Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2017):

Wie zijn ze?

Van de 12.304 kinderen en jongeren voor wie in 2018 een indicatiestellingsverslag is afgeleverd, zijn er 12.163 in regie gekomen. Dat verschil heeft te maken met indicatiestellingsverslagen die o.a. enkel rechtstreeks toegankelijke typemodules bevatten of hulp buiten het toepassingsgebied integrale jeugdhulp. In dat geval komen deze hulpvragen niet in regie.

Nieuwe hulpvragen

Van de 12.163 kinderen en jongeren die in 2018 in regie komen, zijn er 10.981 die een nieuwe hulpvraag stellen.

 nieuwe hulpvragen NRTJ
Referentietabel 97: nieuwe hulpvragen NRTJ
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Het verschil tussen indicatiestellingsverslagen die in regie komen en nieuwe hulpvragen is te verklaren door o.a. minderjarigen voor wie een verlenging van de hulp wordt aangevraagd. Ten opzichte van 2017 stijgt het aantal nieuwe hulpvragen lichtjes (+3%).

De grafiek van de nieuwe hulpvragen toont volgende vragen per sector:

  • vragen voor ondersteuning door een voorziening of pleegzorg (NRTJ);
  • vragen voor bijstand, zoals de specifieke actie, doventolken, individuele materiële bijstand en de vergoeding van verblijfs- en verplaatsingskosten voor minderjarigen met een handicap in het gewoon onderwijs;
  • vragen voor persoonlijke assistentie voor minderjarigen met een handicap (PAB).

Hulp in voorzieningen/pleegzorg

Het merendeel van de nieuwe hulpvragen betreft een aanvraag naar ondersteuning door een voorziening of pleegzorg (NRTJ): 9.838 kinderen en jongeren. Dat is een lichte stijging in vergelijking met 2017 (+8%).

De stijging situeert zich vooral bij het aantal vragen naar verblijf in een begeleidingstehuis van de BJB (+22,5%), kamertraining (+18,7%) en een pleeggezin (+15,3%). Het aantal vragen voor verblijf in een CKG, een IPO of een MFC van het VAPH blijft eerder stabiel. Er is wel een forse toename van vragen voor jongeren met een GES+ statuut (+169,7%). In 2018 was er een uitbreiding van het aantal GES+ plaatsen.

 nieuwe hulpvragen trends
Referentietabel 98: nieuwe hulpvragen NRTJ in voorzieningen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Persoonlijke-assistentiebudget voor minderjarigen met een handicap (PAB)

Het aantal kinderen en jongeren dat in 2018 een erkenning voor een PAB krijgt, stijgt met 17,6%.

De te verdelen budgetten voor PAB zijn de afgelopen twee jaar fors verhoogd en de leeftijdscategorie is opgetrokken naar 22 jaar. Hierdoor zetten mogelijk meer mensen de stap naar een PAB vraag.

 nieuwe hulpvragen PAB
Referentietabel 97: nieuwe hulpvragen PAB
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Wat krijgen ze?

Nieuw opgestarte hulp1

In 2018 is voor 7.121 unieke kinderen en jongeren nieuwe, niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen een voorziening of pleegzorg opgestart.

Daarenboven krijgen 213 kinderen en jongeren met een handicap een persoonlijke-assistentiebudget en 72 kinderen en jongeren een persoonsvolgende convenant.

Tenslotte worden 26 kinderen en jongeren begeleid in een intersectoraal zorgnetwerk en worden de hulptrajecten van nog eens 271 kinderen en jongeren versterkt met extra middelen (IPH).

 nieuw opgestarte hulp voorzieningen
Referentietabel 100: nieuw opgestarte NRTJ hulp voorzieningen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Hulp in voorzieningen/pleegzorg

 nieuw opgestarte hulp trends
Referentietabel 100: nieuw opgestarte NRTJ hulp voorzieningen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Er is een stijging (+4,8%) van de nieuw opgestarte hulp in 2018 (n=7.121) t.o.v. 2017 (n=6.792). Tegelijk blijkt de verblijfsduur van de minderjarigen in de voorzieningen af te nemen.

De sterkste stijging is in de voorzieningen voor GES+ (+53,1%), voor pleegzorg (+24%) en de OBC’s (+23%). Voor GES+ kan dit verklaard worden door de impact van het uitbreidingsbeleid op de nieuwe instroom.

Verder is er een lichte stijging voor contextbegeleiding kortdurend intensief (+11,3%), kamertraining (+13,1%) en CKG (+12,6%).

Daarentegen houdt de daling verder aan voor nieuwe opstart bij de OOOC’s (-5,52%) en de MFC’s van het VAPH (voor verblijf -6,62%).

 nieuw opgestarte hulp naar leeftijd
Referentietabel 101: nieuwe opgestarte NRTJ hulp voorziening naar leeftijd
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

De grafiek toont de nieuw opgestarte hulp naar leeftijd. De stijging voor opgestarte hulp is verhoudingsgewijs sterker voor de +18 jarigen. Dit is volledig te wijten aan de opstart in de bijzondere jeugdzorg.

Bij het VAPH wordt daarentegen een kleine daling van de opstart voor +18 jarigen opgemerkt, behalve voor GES+.

Bij de kinderen en jongeren met nieuw opgestarte hulp in 2018, zijn er meer vanuit een vrijwillig traject (n=4.020; 56,5%) dan vanuit een gerechtelijk traject (n=3.101, 43,5%). Per sector bekeken, geldt dat enkel voor de VAPH hulp. De NRTJ hupverlening voor de andere 3 sectoren start meer op vanuit een gerechtelijk traject dan vanuit een vrijwillig traject.

Persoonlijke-assistentiebudget voor minderjarigen met een handicap

De toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget (PAB) gebeurt door de intersectorale regionale prioriteitencommissie (IRPC) in elke regio.

In 2018 zijn 846 priorchecklists voorgelegd aan de IRPC om te bespreken. Aan 213 minderjarigen (25,18%) is een PAB toegekend, voor een totaal van 8.200.428,05 euro.

Het merendeel van de toegekende PAB’s behoort tot de hoogste budgetcategorie.

 nieuw opgestarte hulp PAB
Referentietabel 205: aanvragen PAB UB naar resultaat
(teleenheid: unieke minderjarigen) (Bron: INSISTO)

Persoonsvolgende convenanten

Een persoonsvolgende convenant is een persoonsvolgend budget dat een geïndividualiseerd aanbod toelaat op maat van een minderjarige of jongvolwassene met een handicap.

In 2018 organiseren in totaal 72 kinderen en jongeren hun hulpverlening via een persoonsvolgende convenant (+38%). Deze kan zowel kort worden ingezet als langdurig (resp. 12 en 60). In 2018 is 1 miljoen euro extra budget voorzien hiervoor.

Intersectoraal prioritair te bemiddelen hulpvragen

Met de middelen voor intersectoraal prioritair te bemiddelen hulpvragen (IPH) kunnen jeugdhulpaanbieders een geïndividualiseerd aanvullend aanbod realiseren voor kinderen en jongeren met complexe hulpvragen.

In 2018 is dit het geval voor 271 minderjarigen. Dat is ongeveer 45% (n=86) meer dan in 2017.

Het aantal zit reeds sinds de start van de toegangspoort in een stijgende lijn; er is sprake van bijna een verdrievoudiging (+185,3%) sindsdien.

 prior hulpvragen
Referentietabel 119: intersectoraal te bemiddelen hulpvragen
(teleenheid: zorgplannen - minderjarigen) (Bron: INSISTO)

Er is in 2018 extra budget uitgetrokken om de uitstroom uit de gemeenschapsinstellingen te bevorderen met IPH middelen.

Voor elke minderjarige wordt voor een bepaalde periode een zorgplan opgemaakt. Indien nodig kan de inzet van de middelen verlengd worden met een nieuw zorgplan. In iets minder dan twee derde van de zorgplannen gaan de IPH-middelen naar een VAPH-voorziening.

Intersectorale zorgnetwerken

De intersectorale zorgnetwerken zijn netwerken van jeugdhulpaanbieders die een kwaliteitslabel hebben om een sterk geïndividualiseerd aanbod te ontwikkelen voor kinderen en jongeren met een handicap en een complexe hulpvraag. Het netwerk krijgt hiervoor 75.000 euro per jongere.

Op 31 december 2018 zijn 26 jongeren toegewezen aan één van de drie zorgnetwerken.

____________________________________________________

1De grafieken geven de nieuw opgestarte hulp weer per sector en/of typemodule. Indien voor een minderjarige in 2018 hulp voor meerdere sectoren/typemodules wordt opgestart, is dit in elke categorie geteld. Verlengingen van reeds lopende hulp blijven buiten beschouwing. Daarom zijn op basis van deze grafieken geen uitspraken mogelijk over het totaal aantal kinderen en jongeren in de jeugdhulp.

Onvervulde zorgbehoefte

 wachtenden NRTJ hulp voorzieningen PAB
Referentietabel 108: wachtenden NRTJ hulp voorzieningen en PAB
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Er is een stijging (+ 6,2%) van het aantal wachtende kinderen en jongeren op 31 december 2018 (n=5.600) t.o.v. 2017 (n=5.273) voor een voorziening of pleegzorg. Voor een persoonlijk assistentiebudget (PAB) zien we een gelijkaardige trend met een stijging (+ 10,1%) van het aantal wachtenden op 31 december 2018 (n= 1.688) t.o.v. 2017 (1.533).

Het merendeel van de wachtenden wacht op NRTJ hulp binnen een voorziening (n=5.600; +6,2%), maar ook het aantal wachtenden voor een persoonlijke-assistentiebudget stijgt merkbaar (n=1.688; +10,1%).

Hulp in voorzieningen/pleegzorg         

Aantal wachtenden

Binnen de sector bijzondere jeugdzorg stijgt het aantal wachtenden met 8,6%. De stijging situeert zich vooral bij het aantal kinderen en jongeren dat wacht op contextbegeleiding in functie van autonoom wonen en centra voor integrale gezinszorg (CIG).

 wachtenden NRTJ hulp voorzieningen leeftijd
Referentietabel 110: aantal wachtenden NRTJ hulp naar leeftijd
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Van de 5.600 kinderen en jongeren die op 31 december op NRTJ hulp binnen een voorziening wachten, zijn 4.824 minderjarig en 776 meerderjarig. Bijna de helft van de wachtenden is tussen 12 en 17 jaar oud (n=2.570).

Bij de minderjarigen komen er minder wachtenden bij dan bij de meerderjarigen (139 versus 188), waardoor de stijging van het aantal meerderjarige wachtenden verhoudingsgewijs veel groter is (+3% versus +32%). Ook de doorstroom naar hulpverlening voor volwassenen is hier van belang.

In de leeftijdsgroep 0-5 jaar is er eveneens een plotse stijging van het aantal wachtenden (+19,1%) over verschillende werkvormen (CKG, OOOC, perspectiefzoekende pleegzorg, OBC, MFC dagopvang, CIG).

Tegelijk is er een beperkte afname van het aantal jonge kinderen dat wacht op perspectiefbiedende pleegzorg.

Voor de sector Kind en Gezin is er een stijging met 8,9%.

Binnen de sector VAPH is de stijging van het aantal wachtenden met 5% iets lager dan in de andere sectoren. Voor de sector Onderwijs (de IPO2’s) is dit slechts 3,3%.

Wachttijd wachtenden

 wachttijd wachtenden NRTJ hulp voorzieningen
Referentietabel 112: wachttijd wachtenden NRTJ hulp voorzieningen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Gemiddeld wachten de wachtenden 425 dagen op NRTJ hulp.

De duurtijd wordt berekend tussen de datum dat de jongere voor een bepaalde typemodule op de wachtlijst van een voorziening komt en de momentopname op 31 december 2018.

Gemiddeld neemt de wachttijd 2,9% toe ten opzichte van 2017.

Minderjarigen met een handicap wachten het langst op hulp in een voorziening. De wachttijd verschilt naargelang het soort hulp waar men op wacht.

Ongeveer een derde van de kinderen en jongeren die wachten op NRTJ (34,2%) krijgen op 31 december 2018 al andere hulp. Nog eens 14,9% van de wachtenden kreeg in het verleden niet-rechtstreeks toegankelijke ondersteuning. De overige kinderen en jongeren (51%) hebben geen andere lopende NRTJ, maar krijgen mogelijk wel hulp binnen de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.

Wachttijd bij opstart

 doorlooptijd nieuw opgestarte NRTJ hulp voorzieningen
Referentietabel 105: doorlooptijd nieuw opgestarte NRTJ hulp voorzieningen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

De grafiek toont de spreiding van de wachttijd tussen de datum dat de jongere voor een bepaalde typemodule op de wachtlijst van een voorziening komt en de datum van opstart van de hulp in een NRTJ voorziening.

Gemiddeld staat een minderjarige voor wie in 2018 hulp is opgestart, 230 dagen op de wachtlijst van een NRTJ voorziening.

De gemiddelde wachttijd voor nieuw opgestarte hulp ligt lager dan de gemiddelde wachttijd van de groep personen die nog staat te wachten. Dit komt door de snelle opstart van hulp omwille van een vorm van prioritering.

Persoonlijke-assistentiebudget

Aantal wachtenden

 wachttijd wachtenden PAB naar leeftijd
Referentietabel 114: aantal wachtenden PAB naar leeftijd
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Op 31 december 2018 wachten 1.689 kinderen en jongeren (1.324 minderjarigen en 364 meerderjarigen) op een persoonlijke-assistentiebudget (PAB).

Het aantal wachtenden neemt toe met 10,2% (n=156), vooral in de groep meerderjarigen (+35,8%). Dat is te verklaren door het optrekken van de leeftijd naar 22 jaar. Hierdoor activeren in 2018 een aantal jongeren hun hulpvraag opnieuw, wat leidt tot een toename van het aantal meerderjarigen dat op hulp wacht.

Wachttijd wachtenden

 wachttijd wachtenden PAB
Referentietabel 116: wachttijd wachtenden PAB
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

Van alle kinderen en jongeren die op 31 december 2018 wachten op een PAB, bedraagt de wachttijd gemiddeld 1.492 dagen.

De duurtijd wordt berekend tussen de datum dat de typemodule in regie wordt genomen (het recht op de hulp ingezet wordt) en de momentopname op 31 december 2018.

Wachttijd bij opstart

 wachttijd opgestarte PAB
Referentietabel 207: gemiddelde wachttijd opgestarte PAB
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren) (Bron: INSISTO)

De wachttijd voor de PAB wordt berekend tussen de datum dat de hulpvraag van een kind of jongere in regie komt (recht heeft op deze hulp en deze hulp ook actief wil inzetten) en de datum van de beslissing van de IRPC.

De wachttijd van de minderjarigen aan wie een PAB is toegekend, bedraagt gemiddeld 1.196 dagen.

Bekijk de vergelijkende tabellen met vorig jaar

____________________________________________________

2IPO: internaat met permanente openstelling.