat het eerste gesprek heeft plaatsgevonden;
  • hoelang een kind of jongere gemiddeld moet wachten vanaf het moment van aanmelding tot de start van de behandeling, waarbij de start van de behandeling gelijk staat aan de tweede consultatie;
  • binnen hoeveel dagen na aanmelding 75% van de minderjarigen een tweede consultatie krijgt.

In 2017 krijgt 75% van de 0- tot 25-jarigen een eerste afspraak in een CGG binnen 57 dagen na de aanmelding. Dat is gelijk aan 2016.

Het eerste gesprek is meestal een intake, het tweede gesprek wordt doorgaans gezien als de start van de behandeling binnen CGG. In 2017 krijgt 75% van de 0- tot 25-jarigen een tweede consultatie in een CGG binnen 55 dagen na de eerste. Dat is iets langer in vergelijking met 2016 (51 dagen).

In 2017 kan 75% van de behandelingen bij 0- tot 25-jarigen starten binnen 138 dagen na de aanmelding in het CGG. Hierbij staat de start van de behandeling gelijk aan de tweede consultatie. Dat is opnieuw iets langer wachten dan in 2016 (125 dagen).

De langste wachttijden gelden ook in 2017 voor de 6- tot 11-jarigen (200 dagen).

Tabel: Wachttijden tussen aanmelding, eerste en tweede consultatie
(teleenheid: dagen)
  Wachttijd tot 1ste consult* Wachttijd tss. 1ste en 2de consult** Wachttijd van aanmelding tot 2de consult**
  Gemiddelde Percentiel 75 Gemiddelde Percentiel 75 Gemiddelde Percentiel 75
0-5 jarigen 52 49 37 42 93 93
6-11 jarigen 72 78 67 78 145 200
12-17 jarigen 58 57 47 51 105 133
18-21 jarigen 42 47 38 42 81 104
22-25 jarigen 42 48 45 47 90 111
0-25 jarigen 55 57 50 55 107 138
(Bron: beleidsinformatie Zorg en Gezondheid)

 

Centra algemeen welzijnswerk

In 2017 begeleiden de centra algemeen welzijnswerk (CAW) 7.824 jongeren onder de 26 jaar:

  • 39% is jonger dan 18 jaar;
  • 61% is tussen 18 en 25 jaar.

Jongvolwassenen zijn de doelgroep bij uitstek die bij het CAW terecht kan voor diverse begeleidingen. Deze zijn sterk op maat van de jongere, en worden samen met hem bepaald.

In vergelijking met 2016 is er een stijging van jongeren in begeleiding bij de CAW met 3%:

  • De stijging is het sterkste in de provincies Limburg (+7%) en Vlaams-Brabant & Brussel (+6%).
  • West-Vlaanderen kent een lichte daling van het aantal jongeren in begeleiding (-2%).
Tabel: Aantal kinderen en jongeren in begeleiding, volgens leeftijd en per provincie
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 211 105 161 213 82 772 9,90%
6-11 jaar 164 101 123 194 82 664 8,50%
0-11 jaar (niet verder in detail bekend) 109 40 19 28 26 222 2,80%
12-17 jaar 358 144 258 312 294 1.366 17,50%
18-21 jaar 456 224 327 277 326 1.610 20,60%
22-25 jaar 656 476 638 473 535 2.778 35,50%
18-25 jaar (niet verder in detail bekend) 115 34 89 73 101 412 5,30%
Totaal 2.069 1.124 1.615 1.570 1.446 7.824 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)

De meeste kinderen en jongeren zijn in begeleiding omwille van psychische en persoonlijke problemen (14%). De tabel toont dat minderjarigen in vele typemodules in begeleiding geholpen worden, dus niet alleen in de typemodules specifiek gericht op hen. De lijst van typemodules is niet gebaseerd op leeftijd maar op problematiek en typeaanbod. Veelal is de problematiek van de ouders bepalend of een kind of jongere mee betrokken wordt in een begeleidingsaanbod.

Bijvoorbeeld de bezoekruimte: Zowel de vrijwillige als de opgelegde begeleiding - vanuit een gerechtelijke instantie - maakt duidelijk dat kinderen en jongeren in begeleiding zijn binnen de context van een bezoekruimte omdat er een breuk is tussen hun ouders.

Het aantal jongeren dat een typemodule toegewezen krijgt (6.090), is niet gelijk aan het aantal jongeren in begeleiding (7.824) en het aantal begeleidingscasussen (6.094). In vele begeleidingscasussen zitten meerdere jongeren (ouders (-25j) en kind, broers - zussen). Sommige jongeren krijgen ook meerdere typemodules toegewezen, bijvoorbeeld als een jongere woonbegeleiding én een begeleiding voor psychische en persoonlijke problemen krijgt, al dan niet gelijktijdig maar beide wel in 2017.

Niet elke jongere in begeleiding is automatisch gebonden aan een typemodule. Zo zijn er in 2017 1.711 jongeren zonder aangeduide typemodule. Een jongere kan als cliënt aangeduid zijn in een gesprek in 2017, maar toch geen typemodule hebben toegekend, bv. wanneer de typemodule bij de ouders is aangeduid, en dus niet gelinkt is aan de jongere zelf.

Een vergelijking met 2016 is moeilijk aangezien enkele CAW’s eind 2017 gestart zijn met een nieuwe inhoudelijke registratie, waarbinnen andere (bredere) modules worden gehanteerd.

Tabel: Aantal personen van 0 tot en met 25 jaar in begeleiding, per typemodule en aantal begeleidingen per typemodule
(teleenheid: aantal kinderen en jongeren 0-25 jaar en aantal begeleidingscasussen)
  Aantal personen 0-25 jaar % Aantal personen 0-25 jaar Aantal begeleidingen % Aantal begeleidingen
Cluster Begeleid Zelfstandig Wonen (subtotaal) 1.214 19,90% 1.016 19,70%
Begeleid zelfstandig wonen voor jongvolwassenen 365 6,00% 326 6,30%
Begeleid wonen 638 10,50% 529 10,20%
Preventieve woonbegeleiding 211 3,50% 161 3,10%
Cluster Begeleiding jongeren die seksueel grensoverschrijdend gedrag stellen 107 1,80% 107 2,10%
Begeleiding seksueel grensoverschrijdend gedrag 43 0,70% 43 0,80%
Begeleiding seksuele delinquenten 26 0,40% 26 0,50%
Begeleiding Leerprojecten voor Daders van Seksueel Geweld 38 0,60% 38 0,70%
Cluster Begeleiding minderjarig slachtoffer (subtotaal) 447 7,30% 380 7,40%
Individuele begeleiding slachtofferschap 263 4,30% 246 4,80%
Begeleiding intrafamiliaal geweld 184 3,00% 134 2,60%
Cluster Begeleiding ouder-kind contact tijdens detentie (subtotaal) 11 0,20% 7 0,10%
Begeleiding ouder-kind contact in detentie 11 0,20% 7 0,10%
Cluster Begeleiding van en toezicht op contact tussen kinderen en een gescheiden ouder (subtotaal) 505 8,30% 326 6,30%
Bezoekruimte gerechtelijke context 463 7,60% 295 5,70%
Bezoekruimte vrijwillige context 42 0,70% 31 0,60%
Cluster Begeleiding voor jongeren (subtotaal) 2.087 34,30% 1.974 38,20%
Begeleiding psychische en persoonlijke problemen 861 14,10% 824 16,00%
Integrale individuele begeleiding 434 7,10% 401 7,80%
Begeleiding basisrechten 157 2,60% 150 2,90%
Groepsbegeleiding 226 3,70% 200 3,90%
Psychotherapie 56 0,90% 56 1,10%
Begeleiding DaderInZicht 106 1,70% 104 2,00%
Begeleiding SlachtofferInBeeld 49 0,80% 49 0,90%
Begeleiding GPP - individueel 44 0,70% 43 0,80%
Begeleiding GPP - groep 19 0,30% 15 0,30%
Integrale begeleiding naastbestaanden van gedetineerden 5 0,10% 4 0,10%
Integrale begeleiding gedetineerden in detentiecontext 130 2,10% 128 2,50%
Cluster Begeleiding voor ouders (subtotaal) 126 2,10% 111 2,10%
Begeleiding partnerrelatie 61 1,00% 55 1,10%
Begeleiding opvoedingsonzekerheid 31 0,50% 25 0,50%
Begeleiding scheidingsproces 24 0,40% 21 0,40%
Begeleiding seksuele problemen en geboorteregeling 5 0,10% 5 0,10%
Relatietherapie 5 0,10% 5 0,10%
Cluster Bemiddeling in conflicten tussen jongeren en hun ouders (subtotaal) 80 1,30% 73 1,40%
Bemiddeling conflicten tussen jongeren en hun ouders 80 1,30% 73 1,40%
Cluster Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt) (subtotaal) 184 3,00% 156 3,00%
Crisisbegeleiding - residentieel 184 3,00% 156 3,00%
Cluster Integrale gezinsbegeleiding (subtotaal) 179 2,90% 106 2,10%
Gezinstherapie 6 0,10% 6 0,10%
Integrale gezinsbegeleiding 129 2,10% 64 1,20%
Gezinsbegeleiding 44 0,70% 36 0,70%
Cluster Ouderschapsbemiddeling (subtotaal) 41 0,70% 34 0,70%
Ouderschapsbemiddeling 36 0,60% 29 0,60%
Scheidingsbemiddeling 5 0,10% 5 0,10%
Cluster Verblijf voor jongeren (subtotaal) 1.109 18,20% 875 16,90%
Integrale residentiële begeleiding thuisloosheid 292 4,80% 239 4,60%
Opvang van kinderen van ouders in een opvangsituatie 251 4,10% 148 2,90%
Integrale residentiële begeleiding van jongvolwassenen 189 3,10% 182 3,50%
Integrale begeleiding in het kader van studio-opvang 275 4,50% 230 4,50%
Integrale residentiële begel. slachtoffers partnergeweld 102 1,70% 76 1,50%
Totaal 6.090 100,00% 5.165 100,00%
Kinderen en jongeren 0-25 jaar NIET gelinkt aan typemodule 1.711      
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)

Onderstaande tabel geeft een procentuele verdeling van de jongeren en begeleidingen bij jongeren over de nieuwe modules. De meest voorkomende modules bij -25 jarigen zijn woonbegeleiding (ambulant en residentieel) en begeleiding van persoonlijke problemen. De tabel heeft betrekking op 383 jongeren en 303 begeleidingen bij jongeren.

Tabel: Aantal personen van 0 tot en met 25 jaar in begeleiding, per module en aantal begeleidingen per module
(teleenheid: aantal kinderen en jongeren 0-25 jaar en aantal begeleidingscasussen)
Module CAW Aantal personen 0-25 % Aantal personen 0-25 Aantal begeleidingen % Aantal begeleidingen
Woonbegeleiding ambulant 76 19,80% 55 18,20%
Preventie van uithuiszetting 7 1,80% 5 1,70%
Woonbegeleiding met verblijf 56 14,60% 46 15,20%
Begeleiding persoonlijke problemen 67 17,50% 61 20,10%
Begeleiding relatie- en gezinsproblemen 20 5,20% 16 5,30%
Begeleiding opvoedingsproblemen 3 0,80% 2 0,70%
Ouderschapsbemiddeling buiten scheidingscontext 0 0,00% 0 0,00%
Ouderschapsbegeleiding 2 0,50% 0 0,00%
Contactherstel 14 3,70% 4 1,30%
Scheidingsbegeleiding 0 0,00% 0 0,00%
Scheidingsbemiddeling 0 0,00% 0 0,00%
Budgetbegeleiding 24 6,30% 19 6,30%
Budgetbeheer 26 6,80% 23 7,60%
Schuldbemiddeling 6 1,60% 5 1,70%
Begeleiding slachtofferschap 9 2,30% 5 1,70%
Begeleiding  IFG ambulant 7 1,80% 2 0,70%
Begeleiding gedetineerden 35 9,10% 34 11,20%
Begeleiding naastbestaanden van gedetineerden 2 0,50% 2 0,70%
Begeleiding ouder-kind contact tijdens detentie 2 0,50% 1 0,30%
Begeleiding precair verblijf 2 0,50% 2 0,70%
Crisisopvang 12 3,10% 9 3,00%
Begeleiding  IFG residentieel 3 0,80% 2 0,70%
Begeleiding dader -en plegerschap 10 2,60% 10 3,30%
Housing First 0 0,00% 0 0,00%
Totaal 383 100,00% 303 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier, CAW Limburg en CAW De Kempen, november en december 2017)

Sommige typemodules zijn vanuit hun aard meer gericht op jongvolwassenen, andere meer op minderjarigen. Bijvoorbeeld de typemodule begeleid zelfstandig wonen voor jongeren:

  • 89% van de jongeren is tussen 18 en 25 jaar oud;
  • 6 kinderen zijn jonger dan 11 jaar;
  • 33 jongeren zijn tussen 12 en 18 jaar. Zij krijgen samen met hun ouders de typemodule begeleid zelfstandig wonen toegekend omdat zij samen worden begeleid in het kader van woonvaardigheden. Voor jongeren van 16 en 17 jaar kan al een begeleiding opgestart worden die moet leiden naar zelfstandig wonen. Veelal zijn dit jongeren die een voorziening verlaten. Zo wordt geanticipeerd op de continuïteit van de hulpverlening.

Het aantal personen in begeleid zelfstandig wonen is gestegen t.o.v. 2016 (+6%). Hierbij zijn echter grote verschillen tussen provincies:

  • sterke stijging in Antwerpen en West-Vlaanderen;
  • een daling in Vlaams-Brabant & Brussel.

De stijging kan verklaard worden door een vernieuwde aanpak van het JAC waarbij bewust gekozen is om woontrajecten aan te bieden. Daarnaast zijn er bijkomende middelen ingezet van de Vlaamse Gemeenschap voor jongeren en jongvolwassenen die hun voorziening verlaten.

De dalingen zijn voornamelijk toe te schrijven aan registratiebias, zoals het anders koppelen van jongeren aan een module (bv. één persoon uit het traject linken aan het typemodule welke niet de jongere is).  Bij lage absolute aantallen, zoals hier het geval is, kan dit leiden tot grote procentuele verschillen tussen werkjaren binnen CAW’s.

Tabel: Aantal personen in begeleid zelfstandig wonen voor jongvolwassenen
(teleenheid: kinderen en jongeren)6
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 0 1 2 3 0 6 1,60%
6-11 jaar 0 0 1 0 0 1 0,30%
12-17 jaar 11 0 7 7 8 33 9,00%
18-21 jaar 54 7 36 45 41 183 50,10%
22-25 jaar 15 10 44 29 25 123 33,70%
18-25 jaar (niet verder in detail bekend) 1 2 4 2 10 19 5,20%
Totaal 81 20 94 86 84 365 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)
6 Bij dit onderdeel ontbreken de cijfergegevens van november en december van CAW De Kempen en CAW Limburg door de opstart van een nieuwe wijze van registratie in het elektronisch cliëntendossier.

In het kader van slachtofferschap is er individuele begeleiding voor jongeren die slachtoffer of dader zijn van geweld en misbruik, of die betrokken zijn bij verkeersongevallen en misdrijven. In 2017 gaat het over 282 kinderen en jongeren.

De CAW helpen bij het verwerken van een schokkende gebeurtenis, en dat zowel bij nabestaanden, slachtoffers als getuigen. De begeleidingen bestaan o.a. uit:

  • het normaliseren en duiden van de reacties op de uitzonderlijke gebeurtenissen;
  • het geven van handvatten om met deze reacties om te gaan.

Er is in het algemeen een daling bij begeleiding in het kader van slachtofferschap (-6%). Deze daling is  reeds te zien bij het aantal aanmeldingen. Dit is mogelijk te verklaren doordat slachtoffers meer zelf de stap zetten naar 1712 en daar verder worden geholpen bij hun slachtofferschap.

Tabel: Aantal individuele begeleidingen in het kader van slachtofferschap
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams-Brabant
& Brussel
West-
Vlaanderen
Totaal %
0 - 5 jaar 0 0 1 2 1 4 1,47%
6 - 11 jaar 10 0 9 12 11 42 15,44%
0 - 11 jaar (niet verder
in detail bekend)
4 1 1 1 0 7 2,57%
12 - 17 jaar 24 10 31 18 19 102 37,50%
18 - 21 jaar 11 1 8 14 8 42 15,44%
22 - 25 jaar 11 8 10 25 14 68 25,00%
18 - 25 jaar (niet verder in detail bekend)  3 2 1 0 1 7 2,57%
Totaal 63 22 61 72 54 272 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)

In de bezoekruimte kunnen ouders en kinderen terecht om het contact te herstellen binnen een veilig kader, vaak via een vonnis door de rechter. Niet alleen worden de contacten tussen kinderen en ouders zo bevorderd; de bezoekruimte streeft ook naar een gepast herstel van betekenisvolle relaties tussen ouders en kind. Het welbevinden van het kind staat centraal.

Komt de integriteit van het kind of één van de ouders in het gedrang, dan wordt daar gepast mee omgegaan, bv. door het aanbod stop te zetten of op te schorten. In 2017 krijgen 514 kinderen en jongeren zo de kans om het contact met één van de ouders - en eventueel grootouders - te herstellen.

Het merendeel van de begeleidingen bezoekruimte situeert zich in de gerechtelijke context, een aantal dat bovendien stijgt. Het aantal begeleidingen bezoekruimte in een vrijwillige context vertegenwoordigt slechts 8% van het totaal. Het totaal aantal begeleidingen binnen bezoekruimten daalt met 5% binnen de sector.

  • Er zijn sterke dalingen in de provincies Antwerpen (-24%) en West-Vlaanderen (-31%), welke te wijten zijn aan registratiebias (verschillend koppelen van jongeren aan typemodules).
  • Er is een sterke stijging in Vlaams-Brabant & Brussel (+27%). Dit komt omdat in het werkjaar 2017 extra middelen zijn uitgekeerd door de Vlaamse Gemeenschap in het kader van het actieplan inzake de aanpak van relatieproblemen en scheidingsproblemen. Deze middelen zijn binnen Brussel integraal ingezet in de werking Bezoekruimte om de wachtlijst weg te werken.
Tabel: Aantal jongeren begeleid in de bezoekruimte: vrijwillig en gerechtelijk
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 25 9 36 18 20 108 21,01%
6-11 jaar 29 36 46 42 21 174 33,85%
0-11 (niet verder in detail bekend) 19 11 5 3 1 39 7,59%
12-17 jaar 22 19 53 19 14 127 24,71%
18-21 jaar 0 2 1 0 1 4 0,78%
22-25 jaar  11 25 12 2 9 59 11,48%
18-25 jaar (niet verder in detail bekend) 0 0 0 1 2 3 0,58%
Totaal 106 102 153 85 68 514 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)

De integrale gezinsbegeleiding begeleidt niet alleen de jongere maar ook (één van) de ouders, en eventueel broers en zussen. Veelal start deze begeleiding vanuit de noden en behoefte van de ouders en worden de kinderen met hun instemming daarbij betrokken. In de meeste provincies is er een stijging van het aantal begeleidingen binnen een integrale gezinscontext (+49% sectoraal). Dit wordt verklaard doordat in 2017 de werkingen die zich richten naar vluchtelingen sterk hebben ingezet op deze begeleidingsmodule.

Tabel: Aantal jongeren begeleid binnen een integrale gezinscontext
(teleenheid: kinderen en jongeren)7
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant
& Brussel
West-Vlaanderen Totaal %
0 - 5 jaar 0 0 0 37 2 39 22,54%
6 - 11 jaar 1 1 0 24 3 29 16,76%
0 - 11 (niet verder in detail bekend) 0 0 0 6 5 11 6,36%
12 - 17 jaar 2 4 11 25 8 50 28,90%
18 - 21 jaar 0 1 1 3 4 9 5,20%
22 - 25 jaar 1 6 2 16 8 33 19,08%
18 - 25 jaar (niet verder in detail bekend) 0 1 1 0 0 2 1,16%
Totaal 4 13 15 111 30 173 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)

Van de 7.824 jongeren die het CAW begeleidt in 2017, zijn er 1.878 van wie men weet dat ze doorverwezen zijn. Een groot deel (19%) wordt doorverwezen naar de sociale dienst van het OCMW, justitie en centra geestelijke gezondheidszorg. Veelal biedt de geestelijke gezondheidszorg een gepastere vorm van begeleiding wanneer het over een psychische of psychiatrische problematiek gaat. Een doorverwijzing naar het OCMW heeft dan weer veelal te maken met financiële en materiële problemen. Dit betekent niet dat de jongere geen verdere begeleiding meer kan krijgen binnen het CAW.

Een doorverwijzing binnen het eigen CAW is naar een andere begeleidingsdienst binnen het CAW. De doorverwijzing naar een ander CAW (n= 117) betreft verwijzingen naar een ander CAW, bv. wanneer:

  • iemand aangemeld wordt bij een CAW maar in het werkingsgebied van een ander CAW woont;
  • het voor de jongere gemakkelijker is om bij een ander CAW te geraken (bv. dichterbij huis/werk of gemakkelijker openbaar vervoer);
  • de jongere verhuisd is;
  • het beter aansluit bij de hulpverlening van andere diensten of de hulp sneller kan opstarten.
Tabel: Aantal jongeren doorverwezen naar
(teleenheid: kinderen en jongeren / doorverwezen naar)8
  Antwerpen Limburg Oost-
Vlaanderen
Vlaams-Brabant
& Brussel
West-
Vlaanderen
Totaal %
Dienst binnen eigen CAW 137 141 121 82 13 494 26,30%
Ander CAW 36 8 18 42 13 117 6,23%
CGG 18 9 20 21 15 83 4,42%
CLB 0 0 0 1 2 3 0,16%
JWZ 11 4 7 7 1 30 1,60%
K&G 13 12 3 15 2 45 2,40%
VAPH 10 3 7 7 5 32 1,70%
OCJ 15 7 1 6 0 29 1,54%
VK 0 3 0 1 0 4 0,21%
GV 0 0 0 0 0 0 0,00%
Jeugdrechtbank 0 0 0 0 0 0 0,00%
SDJ 0 1 0 0 0 1 0,05%
Politie 3 0 1 15 1 20 1,06%
Parket 0 0 0 0 0 0 0,00%
Crisismeldpunt 0 0 0 0 0 0 0,00%
Crisishulp 0 0 0 0 0 0 0,00%
School 0 4 0 15 1 20 1,06%
Gezondheidszorg 5 3 20 18 4 50 2,66%
Psycholoog/psychiater 2 0 1 4 1 8 0,43%
Huisarts 7 4 1 18 2 32 1,70%
OCMW 62 29 26 50 27 194 10,33%
Cliënt(context) 3 4 3 10 4 24 1,28%
Pleeggezin 0 0 0 0 0 0 0,00%
Niet-professioneel 0 0 1 0 2 3 0,16%
Justitie 28 4 13 35 8 88 4,69%
Andere 100 63 88 308 42 601 32,00%
Niet van toepassing 0 0 0 0 0 0 0,00%
Totaal 450 299 331 655 143 1.878 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2017)
7,8 Bij dit onderdeel ontbreken de cijfergegevens van november en december van CAW De Kempen en CAW Limburg door de opstart van een nieuwe wijze van registratie in het elektronisch cliëntendossier.

Kind en Gezin

Functie: Begeleiding RTJ

Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) is een voorziening die hulp biedt aan gezinnen, in al hun diversiteit, met kinderen van 0 tot en met 12 jaar of in het basisonderwijs. Het biedt een tijdelijk hulpaanbod bij opvoedingsproblemen als de situatie nog omkeerbaar is, zodat ouders de opvoeding verder op eigen kracht kunnen aanpakken.

CKG worden erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin. Momenteel zijn er 18 in Vlaanderen.

De kernopdracht van een CKG bestaat uit:

  • mobiele begeleiding;
  • ambulante trainingen en dagopvang;
  • crisisopvang;
  • korte residentiële opvang.

De hulpverlening is rechtstreeks toegankelijk en vertrekt vanuit de bereidheid van de ouders om hieraan mee te werken. Daarnaast kan een CKG ook langdurig residentiële opvang aanbieden. Deze vorm van hulpverlening is niet-rechtstreeks toegankelijk en gericht op gezinnen met meervoudige problemen.

De tabel hieronder vermeldt de cijfers van de mobiele begeleiding. Deze is rechtstreeks toegankelijk, vertrekt vanuit de bereidheid van ouders om mee te werken, bestaat voornamelijk uit begeleiding aan huis en focust op de ouder-kind interactie in een opvoedingscontext. Daarnaast kan het ook worden gekoppeld aan een residentieel verblijf.

Het mobiele begeleidingsaanbod bestaat uit vijf typemodules, die variëren in begeleidingsduur en frequentie van contacten:

  • kort licht mobiele gezinsbegeleiding: van 1 week tot 3 maand; gemiddeld 1 contact per week; 1u tot 3u per contact;
  • lang licht mobiele gezinsbegeleiding: van 3 maand tot 1 jaar; gemiddeld 1 contact per week; 1u tot 3u per contact;
  • zeer kort intensieve mobiele gezinsbegeleiding: maximaal 28 dagen; 3 tot 5 contacten per week; 1u tot 5u per contact;
  • kort intensieve mobiele gezinsbegeleiding: van 1 week tot 3 maand; 2 tot 3 contacten per week; 1u tot 3u per contact;
  • middellang intensieve mobiele gezinsbegeleiding: van 3 maand tot 6 maand; 2 tot 3 contacten per week; 1u tot 3u per contact.

Onder deze typemodules worden ook specifieke modules en methodieken ingezet:

  • in een beperkt aandeel van het kort lichte aanbod is Triple P level 5 ingezet (0,7%);
  • de zeer kort intensieve typemodule bestaat grotendeels uit crisisaanbod via het crisisnetwerk integrale jeugdhulp (76,9%);
  • de middellang intensieve typemodule is bijna uitsluitend volgens de methodiek Amberbegeleidingen aangeboden (97,9%). Dat is een specifieke vorm van gezinsbegeleiding voor kwetsbare gezinnen met zeer jonge baby’s.

Daarnaast kunnen CKG op eigen vraag formeel goedgekeurde innovatiemodules aanbieden onder de functie (mobiele) begeleiding. Een innovatiemodule is een typemodule, maar geen van bovenstaande. Het is een experimenteel of innovatief aanbod waarin een CKG een bepaalde nood aan hulp op een bepaald ogenblik in een bepaalde regio aantoont. In 2017 worden twee innovatiemodules ingezet door twee CKG:

  • aanbod voor gedetineerde vaders;
  • aanbod opvoedingsondersteuning gelinkt aan kinderopvang.

In 2017 staan de CKG in voor de mobiele begeleiding van 3.035 gezinnen met één of meerdere kinderen. De registratie gebeurt steeds bij één kind van het gezin in begeleiding:

  • meer dan zes op tien van deze kinderen is jonger dan zes jaar (60,5%), met in totaal 76 begeleidingen die prenataal van start gaan;
  • 37,6% is tussen zes en elf jaar oud;
  • een minderheid is twaalf jaar, of in het basisonderwijs (1,9%).

CKG richten zich dus duidelijk op gezinnen met jonge kinderen.

In vergelijking met 2015 en 2016 (respectievelijk 2.975 en 3.005 gezinnen met mobiele begeleiding) zijn in 2017 iets meer gezinnen bereikt.

Tabel: Leeftijd unieke minderjarigen in mobiele begeleiding
(teleenheid: unieke minderjarigen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 527 243 340 351 375 1.836 60,50%
6-11 jaar 343 156 174 300 167 1.140 37,60%
12-17 jaar 16 4 7 10 20 57 1,90%
Leeftijd onbekend 1 0 0 1 0 2 0,10%
Totaal 887 403 521 662 562 3.035 100,00%
% 29,20% 13,30% 17,20% 21,80% 18,50% 100,00%  
(Bron: registratiesysteem CKG’s)

Het gros van de mobiele begeleidingen bestaat uit lang lichte (1.960 gezinnen) en kort lichte (1.151 gezinnen) gezinsbegeleidingen. In mindere mate zijn ook middellang intensieve (95 gezinnen), kort intensieve (94 gezinnen) en zeer kort intensieve (26 gezinnen) mobiele begeleidingen ingezet. Ten slotte bereiken de innovatiemodules 157 gezinnen.

Tabel: Aantal unieke gezinnen per typemodule in mobiele begeleiding
(teleenheid: unieke gezinnen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %*
Kort licht mobiel 276 189 193 325 168 1.151 37,90%
Lang licht mobiel 649 223 339 429 320 1.960 64,60%
Zeer kort intensief mobiel 0 1 4 13 8 26 0,90%
Kort intensief mobiel 47 6 10 2 29 94 3,10%
Middellang intensief mobiel 0 34 30 28 3 95 3,10%
Innovatiemodule  42 0 0 0 115 157 5,20%
Totaal begeleiding 887 403 521 662 562 3.035  
%* 29,20% 13,30% 17,20% 21,80% 18,50% 100,00%  
(Bron: registratiesysteem CKG’s)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgeronde mobiele gezinsbegeleidingen in 2017 bedraagt 194 dagen. Deze varieert per typemodule van gemiddeld 17 dagen (3 weken, zeer kort intensief mobiel) tot gemiddeld 232 dagen (7 maanden, lang licht mobiel).

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur per afgeronde typemodule
(teleenheid: dagen)
  Sector
Kort licht mobiel 63
Lang licht mobiel 232
Zeer kort intensief mobiel 17
Kort intensief mobiel 62
Middellang intensief mobiel 101
Totaal begeleiding 194
(Bron: registratiesysteem CKG’s)

Functie: Training RTJ

Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) is een voorziening die hulp biedt aan gezinnen, in al hun diversiteit, met kinderen van 0 tot en met 12 jaar of in het basisonderwijs. Het biedt een tijdelijk hulpaanbod bij opvoedingsproblemen in situaties die nog omkeerbaar zijn, zodat ouders de opvoeding verder op eigen kracht kunnen aanpakken.

De CKG worden erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin. Momenteel zijn er 18 in Vlaanderen.

CKG kunnen binnen deze functie vier typemodules ambulante pedagogische training inzetten, in lijn met hun kernopdracht (zie functie begeleiding, CKG). Het aanbod is rechtstreeks toegankelijk, vertrekt vanuit de bereidheid van ouders om mee te werken, wordt in groep aangeboden en heeft als voornaamste focus het aanleren van vaardigheden op het vlak van ouder-kind interactie en/of sociale vaardigheden bij het kind. Het kan ook worden gekoppeld aan een residentieel verblijf.

De vier typemodules ambulante pedagogische training variëren inzake deelnemers (aantal per groep; kinderen en/of ouders), begeleidingsduur, frequentie van contacten en intensiteit:

  • ambulante pedagogische training in groepsverband van ouders en kinderen samen: van 1 tot 6 maand; gemiddeld 1 tot 3 trainingscontacten per week; 2u tot 6u per contact, minimum 8 gezinnen per training;
  • ambulante pedagogische training in groepsverband van ouders en van kinderen apart: van 1 tot 6 maand; gemiddeld 1 tot 3 trainingscontacten per week; 1u tot 6u per contact, minimum 10 kinderen per training;
  • ambulante pedagogische training van ouders in groepsverband (zonder kinderen): van 1 week tot 3 maand; gemiddeld 1 tot 3 trainingscontacten per week; 1u tot 3u per contact, minimum 6 gezinnen per training;
  • ambulante pedagogische training of begeleiding van ouders individueel: van 1 week tot 3 maand; gemiddeld 1 tot 3 trainingscontacten per week; 1u tot 3u per contact, ingebed in het leefgroep-gebeuren van het CKG.

De typemodules training vallen grotendeels samen met een viertal specifieke modules of methodieken. In 2017 gaat het over:

  • de Tuimelmodule: bij 77% in de training in groepsverband van ouders en kinderen samen;
  • de module Stop 4-7: bij 100% in de training in groepsverband van ouders en kinderen apart;
  • de module Triple P Level 4: bij 91,9% in de training van ouders in groepsverband;
  • de module Triple P Level 4: bij 63,2% in de training van ouders individueel.

Daarnaast kunnen CKG op eigen vraag formeel goedgekeurde innovatiemodules aanbieden onder de functie training. Een innovatiemodule is een typemodule, maar geen van bovenstaande. Het betreft een experimenteel of innovatief aanbod waarin een CKG een bepaalde nood aan hulp op een bepaald ogenblik in een bepaalde regio aantoont. In 2017 gaat het over vier innovatiemodules door vier CKG (o.a. spelcounseling).

De cijfers in het jaarverslag zijn aangeleverd door de CKG zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben. De registratie gebeurt steeds bij één kind van het gezin in begeleiding.

Met de ambulante pedagogische trainingen helpen de CKG in 2017 1.416 gezinnen. De CKG richten zich met het trainingsaanbod vooral op gezinnen met kinderen tussen nul en vijf jaar (878 kinderen, 62%) en met kinderen van zes tot elf jaar (521 kinderen, 36,8%). Kinderen in het basisonderwijs (+12 jaar) vormen een minderheid (n=17).

In vergelijking met 2015 en 2016 (respectievelijk 1.548 en 1.521 gezinnen met ambulante training) worden in 2017 iets minder gezinnen bereikt met dit aanbod.

Tabel: Leeftijd unieke minderjarigen in pedagogisch trainingsaanbod, per leeftijdscategorie
(teleenheid: unieke minderjarigen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 280 203 159 98 138 878 62,00%
6-11 jaar 200 99 96 84 42 521 36,80%
12-17 jaar 2 4 2 3 6 17 1,20%
Leeftijd onbekend 0 0 0 0 0 0 0,00%
Totaal 482 306 257 185 186 1.416 100,00%
% 34,00% 21,60% 18,10% 13,10% 13,10% 100,00%  
(Bron: registratiesysteem CKG’s)

De meest gebruikte ambulante pedagogische training is de groepstraining van ouders (vnl. Triple P Level 4 groep), met 434 gezinnen en kinderen. Al bereiken ook de overige typemodules heel wat kinderen en jongeren:

  • 404 kinderen en gezinnen in de groepstraining van ouders en kind apart (vnl. Stop 4-7, trainingsprogramma voor jonge kinderen met gedragsproblemen);
  • 296 kinderen en gezinnen in de groepstraining van ouders en kind samen (vnl. Tuimel, trainingsprogramma voor kwetsbare gezinnen met jonge kinderen met vragen rond het opvoedingsgebeuren);
  • 242 kinderen en gezinnen in de training van ouders individueel (vnl. Triple P Level 4 individueel).

Tenslotte zijn 64 kinderen en gezinnen geholpen met een innovatiemodule die valt onder ambulante pedagogische training.

Tabel: Aantal unieke gezinnen per typemodule pedagogische training
(teleenheid: unieke gezinnen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %*
Groepstraining ouders en kind samen 126 77 23 0 70 296 20,90%
Groepstraining ouders en kind apart 96 78 78 56 96 404 28,50%
Groepstraining ouders 124 102 87 99 22 434 30,60%
Individuele training 106 54 53 29 0 242 17,10%
Innovatiemodule 39 0 18 7 0 64 5,00%
Totaal training  482 306 257 185 186 1.416  
%* 34,00% 21,60% 18,10% 13,10% 13,10% 100,00%  
(Bron: registratiesysteem CKG’s)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De gemiddelde begeleidingsduur van alle afgeronde ambulante pedagogische trainingen in 2017 bedraagt 89 dagen. Deze varieert per typemodule: van gemiddeld 51 dagen (groepstraining van ouders) tot gemiddeld 120 dagen (groepstraining van ouders en kinderen samen).

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur per afgeronde typemodule individuele training
(teleenheid: dagen)
Typemodule Sector
Groepstraining ouders en kind samen 120
Groepstraining ouders en kind apart 106
Groepstraining ouders 51
Individuele training 61
Totaal training  89
(Bron: registratiesysteem CKG’s )

Functie: Dagopvang RTJ

Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) is een voorziening die hulp biedt aan gezinnen, in al hun diversiteit, met kinderen van 0 tot en met 12 jaar of in het basisonderwijs. Het biedt een tijdelijk hulpaanbod bij opvoedingsproblemen als de situatie nog omkeerbaar is, zodat ouders de opvoeding verder op eigen kracht kunnen aanpakken.

CKG worden erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin. Momenteel zijn er 18 in Vlaanderen.

De CKG kunnen onder deze functie 1 typemodule ambulante dagopvang inzetten, in lijn met hun kernopdracht (zie functie begeleiding, CKG). Dit aanbod is rechtstreeks toegankelijk, vertrekt vanuit de bereidheid van ouders om mee te werken en heeft vooral tot doel opvang overdag te organiseren in het CKG ter ondersteuning van een mobiele begeleiding en ambulante training, met een eigen hulpverlenende finaliteit. De combinatie met een mobiele begeleiding of ambulante training is verplicht, tenzij het gaat om een crisissituatie waarbij ambulante dagopvang volstaat.

De typemodule ambulante dagopvang betekent:

  • begeleidingsduur van 1 week tot 3 maand;
  • 2 tot 5 opvangdagen per week;
  • 3u tot 8u opvang in het CKG per aanwezigheidsdag.

De cijfers in dit jaarverslag zijn aangeleverd door de CKG zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben. In 2017 helpt de ambulante dagopvang van de CKG in totaal 450 kinderen; in 85,9% van de gevallen kinderen jonger dan zes jaar. In vergelijking met 2015 en 2016 (respectievelijk 468 en 422 kinderen met ambulante opvang) wordt in 2017 een vergelijkbaar aantal kinderen bereikt.

Tabel: Aantal unieke minderjarigen in ambulante dagopvang, per leeftijdscategorie
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 71 71 98 37 109 386 85,80%
6-11 jaar 3 18 22 0 20 63 14,00%
12-17 jaar 0 0 0 0 1 1 0,20%
Totaal 74 89 120 37 130 450  
% 16,40% 19,80% 26,70% 8,20% 28,80%    
(Bron: registratiesysteem CKG’s)

Gemiddeld verblijven de kinderen overdag 56 dagen ambulant in de CKG.

De CKG hebben in 2017 een capaciteit van 95 ambulante opvangplaatsen, dat is 7 minder dan in 2015 en 1 meer dan in 2016. Dit slaat op het aantal plaatsen dat de CKG bij het begin van het jaar zelf voorzien om in te zetten voor dit aanbod. Met 99% realiseren de CKG een quasi 100% bezetting o.b.v. het aantal dagen dat een kind met ambulante opvang in begeleiding is.

Functie: Verblijf RTJ

Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) is een voorziening die hulp biedt aan gezinnen, in al hun diversiteit, met kinderen van 0 tot en met 12 jaar of in het basisonderwijs. Het biedt een tijdelijk hulpaanbod bij opvoedingsproblemen als de situatie nog omkeerbaar is, zodat ouders de opvoeding verder op eigen kracht kunnen aanpakken.

De CKG worden erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin. Momenteel zijn er 18 in Vlaanderen.

Onder de functie verblijf (rechtstreeks toegankelijk luik) kunnen de CKG 2 typemodules korte residentiële opvang inzetten, in lijn met hun kernopdracht (zie functie begeleiding, CKG): crisisopvang en korte residentiële opvang. Dit verblijfsaanbod moet steeds worden gecombineerd met gepaste mobiele en/of ambulante gezinsbegeleiding, voor zover mogelijk en in het belang van het kind.

De typemodule crisisopvang:

  • is rechtstreeks toegankelijk;
  • vertrekt vanuit de bereidheid van ouders om mee te werken;
  • kan ook in het kader van het crisisnetwerk binnen integrale jeugdhulp worden ingezet. Dat aanbod wordt elders getoond.
  • kan dag en nacht, 7/7 dagen en maximaal gedurende zeven dagen (1 keer verlengbaar) worden ingezet.

De typemodule korte residentiële opvang:

  • is rechtstreeks toegankelijk;
  • vertrekt vanuit de bereidheid van ouders om mee te werken;
  • is vooral gericht op een tijdelijke ontlasting van ouders, ter ondersteuning van de opvoeding thuis;
  • kan dag en nacht, 7/7 dagen en gedurende maximaal zes weken worden ingezet.

De cijfers in dit jaarverslag zijn aangeleverd door de CKG zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben. In 2017 overnachten in totaal 551 kinderen in de korte residentiële opvang van de CKG. In 7 op 10 van de gevallen gaat het om kinderen jonger dan zes jaar (69,7%). In vergelijking met 2015 en 2016 betekent dit een daling met respectievelijk 22% en 14%. Dit is vooral het gevolg van een daling in capaciteit (zie verder) binnen dit aanbod.

Tabel: Aantal unieke minderjarigen in korte residentiële opvang, per leeftijdscategorie
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 58 59 105 37 125 384 69,70%
6-11 jaar 22 24 38 14 57 155 28,10%
12-17 jaar 1 1 2 2 6 12 2,20%
Totaal 81 84 145 53 188 551 100,00%
% 14,70% 15,20% 26,30% 9,60% 34,10% 100,00%  
(Bron: registratiesysteem CKG’s)

In 2017 worden in de CKG 551 kinderen kort opgevangen: de grootste groep binnen de rechtstreeks toegankelijke residentiële opvang. Met de crisisopvang die niet via het crisismeldpunt van integrale jeugdhulp wordt georganiseerd, zijn 113 kinderen geholpen.

De gemiddelde begeleidingsduur in het rechtstreeks toegankelijk kort residentieel verblijfsaanbod bedraagt 27 dagen.

De CKG hebben in 2017 een capaciteit van 88 korte residentiële opvangplaatsen (zowel crisisopvang regulier als zeer korte opvang). Dit slaat op het aantal plaatsen dat bij het begin van het jaar is gepland om in te zetten voor dit aanbod. Dit is een daling van respectievelijk 9 en 7 plaatsen in vergelijking met 2015 en 2016. Deze daling wordt gecompenseerd door een verhoogde capaciteit van met name het lang residentiële aanbod.

De CKG realiseren in 2017 een bezetting van 79% o.b.v. het aantal dagen dat een kind met korte residentiële opvang in begeleiding is.

Vertrouwenscentrum kindermishandeling (RTJ)

De vertrouwenscentra kindermishandeling (VK) bieden als gemandateerde voorziening casusgebonden rechtstreeks toegankelijke ondersteuning aan professionelen inzake het omgaan met kindermishandeling.

Die ondersteuning bestaat uit een waaier aan mogelijkheden:

  • advies of consult, coaching, begeleiding;
  • al dan niet met rechtstreekse tussenkomst in betrokken gezin(nen);
  • van een eenmalig contact tot een meer langdurig en intensief traject.

Daarnaast voeren de VK onderzoeken maatschappelijke noodzaak uit. Voor meer toelichting en cijfers daarover, zie ‘gemandateerde voorzieningen – vertrouwenscentra kindermishandeling’.

Dit aanbod is de reguliere werking van een VK. Alles hierbinnen start vanuit een melding, nl. elke casusgebonden contactname met het VK waaraan een bepaald gevolg wordt gegeven.

De cijfergegevens komen uit het VK e-dossier, het dossier- en registratiesysteem van de VK. Kind en Gezin beheert het rapporteringssysteem hiervan. Waar nodig zijn de cijfers aangevuld en/of vergeleken met cijfers uit het ‘Domino Voorportaal’, de webapplicatie die instaat voor het invullen en verzenden van het elektronische motivatiedocument (M-document) door jeugdhulpaanbieders.

Voor 2017 gelden de volgende basiscijfers:

  • totaal aantal meldingen: 6.790
  • totaal aantal betrokken unieke kinderen: 9.056
  • totaal aantal kindregistraties: 9.751

Deze aantallen evolueren enigszins in vergelijking met 2015 en 2016:

  • aantal meldingen: 6.922 in 2015 (-1,9%) en 7.080 in 2016 (-4,1%);
  • betrokken unieke kinderen: 8.885 in 2015 (+1,9%) en 9.354 in 2016 (-3,2%);
  • kindregistraties: 9.646 in 2015 (+1,1%) en 10.062 in 2016 (-3,1%)

Sinds 2014 bestaat de chatbox nupraatikerover.be, een initiatief van de VK. Deze chat richt zich tot minderjarigen met vragen rond kindermishandeling, seksueel misbruik en seksueel grensoverschrijdend gedrag. De chat is actief voor heel Vlaanderen, maar wordt bemand vanuit VK Brussel.

Het VK registreert elke melding aan de hand van een indeling volgens type melding: nl. advies, dossier en mano aanmelding (maatschappelijke noodzaak). Het gaat om een indicatieve kwalificatie door elk VK, niet gebonden aan strikte, inhoudelijke criteria. Het rapport biedt wel een algemeen inzicht in de onderlinge verhoudingen tussen de diverse types van meldingen:

  • zes op 10 meldingen bij het VK leiden tot het geven van een advies (59,6%);
  • 10,4% van de meldingen zijn meldingen tot onderzoek mano;
  • bij 27,7% van de meldingen is er sprake van een ‘dossier’, waarbij het VK vanuit haar reguliere werking een actieve rol opneemt in de hulpverlening, met tussenkomst in de betrokken gezinnen;
  • 156 oproepers vinden hun weg naar de chatbox nupraatikerover.be (2,3%), dit is een stijging met 46% t.o.v. 2016 (107 meldingen).
Tabel: Aantal aanmeldingen volgens type melding
(teleenheid: meldingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Advies 1.379 564 661 644 349 451 4.048 59,60%
Dossier 500 139 384 323 129 403 1.878 27,70%
Mano aanmelding 165 96 156 146 44 101 708 10,40%
Chat nupraatikerover         156   156 2,30%
Totaal 2.044 799 1.201 708 678 955 6.790 100,00%
(Bron: VK-e-dossier)

Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle aanmelders bij de VK in 2017. Dit toont een andere indeling dan het soort aanmelders bij de instroom voor onderzoeken mano. Er is dus een grote diversiteit aan aanmelders:

  • een kwart van alle meldingen komt uit een schoolse, buitenschoolse of voorschoolse voorziening, vooral de CLB (18,3%);
  • welzijnsorganisaties en personen of diensten uit de gezondheidszorg zijn samen goed voor 38,8% van de meldingen;
  • de meldingen vanuit justitiële instanties staan voor 6,7% van de meldingen, waarbij het vooral gaat om een kennisgeving met het oog op het uitvoeren van een onderzoek maatschappelijke noodzaak (mano).
Tabel: Aantal meldingen per soort aanmelder
(teleenheid: meldingen)
  Aantal %
Schoolse, buitenschoolse of voorschoolse voorziening 1.763 26,00%
    waaronder CLB 1.245 18,30%
Welzijnsorganisaties 1.095 16,10%
    waaronder dienst CAW 140 2,10%
    waaronder voorziening VAPH 254 3,70%
    waaronder preventieve zorg KG 248 3,70%
Hulplijn 1712 514 7,60%
Gezondheidszorg (incl. GGZ) 1.541 22,70%
    waaronder huisarts 243 3,60%
Voorzieningen Jongerenwelzijn (incl. OCJ en OSD) 519 7,60%
Justitiële instanties (politie, parket …) 456 6,70%
Primaire omgeving van het kind (moeder, vader, oma, …) 809 11,90%
Ketenaanpak (Family Justice Center) 4 0,10%
Onbekend 60 0,90%
Niet ingevuld 29 0,40%
Totaal 6.790 100,00%
(Bron: VK-e-dossier)

 

Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

Rechtstreeks toegankelijke hulp

Rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH) biedt ondersteuning aan personen met een (vermoeden van) handicap. Dit hoeft niet langs de intersectorale toegangspoort.

RTH heeft een dubbel doel:

  • de laag intensieve of laagfrequente ondersteuning vlot toegankelijk maken voor de persoon met een handicap. Zo kan hij vlot worden geholpen zonder het doorlopen van de procedures om toegang te krijgen tot niet-rechtstreeks toegankelijke hulpverlening;
  • vermijden dat personen met een beperkte ondersteuningsvraag onnodig gebruik maken van te intensieve en duurdere vormen van ondersteuning die niet-rechtstreeks toegankelijk zijn.

Voor een heel aantal gebruikers kan een regelmatige en laagdrempelige ondersteuning van de minderjarige en zijn context of beperkt verblijf de noodzaak aan verdere, intensievere vormen van ondersteuning verminderen.

In 2015 kon iedere persoon met een (vermoeden van) handicap maximaal 12 dagen verblijf per jaar (nachtopvang), 24 dagen dagopvang en 12 psychosociale begeleidingen krijgen vanuit het VAPH. Tijdens de eerste twee jaar samen mochten er 48 begeleidingen worden verstrekt.

Na evaluatie is deze regeling, met ingang vanaf 1 januari 2016, aangepast. Het systeem is versoepeld en er is meer flexibiliteit. Iedere persoon met een (vermoeden van) handicap kan nu op jaarbasis een totaal van maximaal 8 punten gebruiken. De vier functies blijven mogelijk:

  • ambulante begeleiding;
  • mobiele begeleiding;
  • dagopvang;
  • verblijf,

en hebben elk hun eigen gewicht. Zo ligt het gewicht van verblijf bijvoorbeeld op 0,130. De persoon mag combinaties en frequenties toepassen voor RTH die gewenst zijn, zolang hij niet over het totaal van 8 punten gaat. Met dit systeem kan men nu gebruik maken van bv. 36 mobiele begeleidingen, 91 dagen dagopvang of 61 nachten verblijf. Het jaar erna kan de minderjarige opnieuw maximaal 8 punten gebruiken.

Door het aanpassen van het Besluit Vlaamse Regering Rechtstreeks Toegankelijke Hulp in 2017 is ook de ondersteuningsfunctie groepsbegeleiding mogelijk geworden in RTH.

In principe kan elke erkende voorziening ervoor kiezen om RTH aan te bieden. Deze functies kunnen ook gecombineerd worden. Personen die gebruik maken van verblijf, kunnen dus ook gebruik maken van dagopvang.

Ten opzichte van 2016 is er een enorme toename (+11.371) van het aantal kinderen en jongeren die gebruik maken van rechtstreeks toegankelijke hulp bij het VAPH. Dit heeft met verschillende factoren te maken:

  • De belangrijkste factor is dat de aparte erkenning voor de thuisbegeleidingsdiensten vanaf 2017 is opgeheven. Zo komt bijna de ganse capaciteit onder de rechtstreeks toegankelijke hulp te staan. Dit vertegenwoordigt in 2016 meer dan 8.000 kinderen en jongeren. Daarnaast zijn in het verleden niet alle begeleidingen in het registratiesysteem van het VAPH geregistreerd.
  • In 2017 zijn er voor 2.194.320 euro uitbreidingsmiddelen voorzien voor de rechtstreeks toegankelijke hulp voor minderjarigen, zodat ook hierdoor meer kinderen en jongeren zijn bereikt.
  • Ook voor meerderjarigen (18-25 jaar) is er een grote stijging: dit is mogelijk doordat een aantal jongeren door de transitie naar persoonsvolgende financiering naar rechtstreeks toegankelijke hulp zijn geleid.
Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in RTH
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 1.048 521 781 549 625 3.524 23,30%
6-11 jaar 1.779 588 868 502 905 4.642 30,70%
12-17 jaar 1.361 478 551 331 685 3.406 22,50%
18-21 jaar 725 254 266 211 365 1.821 12,00%
22-25 jaar 617 254 290 216 344 1.721 11,40%
Totaal 5.530 2.095 2.756 1.809 2.924 15.114 100,00%
% 36,60% 13,90% 18,20% 12,00% 19,30% 100,00%  
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)

Er is een totale stijging van verblijf in RTH t.o.v. 2016, en dit in alle leeftijdscategorieën behalve bij de 0 tot 5 jarigen. 

In totaal is er 2,7 % verblijf  t.o.v. het totaal RTH. Dit is een sterke daling t.o.v. 2016 (8%). Dit is te verklaren door het feit dat bij RTH vooral (mobiele of ambulante) begeleidingen geregistreerd worden door de overgang van de voormalige thuisbegeleidingsdiensten naar RTH.

Tabel: Aantal kinderen en jongeren die minstens 1x gebruik maken van functie verblijf in RTH
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 7 0 5 1 4 17 4,10%
6-11 jaar 26 7 32 7 32 104 24,90%
12-17 jaar 23 7 22 29 28 109 26,10%
18-21 jaar 25 13 17 21 23 99 23,70%
22-25 jaar 26 11 15 10 26 88 21,10%
Totaal 107 38 91 68 113 417  
% 25,70% 9,10% 21,80% 16,30% 27,10%    
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)

Er is een algemene stijging van dagopvang RTH: er zijn 1.910 gebruikers van dagopvang, t.o.v. 1.237 in 2016. Relatief gezien is er echter een sterke daling (12,6% dagopvang t.o.v. 37% in 2016) door het grote aantal extra gebruikers die vooral van begeleiding gebruik maken door de integratie van de thuisbegeleidingsdiensten (zie supra).

Tabel: Aantal kinderen en jongeren die minstens 1x gebruik maken van functie dagopvang in RTH
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 64 13 43 11 42 173 9,10%
6-11 jaar 193 79 135 48 116 571 29,90%
12-17 jaar 148 39 76 93 66 422 22,10%
18-21 jaar 118 54 42 55 77 346 18,10%
22-25 jaar 134 76 57 43 88 398 20,80%
Totaal 657 261 353 250 389 1.910  
% 34,40% 13,70% 18,50% 13,10% 20,40%    
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)

Zoals verwacht is er een grote toename van het aantal ambulante begeleidingen: 5.075 t.o.v. 973 begeleidingen in 2016. Ten opzichte van het totaal RTH begeleidingen bedraagt dit 33,6%. 

Tabel: Aantal kinderen en jongeren die minstens 1x gebruik maken van functie ambulante begeleiding in RTH
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 394 148 138 28 351 1.059 20,90%
6-11 jaar 770 198 281 66 407 1.722 33,90%
12-17 jaar 447 131 220 76 269 1.143 22,50%
18-21 jaar 241 75 88 61 132 597 11,80%
22-25 jaar 213 82 74 80 105 554 10,90%
Totaal 2.065 634 801 311 1.264 5.075  
% 40,70% 12,50% 15,80% 6,10% 24,90%    
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)

Er is ook een grote toename van het aantal mobiele begeleidingen. De grootste stijging doet zich voor in de leeftijdscategorieën tot 18 jaar. Ook dit is te verklaren door de integratie van de thuisbegeleidingsdiensten, aangezien deze leeftijdsgroep veruit het hoogste aantal gebruikers vertegenwoordigt. Er is ook een erg grote groep gebruikers bij de jongste leeftijden (zeker in vergelijking met begeleiding door een MFC, waar het aantal ongeveer 10 keer kleiner is).  In totaal is 80% van de RTH registraties als mobiele begeleiding geregistreerd.

Door het aanpassen van het BVR RTH is de ondersteuningsfunctie groepsbegeleiding mogelijk in RTH.  

Tabel: Aantal kinderen en jongeren die minstens 1x gebruik maken van functie mobiele begeleiding in RTH
(teleenheid: kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 860 479 760 542 561 3.202 26,50%
6-11 jaar 1.252 407 704 439 631 3.433 28,40%
12-17 jaar 1.046 366 451 222 541 2.626 21,70%
18-21 jaar 561 189 218 161 285 1.414 11,70%
22-25 jaar 522 186 249 168 293 1.418 11,70%
Totaal 4.241 1.627 2.382 1.532 2.311 12.093  
% 35,10% 13,50% 19,70% 12,70% 19,10%    
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)

Door het aanpassen van het Besluit Vlaamse Regering Rechtstreeks Toegankelijke Hulp is de ondersteuningsfunctie groepsbegeleiding mogelijk in RTH.

Tabel: Aantal kinderen en jongeren die minstens 1x gebruik maakten van functie groepsbegeleiding in RTH
(teleenheid: kinderen en jongeren)  
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams -Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 45 18 113 29 41 246 2,00%
6-11 jaar 163 31 108 33 142 477 3,90%
12-17 jaar 152 18 76 18 124 388 3,20%
18-21 jaar 46 2 34 8 20 110 0,90%
22-25 jaar 20 0 19 10 9 58 0,50%
Totaal 426 69 350 98 336 1.279  
% 33,30% 5,40% 27,40% 7,70% 26,30%    
(Bron: Geïntegreerde Registratietool)

Thuisbegeleiding

Sinds 1 januari 2017 zijn de thuisbegeleidingsdiensten opgeheven. Hun capaciteit is bijna volledig opgenomen in de capaciteit RTH. Het niet-rechtstreeks toegankelijke luik zit vervat in MFC wat betreft minderjarigen (zie infra), of is overgezet naar een persoonsvolgend budget voor meerderjarigen.  

Dienst Ondersteuningsplan

Een persoon met een (vermoeden van) handicap kan een beroep doen op een dienst ondersteuningsplan (DOP) om inzicht te krijgen in de meest aangewezen soort(en) ondersteuning, al dan niet gefinancierd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). De DOP brengt - samen met de persoon met een handicap en zijn netwerk - de vragen, wensen, ondersteuningsnoden en mogelijkheden in kaart. Het resultaat van dit proces is een ondersteuningsplan. Per provincie is er één dienst.

Vaak wordt een DOP geconsulteerd op specifieke sleutelmomenten in het leven, zoals de overgang naar volwassenheid. Veelal wordt dan pas werk gemaakt van een ondersteuningsplan omdat de vragen dan ook het meest prangend worden: het samen zoeken naar mogelijkheden binnen wonen, werken …

Ook om een persoonsvolgend budget (PVB) te verkrijgen (in eerste instantie bij volwassenen), zijn het doorlopen van een proces van vraagverheldering en ondersteuningsplanning en de opmaak van een ondersteuningsplan PVB (OP PVB) noodzakelijk. Een DOP is één van de organisaties die dit kan opnemen.

Door een vernieuwde werkwijze binnen het VAPH zijn gegevens hierover nog niet beschikbaar.

Centra voor ontwikkelingsstoornissen

De hoofdopdracht van een centrum voor ontwikkelingsstoornissen (COS) is een zo vroeg mogelijke detectie, diagnosestelling en oriëntering van kinderen met een (vermoeden van) ontwikkelingsstoornis.

Om zo snel mogelijk op de best passende manier ondersteuning te bieden, voeren artsen, psychologen, kinesisten, maatschappelijk werkers en logopedisten een diepgaand, gespecialiseerd, multidisciplinair onderzoek uit. Dat heeft als doel de mogelijkheden en beperkingen van het kind in kaart te brengen en eventueel de juiste diagnose te stellen.

Het COS kan op basis van deze diagnose ook adviezen geven en het kind en de ouders oriënteren naar de meest geschikte ondersteuningsvorm.

Ten opzichte van 2016 kent bijna elke provincie een stijging van het aantal dossiers. In vergelijking met 2016 is er een totale stijging van 2,5% (n= 107) cliënten.

Tabel: Aantal unieke kinderen COS
(teleenheid: unieke kinderen)
  COS Antwerpen COS Brussel COS Gent COS Leuven Totaal %
0-1 jaar 166 393 462 36 1.057 23,70%
2-3 jaar 349 199 423 512 1.483 33,30%
4-6 jaar 374 224 404 495 1.497 33,60%
vanaf 7 jaar 150 75 119 77 421 9,40%
Totaal 1.039 891 1.408 1.120 4.458 100,00%
% 23,30% 20,00% 31,60% 25,10%    
(Bron: jaarverslag COS)

Jongerenwelzijn

Rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Jongerenwelzijn organiseert op verschillende manieren een aanbod voor kinderen, jongeren en ouders met ernstige of langdurige problemen. Zo erkent en subsidieert Jongerenwelzijn private voorzieningen binnen de bijzondere jeugdzorg. Deze voorzieningen organiseren hulpverlening - residentieel, ambulant of mobiel - voor kinderen en jongeren in verontrustende situaties (VOS) of die een als misdrijf omschreven feit (MOF) hebben gepleegd. Het aanbod bevat ook pleegzorg, zowel voor minder- als meerderjarigen.

Het aanbod van deze voorzieningen wordt georganiseerd aan de hand van modules:

  • De organisaties voor bijzondere jeugdbijstand (OVBJ), de diensten voor pleegzorg en de centra voor integrale gezinszorg (CIG) bieden zowel rechtstreeks als niet-rechtstreeks toegankelijke modules aan.
  • De diensten voor crisishulp aan huis (cah) hebben een aanbod dat enkel via het crisismeldpunt toegankelijk is.
  • De onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) hebben enkel niet-rechtstreeks toegankelijke modules, maar voorzien ook een aanbod crisisbegeleiding en –opvang vanuit het crisismeldpunt.
  • De diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA) bieden een gerechtelijk, niet-gemoduleerd aanbod voor jongeren die een MOF hebben gepleegd.

Het jaarverslag geeft per soort voorziening telkens eerst een algemeen deel met informatie over het volledige aanbod, de capaciteit, de bezetting en het aantal dossiers en minderjarigen. Aangezien deze gegevens zowel het rechtstreeks als het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod omvatten, wordt dit algemene deel bij beide hoofdstukken (RTJ en NRTJ) herhaald.

Na het algemene deel volgen specifieke gegevens over de in 2017 afgesloten dossiers.

  • In het hoofdstuk over de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp worden de afgesloten dossiers van de OVBJ, diensten voor pleegzorg en de CIG getoond die enkel rechtstreeks toegankelijke modules bevatten.
  • In het hoofdstuk over de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp worden de afgesloten dossiers van de OVBJ, diensten voor pleegzorg, CIG en OOOC weergegeven die naast rechtstreeks toegankelijke ook minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module bevat in de loop van het traject.
  • Tenslotte wordt het crisisaanbod van de OOOC en van de diensten crisishulp aan huis weergegeven in het hoofdstuk over de crisisjeugdhulp in het jaarverslag. Het crisisaanbod van de OVBJ en de CIG is opgenomen in het hoofdstuk over de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.

Een dossier is een aaneensluitende periode van hulpverlening voor een kind of jongere in eenzelfde voorziening. Deze kan serieel meerdere dossiers hebben in eenzelfde voorziening, wanneer de hulpverlening onderbroken of gestopt is. Een minderjarige kan meerdere dossiers tegelijk hebben in verschillende voorzieningen, wanneer er een combinatie van hulpaanbod over voorzieningen heen wordt gerealiseerd.

Sinds 1 januari 2015 registreren de door Jongerenwelzijn erkende en vergunde voorzieningen in het vernieuwde registratiesysteem Binc (Begeleiding in cijfers). De diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling doen dat vanaf 1 januari 2018.

Organisatie voor bijzondere jeugdzorg

Algemeen

Een OVBJ is erkend op basis van typemodules. Elke OVBJ heeft een erkenning voor contextbegeleiding. Daarnaast kan een OVBJ ook een erkenning hebben voor modules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen, modules dagbegeleiding in groep, verblijfsmodules en modules ondersteunende begeleiding.

Een OVBJ met een erkenning voor de modules contextbegeleiding en modules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen, kan – op basis van de reële noden van de gebruikers – zelf de verhouding tussen het effectief aantal in te zetten modules contextbegeleiding en contextbegeleiding in functie van autonoom wonen bepalen.

  • Contextbegeleiding (CB) is de centrale module van elke OVBJ en elk begeleidingstraject. Het omvat de vroegere thuisbegeleiding, gezinsbegeleiding, netwerkbegeleiding… Dit zijn alle begeleidingscontacten met het kind of de jongere en met zijn netwerk, die gekoppeld zijn aan hulpverleningsdoelstellingen, inclusief contacten met school, CLB, de sociaal werker, de vertrouwenspersoon van de jongere, de trainer van de sportclub …
  • Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen (CBAW) omvat de vroegere erkenningen voor begeleid zelfstandig wonen (bzw). Vroeger werd bzw ook georganiseerd vanuit een begeleidingstehuis, nu is dat een afzonderlijke module, vertrekkend vanuit contextbegeleiding.
  • Dagbegeleiding in groep omvat het begeleidingsaanbod van de vroegere dagcentra, bestaat uit verschillende componenten (schoolbegeleiding, groepswerking, training), en loopt zowel in school- als vakantieperiodes. Ze focust op de grote meerwaarde van een laagdrempelige, contextgerichte begeleiding in groep. Dagbegeleiding wordt niet gezien als schoolvervangend, wel als naschools en ondersteunend.
  • Verblijf omvat de begeleiding van een kind of jongere in een organisatie, inclusief overnachting. Hieraan wordt steeds een module contextbegeleiding gekoppeld. Door het dynamisch beheer van de residentiële capaciteit, kunnen voorzieningen crisisverblijf aanbieden voor kinderen en jongeren (al dan niet uit de eigen organisatie). Er is een onderscheid tussen een module 1-3 nachten en een module 4-7 nachten, al dan niet in een 1bis voorziening. Daarnaast is ook kamertraining mogelijk.
  • Ondersteunende begeleiding omvat de pedagogische projecten, time out, ontheming … Deze kunnen ingezet worden los van of gekoppeld aan andere modules, altijd met het doel om breuken in een lopend hulpverleningstraject te vermijden. Een organisatie die deze module aanbiedt, moet per module minimaal 12 kinderen of jongeren gedurende gemiddeld 2 weken begeleiden. Men kan dus ook een kind of jongere een kort traject van 2 dagen aanbieden, en een ander een traject van 3 weken.

Daarnaast hebben verschillende OVBJ een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt.

De erkende capaciteit voor de OVBJ wordt uitgedrukt in modules. In 2017 kent de OVBJ opnieuw een uitbreiding met 36 modules contextbegeleiding kortdurend intensief, gericht op het bevorderen van uitstroom uit de gemeenschapsinstellingen. Daarnaast is er een toename van het aantal modules contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering, waarvan 90 modules uitbreiding en 20 modules ombouw van contextbegeleiding laagintensief.

Andere verschillen met 2016 zijn het gevolg van gefundeerde wijzigingen in de erkenning van voorzieningen in functie van een betere dienstverlening. De totale begeleidingscapaciteit van alle OVBJ in 2017 bedraagt 7.044 kinderen en jongeren (+ 126 t.o.v. 2016).

Daarnaast is de extra capaciteit van 2016 in het kader van de vluchtelingencrisis projectmatig verlengd in 2017. Bovendien is er een uitbreiding van 100 modules CBAW middenintensiteit voor de realisatie van kleinschalige wooneenheden. Dit is een specifiek aanbod voor jongeren vanaf 16 jaar met een erkenning als vluchteling of als subsidiair beschermde. Deze capaciteit wordt afzonderlijk weergegeven in de laatste kolom.

Tabel: Erkende capaciteit in modules OVBJ
(teleenheid: aantal erkende modules)
  31/12/2015 31/12/2016 Tijdelijke capaciteit vluchtelingenwerking 2016 31/12/2017 Tijdelijke capaciteit vluchtelingenwerking 2017
OVBJ CB i.f.v. positieve heroriëntering (RTJ) 439 445   555  
OVBJ CB laagintensief (RTJ) 3.994 4.053   4.021  
OVBJ CB breedsporig (RTJ) 1.297 1.299 18 1.308 18
OVBJ CB kortdurend intensief (NRTJ) 331 365   404  
OVBJ CBAW basisintensiteit (NRTJ) 282 276 7 276 7
OVBJ CBAW middenintensiteit (NRTJ) 474 480 33 480 133
OVBJ dagbegeleiding in groep (RTJ) 635 627   627  
OVBJ verblijf (NRTJ) 2.906 2.905 163 2.901 163
OVBJ ondersteunende begeleiding (RTJ) 85 85   85  
(Bron: Domino-Binc)

De bezettingsgraad geeft aan in welke mate de totale capaciteit van een module daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De gemiddelde bezetting van de OVBJ is 93%. Dit percentage blijft over de jaren stabiel. Ook de bezettingspercentages van de afzonderlijke typemodules blijven grotendeels in lijn met voorbije jaren. Enkel voor de typemodule contextbegeleiding in functie van autonoom wonen is er een opvallende stijging van 5%.

De typemodule contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering breidt uit in 2017, waardoor ook geïnvesteerd is in opleiding, bekendmaking en verdere uitrol. Daardoor is deze typemodule nog niet ten volle benut.

In 2015 en 2016 werd de berekening van de bezetting van de typemodules ondersteunende begeleiding en dagbegeleiding in groep nog verfijnd binnen een experimenteel kader. Vanaf 2017 is de formule voor het berekenen van de bezetting vastgelegd en in de tabel weergegeven. Voor ondersteunende begeleiding is de bezetting 141%. Dit hoge bezettingspercentage heeft te maken met de diversiteit van het aanbod binnen deze module.

Tabel: Bezetting OVBJ
(teleenheid: inzet van modules)
  2015 2016 2017
OVBJ 92% 94% 93%
Verblijf 95% 91% 93%
CB breedsporig 119% 105% 103%
CB in functie van autonoom wonen 88% 87% 92%
CB in functie van positieve heroriëntering 21% 75% 74%
CB laagintensief 90% 90% 92%
CB kortdurend intensief 74% 85% 85%
Dagbegeleiding in groep     94%
Ondersteunende begeleiding     141%
(Bron: Domino-Binc)

In 2017 zijn in totaal 12.995 dossiers door de OVBJ geregistreerd. 6.038 dossiers zijn opgestart en 5.623 dossiers zijn afgesloten in 2017.

Het aantal dossiers van de OVBJ vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (23.770 dossiers), toont aan dat de OVBJ 55% vertegenwoordigen van alle door Jongerenwelzijn erkende en vergunde organisaties. Dit is gelijk aan de voorbije jaren.

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een kind of jongere. Deze kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is ook te kijken naar het aantal unieke kinderen en jongeren (op basis van rijksregisternummer) die zijn geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc zijn er in totaal 19.626 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 23.770 dossiers). Voor de OVBJ is dit een totaal van 11.450 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 12.995 dossiers). Vergeleken met voorgaande jaren is er opnieuw een stijging. Het aantal dossiers is gestegen met 4% t.o.v. 2016 en met 13% t.o.v. 2015. Het aantal unieke kinderen en jongeren is gestegen met 3% t.o.v. 2016 en met 12% t.o.v. 2015.

Deze stijging van aantallen dossiers en minderjarigen is vooral te verklaren door de uitbreiding van de contextbegeleidingsmodules en is een gevolg van een flexibilisering van het verblijfsaanbod. Daardoor kunnen meer crisisopnames worden gerealiseerd. Jaarlijks worden dus meer gezinnen binnen het aanbod bereikt.

Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke kinderen en jongeren OVBJ (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 6.038 5.623 12.995
Unieke minderjarigen 5.336 5.180 11.450
(Bron: Domino-Binc)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die enkel rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in een OVBJ

De in 2017 afgesloten dossiers waarin enkel rechtstreeks toegankelijke modules zijn ingezet in het traject van het kind of de jongere, worden hier weergegeven. Van zodra in het dossier van een kind of jongere een niet-rechtstreeks toegankelijke module is ingezet, wordt dit dossier meegeteld in het deel van het jaarverslag over de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.

In 2017 zijn 3.595 dossiers met enkel rechtstreeks toegankelijke modules afgesloten binnen de OVBJ. Dit voor 3.372 unieke kinderen en jongeren, wat betekent dat een klein deel van hen twee of meerdere dossiers heeft in het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de OVBJ. Er is een stijging van 7% dossiers en minderjarigen t.o.v. 2016. In deze dossiers wordt dus enkel contextbegeleiding, dagbegeleiding in groep, ondersteunende begeleiding en/of kortdurend crisisverblijf aangeboden. Of het betreft dossiers met crisismodules.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke minderjarigen met een afgesloten dossier OVBJ RTJ
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
Dossiers 3.595
Unieke minderjarigen 3.372
(Bron: Domino-Binc)

In de meeste afgesloten dossiers met rechtstreeks toegankelijke modules is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (65%). Vindt doorheen het traject van het kind of de jongere wel een combinatie met ander gemoduleerd aanbod plaats (21%), dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (7%). Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal afgesloten dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven.

Deze cijfers zijn gelijkaardig aan 2016.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod OVBJ RTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: OVBJ  %*
CAW 20 0,60%
CGG 138 3,80%
CLB 186 5,20%
JWZ 262 7,30%
K&G 32 0,90%
VAPH 46 1,30%
Crisishulpprogramma 79 2,20%
Onbekend 2 0,10%
Niet van toepassing 2.318 64,50%
Geen eindregistratie beschikbaar 616 17,10%
Totaal* 3.595  
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De meeste kinderen en jongeren met een dossier binnen het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de OVBJ, zijn tussen 12 en 17 jaar bij instroom in de organisatie (61%). De tabel toont het aantal unieke kinderen en jongeren met leeftijd bij opstart van het dossier. De percentages komen in grote mate overeen met de percentages van 2016. De 7 onbekenden zijn niet-begeleide minderjarigen van wie de leeftijd onbekend was op het moment van aanmelding.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in OVBJ – RTJ, per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 185 35 86 46 92 444 13,20%
6-11 jaar 322 111 129 124 168 853 25,30%
12-17 jaar 670 335 295 314 460 2.051 60,80%
18-21 jaar 1 3 7 5 9 24 0,70%
onbekend 3 2 0 1 1 7 0,20%
Totaal* 1.178 485 515 490 729 3.372  
%* 34,90% 14,40% 15,30% 14,50% 21,60%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

24% van de aanmeldingen gebeurt door de CLB. Dat is vergelijkbaar met de voorbije jaren. Wat opvalt is dat het aantal aanmeldingen door de toegangspoort gedaald is van 16%  naar 8%. De 16% van 2016 was te verklaren doordat het vooral dossiers betrof met een langere begeleidingsduur, waarvan de huidige rechtstreeks toegankelijke modules bij opstart nog niet-rechtstreeks toegankelijk waren. Dit effect zal meer en meer uitdoven.

Vervolgens zijn OCJ, jeugdrechtbank en crisismeldpunt de grootste aanmelders voor trajecten binnen het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de OVBJ.

Tabel: Overzicht aanmelders voor OVBJ - RTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke dossiers)
Aanmelder Aantal dossiers %
CAW 73 2,00%
CGG 96 2,70%
CLB 844 23,50%
JWZ 187 5,20%
K&G 45 1,30%
VAPH 31 0,90%
OCJ 439 12,20%
VK 80 2,20%
Jeugdrechtbank 465 12,90%
Politie/parket 37 1,00%
Crisismeldpunt 409 11,40%
School 64 1,80%
Privé-psycholoog/psychiater 102 2,80%
Huisarts 1 0,00%
Jongere/gezin 178 5,00%
Pleeggezin 10 0,30%
Toegangspoort 291 8,10%
Andere 243 6,80%
Totaal 3.595  
(Bron: Domino-Binc)

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers met rechtstreeks toegankelijke modules bij een OVBJ is 252 dagen: een kleine stijging t.o.v. 2016 (240 dagen).

  • Een vijfde van de dossiers heeft een begeleidingsduur tussen 0 en 28 dagen. Dit zijn hoofdzakelijk dossiers met crisisopvang en/of -begeleiding, time-out, kortdurend crisisverblijf of ondersteunende begeleiding.
  • 58% van de afgesloten dossiers kent een begeleidingsduur tussen 2 en 12 maanden.
  • Een vijfde van de dossiers heeft een begeleidingsduur van langer dan een jaar, waarvan bijna 8% langer dan twee jaar.

De verhoudingen van de begeleidingsduur per categorie blijft gelijklopend met vorig jaar. Hoewel er een kleine verschuiving is van de categorieën naar een langere begeleidingsduur.

Tabel: Begeleidingsduur in OVBJ – RTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal dossiers %
0-28 652 18,10%
29-60 156 4,30%
61-120 534 14,90%
121-180 730 20,30%
181-365 805 22,40%
366-730 446 12,40%
>730 272 7,60%
Totaal 3.595 100,00%
(Bron: Domino-Binc)

Onderstaande tabel toont van de afgesloten dossiers met enkel rechtstreeks toegankelijke modules, de duur van de afzonderlijke modules. Aangezien een dossier meerdere modules kan bevatten en dezelfde modules meermaals op een jaar kunnen worden ingezet, is de som van de aparte categorieën niet gelijk aan het totaal en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De crisismodules hebben uiteraard allemaal een korte duurtijd. Contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering wordt meestal afgerond tussen de 4 en de 6 maanden (58%). De methodiek van positieve heroriëntering ambieert af te klokken binnen de 4 maanden. In vergelijking met 2016 is dit voor ongeveer 14% meer kinderen en jongeren het geval (37% in 2017 t.o.v. 23% in 2016.)

Bijna de helft van de modules contextbegeleiding laagintensief duurt tussen een half jaar en 1 jaar. De modules contextbegeleiding breedsporig worden gemiddeld genomen het langste ingezet: 45% duurt langer dan 1 jaar.

De duurtijd van de modules ondersteunende begeleiding is sterk afhankelijk van het soort ondersteunende begeleiding dat wordt ingezet. 28% van de situaties binnen dit aanbod wordt afgerond binnen de veertien dagen. Dit zijn o.a. de time-out projecten die een aaneensluitende periode van ondersteuning bieden, waar andere vormen van ondersteunende begeleiding een langere duur hebben aangezien ze een onderbroken vorm van ondersteuning kunnen geven. Deze cijfers liggen in de lijn van 2016.

Wat de module dagbegeleiding in groep betreft, is er een verschuiving naar een langere begeleidingsduur in vergelijking met 2016 (langer dan een jaar), en dit voor ongeveer 10% van de kinderen en jongeren.

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur in dagen per typemodule in OVBJ – RTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke kinderen en jongeren)
  Begeleidingsduur (dagen)
  0-14  15-28  29-60   61-120  121-180  181-365  366-730  meer dan 730  Totaal %*
Contextbegeleiding breedsporig 19 14 41 105 81 312 251 124 849 25,18%
Contextbegeleiding in functie van positieve herorientering 9 14 47 354 562 3 0 0 963 28,56%
Contextbegeleiding laagintensief 106 32 83 126 114 474 198 52 998 29,60%
Dagbegeleiding in groep (RTJ) 14 9 31 39 47 124 123 13 333 9,88%
Ondersteunende begeleiding (projectwerking) RTJ 167 61 87 101 89 149 4 1 589 17,47%
Crisisbegeleiding (op verwijzing crisismeldpunt) 37 36 13 0 0 0 0 0 81 2,40%
Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt) 247 44 7 1 0 0 0 0 290 8,60%
Crisisinterventie (op verwijzing crisismeldpunt) 41 0 1 0 0 0 0 0 42 1,25%
Kortdurend crisisverblijf 81 6 3 0 0 0 0 0 87 2,58%
Totaal 554 185 252 655 820 902 448 176 3.372  
%* 16,43% 5,49% 7,47% 19,42% 24,32% 26,75% 13,29% 5,22%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Pleegzorg

Algemeen

De diensten voor pleegzorg zijn vergund om de volgende pleegzorgvormen aan te bieden:

  • Ondersteunende pleegzorg is pleegzorg ter ondersteuning van het gezin van het pleegkind of de pleeggast, hetzij voor een korte aaneengesloten periode, hetzij met afwisselend verblijf.
  • Perspectiefzoekende pleegzorg is pleegzorg gedurende een periode van maximaal zes maanden, één keer verlengbaar met zes maanden, waarbij een duidelijk perspectief voor het pleegkind of pleeggast ontwikkeld wordt.
  • Perspectiefbiedende pleegzorg is pleegzorg met een continu en langdurig karakter.
  • Behandelingspleegzorg is een vorm van pleegzorg waarbij een dienst voor pleegzorg voorziet in een behandeling voor een pleegkind of pleeggast, of in een intensieve training en begeleiding van de pleegzorger.

Met uitzondering van behandelingspleegzorg vertalen de verschillende vormen van pleegzorg zich in een verblijfsmodule en een begeleidingsmodule die nooit apart van elkaar kunnen worden ingezet.

De diensten voor pleegzorg richten zich ook tot meerderjarige pleeggasten. Pleegzorg voor pleeggasten is altijd rechtstreeks toegankelijk, net zoals ondersteunende en crisispleegzorg. Perspectiefzoekende en perspectiefbiedende pleegzorg zijn niet-rechtstreeks toegankelijk. Behandelingspleegzorg wordt aangeboden bovenop perspectiefzoekende of –biedende pleegzorg maar is op zich rechtstreeks toegankelijk.

Pleegzorg kent geen programmatie en wordt niet uitgedrukt in capaciteit. De inzet van de verschillende modules of vormen van pleegzorg op 31/12/2017 geeft een indicatie van de grootte van het aanbod. De tabel geeft het aantal unieke pleegkinderen en -gasten met een actieve pleegzorgmodule op 31/12/2017.

Op 31/12/2017 zijn er 6.568 pleegzorgsituaties, dat is een stijging van 8% t.o.v. 2016 en met 16% t.o.v. 2015. Pleegzorg blijft over de jaren heen aan eenzelfde grootteorde uitbreiden.

  • De grootste groep vormt perspectiefbiedende pleegzorg met 5.215 pleegzorgsituaties (79%).
  • De ondersteunende pleegzorg (12%) en de perspectiefzoekende pleegzorg (9%) vormen een minderheid van de pleegzorgsituaties.

Behandelingspleegzorg wordt op 31/12/2017 ingezet bij 854 pleegkinderen of –gasten die gebruik maken van perspectiefzoekende of perspectiefbiedende pleegzorg. Dit is 27% meer dan in 2016.

Crisisopvang wordt binnen pleegzorg weinig ingezet en mondt meestal uit in andere vormen van pleegzorg. In 2017 is de module 118 keer ingezet. In 2016 was dit 123 keer.

In totaal zijn er 462 pleeggasten boven de 21 jaar, dat zijn er 12 meer dan in 2016.

Aangezien voor pleegzorg geen capaciteit bepaald is, wordt hiervoor geen bezettingspercentage berekend.

Tabel: Inzet pleegzorg
(teleenheid: modules) 
  31/12/2015 31/12/2016 31/12/2017
Vormen van pleegzorg Totaal % Totaal % Totaal %
Ondersteunend 503 9% 649 11% 790 12%
Perspectiefbiedend 4.755 84% 4.952 82% 5.215 79%
Perspectiefzoekend 399 7% 461 8% 563 9%
Totaal 5.657 100% 6.062 100% 6.568 100%
(Bron: Domino-Binc)

In 2017 zijn in totaal 7.699 dossiers geregistreerd door de diensten voor pleegzorg. 1.622 dossiers zijn opgestart en 1.104 dossiers zijn afgesloten in 2017.

Het aantal dossiers ingevoerd door de diensten voor pleegzorg vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (23.770 dossiers), toont aan dat pleegzorg 32% vertegenwoordigt van de door Jongerenwelzijn erkende en vergunde organisaties, ongeveer evenveel als vorige jaren.

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een pleegkind of pleeggast. Een pleegkind of pleeggast kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is ook te kijken naar het aantal unieke pleegkinderen of pleeggasten (op basis van rijksregisternummer) die worden geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc zijn er in totaal 19.626 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 23.770 dossiers). Voor de diensten voor pleegzorg is dit een totaal van 7.568 unieke pleegkinderen en -gasten (ten opzichte van 7.699 dossiers). Het aantal dossiers is gestegen met 7% t.o.v. 2016 en met 14% t.o.v. 2015. Het aantal pleegkinderen en -gasten is gestegen met 8% t.o.v. 2016 en met 16% t.o.v. 2015.

Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke pleegkinderen en pleeggasten  (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers, unieke pleegkinderen en -gasten)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 1.622 1.104 7.699
Unieke pleegkinderen en -gasten 1.565 1.078 7.568
(Bron: Domino-Binc)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die enkel rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in een dienst voor pleegzorg

De in 2017 afgesloten dossiers waarin enkel de rechtstreeks toegankelijke module ondersteunende pleegzorg of crisispleegzorg is aangeboden aan het pleegkind of de pleeggast, worden hier weergegeven. Van zodra in het dossier van pleegkind of -gast een niet-rechtstreeks toegankelijke pleegzorgmodule is aangeboden, wordt dit dossier meegeteld in het onderdeel van het jaarverslag dat gaat over de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.

In 2017 zijn 357 dossiers afgesloten door de diensten voor pleegzorg met enkel een module ondersteunende pleegzorg of crisispleegzorg. Dit voor 343 unieke pleegkinderen en -gasten, wat betekent dat een klein deel van hen twee of meerdere dossiers heeft in het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de diensten voor pleegzorg.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke pleegkinderen en -gasten met een afgesloten dossier pleegzorg RTJ
(teleenheid: dossiers / unieke pleegkinderen en -gasten
Dossiers 357
Unieke pleegkinderen en -gasten 343
(Bron: Domino-Binc)

In de meeste afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (59%). Dit betekent dat in 8% meer van de dossiers dan in 2016 wel een combinatie plaatsvindt. Is er doorheen het traject van pleegkind of -gast wel een combinatie met ander gemoduleerd aanbod, dan is dat meestal (en 4% vaker dan in 2016) met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (28%).

Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal afgesloten dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod pleegzorg RTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: Pleegzorg %*
CAW 0 0,00%
CGG 7 2,00%
CLB 9 2,50%
JWZ 101 28,30%
K&G 16 4,50%
VAPH 14 3,90%
Crisishulpprogramma 6 1,70%
Onbekend 0 0,00%
Niet van toepassing 209 58,50%
Geen eindregistratie beschikbaar 10 2,80%
Totaal* 357  
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De tabel hieronder toont het aantal unieke pleegkinderen en -gasten met leeftijd bij de opstart van het dossier. In vergelijking met 2016 zijn er 8% meer pleegkinderen tussen 0-5 jaar binnen dit aanbod. De toename is te zien in alle provincies, behalve Oost-Vlaanderen. De leeftijdscategorie 6-11 jarigen is 6% minder groot in vergelijking met 2016.

Tabel: Aantal unieke pleegkinderen en pleeggasten RTJ, per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke pleegkinderen en –gasten)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 67 10 21 27 36 161 46,90%
6-11 jaar 38 5 21 10 16 90 26,20%
12-17 jaar 38 3 15 8 16 80 23,30%
18-21 jaar 0 0 0 2 1 3 0,90%
> 21 jaar 1 0 1 1 4 7 2,00%
Onbekend 2 0 0 0 0 2 0,60%
Totaal* 146 18 58 48 73 343  
%* 42,60% 5,20% 16,90% 14,00% 21,30%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

In 24% van de dossiers meldt het pleegkind of de pleeggast, of het gezin zelf aan. Dit is 8% minder dan vorig jaar. In 22% van de dossiers meldt de jeugdrechtbank en in 12% het OCJ aan voor een module ondersteunende pleegzorg of crisispleegzorg. Dit is telkens een stijging met ongeveer 4% t.o.v. 2016. In 17% van de dossiers is de aanmelder een ‘andere’.

Tabel: Overzicht aanmelders voor pleegzorg - RTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke dossiers)
Aanmelder Aantal dossiers %
CAW 3 0,80%
CGG 6 1,70%
CLB 4 1,10%
JWZ 3 0,80%
K&G 8 2,20%
VAPH 4 1,10%
OCJ 43 12,00%
VK 6 1,70%
Jeugdrechtbank 77 21,60%
Politie/parket 1 0,30%
Crisismeldpunt 8 2,20%
School 4 1,10%
Prive-psycholoog/psychiater 2 0,60%
Huisarts 0 0,00%
Jongere/gezin 85 23,80%
Pleeggezin 20 5,60%
Toegangspoort 21 5,90%
Andere 62 17,40%
Totaal 357  
(Bron: Domino-Binc)

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers met rechtstreeks toegankelijke modules  van een dienst voor pleegzorg is 197 dagen. 35% van de dossiers heeft een begeleidingsduur tussen 0 en 28 dagen. 17% heeft een begeleidingsduur van langer dan een jaar. Dit is mogelijk met de onderbroken ondersteunende begeleiding. Deze resultaten zijn vergelijkbaar met 2016.

Tabel: Begeleidingsduur in pleegzorg – RTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal dossiers %
0-28 126 35,30%
29-60 39 10,90%
61-120 60 16,80%
121-180 30 8,40%
181-365 42 11,80%
366-730 36 10,10%
>730 24 6,70%
Totaal 357 100,00%
(Bron: Domino-Binc)

Onderstaande tabel geeft van de afgesloten dossiers met enkel rechtstreeks toegankelijke modules, de duur van de afzonderlijke modules weer. Aangezien een dossier meerdere modules kan bevatten en dezelfde modules meermaals op een jaar kunnen worden ingezet, is de som van de aparte categorieën niet gelijk aan het totaal en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De crisismodule heeft uiteraard een korte duurtijd. Ondersteunende pleegzorg korte duur heeft als doel voor een korte, aaneensluitende periode van 3 maanden ondersteuning te bieden. De cijfers geven, net zoals in 2016, aan dat er toch een deel van de modules gedurende een langere periode worden ingezet. Dit is vaak in functie van overbrugging tot een alternatief is gevonden voor het pleegkind. De module ondersteunende pleegzorg lage frequentie heeft als doel onderbroken ondersteuning te bieden aan het gezin. Vandaar dat deze modules een lange duurtijd kunnen hebben, wat ook blijkt uit de tabel.

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur in dagen per typemodule in pleegzorg – RTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke pleegkinderen en –gasten)
  Begeleidingsduur (dagen)
0-14  15-28  29-60   61-120  121-180  181-365  366-730  meer dan 730  Totaal %*
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [crisispleegzorg] 108 1 0 0 0 0 0 0 109 31,78%
Crisisverblijf in een pleeggezin 108 1 0 0 0 0 0 0 109 31,78%
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [ondersteunende pleegzorg] 64 30 37 55 38 45 30 21 300 87,46%
Verblijf in een pleeggezin [ondersteunend - korte duur] 61 26 31 31 19 18 0 0 180 52,48%
Verblijf in een pleeggezin [ondersteunend - lage frequentie] 4 4 9 24 22 27 30 21 133 38,78%
Behandeling in het kader van pleegzorg 0 0 0 0 0 2 2 0 4 1,17%
Totaal 142 31 37 55 38 45 32 21 343  
%* 41,40% 9,04% 10,79% 16,03% 11,08% 13,12% 9,33% 6,12%    
(Bron: Domino-Binc)
* Aangezien een dossier meerdere modules kan bevatten, is de som van de aparte categorieën niet gelijk aan het totaal en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Centra voor integrale gezinszorg

Algemeen

De centra voor integrale gezinszorg (CIG) zijn organisaties die zorgen voor de begeleiding en het verblijf van ouders (al dan niet alleenstaand) en hun kinderen, en van aanstaande ouders, bij wie de gezinscohesie, de zorg voor de komende generatie en de maatschappelijke integratie in het gedrang komen of al verstoord zijn. De opvang en begeleiding door de CIG is gericht op het verbeteren van de opvoedingscontext en van de relationele, individuele, familiale en maatschappelijke context en heeft finaal als doel de maatschappelijke integratie.

De CIG zijn erkend op basis van de typemodules contextbegeleiding, verblijf van gemiddeld één tot drie nachten per week en verblijf van gemiddeld vier tot zeven nachten per week. De CIG bieden ook kortdurend crisisverblijf aan.

Daarnaast hebben verschillende CIG een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt.

De erkende capaciteit voor de CIG wordt uitgedrukt in inzetbare modules. De capaciteit is constant gebleven in 2017.

Tabel: Erkende capaciteit in modules CIG
(teleenheid: aantal erkende modules)
  31/12/2015 31/12/2016 31/12/2017
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) - NRTJ 126 126 126
Contextbegeleiding voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) - RTJ 223 223 223
(Bron: Domino-Binc)

De bezettingsgraad geeft aan in welke mate de totale capaciteit van een module daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De CIG hebben in 2017 een gemiddelde bezetting van 93%. De bezetting van verblijf en van contextbegeleiding zijn eveneens 93%. De bezetting is net zoals vorig jaar opnieuw met 1% gestegen.

Tabel: Bezetting CIG
(teleenheid: inzet van modules)
  2015 2016 2017
CIG 91% 92% 93%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren)  90% 92% 93%
Contextbegeleiding voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) - RTJ 92% 92% 93%
(Bron: Domino-Binc)

In 2017 zijn in totaal 430 dossiers door de CIG geregistreerd. 226 dossiers zijn opgestart en 218 dossiers zijn afgesloten in 2017.

Het aantal dossiers van de CIG vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (23.770 dossiers), toont dat de CIG 2% vertegenwoordigen. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een kind of jongere. Deze kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Daarom is het zinvol te kijken naar het aantal unieke kinderen en jongeren (op basis van rijksregisternummer) dat is geregistreerd. Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc, zijn er in totaal 19.626 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 23.770 dossiers). Voor de CIG is dit een totaal van 417 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 430 dossiers). Vergeleken met vorige jaren, is er een daling van het aantal minderjarigen en dossiers. Het aantal dossiers is gedaald met 4% t.o.v. 2016 en met 7% t.o.v. 2015. Het aantal kinderen en jongeren is gedaald met 3% t.o.v. 2016 en met 8% t.o.v. 2015.

Aangezien er een daling is van het aantal kinderen en jongeren en van dossiers, maar een kleine stijging van de bezetting, wijst dit op een langere begeleidingsduur van de dossiers. Dat blijkt ook binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de CIG uit de cijfers.

Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke kinderen en jongeren CIG  (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers, unieke minderjarigen)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 226 218 430
Unieke minderjarigen 224 214 417
(Bron: Domino-Binc)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die enkel rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in een CIG

De in 2017 afgesloten dossiers met enkel rechtstreeks toegankelijke modules in het traject van het kind of de jongere, worden hier weergegeven. Van zodra in het dossier van een kind of jongere een niet-rechtstreeks toegankelijke module is ingezet, wordt dit dossier meegeteld in het onderdeel van het jaarverslag dat gaat over de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.

In 2017 zijn 112 dossiers afgesloten binnen de CIG met enkel rechtstreeks toegankelijke modules. Dit voor 110 unieke kinderen en jongeren. In 2016 waren dit 97 dossiers en evenveel kinderen en jongeren. In deze dossiers zijn enkel modules contextbegeleiding, rechtstreeks toegankelijke verblijfsmodules en/of crisismodules aangeboden.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke kinderen en jongeren met een afgesloten dossier CIG RTJ
(teleenheid: dossiers / unieke minderjarigen)
Dossiers 112
Unieke minderjarigen 110
(Bron: Domino-Binc)

In de meeste afgesloten dossiers met rechtstreeks toegankelijke modules is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (74%). Vindt doorheen het traject van een kind of jongere wel een combinatie met ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (15%). Deze resultaten zijn vergelijkbaar met 2016.

Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal afgesloten dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod CIG RTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: CIG %*
CAW 0 0,00%
CGG 1 0,90%
CLB 7 6,30%
JWZ 17 15,20%
K&G 6 5,40%
VAPH 2 1,80%
Crisishulpprogramma 1 0,90%
Onbekend 0 0,00%
Niet van toepassing 83 74,10%
Geen eindregistratie beschikbaar 0 0,00%
Totaal* 112  
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De meeste kinderen en jongeren die een dossier binnen het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de CIG hebben, zijn tussen 0 en 5 jaar bij instroom in de organisatie en dit 9% vaker dan in 2016. 10% van de dossiers is voor een ongeboren kind. Ook voor hen wordt een dossier opgemaakt, aangezien zij meetellen voor de bezetting van de organisatie. De tabel toont het aantal unieke kinderen en jongeren met leeftijd bij opstart van het dossier. De resultaten liggen in de lijn van 2016.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in CIG – RTJ, per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke minderjarigen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 31 4 5 7 24 70 63,60%
6-11 jaar 10 2 0 0 5 17 15,50%
12-17 jaar 2 1 3 1 2 9 8,20%
18-21 jaar 1 0 0 1 0 2 1,80%
Ongeboren 8 0 0 1 2 11 10,00%
Totaal* 52 7 9 10 33 110  
%* 47,30% 6,40% 8,20% 9,10% 30,00%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Een verschil met 2016 is de toename van het aantal aanmeldingen van de toegangspoort voor het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de CIG: van 6% naar 25%. Het betreft evenwel kleine absolute aantallen (22 dossiers). De tweede grootste aanmelder is de jongere of het gezin zelf met 16% (13% in 2016). De jeugdrechtbank meldt in 2017 8% keer minder aan dan in 2016. Het aantal aanmeldingen vanuit de CAW is toegenomen met 5%.

Tabel: Overzicht aanmelders voor CIG - RTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke dossiers)
Aanmelder Aantal dossiers %
CAW 3 2,70%
CGG 0 0,00%
CLB 8 7,10%
JWZ 3 2,70%
K&G 9 8,00%
VAPH 0 0,00%
OCJ 5 4,50%
VK 2 1,80%
Jeugdrechtbank 6 5,40%
Politie/parket 1 0,90%
Crisismeldpunt 13 11,60%
School 0 0,00%
Privé-psycholoog/psychiater 2 1,80%
Huisarts 0 0,00%
Jongere/gezin 18 16,10%
Pleeggezin 0 0,00%
Toegangspoort 28 25,00%
Andere 14 12,50%
Totaal 112  
(Bron: Domino-Binc)

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers met rechtstreeks toegankelijke modules binnen een CIG is 258 dagen. Dit is vergelijkbaar met 2016.

In de categorieën van begeleidingsduur zijn er behoorlijk wat verschuivingen:

  • 15% dossiers heeft een begeleidingsduur tussen 0 en 28 dagen (25% in 2016);
  • 12% dossiers is afgesloten met een duurtijd tussen 2 en 4 maanden (21% in 2016);
  • 8% meer dossiers met een duurtijd tussen 4 en 6 maanden in vergelijking met 2016;
  • 20% meer dossiers met een duurtijd tussen een half jaar en een jaar in vergelijking met 2016;
  • het aantal dossiers met een duurtijd langer dan een jaar is gedaald in vergelijking met 2016.
Tabel: Begeleidingsduur in CIG – RTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal dossiers %
0-28 17 15,20%
29-60 6 5,40%
61-120 13 11,60%
121-180 15 13,40%
181-365 37 33,00%
366-730 17 15,20%
>730 7 6,30%
Totaal 112 100,00%
(Bron: Domino-Binc)

Onderstaande tabel geeft van de afgesloten dossiers met enkel rechtstreeks toegankelijke modules, de duur van de afzonderlijke modules weer. Aangezien een dossier meerdere modules kan bevatten en dezelfde modules meermaals op een jaar kunnen worden ingezet, is de som van de aparte categorieën niet gelijk aan het totaal en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De crisismodules hebben allemaal een korte duurtijd. Het grootste aandeel is van de module contextbegeleiding voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren). Ook hier is er een verschuiving in de verhoudingen van de duurtijden:

  • in 2017 duurt 15% van de dossiers tussen 1 en 2 jaar (29% in 2016);
  • In 2017 wordt 31% van de dossiers afgesloten tussen een half jaar en een jaar (17% in 2016).

De module verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) rechtstreeks toegankelijk is de module die wordt ingezet voor het ongeboren kind van een meerderjarige aanstaande mama die wordt begeleid door het CIG. Deze module wordt met een variabele duurtijd ingezet (zodra het kind geboren wordt, wijzigt de verblijfsmodule naar niet-rechtstreeks toegankelijk). Tenslotte kan de module verblijf in functie van gezinsopname ingezet worden voor minderjarigen die mee verblijven in het CIG bij een ander gezinslid voor wie een niet-rechtstreeks toegankelijke verblijfsmodule wordt ingezet.

Tabel: Gemiddelde begeleidingsduur in dagen per typemodule in CIG – RTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  0-14  15-28  29-60  61-120  121-180  181-365  366-730  Meer dan 730  Totaal* %*
Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt) 9 4 0 0 0 0 0 0 13 11,82%
Kortdurend crisisverblijf 1 0 0 0 0 0 0 0 1 0,91%
Contextbegeleiding voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 12 7 10 19 16 34 17 6 110 100,00%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (hoge frequentie) rechtstreeks toegankelijk. 0 1 0 1 0 0 0 0 2 1,82%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (hoge frequentie) in functie van gezinsopname 2 0 3 7 13 14 1 0 38 34,55%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (lage frequentie) in functie van gezinsopname 1 1 1 0 1 5 0 0 9 8,18%
Totaal* 13 7 10 19 16 34 17 6 110  
%* 11,82% 6,36% 9,09% 17,27% 14,55% 30,91% 15,45% 5,45%    
(Bron: Domino-Binc)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Herstelgerichte en constructieve afhandeling

De diensten herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA) hanteren vier afhandelingsvormen:

  • Gemeenschapsdienst is een maatregel uitgesproken door de jeugdrechter waarbij de minderjarige die een MOF9 pleegt een bepaald aantal uur moet werken. Gemeenschapsdienst wordt omschreven als een prestatie van opvoedkundige aard en algemeen nut en is doorgaans beter bekend als werkstraf.
  • Een leerproject geeft een minderjarige die een MOF (als misdrijf omschreven feit) pleegt de kans om over zijn gedrag, de feiten en de gevolgen na te denken. Er wordt stilgestaan bij zijn voorgeschiedenis en toekomstperspectieven. Er zijn leerprojecten van 10, 20 en 40 uur.
  • Herstelbemiddeling is een voorstel van het Parket of de jeugdrechtbank aan de minderjarige dader (en zijn ouders) en het slachtoffer van een misdrijf. Met ondersteuning van een neutrale bemiddelaar wordt gezocht naar een mogelijke vorm van herstel en/of van communicatie omtrent de feiten en gevolgen ervan.
  • Herstelgericht groepsoverleg (Hergo) is een kringgesprek waarbij de jongere - samen met zijn ouders, enkele mensen uit zijn omgeving en het slachtoffer - op zoek gaat naar mogelijkheden om zijn fout zo goed mogelijk te herstellen. Hergo is een voorstel van de jeugdrechter of de jeugdrechtbank.

Als deel van innovatieve projecten organiseren de HCA-diensten vanaf 2016 ook leergroepen voor jongeren in de gemeenschapsinstellingen.

Het aantal aanmeldingen voor HCA kende in 2008, kort na de inwerkingtreding van de laatste wijziging aan de jeugdwet, een hoogtepunt. Nadien nam het aantal aanmeldingen gestaag af, tot er in 2015 een nieuw keerpunt kwam en de aantallen terug toenamen. In 2016 was er een stijging van iets meer dan 14% t.o.v. 2015. Ook in 2017 is er een stijging met 15% t.o.v. 2016.

Tabel: Overzicht herstelgerichte en constructieve afhandeling
(teleenheid: afhandelingen)
  Gemeenschaps-dienst Leerproject 10 uur Leerproject 20 uur Leerproject 40 uur Herstel-bemiddeling Hergo Leergroep GI Totaal
2013 515 0 608 39 2.847 91   4.100
2014 419 0 532 107 2.959 60   4.077
2015 439 4 565 104 3.133 61   4.306
2016 501 52 610 105 3.517 53 38 4.928
2017 537 117 606 149 4.027 73 147 5.656
(Bron: HCA-diensten)
9MOF: als misdrijf omschreven feit