Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2017):

Centra voor leerlingenbegeleiding

Wie zijn ze?1

De centra voor leerlingenbegeleiding CLB’s begeleiden alle leerlingen die schoollopen in Vlaanderen en Brussel, en dit van zodra het kind instapt in het onderwijs (vanaf 2,5 jaar) tot aan het verlaten van het leerplichtonderwijs (tot maximaal 25 jaar).

Verspreid over Vlaanderen en Brussel zijn er in totaal 72 CLB’s. Tijdens het schooljaar 2017-2018 staan ze in voor de leerlingenbegeleiding van in totaal 1.180.220 leerlingen in 3.722 scholen2. Binnen de leerlingenbegeleiding zijn leerlingen, ouder(s) en scholen de prioritaire partners van de CLB’s en staat het belang van de leerling steeds centraal3.

Wat krijgen ze?

Medisch - vraaggestuurd

Vragen aan het CLB kunnen zowel rechtstreeks van de leerling en/of zijn ouder(s) komen alsook vanuit het schoolteam. Deze drie participanten kunnen steeds een beroep doen op de vraaggestuurde werking.

Daarnaast zijn leerlingen verplicht om deel te nemen aan de medische consulten die een CLB organiseert (een leerling of de ouder(s) kan er ook voor kiezen om het onderzoek door een externe arts te laten uitvoeren).

Volgens het Vlaams onderwijs in cijfers 2017-2018

De CLB-sector brengt jaarlijks een uitgebreid cijferrapport uit over zijn volledige werking. Meer lezen? Bekijk dan het volledige CLB-jaarverslag schooljaar 2017-2018.

Grafiek unieke leerlingen medisch en vraaggestuurd
Referentietabel 135 & 136: aantal leerlingen, medisch en vraaggestuurd, per leeftijd
(teleenheid: unieke leerlingen) (Bron: CLB jaarverslag)

De CLB’s hebben tijdens het schooljaar 2017-2018 contact met 684.233 unieke leerlingen. Dit is 57,36% van de totale Vlaamse schoolpopulatie, of bijna 6 leerlingen op 10.

Een leerling kan tijdens hetzelfde schooljaar zowel voor een medische activiteit (bv. een medisch consult) als voor een vraaggestuurde activiteit (bv. omdat het thuis moeilijk gaat) in contact komen met het CLB.

In totaal komen 533.393 unieke leerlingen langs bij het CLB op medisch onderzoek (44,72% van de totale schoolpopulatie).

Voor 284.967 unieke leerlingen wordt vanuit de vraaggestuurde werking een zorgvraag gesteld aan het CLB. Dat is 23,89% van de totale schoolpopulatie, of ongeveer 1 leerling op 4.

Het aantal leerlingen binnen de vraaggestuurde werking daalt voor het zesde schooljaar op rij. Daarentegen stijgt het gemiddeld aantal interventies per leerling. Er komen dus minder leerlingen met een vraag naar het CLB.

Brede instap/onthaal – online hulpverlening

Binnen de functie van de brede instap onthaalt het CLB iedere vraag door de leerling, ouder of schoolteam naar jeugdhulp, dus ook niet-schoolgerelateerde vragen.  De cijfers in dit jaarverslag focussen in de eerste plaats op de opdrachten die het CLB opneemt binnen integrale jeugdhulp.

Grafiek unieke leerlingen functie onthaal
Referentietabel 137: aantal leerlingen met de functie onthaal
(teleenheid: unieke leerlingen) (Bron: CLB Jaarverslag)

De grafiek die de unieke leerlingen met functie onthaal weergeeft, omvat alle 243.374 leerlingen voor wie het CLB een onthaal registreert in het schooljaar 2017-2018. Dat is een daling ten opzichte van het schooljaar 2016-2017.

Het CLB onthaalt niet alleen vragen op de klassieke manier (nl. face to face) maar zet ook in op online hulpverlening en dit via de CLBch@t, waar leerlingen en hun ouders op een laagdrempelige en anonieme manier een vraag kunnen stellen aan het CLB.

Tijdens het schooljaar 2017-2018 voert het CLB in totaal 4.377 gesprekken met leerlingen en ouders. De meest voorkomende vragen en onderwerpen gaan over studiekeuze, interactie binnen het gezin, seksualiteit, pesten en zelfmoordgedachten4.

Samenwerking met netwerk

CLB-medewerkers benaderen kinderen en jongeren vanuit een holistisch mensbeeld en onderzoeken welke ondersteuning kinderen en jongeren nodig hebben binnen onderwijs en gezin. Het CLB neemt geen therapie of gespecialiseerde begeleiding op zich. Wanneer het eigen aanbod van het CLB ontoereikend is om een antwoord te bieden op de hulpvraag, wordt er vanuit de draaischijffunctie op een kwaliteitsvolle manier doorverwezen.

De draaischijffunctie heeft betrekking op de coördinatie door het CLB tussen het centrum, de school en de externe partners binnen de hulp- en dienstverlening wanneer meer gespecialiseerde hulp nodig is.

Grafiek unieke leerlingen per domen en samenwerking netwerk
Referentietabel 140: aantal leerlingen per domein voor de functie samenwerking met netwerk
(teleenheid: unieke leerlingen) (Bron: CLB Jaarverslag)

Het is – opnieuw – duidelijk dat de samenwerking met het netwerk in de eerste plaats gebeurt binnen het begeleidingsdomein psychosociaal functioneren.

Het onderwerp waarvoor het vaakst wordt samengewerkt met het netwerk, is ‘problemen thuis’. Mogelijke actoren waarmee het CLB in dergelijke gevallen samenwerkt, zijn bijvoorbeeld een dienst die positieve heroriëntering aanbiedt (contextbegeleiding), een centrum geestelijke gezondheidszorg, de crisisjeugdhulp, een ondersteuningscentrum jeugdzorg ...

Bekijk de vergelijkende tabellen met vorig jaar

____________________________________________________
1De cijfers met betrekking tot het CLB hebben betrekking op het schooljaar 2017-2018 en dus niet het kalenderjaar 2018. De cijfers geven het aantal ‘unieke leerlingen’ weer. Dit betekent dat iedere leerling slechts één keer geregistreerd wordt in deze statistieken, ondanks het feit dat heel wat leerlingen meermaals in contact komen met het CLB tijdens eenzelfde schooljaar.
3De CLB-sector brengt jaarlijks een uitgebreid cijferrapport uit over zijn volledige werking. Meer lezen? Bekijk dan het volledige CLB-jaarverslag schooljaar 2017-2018.
4CLBch@t brengt jaarlijks ook zelf een jaarverslag uit met gedetailleerde cijfers en informatie over de gevoerde gesprekken. Het jaarverslag 2017-2018 is te vinden op de website CLBch@t.

Centra algemeen welzijnswerk

Problemen met financiën of administratie, zorgen over huisvesting, relatiemoeilijkheden of problemen met familie of vrienden … Iedereen wordt wel eens geconfronteerd met moeilijkheden en onvoorziene gebeurtenissen. Het centrum algemeen welzijnswerk CAW wil diegenen die het moeilijk hebben, de nodige steun geven om zelf terug verder te kunnen. Het heeft hierbij specifieke aandacht voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving - jongeren, slachtoffers en hun directe omgeving, en gedetineerden en hun directe sociale omgeving -, zowel op individueel niveau als op samenlevingsniveau. Dit doen zij door preventief te werken, door te sensibiliseren en te signaleren, en door te overleggen met de overheid en aan te geven waar de welzijnsproblemen zitten in Vlaanderen en Brussel.

Wie zijn ze?5

Onthaal is een laagdrempelig proces van vraagverheldering, waarbij samen met de jongere de hulpvraag wordt ontrafeld.

Het onthaal kan één tot meerdere gesprekken zijn, en onderscheidt zich van begeleiding doordat er geen doelstellingen aan worden gekoppeld. De vraagverheldering kan een finaliteit op zich zijn of leiden tot directe hulp.

In 2018 onthalen de CAW’s 22.191 kinderen en jongeren tot 25 jaar. De verhouding tussen de leeftijdscategorieën van de kinderen en jongeren blijft over de jaren vrij gelijk.

Door het omschakelen in 2017 naar andere typemodules, is er geen vergelijking mogelijk tussen 2017 en 2018.

Grafiek unieke kinderen, jongeren CAW op onthaal, per leeftijd
Referentietabel 123: aantal kinderen en jongeren CAW op onthaal, per leeftijdscategorie
(teleenheid: kinderen en jongeren) (Bron: We-dossier 2018)

Eind mei 2018 zijn alle websites van de 11 CAW’s en JAC’s geïntegreerd in één nieuwe website. Dit heeft een positief effect op de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de CAW’s. Het aantal mailformulieren via de website is met 50% gestegen tegenover 2017. Ook bij de jongeren is er een significante stijging van het aantal ingezonden mailformulieren (+30%).

Verder is in 2018 gestart met een traject om dubbele fiches van kinderen en jongeren in het registratiesysteem en dubbeltellingen in de analyse (omdat men meerdere keren komt) weg te werken, wat een daling veroorzaakt van het aantal kinderen en jongeren. Daarnaast is ingezet op het beter registreren van jonge kinderen in o.a. de bezoekruimte.

Wat krijgen ze?

De vraagverheldering, die samen met de jongere gebeurt, krijgt een thema toegekend. Dit thema staat voor het onderwerp waarrond vraagverheldering is gedaan of directe hulp is geboden.

Grafiek Thema clusters onthaal
Referentietabel 129: manier van afhandelen onthaal
(teleenheid: kinderen en jongeren) (Bron: We-dossier 2018)

Jongeren worden vooral geholpen en ondersteund in thema’s gerelateerd aan relaties en persoonlijke problemen (46%). De tweede grootste categorie betreft armoede en schulden, gecombineerd met toeleiding tot basisrechten (22%). De categorie die daarop volgt, is wonen met 18%. Ongeveer 7% van de jongeren binnen het CAW onthaal krijgt hulp met betrekking tot dader- en slachtofferschap. 5% meldt aan zonder een thema, gevolgd door 2% die valt onder precair verblijf. Een absolute minderheid valt onder de cluster detentie.

Manier van afronden onthaal

Bij 8.999 (40%) kinderen en jongeren wordt de hulpverlening op onthaal afgerond zonder nood aan verdere begeleiding.

Bij 29% wordt de hulpverlening op onthaal afgerond, maar worden de jongeren wel doorverwezen voor verdere begeleiding: 3.583 (16%) jongeren worden intern doorverwezen binnen het CAW en 2.968 (13%) jongeren worden extern doorverwezen. Het aantal externe verwijzingen is met 8% gestegen ten opzichte van 2017.

Bij 2.871 jongeren is de onthaalhulpverlening afgebroken: meestal (9%) door de jongere of omwille van zijn beschikbaarheid (4%), bv. wanneer de begeleiding stopt omwille van opname of detentie.

Tot slot, 18% van de onthaaltrajecten is nog niet afgerond op het einde van werkjaar 2018.

Bekijk de vergelijkende tabellen met vorig jaar

____________________________________________________

5Door het omschakelen in 2017 naar andere typemodules, is er geen vergelijking mogelijk tussen 2017 en 2018.

Preventieve gezinsondersteuning

Wie zijn ze?

Van bij de geboorte tot een kind naar school gaat, bieden lokale teams een preventief en ondersteunend programma aan, vormgegeven samen met het gezin. Daarbij gaat aandacht naar het kind, zijn gezin (ouders) en de brede leefomgeving van het kind en zijn gezin.

Dit gebeurt door een mix van:

  • programmatorische contacten (opgehangen aan de leeftijd en ontwikkeling van een kind),
  • een hele reeks andere momenten en contacten (huisbezoeken, op consultatie, telefonische contacten, ondersteuning via e-mail of chat …).

Het aanbod is op maat van elk gezin én geïntegreerd. Dit wil zeggen dat de verschillende domeinen waarin Kind en Gezin een opdracht heeft (Groeipakket, kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning, adoptie) als één geheel bij de ouder terechtkomen, en bovendien op een gepast moment in het dienstverlenend traject.

Grafiek Preventieve gezinsondersteuning per provincie
Referentietabel 179: aantal kinderen met minstens één fysiek contact in preventieve gezinsondersteuning K&G, per provincie
(teleenheid: unieke kinderen) (Bron: Mirage)

De preventieve gezinsondersteuning verwijst door naar een breed spectrum van zorgverleners en diensten, bv. de behandelende arts, opvoedingswinkel, initiatieven rond ontmoeting, OCMW, sociale organisaties, kinderopvangvoorzieningen, diensten voor gezinszorg … Ook naar voorzieningen binnen integrale jeugdhulp wordt doorverwezen.

In totaal is bij 208.064 unieke kinderen gebruik gemaakt van de dienstverlening van Kind en Gezin in 2018. Het betreft alle kinderen voor wie minstens één fysiek contact is geregistreerd van het type huisbezoek, consult, gehoortest en opvoedingsondersteuning. Contacten met zwangere vrouwen zijn niet meegeteld.

Het aantal bereikte kinderen ligt in de lijn van 2017, toen 207.361 kinderen werden bereikt.

Wat krijgen ze?

Eenzelfde kind kan verschillende keren doorverwezen zijn of doorverwezen zijn naar verschillende voorzieningen binnen de probleemgebonden rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Het gaat hier dus niet over het aantal verschillende kinderen dat wordt doorverwezen, wel over het aantal doorverwijzingen. De registratie maakt geen onderscheid tussen gerealiseerde en niet-gerealiseerde verwijzingen.

In 2018 is in totaal 577 keer een doorverwijzing geregistreerd naar de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ).

Grafiek Verwijzingen preventieve gezinsondersteuning
Referentietabel 180: aantal verwijzingen vanuit preventieve gezinsondersteuning K&G naar vervolghulp RTJ
(teleenheid: verwijzingen) (Bron: Mirage)

De drie belangrijkste verwijzers zijn:

  • Kind en Gezin (241 doorverwijzingen, 42%),
  • CAW (157 doorverwijzingen, 27%),
  • CGG (73 doorverwijzingen, 13%).

Dit is een beduidende stijging in vergelijking met 2017 (338 verwijzingen bij de 0-3-jarigen) – vermoedelijk in belangrijke mate door een verbeterde registratie.

Een aantal belangrijke opmerkingen hierbij:

  • De sector Kind en Gezin omvat de verwijzingen naar de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) en naar de reguliere werking van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK). Dat laatste zijn enkel de meldingen met actieve tussenkomst. (Anonieme) advies- en/of coaching-vragen worden niet meegerekend. Verwijzingen naar de inloopteams van Kind en Gezin worden evenmin meegeteld.
  • De registraties voor de sectoren CLB (centra voor leerlingenbegeleiding) en CAW (centra algemeen welzijnswerk) maken geen onderscheid in typemodules brede instap en vervolghulp RTJ. De cijfers omvatten dus alle verwijzingen naar beide sectoren.
  • De registraties voor de sectoren CAW, CLB, CGG (centra voor geestelijke gezondheid) en VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) maken geen onderscheid tussen verwijzingen naar jeugdhulp of ander (regulier) aanbod. De cijfers omvatten dus alle verwijzingen naar de voornoemde sectoren, ook wanneer het een doorverwijzing is van de ouder (en niet het kind).

Bekijk de vergelijkende tabellen met vorig jaar

Inloopteams

De inloopteams zijn gevestigd in 15 kansarme buurten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en werken buurtgericht. Ze vervullen opdrachten ten aanzien van (aanstaande) gezinnen met jonge kinderen in een maatschappelijk kwetsbare positie.

Inloopteams ondersteunen gezinnen bij het opnemen van hun ouderschap. Ze doen dit door tijd en ruimte te maken voor positieve ouder-kind interacties:

  • rechtstreeks: door samenspel voor ouders en kinderen, uitwisseling rond opvoeding en ouderschap, informatiesessies rond voeding, slapen, opvoeding e.d., warme toeleiding naar reeds bestaande activiteiten van partners …;
  • onrechtstreeks: door hulp te bieden bij administratieve zaken, het versterken van vaardigheden van mensen (bv. oefenen van de Nederlandse taal), (warme) doorverwijzing naar en/of afstemming met partners die instaan voor werk, huisvesting, onderwijs …

Onderstaande cijfers zijn aangeleverd door de inloopteams zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben.

Voor de interpretatie van de cijfers is het belangrijk te weten dat de 15 inloopteams:

  • werken in bepaalde kansarme buurten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en dus niet heel Vlaanderen dekken;
  • een groot aantal anonieme contacten hebben (meer dan 1.000 anonieme contacten voor alle inloopteams samen) die niet in onderstaande gegevens vervat zijn omdat niet geweten is over hoeveel ‘unieke’ gezinnen het gaat;
  • niet op kindniveau maar wel op gezinsniveau registreren.

De grafiek hieronder toont het aantal unieke contacten in 2018.

Grafiek Aantal gezinnen met 1 contactmoment met inloopteam
Referentietabel 181: aantal unieke gezinnen met minstens één contactmoment in 2018
(teleenheid: unieke gezinnen) (Bron: Mirage)

In 2018 bereiken de 15 inloopteams in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 6.612 unieke gezinnen in een maatschappelijk kwetsbare positie. In vergelijking met 2017 is dit een stijging met 42 gezinnen (+0,6%).

De volgende grafiek toont het aantal doorverwijzingen vanuit de inloopteams naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ) binnen integrale jeugdhulp. Eenzelfde gezin kan meerdere keren doorverwezen zijn of doorverwezen zijn naar verschillende voorzieningen. Het gaat dus niet over het aantal unieke gezinnen dat wordt doorverwezen, wel over het aantal doorverwijzingen.

Enkele belangrijke opmerkingen:

  • De sector Kind en Gezin omvat de doorverwijzingen naar de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) en naar de reguliere werking van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK). Verwijzingen naar de preventieve zorg van Kind en Gezin zijn niet meegerekend.
  • De registraties voor de sectoren CLB (centra voor leerlingenbegeleiding) en CAW (centra algemeen welzijnswerk) maken geen onderscheid tussen typemodules brede instap en vervolghulp RTJ.
  • Soms zijn inloopteams betrokken bij de zorgcoördinatie die aanstuurt op doorverwijzing, maar zijn ze niet de doorverwijzer zelf – dit zit dan niet in bovenstaande cijfers vervat.

De inloopteams verzorgen 149 doorverwijzingen naar integrale jeugdhulp. Globaal ligt dit een stuk lager in vergelijking met 2017 (200 doorverwijzingen). Dit lagere cijfer houdt verband met:

  • een daling in het aantal doorverwijzingen naar Kind en Gezin (naar alle waarschijnlijkheid door een meer correcte registratie, waarbij de preventieve zorg van Kind en Gezin duidelijker is uitgesloten van de bevraging);
  • een daling in het absolute aantal doorverwijzingen naar CAW en CLB.
Grafiek Verwijzingen 15 inloopteams
Referentietabel 182: aantal verwijzingen vanuit 15 inloopteams naar RTJ in 2018
(teleenheid: verwijzingen) (Bron: K&G inloopteams)

Verder is er een daling in het aantal doorverwijzingen naar VAPH en Jongerenwelzijn.

Bekijk de vergelijkende tabellen met vorig jaar